VERHOGING OMZETBELASTING IS GRONDWETSSCHENDING

De regering Wijdenbosch heeft de tarieven van de omzetbelasting per 1 april 1999 verhoogd. De zoveelste regeringsmaatregel, die de koopkracht van de bevolking vermindert, maar vooral onvriendelijk naar de producenten toe is, is daarmee een feit. Het is daarom goed om na te gaan, wat er precies aan de hand is. In elk geval staat vast dat de geld-behoefte van de regering dusdanig groot is, dat opnieuw niet geschroomd is de Grondwet van de Republiek Suriname te schenden.
 
 

Artikel 155 van de Grondwet van de Republiek Suriname luidt alsvolgt:

  1. Belastingen worden geheven krachtens de wet, welke wet de belastingdruk, de tarieven, vrijstellingen en waarborgen voor belastingplichtigen regelt.
  2. Geen privileges op het stuk van belastingen wordt verleend, anders dan krachtens de wet.


BIJ WET
Uit het eerste lid van dit artikel blijkt, dat tarieven voor welke belasting dan ook, bij wet moeten worden vastgesteld. Aangezien ingevolge artikel 69 van de Grondwet van de Republiek Suriname de wetgever de bepalingen daarvan in acht moet nemen, kan derhalve de wetgever de vaststelling van tarieven niet aan de regering overlaten. Het bepaalde in artikel 3 van de Wet Omzetbelasting, namelijk dat bij Staatsbesluit het tarief voor de omzetbelasting kan worden gewijzigd, is dan ook in strijd met de grondwet en mist derhalve elke rechtskracht. De consequentie van het voorgaande is duidelijk:

  1. Het besluit verhoging tarief omzetbelasting waarbij het tarief van de omzetbelasting op diensten en goederen werd verhoogd naar 7 respectievelijk 9%, is ook in strijd met artikel 155 van de Grondwet van de Republiek Suriname. Derhalve is het onverbindend en rechtens van onwaarde.
  2. Ten aanzien van het Staatsbesluit van 18 maart 1999 aangeduid als besluit verhoogd tarief omzetbelasting voor goederen geldt het volgende:
Aangezien dit artikel van dat Staatsbesluit ook tarieven voor omzetbelasting vaststelt is het op grond van het voorgaande ook onverbindend en rechtens van onwaarde. Maar het is nog op andere grond onverbindend en rechtens van onwaarde, namelijk wegens strijd met artikel 3 lid 1 van de Wet Omzetbelasting. Die bepaling kent namelijk alleen maar het begrip goederen en maakt geen onderscheid tussen goederen en diensten naar hun economische of maatschappelijke waarde, noch laat het de mogelijkheid open dat onderscheid te maken.







DESI vs BOSJE, EEN TITANENSTRIJD

Als basis aan het ontslag van de Adviseur van Staat Desi Bouterse ligt de machtsstrijd tussen hem en president Wijdenbosch. Deze strijd is begonnen in hun partij, de NDP, zij het dat hij daar een beetje latent aanwezig was. Uit nood is er een figuur ontstaan. De situatie rond partijvoorzitter Bouterse, heeft gemaakt dat hij altijd de sterke was, maar genoodzaakt was voor formele functies iemand anders aan te wijzen.

Zo ook bij de algemene verkiezingen in mei 1996 en de presidentsverkiezingen kort daarna. Ondanks zijn mededelingen, dat hij geen formele functies ambieert, is zijn bijzondere aspiratie, het land te leiden vanuit een positie die is verworven na democratische verkiezingen, alom bekend. Het feit dat Jules Wijdenbosch bij de verkiezingen van 1997 naar de voorgrond werd geschoven, moet dan ook tegen deze achtergrond worden bekeken. Geheel onverwachts werd het presidentschap prompt door Wijdenbosch ingevuld. Bouterse ging er echter vanuit, dat de functie voor hem voorbestemd was. Wijdenbosch werd dan ook gezien als overgangspresident, maar liet al gauw genoeg blijken dat hij er was om aan te blijven. Dat bleek uit de wijze waarop hij zijn positie verstevigde middels staatsbesluiten en de uitleg, die hij gaf over zijn positie als sterke president.
 
 

VERSCHILLENDE ASPECTEN
De machtsstrijd tussen Desi Bouterse en Jules Wijdenbosch heeft zich in de afgelopen twee jaren geopenbaard in een aantal aspecten.

