De British American Tobacco Company sluit haar deuren. Althans, voor wat de productie afdeling betreft. De BATCO staakt de productie van sigaretten in Suriname, hoewel het nog steeds de bedoeling is sigaretten op de markt te brengen. Hiertoe zullen de producten uit Trinidad and Tobago worden geimporteerd. In Suriname zal de BATCO zich beperken tot de import en distributie van die producten. Door het stopzetten van de productie-activiteiten zullen niet minder dan 58 personen hun baan kwijtraken. Weliswaar wordt tussen directie en vakbond van de BATCO thans gewerkt aan een goede afvloeiingsregeling. Het besluit tot het staken van de productie van sigaretten in Suriname is genomen, nadat was gebleken dat het goedkoper is sigaretten uit Trinidad op de markt de brengen, dan wanneer die lokaal worden geproduceerd. De sluiting van de productie afdeling van de BATCO illustreert het ,,productiegericht" beleid van ons land. Triester kan het niet. Alle investeringen, die in de toekomst mogelijk voor Suriname waren bestemd, zullen thans op Trinidad and Tobago worden gepleegd.
De regering Wijdenbosch heeft in de afgelopen periode allerlei methoden toegepast in haar streven een ander beeld te schetsen van de situatie in Suriname, dan die in werkelijkheid is. Eén daarvan was de vervanging van de voorzitter van de Rekenkamer. Hierdoor moest de gemeenschap verstoken blijven van informatie, over het verkwistend beleid dat door de regering is gevoerd.
Wat velen echter niet weten, is dat de regering in haar streven om een
vertekend beeld van de situatie te presenteren, het afgelopen jaar er zelfs
toe over is gegaan het Internationale Monetaire Fonds (IMF) te vragen,
geen missie naar Suriname te sturen voor een doorlichting van de economie.
Het IMF is op basis van artikel IV van haar statuten, verplicht, jaarlijks
een rapport uit te brengen over de economische situatie in de verschillende
lidlanden. Over Suriname is het vorig jaar geen rapport uitgebracht, omdat
van de Surinaamse regering een verzoek werd ontvangen om niet te komen.
De regering in Paramaribo begreep zelf dat de chaos, die is gecreëerd
niet één is om trots op te zijn. Vooral als in acht wordt
genomen dat het IMF zich in 1996 nog zeer lovend uitliet over de wijze
waarop de toenmalige regering en leiding van de Centrale Bank van Suriname
economiscje stabiliteit hadden bewerkstelligd. Als dus aan het IMF om uitstel
wordt gevraagd van het reguliere bezoek aan Suriname, dan moet de komst
van de missie zeer ongelegen zijn geweest voor de regering Wijdenbosch.
Maar, de realiteit is, dat je kan doen wat je wil, het IMF komt. Zelfs
al zouden bij de mysterieuze brand de vorige week in het ministerie van
Financien gegevens in de computer over staatsschuld verloren zijn gegaan,
het IMF komt. De gegevens zijn namelijk ook op andere plaatsen beschikbaar,
zoals bij de Centrale Bank en de Rekenkamer. Maar, zelfs het IMF behoort
over de gegevens te beschikken, want de lidlanden moeten aan een periodieke
rapportageplicht voldoen. Daarnaast heeft het Internationale Monetaire
Fonds voldoende technieken tot zijn beschikking om de grootte van de schuld
van een land vast te stellen. Je kan dus doen wat je wil, het IMF komt.
Klik voor scherp beeld |
Op bovenstaande kaart, vervaardigd door de landmeter Kalloe, is afgebeeld het terrein waarop het Technisch Opleidingscentrum van het Telecommunicatiebedrijf Suriname (Telesur) staat, aan de Anton Dragtenweg, ter hoogte van Morgenstond. Tevens is te zien dat het achterste gedeelte van het terrein opnieuw is uitgemeten. Dit gedeelte is door de overheid teruggenomen, als onderdeel van een overeenkomst met Telesur. Het telecommunicatiebedrijf zou in ruil hiervoor in aanmerking komen voor het terrein dat momenteel als parkeerplaats dient aan de Gravenstraat, allernaast het bestaande Telesurkantoor |
Op de Centrale Bank van Suriname is de algemeen secretaris een zeer
belangrijke functionaris. De betreffende persoon neemt een vertrouwenspositie
in en moet daarom zeer integer zijn. Jarenlang heeft bijvoorbeeld mr. Sam
Polanen de functie van algemeen secretaris op de Centrale Bank van Suriname
bekleed. Reeds enige tijd treedt de Nederlander Rob van den Heuvel op als
algemeen secretaris van de Centrale Bank. Hij werd door de huidige president,
die hem als zijn rechterhand beschouwt, in dienst genomen. (Voor
achtergrond informatie over de nieuwe algemeen secretaris, zie het volgende
artikel uit het Nederlandse blad Nieuwe Revue).
