Het is publiek geheim, dat niet alles koek en ei is binnen de grootste regeringspartij, de NDP. Er zijn twee groepen, die lijnrecht tegen-over elkaar staan en die worden geleid door respectievelijk partijvoorzitter Desi Bouterse en de ex-voorzitter en huidige president Jules Wij-denbosch. De onenigheid tussen de twee groe-pen neemt in hevigheid toe en manifesteert zich steeds op een ander front. Dezer dagen dient het mijnbouwbedrijf Grassalco als forum voor de krachtmeting.
Voor afgelopen woensdag was een algemene vergadering van aandeelhouders van de Grassalco belegd. De staat Suriname is de enige aandeelhouder en aangezien het hier om een uitermate belangrijke AVA ging, was de aandeelhouder vertegenwoordigd door niemand minder dan de president en de vice pre-sident in hoogst eigen persoon. Ook de minister van Natuurlijke Hulpbronnen was aanwezig. De mensen, die schitterden van afwezigheid waren di-recteur Stanley van Exel en de voltallige Raad van Commissarissen, onder leiding van NDP ondervoorzitter Rene Kersenhout, ofschoon zij ruimschoots vooraf waren geconvoceerd.
Uitstel van executie
Was het "krin skin" of liet men bewust verstek gaan? In elk geval zijn de heren de dans ontsprongen, want op de bedoelde vergadering zouden zij worden ontheven. Door hun afwezigheid, vonden de ontheffingen geen voortgang en werden die uitgesteld tot een nader te bepalen tijdstip. Volgens ingewijden moe-ten de op handen zijnde ontheffingen bij Grassalco worden gezien als onderdeel van de strijd binnen de NDP, met name een "strong move" van de groep Bosje. Intussen heeft de tegenpartij ge-dreigd, dat indien de ontheffingen inderdaad worden uitgevoerd er een ware "veldslag" zal uitbreken.
Waarom grassalco?
De buitenlandse mijnbouwmaatschappijen, zoals bij-voorbeeld het Canadese Canarc, ontplooien hun activiteiten voor een be-langrijk deel op concessies van Grassalco. De staatsonderneming moet hiervoor worden vergoed. Daarnaast heeft het bedrijf van de buitenlandse maatschappijen geld ontvangen voor investeringen, die bedoeld zijn de onderneming, die nagenoeg was doodgebloed weer op poten te helpen. Grassalco is dus zéér interessant.
Suriname is onleefbaar geworden voor het overgrote deel van de bevolking. De doorsnee Surinamer is niet meer in staat te voorzien in zijn normale levensonderhoud. De prijzen van goederen gaan namelijk dagelijks de lucht in. Deze prijsstijgingen zijn het directe gevolg van de stijgende wisselkoersen voor vreemde valuta en het onvermogen van de Centrale Bank van Suriname om hier enige invloed op uit te oefenen.
De koers zal slechts beinvloed kunnen worden als de Centrale Bank van Suriname over voldoende vreemde valuta beschikt, die eventueel kan worden aangewend voor de financiering van importen. De Centrale Bank zal dan kunnen inspelen op de behoefte die er bestaat bij importeurs. Wanneer het geld echter op is, dan is het logisch dat de Centrale Bank niets kan doen. Overigens is de Centrale Bank van Suriname de monetaire autoriteit van het land. Er zal dus een Wild West toestand ontstaan wanneer de monetaire autoriteit niet bij machte is een rol van betekenis te spelen, een soort "bacovewinkel situatie" ontstaat dus. En dat is precies wat er op dit moment aan de hand is. Het slachtoffer is het reeds zwaar getergde Surinaamse volk.