1. Bouterses' bijzondere aspiratie om als leider op te treden, vanuit democratische verkiezingen, terwijl Wijdenbosch zijn positie blijft uitbouwen

2. Bouterse is in een strafproces met de Nederlandse justitie verwikkeld. Blijkbaar gelooft hij, dat Wijdenbosch en zijn regering een geheime afspraak met Nederland hebben, met betrekking tot uitlevering, danwel afzwakking van zijn politieke machtspositie. Van Bouterse is trouwens bekend, dat als hij iemand wantrouwt, daar niet gemakkelijk verandering in komt.

3. De economische belangen binnen de NDP en binnen de regering. Deze belangen worden behartigd door groepen, geleid door Bouterse en Wijdenbosch. De beide groepen vinden dat de koek niet op de juiste manier wordt verdeeld.
 
 

WISSELENDE SLAGEN
De strijd tussen Wijdenbosch en Bouterse voltrekt zich met wisselende slagen. Om de beurt zijn zij in opmars en in neergang. Zo moet worden geconcludeerd dat de benoeming van de Adviseur van Staat plaatsvond in een periode toen Bouterse in opmars was en Wijdenbosch in neergang, gegeven het feit, dat verschillend uitleg is gegeven aan de motieven die ten grondslag van de benoeming hebben gelegen. Bouterse legde uit dat zijn benoeming tot Adviseur van Staat was bedoeld als een signaal aan Nederland. Een signaal dus van onschendbaarheid en bescherming. Wijdenbosch aan de andere kant gaf aan, dat de instelling van het ambt, noodzakelijk was gebleken om burgers, die op bijzondere wijze zich dienstbaar hadden gemaakt voor het land, in staat te stellen hun kennis en ervaring aan te wenden. Uitgaande van Bouterses' redenering kan dus worden geconcludeerd dat hij een ontslag als Adviseur van Staat, beschouwt als het wegvallen van de bescherming, hetgeen wordt gezien als een vogelvrij-verklaring.
 
 

MACHTSMISBRUIK
Het was reeds geruime tijd duidelijk, dat Bouterse vond dat Wijdenbosch gebruik maakt van zijn staatsmacht om voor zijn groep een groter stuk van de koek op te eisen.

Uiteindelijk ging Bouterse ertoe over, het beleid van Wijdenbosch te bespreken. Dit, in een poging de drie eerder genoemde aspecten te veredelen. Overigens ging de voorzitter van de NDP pas tot bespreking van het beleid over, nadat grote delen van de samenleving het beleid hadden afgewezen, en het regeerteam een gebrek aan kennis hadden verweten. Als leider van een partij, kwam Bouterse steeds meer tot het besef, dat de ontevredenheid onder zijn leden groeiende was. Hij kon dus niet anders dan mee te zingen in het koor.

Bouterse moest overgaan tot kritiek op de regering, omdat hij moeilijk, kon aangeven waar het eigenlijk om gaat in de strijd met Jules Wijdenbosch. Daarnaast kwam Bouterse steeds meer tot het besef, dat het convent van voorzitters van de regeringspartijen een steeds minder belangrijke rol ging vervullen. De bespreking van de president en zijn beleid heeft Bouterse op een zodanige manier gedaan, dat het staatshoofd niets ander kon doen dan hem de wacht aanzeggen, met alle politieke gevolgen van dien. Anders zou hem niets anders resten dan de rol te spelen, die Bouterse hem had toebedeeld.
 
 

ONTACTISCH
Wanneer de president van oordeel was dat het optreden van Desi Bouterse zodanig was, dat hij het staatsadviseurschap misbruikte om hem te bestrijden, had hij tactischer moeten optreden. Hij zou Bouterse in de positie van Adviseur van Staat moeten dwingen, zelf ontslag te nemen. Maar hem ontslag geven, met deze motieven, die alleen tot oneervol ontslag kunnen leiden, op dat tijdstip en op deze wijze, kan in de politiek slechts tot verdere desintegratie leiden en verdere afbrokkeling van het broze fundament van Wijdenbosch zelf.









WIE DE BAL KAATST ...

President Jules Wijdenbosch heeft blijkbaar door, dat het plotseling ontslag, dat hij Adviseur van Staat, Desi Bouterse heeft verleend tot zijn eigen ondergang zal leiden. Vandaar dat het staatshoofd, overigens zoals gebruikelijk in tijden van nood, een politieke worst naar de gemeenschap heeft gezonden, met de aankondiging van een nieuw beleid "Pragmatiek in Realiteit". Deze keer gaat het om een zeer magere worst. De president geeft met "Pragmatiek in realiteit" toe, dat het beleid van de regering volledig is vastgelopen.