De Rekenkamerwet schrijft voor dat de Rekenkamer van Suriname belast is met het toezicht op het financieel beheer van de overheid. In dat kader schrijft diezelfde wet voor, dat leningen gesloten door de minister van financiën, pas rechtskracht hebben als ze bij de Rekenkamer van Suriname zijn geregistreerd. Thans doet zich het geval voor dat de minister van financiën niet slechts het leningenplafond heeft bereikt, maar het ook heeft overschreden. Op basis van de wet moet de Rekenkamer dus weigeren de leningen te registreren, althans voor zover die reeds ter registratie door de minister van financiën zijn aangeboden.
En toch zou, indien de Rekenkamer zich adequaat van de controlefunctie
kwijt, reeds melding van de geconstateerde overschrijding moeten zijn gemaakt.
Dat heeft Hans Prade vroeger wel gedaan en daarmee het voorbeeld gegeven
van hoe het moet. Maar ja, die is er niet meer als voorzitter. Met enorme
belangstelling wordt thans uitgekeken naar de registratie van de leningen
gesloten door minister Tjan Gobardhan van financiën door de Rekenkamer
van Suriname, onder Prades' opvolger.
TEGEN MUUR
VOLK IN DIEPSTE DAL
Ruim een week geleden heeft de officiële devaluatie van de Surinaamse gulden plaatsgevonden. De officiële wisselkoers van de Centrale Bank van Suriname werd losgelaten en sindsdien geldt een marktconforme koers. Bij de introductie van de nieuwe koers, die ineens steeg van Sf 396,- naar Sf 700,- voor een Amerikaanse dollar, werd door de president van de Centrale Bank van Suriname een zeer positief beeld geschetst.
Zo zou het loslaten van de koers, slechts met zich meebrengen, dat de inkomsten van de staat op jaarbasis met Sf 55 miljard zouden toenemen. De toelichting van de president van de Republiek Suriname was nog "geruststellender", omdat die het volk voorhield, dat er aan het loslaten van de wisselkoers geen consequenties verbonden waren. Na de mededelingen van de twee autoriteiten besloot een groot deel van de samenleving op uitbundige wijze de jaarwisseling te vieren. Per slot van rekening hadden de autoriteiten een uitstekend jaar in het vooruitzicht gesteld. Wat een aanzienlijk deel van de samenleving niet wist, is dat de beslissing om de koers te laten zweven, niet is genomen, nadat door de regering een studie was gemaakt en verschillende scenario's waren bedacht om de economie van het land gezond te maken. De waarheid is, dat de regering Wijdenbosch met het marktconform maken van de wisselkoers, niets anders heeft gedaan dan uitvoering geven aan een overeenkomst, die op 8 oktober van het afgelopen jaar, is getekend met de Inter American Development Bank. In die overeenkomst zijn een aantal voorwaarden opgenomen, waar Suriname aan moet voldoen om in aanmerking te komen voor de uitkering van een US$ 30 miljoen lening door de IDB. Het loslaten van de wisselkoers is daar één van. De introductie van de marktconforme wisselkoers heeft dus niets te maken met beleid, maar is gewoon uitvoering geven aan de eisen van de IDB.
Overigens staat de regering Wijdenbosch met de rug tegen de muur. De regering heeft alles wat de IDB door haar keel drukt maar te slikken, omdat een eventuele lening van deze financiële instelling nog de enige optie is, die ze heeft, om aan wat geld te komen. Vandaar dus, dat bij de introductie van de marktconforme wisselkoers, niet een pakket ondersteunende maatregelen is gepresenteerd, om eventeuele calamiteiten te voorkomen. In principe komt het erop neer, dat de regering de koers heeft losgelaten, zonder zelf te weten waarom. De maatregel is dus het klakkeloos uitvoeren van een eis van de IDB.