Dagelijks
De tegenwaarde in Surinaams courant voor de Amerikaanse dollar en de Nederlandse gulden is de afgelopen week dagelijks met minimaal Sf 10,- gestegen. De vraag naar vreemde valuta bleek vele malen groter dan het aanbod. De Centrale Bank van Suriname zweeg als het graf. De cambio's werden vrijgelaten vreemd geld op te kopen en weer te verkopen. Hun werd geen enkele restrictie door de Centrale Bank opgelegd. Zelfs de banken bewogen zich de afgelopen dagen vrij op de vreemde valutamarkt. Intussen blijft de vraag naar Amerikaanse dollars en Nederlandse guldens dagelijks groeien. Vooral de groeiende vraag naar Nederlandse gulden is een vrij nieuw verschijnsel. Dit heeft onder andere te maken met de keldering van de US dollar op de internationale markt. Kortgeleden leverde een dollar nog Nf 2,12 op, terwijl een dollar thans rond de NF 1,81 wordt betaald.
Oorzaken
De thans heersende situatie op het koersenfront is alleszins toe te schrijven aan het door de regering Wijdenbosch gevoerde financieel-economisch en monetair beleid. Het enorme begrotingstekort dat is ontstaan in de afgelopen periode en de monetaire financiering van de schulden van de overheid, blijken de grootste boosdoeners te zijn. Aan de andere kant is de vraag naar vreemde valuta zo veel groter dan het aanbod, dat bedrijven bereid blijven, dollars en Nederlandse guldens te kopen tegen steeds hogere koersen.
Eenrichtingsverkeer
De wisselkoersen zijn altijd kunstmatig laag gehouden. De communicatiestroom tussen de Centrale Bank van Suriname en de cambio's beweegt zich op dit moment slechts in één richting. De cambio's rapporteren dagelijks hun activiteiten aan de Centrale Bank van Suriname, maar wachten tevergeefs op instructies van de moederbank. De diverse aankondigingen van president Wijdenbosch dat de regering zou interveniëren en de koers omlaag zou brengen bleken ook geen soelaas te bieden. Steeds weer bleek, dat de Cantrale Bank van Suriname eenvoudig de dollars niet in voorraad had om te interveniëren. Wat de cambio's uiteindelijk ontvingen bleek een druppel op een gloeiende plaat te zijn. Om ongegronde redenen heeft de regering de vergunning van de ABN AMRO om als deviezenbank te functioneren ingetrokken. In het deviezenverkeer in Suriname is de ABN AMRO een niet weg te cijferen factor. Het wegvallen van deze financiële instelling uit het circuit, heeft de ontwikkeling van de koersen tevens negatief beinvloed.
Gebrek Aan Vertrouwen
De allerbelangrijkste oorzaak van de stijging van de wisselkoersen en als gevolg daarvan de financieel-economische en monetaire chaos in het land hebben als voornaamste oorzaak het gebrek aan vertrouwen in de Surinaamse munt en de beleidsmakers. Het vertrouwen dat er ruim twee jaren geleden zowel nationaal, als internationaal bestond, is niet van de één op andere dag verdwenen. De afbrokkeling is het resultaat van een proces dat zich ruim twee jaren lang heeft voltrokken. Het gebrek aan vertrouwen in de Surinaamse munt en de beleidsmakers manifesteert zich niet slechts in kringen van personen die zich regelmatig op de financiele markt bewegen, maar in alle sectoren van de samenleving. De loontrekkers en huisvrouwen, kortom de doorsnee Surinamer, die zich dagelijks bij de loketten van de cambio's meldt, om het beetje Surinaams geld dat zij bezitten om te zetten in vreemd geld, geven blijk van de wanhoop die er bij de Surinaamse bevolking heerst. Het is overigens logisch dat een burger van een land zijn leiders beoordeelt aan de hand van de mate waarin hij in staat is in zijn levensbehoefte te voorzien en niet aan de hand van het aantal topposities die de president inneemt in internationale organisaties. Want, dat vult de hongerige magen niet.
