De Surinaamse economie (productie-apparaat) was in de loop der tijden altijd gebaseerd op bescherming. Dat betekent, dat zodra men te maken kreeg met concurrentie, die men niet aankon, werd overgegaan tot het treffen van beschermende maatregelen. Zo werden vaker hogere invoerrechten geheven of een volledige restrictie toegepast op bepaalde goederen.
In de loop der tijden zijn hierdoor tal van industrieën
in Suriname ontstaan, terwijl ze in feite vanwege de kostenstructuur geen
recht van bestaan hadden. Door de toetreding van Suriname tot verschillende
internationale organisaties, zoals de CARICOM, kwamen vele beschermende
maatregelen weg te vallen. Nu zal moeten blijken, welke bedrijven recht
van bestaan hebben en welke niet.
BESCHERMING
Een voorbeeld daarvan is de productie van golfplaten,
bestemd voor dakbedekking. Aanvankelijk werden golfplaten ingevoerd en
moesten invoerrechten worden betaald. Op een goeie dag kwam iemand op het
idee een machine aan te schaffen, waarmee vlakke platen van golven konden
worden voorzien. Vervolgens werd ter bescherming van de lokale productie
van golfplaten de import van dit produkt verboden. Verder werd besloten
geen invoerrechten meer te heffen op de import van vlakke platen. Het gevolg
was, dat er niets meer aan de economie van het land werd toegevoegd, terwijl
slechts de producent inkomsten had.
SLECHT VOORBEREID
Wanneer Suriname zich aansluit bij een organisatie als
de CARICOM komen dergelijke bedrijven in problemen. In het specifieke geval
van Suriname is de aansluiting te abrupt geweest en hebben tal van bedrijven
zich niet voldoende kunnen voorbereiden op de nieuwe situatie. Daarnaast
zijn de bedrijvenorganisaties, de Associatie van Surinaamse Fabrikanten
en de Vereniging Surinaams Bedrijfsleven niet tijdig geconsulteerd.
DEVIEZENPROBLEEM
Suriname heeft een deviezen-probleem. Er is slechts één
manier, waarop dit probleem kan worden opgelost, namelijk zo veel mogelijk
deviezen ver-dienen en zo min mogelijk de-viezen uitgeven. Om dit te ver-wezenlijken
zullen goede strategieën moeten worden ontwikkeld, omdat er terdege
rekening mee zal moeten worden gehou-den, dat op goederen, die van-uit
CARICOM-lidlanden worden ingevoerd, geen invoerrechten mogen worden geheven,
terwijl voor goederen uit niet CARICOM landen het buitentarief geldt. Dit
brengt met zich mee, dat produkten uit niet-CARICOM landen vaak goedko-per
in aanschaf zijn, maar door de betaling van invoerrechten duurder op de
Surinaamse markt worden gebracht dan de produkten uit de CARICOM. Bijvoorbeeld
kan het gebeuren, dat lipstick in de Verenigde Staten van America voor
USD. 0,26 per stuk verkrijgbaar is. In Trinidad and Tobago, een CARICOM
lidland, kost het-zelfde product misschien USD. 0,40. Voor het product
uit de Verenigde Staten moet USD. 0,20 invoerrechten worden be-taald, terwijl
het product uit Trinidad and Tobago invoerrechtenvrij Suriname kan wor-den
binnengebracht. Uiteindelijk kost het Amerikaanse product in de winkel
in Paramaribo USD. 0,46 en het CARICOM product USD. 0,40.Het CARICOM product
is dus voordeliger voor de Surinaamse consument, maar heeft Suriname meer
dollars gekost. De extra kosten, die verbonden zijn aan het Amerikaanse
product worden namelijk in Surinaamse guldens voldaan. Dit voordeel zou
Suri-name ook kunnen trekken, indien er op grote schaal zou worden geëxporteerd.
Een bedrijf, dat erin geslaagd is de CARICOM markt te betreden, is CIC.
Echter heeft het bedrijf om deze positie te kunnen innemen, intern harde
maatregelen moeten nemen. Zo zijn bijkans tweehonderd werk-nemers de laan
uitgestuurd.
RIJSTSECTOR
De rijstsector bijvoorbeeld heeft zwaar te lijden gehad
van het antiproductie beleid, dat door de regering wordt gevoerd. Door
onder andere de verwaarloosde infrastructuur zijn de productiekosten van
rijst bijzonder hoog. Zelfs als zou worden getracht Surinaamse rijst af
te zetten op de CARICOM markt, waar de importeur geen invoerrechten hoeft
te betalen, zou blijken, dat rijst uit Thailand veel goedkoper is.