De koersontwikkeling de afgelopen week heeft dit glashelder aangetoond. De koers is op hol geslagen en de regering en de Centrale Bank weten zich geen raad met de ontstane situatie. Overigens is dat logisch, want de Centrale Bank heeft geen dollars om de koers, die bij de introductie van de marktconforme koers werd vastgesteld (1 US$ = Sf 700,-) te verdedigen. De richtkoers van de Centrale Bank steeg dan ook binnen een week naar Sf 735,- voor een Amerikaanse dollar. Op de zwarte markt ontstond een ware "wild west" situatie. De koersen voor de Amerikaanse dollar, de Nederlandse gulden en de Franse Franc stegen met meer dan 10 %.
Gisteren leverde de dollar niet minder dan Sf 850,- op. De koers beweegt
zich nog even hard in stijgende lijn en waarnemers voorspellen dat die
voor eind januari de Sf 1000,- zal zijn gepasseerd. Dit zal echter voorkomen
kunnen worden door ingrijpen van de Centrale Bank van Suriname. Als echter
bekend is dat het loslaten van de koers geen initiatief van de Centrale
Bank was, maar de uitvoering van een instructie van de IDB, dan hoeft een
der-gelijke ingreep niet te worden verwacht. Indien de Centrale Bank in
staat was in te grijpen, was dat de afgelopen dagen zeker gebeurd. Thans
moet het Surinaamse volk ervaren, hoe het slachtoffer wordt van een desastreus
beleid van een regering, die op cruciale momenten als het graf zwijgt.
Op dit moment zijn enkele wetsproducten in de maak, betrekking hebbende op de financiële sector in Suriname. De ontwerpwetten zijn geformuleerd door het Amerikaanse consultancy bureau Holland and Knight en verder bewerkt door de commissie onder voorzitterschap van Henry Wormer. De oppositie in De Nationale Assemblée heeft de historische taak om met alle haar ten dienste staande, middelen te trachten te voorkomen, dat de op tafel liggende ontwerpen worden verheven tot wetten. Het Surinaamse volk zal hierdoor worden behoed voor een ernstige vorm van beknechting.
De wetsontwerpen, die thans worden voorbereid, moeten, na de status van wet te hebben verkregen, voorzien in de vervanging van de huidige Bankwet, de Deviezenwet, de Wet op de Financiële Instellingen, de Wet op de verzekeringsmaatschappijen en de Wet op de Pensioenfondsen. Verder moet voorzien worden in een investeringswet.
ABSOLUTE DICTATUUR
De ontwerpwetten, zoals die thans op tafel liggen, hebben tot doel een absolute dictatuur van de Centrale Bank van Suriname in de financiële sector te vestigen.
Zo is bijvoorbeeld artikel 24 uit de Bankwet geschrapt. Onder het mom
van autonomie van de Centrale Bank van Suriname wordt hiermee de Centrale
Bank in de gelegenheid gesteld een beleid te voeren, zonder ook maar enige
bemoeienis van de regering of zelfs De Nationale Assemblée, als
hoogste college van staat. Indien de ontwerp Bankwet, zoals die thans op
tafel ligt, met succes door het parlement wordt gedrukt, zal de volksvertegenwoordiging
zichzelf de mogelijkheid hebben ontnomen om corrigerend op te treden, indien
door de Centrale Bank een beleid wordt gevoerd, dat niet in het belang
van het land is.
AFREKENING
Het hoofddoel, dat wordt nagestreefd met de nieuwe wetten, is naar alle
waaarschijnlijkheid een afrekening met de leden van de Bankiersvereniging.
Deze organisatie reageerde, overigens niet onterecht, indertijd niet bepaald
enthousiast op het voornemen van de regering, om André Telting te
vervangen als president van de Centrale Bank van Suriname, door Henk Goedschalk.