Reeds enkele weken heerst er een crisis in de rijstsector, die momenteel op instorten staat. Padieboeren voeren reeds enkele weken acties in Nickerie, om de regering ertoe te bewegen, een aanvaardbare opkoopprijs voor padie vast te stellen. Sommigen gingen zelfs in hongerstaking om kracht achter hun eis te zetten. Eén van de oplossingsmodellen die de regering aandroeg, was het afsturen van een politiemacht op de boeren, met de opdracht orde op zaken te stellen. De actie van de boeren heeft geen soelaas geboden en duurt de crisis in de rijstsector voort.
Een andere poging, die de regering heeft ondernomen om de crisis te beeindigen, is het presenteren van een oplossingsmodel, dat resoluut door de boeren werd afgewezen. Achteraf blijkt dat de padieproducenten dat terecht gedaan hebben, omdat de regering zelf heeft ontdekt dat er natte vingerwerk is geleverd. Besloten is daarom ook het voorstel in te trekken.
Onmacht
Het is eigenlijk niet vreemd, dat de regering niet in staat is de crisis in de rijstsector op te lossen, omdat zij niet bij machte is gebleken een gepast antwoord te vinden voor de wisselkoersproblematiek. De problematiek in de rijstsector is namelijk een afgeleid probleem van de wisselkoersproblematiek. De cash flow van de verwerkers wordt bepaald door de wisselkoers. De verwerker ontvangt per ton US$ 300. Aangezien zij verplicht zijn de dollars in te wisselen tegen de officiele koers van de Centrale Bank van Suriname (Sf 396,- voor een US dollar) ontvangen zij ongeveer Sf 120.000,- voor een ton geëxporteerde cargo rijst. Op basis van dit bedrag zijn de verwerkers niet in staat een baal padie voor meer dan Sf 3500,- op te kopen bij de boeren. Terecht zegt de boer dat hij hiermee niet uitkomt.
Vrije Koers
Als in de rijstsector een vrije wisselkoers gold, dus Sf 700,- voor een US dollar, zou de verwerker/exporteur voor elke geëxporteerde ton cargo rijst 75 procent meer ontvangen. Het logische is dat hij ook 75 procent meer aan de boer zou kunnen betalen voor een baal padie. De boer zou dan ook beter uitkomen. De exporteur moet dus eenvoudig een reële tegenwaarde krijgen voor zijn dollars om de boer een reële prijs te kunnen betalen. De oplossing is dus dat voor de rijstsector de koers vrijgelaten moet worden.
Artikel 134 van de grondwet van de Republiek Suriname schrijft voor, dat het nemen van beslissingen in rechtsgeschillen de taak van de rechterlijke macht is. Indien twee of meer natuurlijke personen een geschil hebben is het eveneens de rechter die daaromtrent een uiteindelijk oordeel uitspreekt of aangeeft wie gelijk heeft of wie niet. Het gaat hierbij om de eigenlijke rechtspraak. Echter blijft het daar niet bij, want op grond van de oneigenlijke rechtspraak formeel ook andere taken, zoals bijvoorbeeld voorzieningen in zaken betreffende voogdij en adoptie. In beide gevallen is de essentie, dat de rechter wordt geconfronteerd met maatschappelijke problemen. Dat is wat de rechterlijke taak zo zwaar maakt. De maatschappelijke problematiek, die in de rechtszaal belandt heeft vaak ernstige botsingen in het maatschappelijk verkeer veroorzaakt of kan die veroorzaken.