ONAANTREKKELIJK
In tegenstelling tot andere lidlanden van de CARICOM zijn Surinaamse exporteurs verplicht hun verdiende devie-zen af te staan aan de Centrale Bank van Suriname. Bij het uit-keren van de tegenwaarde aan de exporteurs, wordt dan de officiële bankkoers gehanteerd. Dezelfde exporteur zal voor de aanschaf van inputs tegen de koers, die op dat moment geld op de parallelmarkt, moet afrekenen. Als de Surinaamse overheid het export en productieregiem niet drastisch verandert, zal het voor Surinaamse producenten veel aan-trekkelijker zijn om bijvoor-beeld in Guyana of op Trinidad and Tobago te investeren. Na verloop van tijd zal Suriname helemaal geen industrie meer hebben, maar krioelen van dis-tributiecentra, van waaruit de goederen, die in een ander CARICOM lidland zijn gepro-duceerd, op de Surinaamse markt worden gebracht.
Minister Waldi Nain van Planning en Ontwikkelingssamenwerking heeft
afgelopen donderdag een motie van wantrouwen overleefd in de Nationale
Assemblée. De motie was door de oppositie ingediend, nadat ze tot
de conclusie was gekomen, dat de bewindsman had getracht het parlement
te misleiden. De minister zou moedwillig, in antwoord op vragen van oppositieleden,
verkeerde informatie hebben verstrekt. Nain overleefde de motie, omdat
de leden van de regeringscoalitie ertegen stemden. Overigens kon van deze
coalitie nauwelijks wat anders worden verwacht. Het was deze zelfde coalitie,
die indertijd het vertrouwen opzegde in de toenmalige voorzitter Hans Prade
van de Rekenkamer van Suriname. De reden: Prade was vervelend, want hij
had aan de gemeenschap verteld, dat president Wijdenbosch Sf. 26 miljoen
van hun belastinggeld had besteed aan de viering van zijn verjaardag. Deze
zelfde coalitie bepaalde, dat president Wijdenbosch jaarlijks Sƒ. 500 miljoen
op een geheime rekening moest ontvangen en daar geen verantwoording over
hoefde af te leggen. Dus is het niet verwachtbaar, dat deze coalitie moeite
heeft met misleiding van het parlement door een minister van Planning en
Ontwikkelingssamenwerking. Naar alle waarschijnlijkheid heeft de coalitie
ook helemaal geen moeite met de manier, waarop minister Dick de Bie van
Transport Communicatie en Toerisme het college de vorige week heeft misleid.
De minister deed dit bij de beantwoording van vragen met betrekking tot
het geschil tussen het Telecommunicatiebedrijf Suriname (Telesur) en ICMS.
Telesur was namelijk ertoe overgegaan de interconnectie met ICMS af te
sluiten, omdat dit bedrijf ruim een jaar niet had voldaan aan haar financiële
verplichtingen. Direct na de afsluiting werd de directie van Telesur door
minister De Bie opgedragen terstond de interconnectie weer open te stellen.Bij
de beantwoording van vragen over deze kwestie in De Nationale Assem-blée
verklaarde minister De Bie met ronde woorden, dat directeur Nardi Johanns
van Telesur op solotoer was geweest en bij de afsluiting van de interconnectie
volledig op eigen gezag had gehandeld, maar vooral buiten alle structuren
van het bedrijf om. De oppositie zal ongetwijfeld struikelen over de misleidende
mededelingen van de bewindsman. Verbaasd zal men zeker niet zijn, want
de periode van militaire dictatuur en mensenrechtenschendingen ligt nog
vers in het geheugen. Vooral de schendingen van het recht op vrije meningsuiting.
Trouwens iedereen kan zich nog als de dag van gisteren herinneren hoe gebouwen,
waarin media waren gehuisvest, met de grond gelijk werden gemaakt. De periode,
waarin censors op de redacties van nieuwsdiensten waren geplaatst om feiten
te verdraaien, is nog bekend. Dus waarom zou anno 1999 mogen worden verwacht,
dat feiten op een correcte manier worden weergegeven? De hieronder gepubliceerde
brief van de Raad van Commis-sarissen van Telesur aan de directeur van
dit bedrijf legt de misleiding van het parlement volledig bloot.
![]() |
![]() |
laughing stock
Een nieuwe congreshal, veel pracht en praal en de regeringsleiders van het Caribisch Gebied op bezoek. De internationale pers aanwezig, om het één en ander vast te leggen. Kortom, alle voorwaarden om een goede beurt te maken. Is dat in werkelijkheid wel het geval.