Op basis van de nieuwe wet, die binnenkort via de Staatsraad zijn weg naar
het parlement moet vinden, krijgt de Centrale Bank de bevoegdheid de vergunning
van een bankier in te trekken of te schorsen, zodra alleen maar de indruk
bestaat, dat die zich niet helemaal aan de voorschriften houdt. Daarnaast
zullen de bankiers verplicht worden gesteld alle informatie terstond aan
de Centrale Bank af te staan, zodra daar om gevraagd wordt.
STRIJDIG MET GRONDWET
Enige tijd geleden ging de leiding van de Centrale Bank van Suriname
ertoe over, het hoofd van de afdeling Voorlichting te ontheffen. De betreffende
functionaris besloot toen de Centrale Bank voor de kortgedingrechter te
slepen. Om zulke zaken in het vervolg te voorkomen, is in de nieuwe wet
opgenomen, dat de president van de Centrale Bank van Suriname het personeel
benoemt en ontslaat, zonder dat daarbij rekening dient te worden gehouden
met welke wettelijke regeling dan ook. Indien het wetsontwerp inderdaad
door De Nationale Assemblée wordt goedgekeurd, zal Suriname beschikken
over een wet, die in strijd is met de grondwet, diverse andere wettelijke
regelingen en internationale verdragen, die door Suriname zijn geratificeerd.
KREDIETCOÖPERATIES
De nieuwe wetgeving moet, als wordt uitgegaan van de concepten, die er thans liggen, een concentratie van de macht in de financiële sector bij de Centrale Bank bewerkstelligen. Zelfs de kredietcoöperaties dreigen hiervan het slachtoffer te worden. De bestaande kredietcoöperaties zullen opnieuw een vergunning moeten aanvragen, terwijl slechts de president van de Centrale Bank van Suriname zal bepalen of de organisatie weer in aanmerking komt voor een vergunning, maar bovenal, welke de nieuwe voorwaarden zijn bij een eventuele goedkeuring. Het is dus een dringende noodzaak, dat de oppositie in het parlement haar verantwoordelijkheid tegenover land en volk beseft en voorkomt, dat de bestaande wetsontwerpen ooit de status van wet krijgen.
ECONOMISCHE
CRISIS DOOR ONDESKUNDIG BELEID
Samenhang
Deze probleemvelden hangen met elkaar samen en zullen ook in
samenhang opgelost moeten worden. Het is bijvoorbeeld niet mogelijk om
alle aandacht te richten op economische groei zonder tegelijkertijd aandacht
te besteden aan oplossing van de sociale crisis. Op dezelfde manier zal
oplossing van de sociale crisis niet mogelijk zijn zonder duidelijke maatregelen
op het economisch en bestuurlijk vlak waardoor zinvolle arbeidsplaatsen
gecreëerd worden. Evenzo is het duidelijk dat als er geen politieke
rust en orde is, er ook geen sprake kan zijn van sociale rust en orde.
De verschijningsvormen van de crisis hangen dus nauw met elkaar samen.
Totale crisis
Wat is het probleem ? Op geen van de drie genoemde gebieden is na mei
1996 rust en orde behouden gebleven. De toen bestaande orde werd stelselmatig
aangetast. Het begon met uitholling van de positie van de ministers nadat
het kabinet aantrad, de aantasting van de onafhankelijkheid van de rekenkamer,
een groeiend begrotingstekort en de aanvang van inflatie en koersstijgingen,
de ontaarding van de Centrale Bank en de Nationale Assemblée tot
verlengstukken van de Regering in plaats van kritische onafhankelijke instituten,
manipulatie van de publieke opinie en als dieptepunt in de rechtspraak
sinds de periode 1980-1987, de aantasting van de integriteit van de rechterlijke
macht. De huidige situatie is in alle opzichten zorgwekkend.
Schade door koers-koppigheid
De economische structuur is verzwakt ten opzichte van 1996. De
acties in de rijstsector zijn achter de rug maar er is geen sprake van
structurele maatregelen die getroffen zijn. De bauxietmaatschappijen hebben
kenbaar gemaakt dat zij geen deviezen meer zullen overmaken vanwege het
langdurig handhaven van een onrealistische koers. In de bakoven-, garnalen-
en visserijsectoren is sprake van ernstige afzetproblemen die thans reeds
langer dan een jaar duren. Hetzelfde geldt voor de afzet van groente en
fruit die nagenoeg stil is komen te vallen. De pogingen tot politieke interventies
bij Staatolie die niet in het belang van het bedrijf waren, hebben geleid
tot ernstig produktieverlies.
