ECONOMISCHE CRISIS SINDS 1996
DOOR ONDESKUNDIG BELEID
 TOTALE CRISIS

Er is een algehele crisis die veroorzaakt is op ieder vlak in onze samenleving. Zowel op het financieel-economische, het politiek bestuurlijke als het sociaal gebied zijn grote problemen merkbaar en voelbaar. Genoemd kunnen worden, koersstijgingen en inflatie, verlies van koopkracht, schrijnende armoede naast bombastische rijkdom, bestuurlijke starheid en ernstige achteruitgang in de kwaliteit van de democratie.

 

Samenhang

Deze probleemvelden hangen met elkaar samen en zullen ook in samenhang opgelost moeten worden. Het is bijvoorbeeld niet mogelijk om alle aandacht te richten op economische groei zonder tegelijkertijd aandacht te besteden aan oplossing van de sociale crisis. Op dezelfde manier zal oplossing van de sociale crisis niet mogelijk zijn zonder duidelijke maatregelen op het economisch en bestuurlijk vlak waardoor zinvolle arbeidsplaatsen gecreëerd worden. Evenzo is het duidelijk dat als er geen politieke rust en orde is, er ook geen sprake kan zijn van sociale rust en orde. De verschijningsvormen van de crisis hangen dus nauw met elkaar samen.
 

 Totale crisis

Wat is het probleem ? Op geen van de drie genoemde gebieden is na mei 1996 rust en orde behouden gebleven. De toen bestaande orde werd stelselmatig aangetast. Het begon met uitholling van de positie van de ministers nadat het kabinet aantrad, de aantasting van de onafhankelijkheid van de rekenkamer, een groeiend begrotingstekort en de aanvang van inflatie en koersstijgingen, de ontaarding van de Centrale Bank en de Nationale Assemblée tot verlengstukken van de Regering in plaats van kritische onafhankelijke instituten, manipulatie van de publieke opinie en als dieptepunt in de rechtspraak sinds de periode 1980-1987, de aantasting van de integriteit van de rechterlijke macht. De huidige situatie is in alle opzichten zorgwekkend.

 

PRODUKTIE EN EXPORT HOLLEN ACHTERUIT

Schade door koers-koppigheid

De economische structuur is verzwakt ten opzichte van 1996. De acties in de rijstsector zijn achter de rug maar er is geen sprake van structurele maatregelen die getroffen zijn. De bauxietmaatschappijen hebben kenbaar gemaakt dat zij geen deviezen meer zullen overmaken vanwege het langdurig handhaven van een onrealistische koers. In de bakoven-, garnalen- en visserijsectoren is sprake van ernstige afzetproblemen die thans reeds langer dan een jaar duren. Hetzelfde geldt voor de afzet van groente en fruit die nagenoeg stil is komen te vallen. De pogingen tot politieke interventies bij Staatolie die niet in het belang van het bedrijf waren, hebben geleid tot ernstig produktie verlies.

De verwachting is dan ook dat de groei van het Bruto Nationaal Produkt dit jaar negatief zal zijn. Reeds in maart van dit jaar werd een negatieve groei van 2% verwacht op basis van de toen beschikbare gegevens. In belangrijk mate werd dit bepaald door een scherpe achteruitgang in de landbouw (40% minder inzaai van het rijst-areaal) alsook een grote teruggang in de industrie. Producenten moeten hun dollars tegen een onrealistische koers afrekenen; zowel de rijstsector als de mijnbouwsector hebben hier ernstige signalen over laten horen. Het gevolg zal zijn dat er in 1998 ook minder export zal zijn geweest. De grote tegenstrijdigheid die hierbij speelt is dat er enerzijds een ernstig deviezenprobleem bestaat terwijl anderzijds produkten niet geëxporteerd kunnen worden.
 