De CARICOM is momenteel een douane-unie, waarbij de lidstaten
onderling afspraken hebben met betrekking tot de onderlinge handel en de
heffing van invoerrechten. De landen van het Caribisch gebied willen naar
het voorbeeld van de landen van de Europese Unie geraken tot een situatie,
waarin de economieën van de verschillende lidstaten naar elkaar toe
convergeren. Men wil dus van een douane unie overstappen op een economische
unie en uiteindelijk een monetaire unie.
CRITERIA
Om dit doel te bereiken hebben de landen van de CARICOM
criteria vastgesteld, om tot de single market te kunnen toe-treden. Ten
eerste moet de monetaire reserve van een lidland voldoende zijn om de importen
van drie maanden te kunnen dekken. De wisselkoers moet tenminste drie jaren
stabiel zijn, met een bandbreedte van 1,5 procent, plus of min, dus hoger
of lager. Verder moet elk land een debt service ratio (jaarlijkse aflossing
van buitenlandse leningen in pro-centen van de deviezeninkomsten per jaar)
van maximaal 15 procent hebben.
VOORZITTERSCHAP
President Jules Wijdenbosch van Suriname is sinds 1 januari
1999 voorzitter van de CARICOM. Als leider van de organisatie moet Wijdenbosch
stimuleren dat het beleid, zoals uitgestippeld, wordt uitgevoerd. Verder
moet hij erop toezien, dat hetgeen is vastgesteld, wordt nageleefd. In
zijn hoedanigheid van voorzitter van de CARICOM zal Wijdenbosch de lidstaten
moeten oproepen een dusdanig beleid te voeren, dat aan de criteria voor
toetreding tot de single market wordt voldaan.
BESPOTTELIJK
Sinds 1 januari van dit jaar, en waarschijnlijk reeds lang daarvoor, dient Suriname, ons land dus, als de laughing-stock (voorwerp van bespotting) in het Caribisch gebied. In de persoon van president Jules Wijdenbosch maakt Suriname zich onsterfelijk belachelijk. Overigens niet voor het eerst. Iedereen kan zich goed herinneren hoe Suriname tijdens een CARICOM meeting per vergissing een document heeft ondertekend. Thans doet zich een situatie voor, waarbij de regeringleiders uit de lidstaten zichzelf nauwelijks kunnen bedwingen om niet in lachen uit te barsten, wanneer zij door hun voorzitter worden toegesproken. Want, op een gegeven moment zal hij hun wijzen op hun verplichtingen en de criteria om toegelaten te worden tot de single market even bena-drukken. De regeringsleiders van de lidstaten zullen het lachen niet meer kunnen bedwingen, wanneer de voorzitter wordt gevraagd hoe ver hij is met de voorbereiding van de toetreding van zijn land tot de single market. Het lachen gaat pas echt beginnen, wanneer de voorzitter van de CARICOM, de president van Suriname dus, zijn leden zal moeten aankijken en vertellen, dat zijn land op dit moment nauwelijks over een deviezenreserve beschikt, laat staan een deviezenreserve die voldoende is om de importen van drie maanden te kunnen betalen. Terwijl de CARICOM-criteria voorschrijven, dat de wisselkoers drie jaar stabiel moet zijn en een bandbreedte van 1,5 procent mag hebben, moet Wijdenbosch zijn leden met een stalen blik aankijken en vertellen, dat hij enkele weken geleden de munt-eenheid van zijn land heeft gedevalueerd en voor de vreemde valuta de marktconforme koers heeft geïntroduceerd. Daarbij dient hij ook nog te vertellen, dat de devaluatie niet zijn idee was, maar hem met geweld door zijn keel gedrukt werd door een internationale organisatie, nadat hij met de rug tegen de muur stond. Indien hij eerlijk is, vertelt hij erbij, dat op kunstmatige wijze hij de wisselkoers langer dan twee jaar stabiel heeft gehouden.De afgang van het Surinaamse staatshoofd wordt compleet, wanneer hij tenslotte de leden van de CARICOM zal moeten vertellen, dat zijn land dankzij zijn beleid, de limit, gesteld door de CARICOM ten aanzien van de service debt ratio, grandioos heeft overschreden, omdat de schuldenlast ver boven het vermogen van het land is gestegen. De vertegenwoordigers van de lidstaten van CARICOM zullen aandachtig naar de voorzitter zitten luisteren, om zich dan opgelucht te realiseren, dat het voorzitterschap slechts tijdelijk is. Want, hoe in godsnaam leidt deze voorzitter je naar het moment, waarop de Caribische landen moeten toetreden tot de Free Trade of the America's, de vrijhandelszone voor het gehele westelijk halfrond.