Drang Naar Bescherming
Bijvoorbeeld, de drang naar bescherming in het algemeen en die bij personen die bij het economisch leven betrokken zijn en die verwachten van de rechter dat hij controle uitoefent op de rechtmatigheid, maar vooral de rechtvaardigheid van economische verhoudingen. Als voorbeeld kan de rentestand worden genoemd. Door de krapte op de kapitaalmarkt is de rentestand vrij hoog. In vele gevallen is er een grote noodzaak om aan geld te komen, vooral bij kleine ondernemers. Hier maken geldschieters misbruik van. Wanneer het punt van terugbetaling is bereikt, blijven de de problemen dan ook niet uit. In steeds grotere mate als de geldschieter zich aandient voor de terugbetaling, wendt de lener zicht tot de rechter met het verzoek na te gaan of de hoogte van de rente niet in strijd is met de goede zeden. Dit is een duidelijk voorbeeld van een categorie problemen, waar de rechter vroeger niet mee werd geconfronteerd. In deze zelfde categorie kunnen geplaatst worden de zaken waarbij moeders die financieel onvoldoende zijn uitgerust om hun kinderen te verzorgen. In zeer extreme gevallen wordt er ingegrepen door het Bureau Familierechtelijke zaken. Uiteindelijk is het weer de rechter die de zaak beoordeelt.
De rechter als persoon beweegt zich in maatschappelijke sferen, die een onnoemelijke last zijn op zijn schouder. In de huidige Surinaamse situatie betekent dit, dat de rechter met teveel zaken opgescheept zit. Hiermee wordt dan meteen de behoefte aan uitbreiding van het aantal rechters duidelijk. Verder is belangrijk een compensatie voor de rechters, die voldoende moet zijn, waardoor ze geestelijk overeind kunnen blijven.
Concrete Situatie
Wanneer de situatie concreet wordt beschouwd, blijkt dat 30 tot 40 procent van de zaken, die aan de rechter worden voorgelegd, vragen om een maatschappelijk verantwoord oordeel. Het gaat hierbij dus slechts om de maandagse en dinsdagse zittingen van de kantongerechten (300 tot 400 zaken per maand). De behoefte aan meer rechters is dus enorm. Suriname telt op dit moment 11 rechters, terwijl de werkelijke behoefte meer dan het dubbele van dit aantal is.
Geen Twijfels
Tot op dit moment wordt door niemand die bij de rechtsgang betrokken is enigszins getwijfeld aan de onpartijdigheid en onafhankelijkheid van de rechterlijke macht in Suriname. Wel maakt men zich ernstige zorgen over de enorme overbelasting van de huidige rechters en in niet mindere mate over het functioneren van het ondersteuningsapparaat, de Griffie der Kantongerechten. Indien de griffie deugdelijk is uitgerust, kan die veel voorbereidend werk voor de rechter kunnen doen. In moeilijke zaken zouden bijvoorbeeld relevante en aan de dienende zaak gerelateerde wetten kunnen worden opgezocht. De werkelijke situatie op dit moment is dat de griffie de eenvoudigste wetboeken ontbeert. De reden: gebrek aan geld. Althans, dat is steeds het argument, dat men krijgt op verzoeken om in aanmerking te komen voor de meest essentiële benodigdheden om het functioneren van de rechterlijke macht te kunnen optimaliseren. Het voorgaande illustreert een enorm gebrek aan inzicht in de beteknis van de rechterlijke macht bij de beleidsmakers. Wetgeving is namelijk de bron van de rechtspraak. Thans doet zich een situatie voor waarin de wetgeving niet beschikbaar is daar waar er recht wordt gesproken.
Miskenning
De miskenning van de rechterlijke macht blijkt duidelijk uit het feit, dat er in de periode tussen 1978 en 1993 geen rechters zijn opgeleid. Kortom, in die periode heeft niemand zich bekommerd over de correcte bemanning van de rechterlijke macht. Het opleiden van rechters kost geld, maar een gebrek aan financiële middelen mag geen doorslaggevende overweging zijn, om van het opleiden van rechters af te zien.
Consequenties
Indien de miskenning van de rechterlijke macht voortduurt zullen de consequenties voor de ontwikkeling van het land op termijn niet te overzien zijn. Potentiële investeerders hebben vier basisvragen die zij stellen, indien een land erin slaagt hun belangstelling te wekken.
