CONCEPTWET FINANCIËLE INSTELLINGEN

CENTRALE BANK WIL
DICTATUUR VESTIGEN

President Henk Goedschalk van de Centrale Bank van Suriname heeft tijdens zijn nieuwjaarstoespraak tot notabelen uit de financiële wereld gewag gemaakt van het feit, dat het overleg met het verzekeringswezen ten aanzien van de in voorbereiding zijnde nieuwe financiële wetten reeds is afgerond. Onder de vertegenwoordigers van het verzekeringswezen, die zelf tot het gehoor van Goedschalk behoorden, bracht de mededeling van de bankpresident ernstige commotie teweeg, aangezien er nimmer overleg had plaatsgevonden. Intussen maakte grote bezorgdheid zich meester van de bankiers.

Gebleken was namelijk dat de president van de Centrale Bank de conceptwetten, die betrekking hebben op het bankwezen, reeds naar het staatshoofd had verzonden. In een begeleidend schrijven deelde Goedschalk de president mede, dat intussen de discussie met de bankiers reeds had plaatsgevonden. Het tegendeel was waar. In het commentaar op de conceptwet Financiële Instellingen, laten de banken daar ook geen twijfel over bestaan. De laatste alinea van het document, dat door de bankiersvereniging is geproduceerd, luidt als volgt: "Dezerzijds wordt derhalve voorgesteld om het wetsontwerp niet eerder aan te bieden aan de assemblee, dan nadat fundamentele discussies die moeten leiden tot verantwoorde en efficiënte regelgeving tussen het ministerie van Financiële, de Centrale Bank en de onder haar toezicht vallende instellingen, zijn afgerond. In haar commentaar wijst de Bankiersvereniging er dan ook op, dat aan verandering van wetgeving normaliter een proces van meningsvorming en overleg tussen maatschappelijk relevante actoren, vooraf gaat. Bij de Wet Financiële Instellingen is een eerste aanvang hiermee gemaakt, na het indienen van het ontwerp bij de president van de Republiek Suriname.
 

VERGUNNINGEN

De conceptwet Financiële Instellingen is samengesteld door de in de Verenigde Staten van Amerika gevestigde consultant Holland and Knight, in opdracht van de president van de Centrale Bank van Suriname. Een bepaling, die in de nieuwe wet voorkomt is, dat op het moment dat die in werking treedt, alle vergunningen van de bestaande banken komen te vervallen. De banken zijn dan gerechtigd om voor een bepaalde periode hun activiteiten voort te zetten. Echter moeten binnen 30 dagen nieuwe vergunningen worden aangevraagd. Die vergunningen worden dan door de president van de Centrale Bank verstrekt. De Bankpresident bepaalt dan tevens wat de nieuwe vergunningsvoorwaarden zijn. Daarbij is niet uitgesloten, dat bepaalde banken bepaalde taken wordt ontnomen, waarna die worden overgeheveld naar een andere bank. Op dit moment is het zo, dat een vergunning om het beroep van bankier te mogen uitoefenen, wordt aangevraagd bij de minister van Financiën. Die beslist over de aanvraag nadat de president van de Centrale Bank van Suriname is gehoord. Indien de minister van Financiën negatief beslist, kan men in beroep gaan bij de president van de Republiek Suriname. Op basis van de nieuwe wet Financiële Instellingen moeten verzoeken voor vergunningen om het beroep van bankier te mogen uitoefenen, worden ingediend bij de president van de Centrale Bank van Suriname. De minister van Financiën wordt dus uitgeschakeld in de procedure, terwijl nog steeds de mogelijkheid bestaat om bij het staatshoofd in beroep te gaan. Het verschil met de bestaande wet is echter, dat de president van de Centrale Bank van Suriname niet gehouden is een eventuele beslissing van de president van de Republiek Suriname uit te voeren. In feite kent de nieuwe wet de president van de Centrale Bank een positie toe boven die van het staatshoofd. De nieuwe bepaling zou tevens in strijd zijn met het beginsel van beroep.
 

TWEELEDIG DOEL

Volgens waarnemers wordt met de conceptwet Financiële Instellingen een tweeledig doel nagestreefd. In de eerste plaats is de bedoeling bij het bankwezen angst te creëren, zodat men nu reeds in het gareel gaat lopen en naar de pijpen van de Centrale ank gaat dansen. Verder zouden er daadwerkelijk plannen bestaan om, nadat de nieuwe wetten in werking zijn getreden, ingrijpende zaken binnen de bankwereld van de grond te krijgen. Zo zou het de bedoeling zijn om enkele van de bestaande banken te verbieden, bepaalde taken verder uit te oefenen, waarna die zullen worden overgeheveld naar de Finabank, waar de belangen van enkele top regeringsfunctionarissen liggen.
 

QUORUMKWESTIE

De Bankiersvereniging stelt in haar commentaar, dat het beginsel van regelend recht in privaatrechtelijke verhoudingen, dient te worden gerespecteerd. Gewezen wordt op het feit dat in de Surinaamse wetgeving, zoals uitgekristalliseerd in de wetboeken van burgerlijk recht en van koophandel, dat beginsel van meet af aan gemeen goed is. De statuten van onze rechtspersonen zijn daar het levend bewijs van, aldus de Bankiersvereniging. Volgens de bankiers wordt in verschillende artikelen van dit beginsel afgeweken. De Bankiersvereniging in haar commentaar: "In vrijwel alle Surinaamse statuten is vastgelegd, dat indien niet voldaan wordt aan een bepaald vereist quorum, een tweede vergadering wordt uitgeschreven waar rechtsgeldige besluiten kunnen worden genomen, ongeacht het vertegenwoordigd kapitaal. Artikel 19 van het wetsontwerp schrijft voor een wettelijk quorum van tenminste een derde, aan welk quorum, gelet op de praktijk in Suriname, vaak niet voldaan zal kunnen worden. Rechtsgeldige besluiten zal de Algemene Vergadering van Aandeelhouders dan niet kunnen nemen. Quorumvereisten met betrekking tot de Raad van Commissarissen komen ook voor in artikel 23 die een minimum aantal leden van 5 voorschrijft en een minimumquorum van 4. Maar ook artikel 22 dat voorschrijft dat directie en commissarissen Surinaams ingezetenen dienen te zijn, gaat voorbij aan de realiteit. In geval een bank een filiaal heeft of een grote mate van zeggenschap heeft in een bank in een ander land, zijn in de Raad van Commissarissen normaliter ook commissarissen opgenomen die niet woonachtig zijn in dat ander land. Ook in Suriname is zulks het geval".

