(januari 1999, nr.10)
Door Ismene Krishnadath
Benzineprijzen
Beste Fayastonlezers, u weet nog dat ik in de vorige editie een verdubbeling van de transportkosten voorspelde. Ik had natuurlijk wel aanwijzingen dat zoiets zou gebeuren en eerlijk gezegd deed ik de voorspelling met wat leedvermaak, want ik heb mijn auto twee jaar geleden verkocht. De Lansbergestraat ligt heel centraal, iedereen komt naar mij toe, ik heb mijn werk aan huis en voor de overige gevallen heb ik heel aardige familie met wie ik regelmatig mag meerijden. Ha ha ha, dacht ik dus, net goed voor die lui met al die poenige auto’s.
Maar dit is toch wel een beetje erg. Zondag kocht ik nog superbenzine voor mijn grasmaaimachine voor honderdnegentig Surinaamse guldens per liter en maandag was de prijs gestegen tot tweehonderdtachtig per liter. Het was zo verrassend dat ik in eerste instantie weigerde het bericht te geloven. Vooral ook omdat ik het hoorde van twee neven die hier op vakantie zijn. De een is voor het eerst in Suriname en de ander na een jaar of vijftien. En ik vind altijd dat die Surinamers uit Holland de zaken in Suriname willen dramatiseren. "Dat kan nooit," zei ik dus tegen ze. "Een Surinaamse regering geeft nooit zomaar toestemming om de benzineprijzen te verhogen, want dan krijgen ze last met het volk. Als ze hun prijzen willen verhogen creëren de oliemaatschappijen eerst een schaarste. Wekenlang heb je dan enorme files voor de benzinestations, iedereen wordt apatish van dat urenlange in de rij staan en tenslotte lees je in de krant dat de regering onder druk van de explosieve situatie de oliemaatschappijen heeft toegestaan de prijs te verhogen."
Mooi dat dit deze keer dus niet het geval was. Geruisloos ging de prijs de lucht in. Zondag nog een negentig, maandag twee tachtig. Nadat ook mensen die sinds jaar en dag hier wonen erover spraken ben ik me persoonlijk ervan gaan overtuigen bij een van de spiksplinternieuwe, supertrendy gasstations van de Shell. En ja hoor, de pomp gaf het in lichtende letters aan. Super, twee tachtig per liter.
Het is hemelschreiend, want al had ik het voorspeld en al deed ik het met een beetje leedvermaak, echt wou ik het toch niet, want ik heb genoeg opleiding om te beseffen dat stijging van de benzineprijzen ook de man (en vrouw) zonder auto in de portemonnee, dus onder de gordel, raakt. Alles en iedereen wordt voortdurend getransporteerd. Elke hap die je in je mond steekt, elk kledingstuk dat je aantrekt, elke steen en elke zinkplaat van uw huis heeft een benzinetoeslag. En dat zijn nog maar de basisbehoeften. Over luxe-artikelen zwijg ik maar. Alles zal duurder worden en iedereen zal voor alles meer moeten betalen.
Ik vraag me af of die andere voorspelling van me nog zal uitkomen. Nee, niet die van Clintons dochter. Die van Bosje, dat hij het jaar tweeduizend nog haalt als president.