1. Hoe stabiel is het politiek klimaat?
2. Hoe onpartijdig en onafhankelijk is de rechterlijke macht?
3. Hoe ziet het belastingregime eruit?
4. Hoe staat het met het deviezenverkeer (betalingsverkeer) met het buitenland?
Wanneer men dan bij het stellen van vraag 2 als antwoord krijgt, dat rechters, die een burgerlijk wetboek willen raadplegen, niet op de griffie terecht kunnen, dan zullen de investeerders die zogenaamd staan te trappelen om naar Suriname te komen ongetwijfeld wegblijven en of vertrekken.
Wie had dat gedacht? President Jules Wijdenbosch en zijn hele regeerteam liggen onder een spervuur van verbale projectielen. Wat nog verrassender is: die projectielen komen uit het hoofdkwartier van de eigen politieke geestverwanten van de president, de NDP-top. Van daar uit worden zij afgevuurd met een meedogenloze precisie. Niemand minder dan de adviseur van staat opende het offensief met een verschrikkelijke artilleriebarrage van vuurspuwende woorden van zwaar kaliber. De dreunende inslagen waren vernietigend, de salvo's resoneerden tot in het buitenland.
"De goede niet te na gesproken", zo sprak de adviseur van staat donderdagavond j.l. in het STVS-programma 'Na 't Nieuws', zitten er een paar grove corruptelingen in de regering. Toch heeft de regering niet de "guts" om deze mensen te vervangen. Reshuffeling van het kabinet is nog steeds aan de orde. Er zitten mensen in het regeerteam, die niet voldoen aan de verwachtingen". De dag tevoren had president Wijdenbosch op zijn persconferentie nog gezegd wel te begrijpen "dat bitterheid, jaloezie en hartstocht de verstandelijke vermogens, voor zover die aanwezig zijn, vaak uitschakelen". Voor wie deze ontboezeming des harten bestemd was, zei hij niet erbij.
Maar de adviseur van staat wond er geen doekjes om: "De regering mist stootkracht. Alles blijft liggen. Er komen investeerders, al het babbelwerk wordt verricht, daarna gebeurt er niets meer en de investeerders gaan weer weg. De zaak wordt niet goed gemanaged." Deze woorden kunnen aan niemands anders adres zijn gericht dan aan de president himself. Wat de adviseur van staat niet stelde, is dat president Wijdenbosch meer met zich-zelf en zijn grootheidsimago, megalomanie, bezig is dan met de belangen en noden van het volk.Het is zoals de ASFA-publiciteitsdienst het zo treffend onder woorden bracht: "De koers (Sf. 700+) stijgt, de president van het land zwijgt, de president van de Centrale Bank reist, de fabrikant schreit, de pers schrijft, het volk lijdt".
Wie De Schoen Past...
De woorden van de adviseur van staat waren duidelijke taal. Minister Robby Dragman hoeft er niet aan te pas te komen om het in eenvoudiger Nederlands te stellen. Iedereen verstaat het. Aan de ministers werden kwalificaties gegeven die variëren van "goede" ministers die niet te na werden gesproken, naar "grove corruptelingen", tot aan "lichtgewichten" die niet aan de verwachtingen voldoen. Door de paarsgewijze combinatie van deze kwalificaties kunnen de zestien ministers in vier klassen worden ingedeeld, namelijk: (1) goede ministers die geen grove corruptelingen zijn , (2) goede ministers die wel grove corruptelingen zijn, (3) lichtgewicht ministers die geen grove corruptelingen zijn en (4) lichtgewicht ministers die bovendien grove corruptelingen zijn. Omdat de adviseur van staat geen namen heeft genoemd, kan de aantijging op ieder van de zestien ministers betrekking hebben dat hij of zij een "grove corrupteling" is of een "lichtgewicht".