 

BEGROTINGSTEKORT BRANDSTOF VOOR INFLATIE EN KOERSSTIJGING

De regering veroorzaakt prijsstijgingen

De overheid geeft veel meer geld uit dan ze verdient. De belangrijkste inkomsten van de overheid komen uit belastingen en accijnzen. Hierbij moet worden aangetekend dat er reeds sprake is van een overmatig hoge belastingdruk, de hoogste in het Caraïbisch Gebied. Hierdoor worden gezinnen in problemen gebracht maar ook bedrijven worden benadeeld omdat ze een onevenredig deel van de inkomsten moeten overdragen aan de overheid waardoor de continuïteit van de produktie en dus de bedrijven in gevaar komt. Alarmerend hierbij is dat er signalen gegeven worden om de belasting nog eens te verhogen en zo meer geld voor de overheid te verkrijgen. Aan de andere kant geeft de overheid voortdurend zoveel geld uit, dat de staatskas continu leeg is. Belangrijke uitgave-posten zijn, de bouwkosten voor de bruggen, de aanschaf van Spaanse marineschepen, de aanschaf van Chinese huizen (terwijl lokale houtbedrijven links gelaten worden) en niet te vergeten de veelvuldige buitenlandse reizen. Hierbij moet worden opgemerkt dat aan de produktie geen aandacht wordt gegeven. Het begrotingstekort ontstaat door het uitgave patroon van deze overheid en zal dit jaar dan ook sterk oplopen in plaats van afnemen waardoor prijs- en koersstijgingen nog meer aangewakkerd zullen worden. De overheid is hierdoor de schuldige aan de voortdurende waardedaling van de Surinaamse gulden en de stijging van de prijzen. Niet de winkeliers, cambios, bedrijfsleven of banken zijn de schuldige, het is de overheid die maakt dat de Surinaamse gulden elke dag minder waard wordt en de prijzen blijven stijgen. De door de overheid uitgegeven guldens hebben namelijk geen enkele waarde; er staat geen produktie tegenover, integendeel, de nationale produktie gaat zelfs ernstig omlaag.
 

De regering veroorzaakt koersstijgingen
Maar het begrotingstekort leidt ook tot sterke koersstijgingen. Het bestedingspatroon van de overheid leidt tot grote deviezen-uitgaven, voor bijvoorbeeld geïmporteerde bruggen, geïmporteerde huizen inclusief de arbeiders en geïmporteerde schepen alsook buitenlandse reiskosten. Hierdoor leidt het begrotingstekort niet alleen tot prijsstijgingen van alle levensmiddelen, maar ook tot sterke stijgingen van valuta-koersen, want de valuta die de overheid wil gebruiken zijn opgemaakt en niet meer aanwezig. De koersstijgingen leiden op hun beurt weer tot prijsstijgingen waardoor de samenleving in een spiraal van prijsstijgingen en verdere inflatie is gebracht. Tussen mei 1996 en december 1998 heeft de koers voor de Amerikaanse dollar zich als volgt ontwikkeld:
 
 
 maand
koers US $
% stijging *)
mei 1996
400
0
mei 1997
>500
>25
mrt 1998
450
13
dec 1998
755
98
 

*) mei 1996 als basisperiode

Deviezenreserves opgemaakt: stabilisatie niet mogelijk
De koers voor de Amerikaanse dollar is dus vanaf mei 1996 gestegen met 98% van deze koersstijging heeft 78% zich in dit jaar voltrokken. De bandbreedte voor de toelaatbare afwijking van de parallelkoers en de officiële koers van 5-7,5% is al lang verlaten. De cambios en de banken hebben een groot tekort aan valuta terwijl algemeen bekend is dat sommige cambios bevoordeeld worden. De deviezenreserves zijn opgemaakt waardoor de Centrale Bank de koersen niet kan stabiliseren. Thans zal een deel van de IDB lening ingezet worden om dit te bereiken. Deze lening zal terugbetaald moeten worden. Verder is het ook weer zo dat er verschillende koersen bestaan. Met andere woorden ook de unificatie van de van de wisselkoersen in 1994 is teniet gedaan. Er bestaan minstens 3 koersen te weten de officiële van 396 welke totaal onrealistisch is, de interventiekoers en de parallelmarktkoers.
 