De verwachting is dan ook dat de groei van het Bruto Nationaal Produkt
dit jaar negatief zal zijn. Reeds in maart van dit jaar werd een negatieve
groei van 2% verwacht op basis van de toen beschikbare gegevens. In belangrijk
mate werd dit bepaald door een scherpe achteruitgang in de landbouw (40%
minder inzaai van het rijst-areaal) alsook een grote teruggang in de industrie.
Producenten moeten hun dollars tegen een onrealistische koers afrekenen;
zowel de rijstsector als de mijnbouwsector hebben hier ernstige signalen
over laten horen. Het gevolg zal zijn dat er in 1998 ook minder export
zal zijn geweest. De grote tegenstrijdigheid die hierbij speelt is dat
er enerzijds een ernstig deviezenprobleem bestaat, terwijl anderzijds produkten
niet geëxporteerd kunnen worden.
De regering veroorzaakt prijsstijgingen
De overheid geeft veel meer geld uit dan ze verdient. De belangrijkste inkomsten van de overheid komen uit belastingen en accijnzen. Hierbij moet worden aangetekend dat er reeds sprake is van een overmatig hoge belastingdruk, de hoogste in het Caraïbisch Gebied. Hierdoor worden gezinnen in problemen gebracht maar ook bedrijven worden benadeeld omdat ze een onevenredig deel van de inkomsten moeten overdragen aan de overheid waardoor de continuïteit van de produktie en dus de bedrijven in gevaar komt. Alarmerend hierbij is dat er signalen gegeven worden om de belasting nog eens te verhogen en zo meer geld voor de overheid te verkrijgen.
Aan de andere kant geeft de overheid voortdurend zoveel geld uit, dat
de staatskas continu leeg is. Belangrijke uitgave-posten zijn, de bouwkosten
voor de bruggen, de aanschaf van Spaanse marineschepen, de aanschaf van
Chinese huizen (terwijl lokale houtbedrijven links gelaten worden) en niet
te vergeten de veelvuldige buitenlandse reizen. Hierbij moet worden opgemerkt
dat aan de produktie geen aandacht wordt gegeven. Het begrotingstekort
ontstaat door het uitgave patroon van deze overheid en zal dit jaar dan
ook sterk oplopen in plaats van afnemen waardoor prijs- en koersstijgingen
nog meer aangewakkerd zullen worden. De overheid is hierdoor de schuldige
aan de voortdurende waardedaling van de Surinaamse gulden en de stijging
van de prijzen. Niet de winkeliers, cambio's, bedrijfsleven of banken zijn
de schuldige, het is de overheid die maakt dat de Surinaamse gulden
elke dag minder waard wordt en de prijzen blijven stijgen. De door
de overheid uitgegeven guldens hebben namelijk geen enkele waarde; er staat
geen produktie tegenover, integendeel, de nationale produktie gaat zelfs
ernstig omlaag.
De regering veroorzaakt koersstijgingen
Maar het begrotingstekort leidt ook tot sterke koersstijgingen. Het
bestedingspatroon van de overheid leidt tot grote deviezen-uitgaven, voor
bijvoorbeeld geïmporteerde bruggen, geïmporteerde huizen inclusief
de arbeiders en geïmporteerde schepen alsook buitenlandse reiskosten.
