(februari 1999, nr.15)
Door Ismene Krishnadath
Etnische onpartijdigheid?
Een kennis van me is in hongerstaking gegaan. Zijn foto nam een flink deel van de voorpagina van De West in beslag. Hij zat onder zo’n kunststoftentje dat die bloemenventers tegenwoordig gebruiken. Aan het plafond hingen twee bordjes waarop je kon lezen waarom hij niet meer wil eten: uit solidariteit met krakers die door de sterke arm van de wet uit net afgebouwde volkswoningen zijn gezet. Verder wil Hennie een overzichtelijk toewijzingsbeleid en een commissie die dat beleid moet uitvoeren.
Ik hoop niet dat het zijn bedoeling is te staken tot zijn eisen zijn ingewilligd, want dan komt hij er niet levend van af en de man heeft nog een schat van een vrouw en bloedjes van kinderen waar hij aan moet denken.
Persoonlijk ben ik niet zo weg van hongerstaking als actiemethode. Het doet me denken aan mensen met anorexia nerviosa en martelaars die met smartelijke gezichten en uitgemergelde lichamen de aandacht op hun ellende proberen te richten. Ik hou meer van aanpakken en zelf zorgen dat je vooruit komt. In de overheid heb ik nul procent belief, dus val ik die ook niet lastig. Wat dat betreft ben ik een ideale onderdaan.
Maar goed, enig effect heeft Hennies actie toch wel gehad, want het krakersprobleem is breedvoerig uitgemeten door de media en de minister van Volkshuisvesting moest zich verantwoorden in het parlement.
Met die man heb ik ook zo te doen. Hij is van een Javaanse partij en Javanen staan bekend als ontzettend lieve mensen. Heeft u weleens een boze Javaan gezien, nee toch.
Geen onvertogen woord zal je horen, uiterst beschaafd en zeer geduldig zijn ze. Zo is die minister ook. Wel honderd keer is hij bereid uit te leggen dat hij zijn uiterste best zal doen om zo eerlijk mogelijk die vijftig volkswoningen te verdelen onder de vijfentwintigduizend kandidaten op zijn lijst van woningzoekenden. En als die uiteindelijk allemaal Javanen blijken te zijn, dan vind ik niet dat je de minister daarvoor kan blamen. Uit een lijst van vijfentwintigduizend armen, want dat zijn natuurlijk de mensen die geen huis hebben, moet je toch met het grootste gemak vijftig Javanen met grote gezinnen kunnen selecteren. Nee hoor, die mensen moeten nou ook eens een kans krijgen. Na de dessaperiode van voor de oorlog heeft niemand meer een wijk voor Javanen gebouwd. Ik zeg u, zet die mensen op Helena Christina en u zult zien wat een keurige erfjes in de nieuwe volkswijk komen, en uiteraard een concentratie van warongs.
Weet u hoe prettig het zal zijn voor de bevolking van West-Paramaribo als ze niet meer helemaal naar Blauwgrond hoeven te rijden voor een portie goede satés.
En wat doen we dan met Hennie? Moet die zich dan maar doodhongeren? Natuurlijk niet. Hij moet uit dat tentje komen, lid worden van een djaran kepangroep en saotobouillon leren trekken van kippepoten. Ja, voor een volkswoning moet je toch Í ets overhebben.