Groeiende inflatie
Inflatie is een belangrijk meetpunt voor financiële en sociale stabiliteit. In maart van dit jaar voorspelde het IMF een inflatie van 25%, indien de koersen stabiel zouden blijven. Wij hebben aan de lijve ondervonden dat dit laatste niet het geval is geweest en dit jaar zal afgesloten worden met een forse inflatie. De volgende gegevens laten de inflatieontwikkeling zien van de afgelopen 3 jaren en laten een inflatie zien die elk jaar groter wordt.

Inflatie 1996 1%

Inflatie 1997 17%

Inflatie 1998 > 25% (waarschijnlijk 50% of meer)
 

Sociale gevolgen
De sociale gevolgen zijn niet uitgebleven. Beloningsverhoudingen bij de overheid zijn geheel verstoord, de armoede neemt toe en daardoor ook de misdaad. De kloof tussen arm en rijk is groter dan ooit, er is een gebrek aan medicamenten en de gezondheidszorg is onbereikbaar geworden voor velen. Ook hier moet geconstateerd worden dat de resultaten die in 1995 bereikt waren, vernield zijn.

 

IMF ADVIEZEN GENEGEERD SINDS 1996

De regering werd door het IMF reeds in december 1996, in maart 1997 en ook in maart 1998 ernstig gewaarschuwd voor aankomende onevenwichtigheden in de economie en de noodzaak om corrigerende acties te ondernemen. In maart 1998 dreigde het IMF zelfs met stopzetting van de samenwerking als er geen maatregelen getroffen zouden worden. Waar wij op afstevenen is de volgende spiraal van ellende die als volgt zal werken: begrotingstekort, inflatie en koersstijging, looneisen, groter begrotingstekort, grotere inflatie en koersstijgingen, enz.

En hoe minder deviezen, hoe meer de Centrale Bank geneigd zal zijn over te gaan tot regulering en controle van deviezen waardoor weer de parallelmarkt gevoed wordt. Wat hier gezien wordt, is dat op het moment dat de eerste stap op het verkeerde pad gezet wordt het vrijwel niet meer mogelijk is om goed beleid te voeren.
 
 

Opnieuw unificatie noodzakelijk
Het IMF adviseerde om maatregelen te treffen welke enige jaren geleden reeds met succes waren genomen maar waarvan de resultaten thans zijn weggemaakt. Één van de eerste en belangrijke maatregelen bestaat uit een opnieuw unificeren van de wisselkoers en de verwijdering van de inleveringsplicht van deviezen.
 

Begroting MOET evenwichtig gemaakt worden
Verder wordt ernstig geadviseerd om een gedisciplineerd begrotingsbeleid te voeren, dus de begroting in evenwicht te brengen. Dit wil zeggen dat de uitgaven beperkt moeten worden en de buitenlandse leningen worden gestopt ter versterking van de deviezenpositie.
 
 

Onafhankelijke deskundige Centrale Bank nodig
Een verder essentieel advies is het herstellen van een onafhankelijke deskundige en gedisciplineerd Centrale Bank.
 

Stabiliseer de koersen
Het advies wordt verder gegeven om de koersen te gebruiken als anker voor alle prijzen. Met andere woorden als de samenleving in staat is om de koersen stabiel te houden, zullen daardoor ook de lonen en prijzen gestabiliseerd kunnen worden waardoor er rust in de samenleving gebracht kan worden. Deze maatregelen zijn genomen geweest en hebben in 1995 en 1996 geleidt tot een ordelijke en groeiende economie. Doch de resultaten zijn sinds mei 1996 geheel afgebroken terwijl opeenvolgende IMF adviezen sindsdien niet zijn opgevolgd.

Als we de huidige economische situatie moeten toetsen aan de 5 universele economische doelstellingen blijkt dus het volgende.
 