Hierdoor leidt het begrotingstekort niet alleen tot prijsstijgingen van
alle levensmiddelen, maar ook tot sterke stijgingen van valuta-koersen,
want de valuta die de overheid wil gebruiken zijn opgemaakt en niet meer
aanwezig. De koersstijgingen leiden op hun beurt weer tot prijsstijgingen
waardoor de samenleving in een spiraal van prijsstijgingen en verdere inflatie
is gebracht. Tussen mei 1996 en december 1998 heeft de koers voor de Amerikaanse
dollar zich als volgt ontwikkeld:
Deviezenreserves opgemaakt: stabilisatie niet mogelijk
De koers voor de Amerikaanse dollar is dus vanaf mei 1996 gestegen met
98% van deze koersstijging heeft 78% zich in dit jaar voltrokken. De bandbreedte
voor de toelaatbare afwijking van de parallelkoers en de officiële
koers van 5-7,5% is al lang verlaten. De cambio's en de banken hebben een
groot tekort aan valuta terwijl algemeen bekend is dat sommige cambio's
bevoordeeld worden. De deviezenreserves zijn opgemaakt waardoor de Centrale
Bank de koersen niet kan stabiliseren. Thans zal een deel van de IDB lening
ingezet worden om dit te bereiken. Deze lening zal terugbetaald moeten
worden. Verder is het ook weer zo dat er verschillende koersen bestaan.
Met andere woorden ook de unificatie van de wisselkoersen in 1994 is teniet
gedaan. Er bestaan minstens 3 koersen te weten de officiële van 396
welke totaal onrealistisch is, de interventiekoers en de parallelmarkt-koers.
Groeiende inflatie
Inflatie is een belangrijk meetpunt voor financiële en sociale
stabiliteit. In maart van dit jaar voorspelde het IMF een inflatie van
25%, indien de koersen stabiel zouden blijven. Wij hebben aan de lijve
ondervonden dat dit laatste niet het geval is geweest en dit jaar zal afgesloten
worden met een forse inflatie. De volgende gegevens laten de inflatieontwikkeling
zien van de afgelopen 3 jaren en laten een inflatie zien die elk jaar groter
wordt.
Inflatie 1996 1%
Inflatie 1997 17%
Inflatie 1998 > 25% (waarschijnlijk 50% of meer)
Sociale gevolgen
De sociale gevolgen zijn niet uitgebleven. Beloningsverhoudingen bij
de overheid zijn geheel verstoord, de armoede neemt toe en daardoor ook
de misdaad. De kloof tussen arm en rijk is groter dan ooit, er is een gebrek
aan medicamenten en de gezondheidszorg is onbereikbaar geworden voor velen.
Ook hier moet geconstateerd worden dat de resultaten die in 1995 bereikt
waren, vernield zijn.
En hoe minder deviezen, hoe meer de Centrale Bank geneigd zal zijn over
te gaan tot regulering en controle van deviezen waardoor weer de parallelmarkt
gevoed wordt. Wat hier gezien wordt, is dat op het moment dat de eerste
stap op het verkeerde pad gezet wordt het vrijwel niet meer mogelijk is
om goed beleid te voeren.
Opnieuw unificatie noodzakelijk
Het IMF adviseerde om maatregelen te treffen welke enige jaren geleden
reeds met succes waren genomen maar waarvan de resultaten thans zijn weggemaakt.
Één van de eerste en belangrijke maatregelen bestaat uit
een opnieuw unificeren van de wisselkoers en de verwijdering van de inleveringsplicht
van deviezen.
Begroting MOET evenwichtig gemaakt worden
Verder wordt ernstig geadviseerd om een gedisciplineerd begrotingsbeleid
te voeren, dus de begroting in evenwicht te brengen. Dit wil zeggen dat
de uitgaven beperkt moeten worden en de buitenlandse leningen worden gestopt
ter versterking van de deviezenpositie.
Onafhankelijke deskundige Centrale Bank nodig
Een verder essentieel advies is het herstellen van een onafhankelijke
deskundige en gedisciplineerd Centrale Bank.
Stabiliseer de koersen
Het advies wordt verder gegeven om de koersen te gebruiken als anker
voor alle prijzen. Met andere woorden als de samenleving in staat is om
de koersen stabiel te houden, zullen daardoor ook de lonen en prijzen gestabiliseerd
kunnen worden waardoor er rust in de samenleving gebracht kan worden. Deze
maatregelen zijn genomen geweest en hebben in 1995 en 1996 geleid tot een
ordelijke en groeiende economie. Doch de resultaten zijn sinds mei 1996
geheel afgebroken terwijl opeenvolgende IMF adviezen sindsdien niet zijn
opgevolgd.