De verklaring van het Kabinet van de President meldt onomwonden, dat het beleid van de regering Wijdenbosch niet pragmatisch en ontbloot van alle realiteitszin is. Dus de zogenaamde reconstructie, die we overigens nooit hebben gezien, gedoemd was schipbreuk te lijden. Dat kon ook niet anders, omdat die reconstructie gestoeld was op een Meerjaren Ontwikkelingsprogramma, als strategisch ontwikkelingsprogramma van het Nieuw Front. Dit programma van het Nieuw Front was doorspekt van een Surinaams Structureel Aanpassingsprogramma, dat categorisch van de hand werd gewezen door Jules Wijdenbosch en zijn regering. De president heeft in de verklaring eerder deze week aangegeven, de regering te zullen evalueren. Nagegaan zal worden of dit kabinet in staat is "Pragmatiek in Realiteit" te realiseren. Wat de president daarmee onthult, is dat Suriname sinds september 1996 is geregeerd door een team, dat niet in staat is gebleken, een beleid dat gebaseerd is op pragmatiek en realiteit, uit te voeren. Hardnekkige geruchten doen de ronde dat er op grootscheepse wijze schoon schip zal worden gemaakt. Als wordt uitgegaan van de visie van de president op het staatsbestuur, de inrichting en verhoudingen, dan zou hij bij zichzelf moeten beginnen. Immers heeft hij altijd aangegeven dat het gaat om de regering "onder zijn leiding" en dat hij alles bepaalt. Als het beleid dus heeft gefaald, dan is hij de ziekteverwekker. Hij zegt nu, na dit altijd te hebben ontkend, niet over een meerderheid te beschikken en dus geen daadwerkelijk draagvlak te hebben. De president schrijft zelf dat uit hoofde van solidariteit, dat draagvlak zal worden gezocht bij de burgers, de politieke partijen en de maatschappelijke groepen.









Koerzen:(Ingezonden)

Gaarne vraag ik uw aandacht voor een door mij geconstateerde vorm van misleiding en verstrekken van verkeerde informatie over de financiële situatie van ons land, welke hoogst waarschijnlijk uitgaat van de Centrale Bank van Suriname naar 't internationale circuit toe;
 
 

Op woensdag 31 maart 1999 verscheen in het veelgelezen Braziliaanse dagblad Gazeta Mercantil, in de afdeling die betrekking heeft op Finanças & Mercados (= Financiën en Markten), onder de kop "Cambio (= koersen), de koersnoteringen die werden verstrekt op 30-03-99 door de Braziliaanse Centrale Bank voor de munteenheden van de verschillende landen.
 
 

Is het geen schandaal dat zoals U op de bijlage kunt zien, aangegeven door pijltjes dat volgens gegeven op de internationale markt de Surinaamse gulden (Florim Suriname) per die datum nog steeds staat genoteerd voor US$ 1.00 = SRG 400, 198 (aankoop) en SRG 401,802 (verkoop). Dit alles terwijl onze gulden sinds januari is gedevalueerd naar boven de SRG 700 per US$.
 
 

Denkt U niet dat Suriname als de grote leugenaar uit de bus zal komen als iemand in het buitenland de Centrale Bank aldaar zou wijzen op de foutieve, c.q. valse informatie die verstrekt wordt? Misschien kan een uwer lezer die meer verstand heeft van het Bankwezen dan de ondergetekende een plausibele uitleg geven en ons vertellen op welke manier Suriname er baat bij zou hebben om valse informatie de wereld in te sturen.
 
 

W. M. Dankfort
 
 

Noot van Inside Stories

Het feit dat de oude koers wordt gepubliceerd, kan niet zonder meer worden toegeschreven aan misleiding van de Centrale Bank van Suriname. Het is namelijk geen gebruik dat de Centrale Bank van Suriname dagelijks koerslijsten naar het buitenland stuurt en zeker niet naar Brazilie. Nu bekend is dat in de Gazeta Mercantil een verkeerde koers wordt gepubliceerd, zou de Centrale Bank kunnen ingrijpen en de correcte koers kunnen opsturen. Dat het schort aan de voorlichting van de Centrale Bank van Suriname, met betrekking tot de koersen is een feit.