FAYASTON , ParboCcom’s weekly NetColumn

(februari 1999, nr.16)

Door Ismene Krishnadath

Dodenlijst ontdekt

Deze week hebben twee gebeurtenissen me diep geschokt. Hennie en zijn collega-hongerstakers zijn van het Onafhankelijkheidsplein verwijderd. Gewoon opgeruimd door leden van de Mobiele Eenheid van de politie, die overigens waren opgetuigd alsof ze een stel voetbalvandalen in bewang moesten houden.

Nou kijk, zoiets vind ik gewoon geen stijl. Ik kan er best inkomen dat je krakers uit volkswoningen zet die nog verdeeld moeten worden, maar mensen die liggen te hongerstaken moet je met rust laten. Tenslotte doen ze geen kip kwaad, ze vragen alleen maar iets en als je daar niet aan tegemoet wil komen, dan negeer je ze gewoon. Hoewel het natuurlijk van veel meer leiderschapskwaliteit getuigt als je iets bedenkt waardoor ze uit zichzelf weggaan. Maar ze weg laten sleuren door een politiemacht. Dit riekt naar militaristisch geweld. En dat nog wel aan de vooravond van de Dag van de Revolutie, die gelukkig geen vrije dag meer is – er wordt al genoeg gestaakt -, maar wel een dag die ons herinnert aan de staatsgreep van negentien jaar geleden. Ik vond het als dochter van een geschiedenisleraar zeer interessant om zo’n historische gebeurtenis en zijn nasleep live mee te maken, maar het hoeft echt niet nog een keer.

Wat scheelt de machthebbers? Zijn ze bang dat de hongerstakers het uitzicht zullen bederven vanuit het supergebouw dat Wijdenbosch laat neerzetten voor de conferentie van Caribische staatshoofden? Oh my God, hoe ironisch is dit alles. Terwijl de regering een glazen paleis uit de grond stampt voor mensen die een dagje overkomen, worden hongerstakende, huiszoekende kondremans (‘s lands kinderen) opgeruimd als lastige vliegen.

Ik heb nog meer beroerd nieuws voor u. Onder het menselijk ras bevindt zich uitschot van het allerlaagste allooi. Dat wist u waarschijnlijk al met al die kinderpornodealers die actief zijn op internet. Wel, van de week liep ik net het gebouw van radio Zon binnen voor een interview over kinderboeken en kinderrechten, toen een arts van de aidshulpverlening een bericht in de ether gooide. Er is een jongetje overleden aan aids. Dat is tragisch. Nog tragischer was de onthulling die hij deed op zijn doodsbed. Hij was opzettelijk besmet. Door een HIV-drager, een man met een broodjeszaak, met veel geld en een verziekte geest. Een man die er zijn missie van heeft gemaakt om zoveel mogelijk kinderlevens te vernietigen. Hij houdt er zelfs een dodenlijst op na. Het overleden jongetje heeft dat achterover kunnen drukken. Tweehonderd kinderen staan erop, met naam en toenaam, zijn sex-partners.

"Zou jij daar niet over kunnen schrijven," vraagt de interviewster me. Ik moet erover nadenken. Mijn boeken zijn vrolijk, de problemen zijn simpel en soms lekker ver weg. Indianenoorlog van twee eeuwen geleden, Anansi die niet te eten heeft, hebzuchtige piranha’s die maanstenen stelen van onschuldige spinnenmeisjes.

Dit verhaal is wat anders. Het maakt me bang, heel bang.

Previous Fayaston