Als we de huidige economische situatie moeten toetsen aan de 5 universele
economische doelstellingen blijkt dus het volgende.
|
BEPALING HUIDIGE ECONOMISCHE POSITIE |
|||
| Doelstelling | Huidige situatie | Beoordeling | |
| 1 | Economische groei (3%) | Negatieve economische groei van >2% |
|
| 2 | Evenwicht op de betalings balans | Import > export, deviezenreserves opgemaakt, onevenwichtige balans |
|
| 3 | Stabiel prijspeil | Groeiende inflatie en koersontwikkelingen |
|
| 4 | Werkgelegenheid | Import van materialen en arbeid uit het buitenland; verwaarlozing produktie en werkgelegenheid |
|
| 5 | Inkomensverdeling | Kloof tussen arm en rijk groter dan ooit. Enerzijds schrijnende armoede, anderzijds schreeuwende rijkdom |
|
Op alle economische doelen scoort Suriname binnen twee jaren negatief
tot zeer negatief. Dit was niet nodig geweest. Want vóór
mei 1996 was er een goede basis opgebouwd.
|
|
|||
| Economisch doel | Situatie 1995 | Situatie 1998 | |
| 1 | Economische groei 3% | BBP groeit met 5,2% en maakt hierdoor Suriname tot de snelst groeiende economie in het Caraïbisch Gebied. Dit kan mede dankzij particuliere investeringen in landbouw (rijst en tuinbouw), mijnbouw (goud) en industrie. Melkveeproduktie groeit met 10-15%. Industrie groeit met 3,5%. | Negatieve economische groei. Rijstsector in problemen. Bakoven, garnalen, vis en tuinbouw hebben marktproblemen die niet opgelost worden. Politieke interventies bij Staatsolie met produktie-verlies als gevolg. |
| 2 | Evenwicht op de betalingsbalans | Meer export dan import waardoor een behoorlijke deviezenreserve werd opgebouwd, onder liberale marktomstandigheden. Versterking van monetaire positie en kredietwaardigheid van Suriname. Goudexportwaarde geschat op US $ 150 miljoen. Rijstexport groeide in 1993 met 10,5% in 1994 met 9%, de waarde groeide in deze jaren met 25% resp. 12,2%. | Onevenwichtige betalingsbalans:
Import groter dan export. Deviezenreserves opgemaakt. Export belemmerd door vergunningen- en koersenbeleid. Rijstexportdaling geschat op 40%. |
| 3 | Stabiel prijspeil | Stabiele voorspelbare prijzen en koersen. Vertrouwen in de Surinaamse gulden en vrije beschikbaarheid van valuta op liberale markt. | Groeiende inflatie en koersstijgingen, het ontstaan van multipele koersen en marktvreemde valuta-toewijzingen. |
| 4 | Werkgelegenheid | Geen onmiddellijke resultaten. Wel goed tripartite overleg tussen overheid, bedrijfsleven en vakbeweging. Tal van projecten in de startblokken voor uitvoering in 1996. | Algehele verstoring van de relatie door regering met overige sociale partners. Import van Chinese arbeiders en materialen voor woningbouw terwijl nationaal de werkloosheid groeit. Verstoring van de relatie met donoren waardoor investeringen werden stopgezet. |
| 5 | Inkomensverdeling | Herstel van het reëel inkomen en de koopkracht, bereikbaarheid en beschikbaarheid van de medische zorg, aanvang herstel sociale zorg (zoals KB en AOV). | Onteigening van de samenleving en de armen en overdracht aan enkele bevoorrechten: Stalweide, MCP, SPGC. |
De bovenstaande 1995 gegevens zijn verkregen uit IDB en WRI rapportages.
De vergelijking spreekt voor zich. Niet alleen in economische zin maar
ook in de sociale sfeer waren belangrijke verbeteringen merkbaar. Zo ontstond
herstel van de koopkracht waardoor gezinnen wederom in staat waren een
bepaald minimaal niveau van levensonderhoud te bereiken. De gezondheidszorg
werd hersteld wat zichtbaar was in de beschikbaarheid van medicamenten,
de verbeteringen in de gezondheidszorg in de districten en de toegankelijk
van de gezondheidszorg. Met correcties van sociale uitkeringen waaronder
AOV kon een aanvang gemaakt worden. Deze sociale maatregelen konden op
duurzame wijze getroffen worden, mede omdat het economisch herstel de financiële
moegelijkheden en condities creëerde om dit te kunnen realiseren.