Ook op minister Karan Ramsundersingh die pas als bewindsman van onderwijs is toegetreden. Een minister die zichzelf respecteert laat zich zo'n beschuldiging niet welgevallen, maar stelt on-middellijk zijn of haar portefeuille ter beschikking en stapt op. De president, die ons tot vervelens toe eraan herinnert dat de regering onder zijn leiding staat, moet nu zijn leiderschapskwaliteiten tonen door zijn ministers in een rustiger vaarwater te leiden en te beschermen. Zo vaak heeft hij hoog opgegeven hoe zelfverzekerd hij wel is. Als staatshoofd, vice-voorzitter van de N.A.M., vice-voorzitter van de V.N. en straks zesmaandse voorzitter van de Caricom, moet hij beter uit de verf komen. Noblesse oblige, vrij vertaald: het hoge ambt geeft verplichtingen.
Wat Staat De Regeerders Te Doen?
Had de regering in de maand oktober grote acties van de kant van de oppositiepartijen, de vakbeweging en het bedrijfsleven verwacht, de verrassingsaanval kwam echter uit eigen gelederen. Misschien is het een vernuftig scenario om de oppositionele krachten de wind uit de zeilen te nemen. De adviseur van staat heeft zelf gezegd dat hij zich bezig houdt met "het weghalen van zuurstof" bij de oppositie. Als zijn optreden inderdaad onderdeel van een scenario is, dan betreft het een foute be- oordeling. Maar als zijn kritische uitspraken bittere ernst zijn en niet een georkestreerde scene, dan moeten de president, de vice-president en de ministers zich serieus beraden over wat hun te doen staat. De president bijvoorbeeld, presenteert zich graag als een "sterke" president, ofschoon hij dat niet is volgens onze grondwet. Hij moet nu een keus maken uit vier opties, namelijk: gehoor geven aan de ongevraagde adviezen van zijn staatsadviseur en de zittende lichtgewichten vervangen door nieuwe bewindslieden of als hij niet van zin is dat te doen, die adviezen gewoon negeren en blijven zitten, of zijn ambt ter beschikking stellen en aftreden, of anders zijn ad-viseur van staat de laan uit sturen. De tijd zal leren welke van de vier het wordt.
Coalitie Krijgt Openbare Les
In schril contrast tot de adviseur van staat, voelt de coalitie zich nooit en te nimmer en onder geen enkele omstandigheid geroepen om de regering te-recht te wijzen. Niet als het om een peuleschilletje gaat, ook niet als het om een kapitale schendingen van de grondwet of van een wet gaat. Integendeel, de parlementaire coalitie ziet haar hoogste zelfontplooiing in het door dik en dun, met of zonder argumenten ondersteunen van de regering. De coalitie gedraagt zich volgens het motto: "Our government can do no wrong", vrij vertaald: onze regering mag niets worden verweten. Hoe groot onrecht de regering ook begaat, hoe ernstig ook een ondeugd, hoe krom en scheef of corrupt iets ook mag zijn, de coalitie staat altijd klaar om het goed te praten, af te dekken en de regering vrij te pleiten, desnoods door het aannemen van absurde moties. Zo heeft de coalitie enkele weken geleden via een nachtelijke putsch een totaal ondeugdelijke begroting voor 1998 erdoor gesleept en mandaat gegeven aan de regering waarin grove corruptelingen en lichtgewichten zitten om haar onbuigbare (?) en niet indrukwekkende beleid voort te zetten. Dat beleid wordt nu ook door de adviseur van staat op de korrel genomen. In z'n eentje doet hij, wat de hele coalitie eigenlijk zou moeten doen in de openbare assembléevergaderingen, de regering terechtwijzen, corrigeren. Niemand is in het geweer gekomen tegen de ernstige beweringen van de adviseur van staat, tevens voorzitter van de NDP. De president zwijgt en doet niets. De vice-president zwijgt en doet niets. De ministers zwijgen en doen niets. De coalitie in DNA zwijgt en doet nog minder. De adviseur van staat behoort na deze indrukwekkende stellingen te hebben geponeerd maatregelen te treffen om het beleid om te buigen. Misschien komt er dan een positieve wijziging in de huidige toestand.