 
 BEPALING HUIDIGE ECONOMISCHE POSITIE
   Doelstelling Huidige situatie Beoordeling
1 Economische groei (3%) Negatieve economische groei van >2%
negatief
2 Evenwicht op de  

betalingsbalans

Import > export, deviezenreserves opgemaakt, onevenwichtige balans
negatief
3 Stabiel prijspeil Groeiende inflatie en koersontwikkelingen
negatief
4 Werkgelegenheid Import van materialen en arbeid uit het buitenland; verwaarlozing produktie en werkgelegenheid
negatief
5 Inkomensverdeling Kloof tussen arm en rijk groter dan ooit. Enerzijds schrijnende armoede, anderzijds schreeuwende rijkdom
negatief
 

Op alle economische doelen scoort Suriname binnen twee jaren negatief tot zeer negatief. Dit was niet nodig geweest. Want vóór mei 1996 was er een goede basis opgebouwd.

EEN VERGELIJKING TUSSEN 1995 EN 1998

 VERGELIJKING ECONOMISCHE SITUATIE 1995 EN 1998
Economisch doel Situatie 1995 Situatie 1998
1 Economische groei 3% BBP groeit met 5,2% en maakt hierdoor Suriname tot de snelst groeiende economie in het Caraïbisch Gebied. Dit kan mede dankzij particuliere investeringen in landbouw (rijst en tuinbouw), mijnbouw (goud) en industrie. Melkveeproduktie groeit met 10-15%. Industrie groeit met 3,5%. Negatieve economische groei. Rijstsector in problemen. Bakoven, garnalen, vis en tuinbouw hebben marktproblemen die niet opgelost worden. Politieke interventies bij Staatsolie met produktie-verlies als gevolg.
2 Evenwicht op de betalingsbalans Meer export dan import waardoor een behoorlijke deviezenreserve werd opgebouwd, onder liberale marktomstandigheden. Versterking van monetaire positie en kredietwaardigheid van Suriname. Goudexportwaarde geschat op US $ 150 miljoen. Rijstexport groeide in 1993 met 10,5% in 1994 met 9%, de waarde groeide in deze jaren met 25% resp. 12,2%. Onevenwichtige betalingsbalans: 

Import groter dan export. Deviezenreserves opgemaakt. Export belemmerd door vergunningen- en koersenbeleid. Rijstexportdaling geschat op 40%.

3 Stabiel prijspeil Stabiele voorspelbare prijzen en koersen. Vertrouwen in de Surinaamse gulden en vrije beschikbaarheid van valuta op liberale markt. Groeiende inflatie en koersstijgingen, het ontstaan van multipele koersen en marktvreemde valuta-toewijzingen.
4 Werkgelegenheid Geen onmiddellijke resultaten. Wel goed tripartite overleg tussen overheid, bedrijfsleven en vakbeweging. Tal van projecten in de startblokken voor uitvoering in 1996. Algehele verstoring van de relatie door regering met overige sociale partners. Import van Chinese arbeiders en materialen voor woningbouw terwijl nationaal de werkloosheid groeit. Verstoring van de relatie met donoren waardoor investeringen werden stopgezet.
5 Inkomens- 

Verdeling

Herstel van het reëel inkomen en de koopkracht, bereikbaarheid en beschikbaarheid van de medische zorg, aanvang herstel sociale zorg (zoals KB en AOV). Onteigening van de samenleving en de armen en overdracht aan enkele bevoorrechten: Stalweide, MCP, SPGC.
 

 De bovenstaande 1995 gegevens zijn verkregen uit IDB en WRI rapportages. De vergelijking spreekt voor zich. Niet alleen in economische zin maar ook in de sociale sfeer waren belangrijke verbeteringen merkbaar. Zo ontstond herstel van de koopkracht waardoor gezinnen wederom in staat waren een bepaald minimaal niveau van levensonderhoud te bereiken. De gezondheidszorg werd hersteld wat zichtbaar was in de beschikbaarheid van medicamenten, de verbeteringen in de gezondheidszorg in de districten en de toegankelijk van de gezondheidszorg. Met correcties van sociale uitkeringen waaronder AOV kon een aanvang gemaakt worden. Deze social maatregelen konden op duurzame wijze getroffen worden, mede omdat het economisch herstel de financiële moegelijkheden en condities creëerde om dit te kunnen realiseren. De huidige situatie wordt genoeg gekenmerkt door een zware erosie van de koopkracht en het onbereikbaar worden van het gezondheidszorg.