De huidige situatie wordt genoeg gekenmerkt door een zware erosie van de
koopkracht en het onbereikbaar worden van het gezondheidszorg.
Offers voor niets geweest
De offers die deze samenleving had gebracht om te komen tot herstel
in 1995 en 1996, schijnen voor niets geweest te zijn; de samenleving stevent
regelrecht af op een nog grotere crisis. Deze is op verschillende redenen
ernstiger dan de crisis die wij achter de rug hebben en wel om de volgende
redenen.
Stelen van onze kinderen
Voor het huidig stabilisatie programma zal een IDB lening benut worden;
deze zal terugbetaald moeten worden. Het vorig stabilisatie programma betrof
geen lening. Met andere woorden, wij zullen ons nageslacht opzadelen met
het terugbetalen van de lening omdat deze regering niet de discipline kon
opbrengen om de begroting in de hand te houden.
Consensus en confrontatie
Het vorige stabilisatie programma was in redelijke mate doorgepraat
met de samenleving en in overleg met sociale partners voorbereid en uitgevoerd.
Het kon steunen op een breed maatschappelijk draagvlak. Deze conditie ontbreekt
thans. Het huidig kabinet maakt geen draagvlak, voor welk programma dan
ook. Het is goed om vast te stellen dat de crisis niet slechts oppositie-leden
treft maar ook gros van degenen die hun vertrouwen hadden gesteld op dit
kabinet. Het zijn slechts enkelen die profiteren ten koste van de samenleving.
Creëer sociale stabiliteit en consensus
Op de eerste plaats zal gezorgd moeten worden voor rust en orde in de
samenleving (de oplossing zal helaas weer pijn doen). Breng breed overleg
en overeenstemming tot stand. Kernbegrippen hierin zijn, een breed draagvlak,
goed overleg met de oppositie, harmonie met bedrijfsleven en vakbeweging,
en het doorpraten van en het bereiken van overeenstemming over het herstelprogramma
met de samenleving en de sociale partners. Geen enkel economisch programma
kan goed worden uitgevoerd als niet aan deze voorwaarde is niet voldaan.
De ervaringen zijn overigens hoopgevend.
Creëer monetaire stabiliteit
De volgende fase bestaat uit het stabiliseren van de monetaire situatie.
Deze fase moet een gezond en stimulerend monetair raamwerk verschaffen
waarbinnen economische ontwikkeling zich volgens economische principes
kan ontwikkelen. Onderdelen hiervan zijn, stabilisatie van de koers, versterking
van de leiding van de Centrale Bank met deskundigen en het toestaan dat
deze Bank het nationaal vertrouwen herwint door zich als integere, onafhankelijke
en deskundige monetaire autoriteit op te stellen. Ook voor deze fase geldt
dat de ervaringen tot nog toe weinig redenen tot hoop geven.
Voer een economisch herstelprogramma uit
Hef de knelpunten van bestaande produktie op. Hierdoor krijgt de economie
op korte termijn sterke positieve impulsen en kan herstel ingezet worden.
De ervaringen van 1995 en 1996 hebben aangetoond dat de resultaten vrij
snel bereikt kunnen zijn indien de juiste maatregelen onder juiste omstandigheden
worden genomen. Voorwaarde is dat er zowel goed overleg is met de sociale
partners. Dit ontbreekt.
Voor deze fase worden de volgende zeer voor de hand en eenvoudige maatregelen
aanbevolen.
Voer een programma uit tot economische groei
Stel het economisch groeiprogramma op waarin strategische keuzen gemaakt
worden voor de toekomstige ontwikkelingen die rekening houden met nationale
en internationale wijzigingen. Spreek het programma vooraf goed door met
financieringsinstellingen en donoren waardoor de voorbereiding realistischer
kan plaatsvinden. Kernbegrippen hier zijn, planmatigheid, uitvoeringscapaciteit,
financiering, monitoring en deskundigheid.
De hamvraag is of de regering bereid en in staat is om de maatregelen
te treffen tot het herstel van de economie. Het handelen tot nu toe geeft
weinig redenen tot hoop.
11 december 1998