 

CRISIS UITERST ERNSTIG

Offers voor niets geweest
De offers die deze samenleving had gebracht om te komen tot herstel in 1995 en 1996, schijnen voor niets geweest te zijn; de samenleving stevent regelrecht af op een nog grotere crisis. Deze is op verschillende redenen ernstiger dan de crisis die wij achter de rug hebben en wel om de volgende redenen.

 

Stelen van onze kinderen
Voor het huidig stabilisatie programma zal een IDB lening benut worden; deze zal terugbetaald moeten worden. Het vorig stabilisatie programma betrof geen lening. Met andere woorden, wij zullen ons nageslacht opzadelen met het terugbetalen van de lening omdat deze regering niet de discipline kon opbrengen om de begroting in de hand te houden.
 

Consensus en confrontatie
Het vorige stabilisatie programma was in redelijke mate doorgepraat met de samenleving en in overleg met sociale partners voorbereid en uitgevoerd. Het kon steunen op een breed maatschappelijk draagvlak. Deze conditie ontbreekt thans. Het huidig kabinet maakt geen draagvlak, voor welk programma dan ook. Het is goed om vast te stellen dat de crisis niet slechts oppositie-leden treft maar ook gros van degenen die hun vertrouwen hadden gesteld op dit kabinet. Het zijn slechts enkelen die profiteren ten koste van de samenleving.

 

WAT TE DOEN
In een poging de schade te herstellen - voor de tweede keer binnen 12 jaren en veroorzaakt door dezelfde hoofdspelers - zullen 4 belangrijke fasen doorlopen moeten worden.
 

Creëer sociale stabiliteit en consensus
Op de eerste plaats zal gezorgd moeten worden voor rust en orde in de samenleving (de oplossing zal helaas weer pijn doen). Breng breed overleg en overeenstemming tot stand. Kernbegrippen hierin zijn, een breed draagvlak, goed overleg met de oppositie, harmonie met bedrijfsleven en vakbeweging, en het doorpraten van en het bereiken van overeenstemming over het herstelprogramma met de samenleving en de sociale partners. Geen enkel economisch programma kan goed worden uitgevoerd als niet aan deze voorwaarde is niet voldaan. De ervaringen zijn overigens niet hoopgevend.

 
Creëer monetaire stabiliteit
De volgende fase bestaat uit het stabiliseren van de monetaire situatie. Deze fase moet een gezond en stimulerend monetair raamwerk verschaffen waarbinnen economische ontwikkeling zich volgens economische principes kan ontwikkelen. Onderdelen hiervan zijn, stabilisatie van de koers, versterking van de leiding van de Centrale Bank met deskundigen en het toestaan dat deze Bank het nationaal vertrouwen herwint door zich als integere, onafhankelijke en deskundige monetaire autoriteit op te stellen. Ook voor deze fase geldt dat de ervaringen totnogtoe weinig redenen tot hoop geven.
 

Voer een economisch herstelprogramma uit
Hef de knelpunten van bestaande produktie op. Hierdoor krijgt de economie op korte termijn sterke positieve impulsen en kan herstel ingezet worden. De ervaringen van 1995 en 1996 hebben aangetoond dat de resultaten vrij snel bereikt kunnen zijn indien de juiste maatregelen onder juiste omstandigheden worden genomen. Voorwaarde is dat er zowel goed overleg is met de sociale partners. Dit ontbreekt.

Voor deze fase worden de volgende zeer voor de hand en eenvoudige maatregelen aanbevolen.

Voer een programma uit tot economische groei
Stel het economisch groeiprogramma op waarin strategische keuzen gemaakt worden voor de toekomstige ontwikkelingen die rekening houden met nationale en internationale wijzigingen. Spreek het programma vooraf goed door met financieringsinstellingen en donoren waardoor de voorbereiding realistischer kan plaatsvinden. Kernbegrippen hier zijn, planmatigheid, uitvoeringscapaciteit, financiering, monitoring en deskundigheid.

De hamvraag is of de regering bereid en in staat is om de maatregelen te treffen tot het herstel van de economie. Het handelen tot nu toe geeft weinig redenen tot hoop.

 11 december 1998