De Bankiersvereniging zegt niet te kunnen inzien wat de bedoeling is van artikel 21, welk artikel bepaalt dat de president van de Centrale Bank van Suriname het recht heeft de Algemene Vergadering van Aandeelhouders bij te wonen. Ook de Memorie van Toelichting geeft hierover, volgens de bankiers, geen uitsluitsel.
 
 
 

BOVEN DE WET

Op basis van artikel 18 lid 1h, artikel 11 lid 1 en artikel 43 lid 4 van de nieuwe wet Financiële Instellingen krijgt de Centrale Bank van Suriname een doorslaggevende rol toegewezen bij de benoeming van directie en commissarissen van de banken, de aandelenwerving vanaf 5% en aanwijzing van de externe accountant, welke aanwijzing jaarlijks zou moeten geschieden. Deze bepalingen druisen volgens de Bankiersvereniging in tegen de gehele opzet van het vennootschapsrecht, dat regelend recht is. Een en ander klemt des te meer nu artikel 76 van het wetsontwerp stelt, dat de bepalingen van de nieuwe wet in alle gevallen voorrang zullen genieten boven de bepalingen van iedere andere wet met betrekking tot iedere persoon of maatschappij betrokken bij het bank- of financieel bedrijf.
 
 
 

INTERNE AANGELEGENHEDEN

Alle banken staan onder toezicht van de Centrale Bank van Suriname. Regelmatig vindt er overleg plaats tussen de Centrale Bank van Suriname met de betrokken instellingen of hun representatieve organisatie, hetgeen een verworven recht is, dat verankerd is in artikel 6 en 7 van de bestaande wet Toezicht Kredietwezen. De Bankiersvereniging is van oordeel dat dit recht onverkort behouden dient te blijven, omdat het overleg jarenlang zijn nut heeft bewezen in de praktijk en heeft geresulteerd in wederzijds aanvaarde akkoorden en afspraken. De bankiers wijzen er tevens op, dat de bestaande wet Toezicht Kredietwezen ook de weg wijst, die gevolgd moet worden indien het overleg niet succesvol is, namelijk het benaderen van de regering voor het uitvaardigen van een Staatsbesluit. De Bankiersvereniging merkt op dat de onder toezicht staande banken altijd positief en coöperatief tegenover het toezicht vanuit de Centrale Bank van Suriname hebben gestaan. Gewezen wordt op het feit, dat het overleg van de bestaande wet het hele terrein van het toezicht bestrijkt. In de thans in voorbereiding zijnde wet Financiële Instellingen wordt voorgeschreven het horen van, in plaats van overleg met, representatieve organisaties voor wat betreft het monetair toezicht en het bedrijfseconomisch toezicht. Bij de Bankiersvereniging is de vrees ontstaan, dat de Centrale Bank van Suriname verstrikt zal raken in interne aangelegenheden van de banken. Deze angst vindt zijn oorsprong in de bepaling betreffende het bedrijfseconomisch toezicht, waarin wordt gesteld dat de Centrale Bank van Suriname richtlijnen kan uitvaardigen die betrekking hebben op alle andere zaken die naar haar oordeel voor een veilig en gezond verloop van de activiteiten van een financiële instelling van belang kunnen zijn. In artikel 35 lid 2m wordt zelfs een opsomming gegeven van gebieden waarop de richtlijnen betrekking kunnen hebben. In haar commentaar zegt de Bankiersvereniging dat de bestaande wet Toezicht Kredietwezen meer rechtszekerheid verschaft door limitatief op te sommen wat de richtlijnen kunnen inhouden, dus welke terreinen zij kunnen bestrijken.

In de nieuwe wet Financiële Instellingen is opgenomen dat de kosten gepaard gaande met inspec-ties verricht door de Centrale Bank van Suriname gedragen dienen te worden door de banken. Volgens de bankiersvereniging is dit uniek in ons recht. Het is niet reëel om de kosten van de inspectie af te wentelen op de banken, vooral, omdat niet is vastgelegd door wie en hoe ze worden berekend.
 
 
 

ONDER CURATELE

Na eventuele goedkeuring van de conceptwet Financiële Instellingen zullen de banken volledig onder curatele zijn gesteld en de president van de Centrale Bank van Suriname de absolute alleenheerser worden in het Surinaamse financiële circuit. Zo schrijft de nieuwe wet een groot aantal handelingen van de banken voorafgaande goedkeuring voor. Enkele handelingen waar goedkeuring voor nodig is, zijn het oprichten van een filiaal, kopen, verkopen of huren van onroerende goederen, anders dan voor vestiging van haar bedrijf of recreatiefaciliteiten. Voor de aankoop van een directeurswoning en huur van een huis voor een filiaalhouder is derhalve toestemming nodig. Op basis van de nieuwe wet Financiële Instellingen zal de Centrale Bank van Suriname haast grenzeloze bevoegdheden krijgen, terwijl de weg voor rancune wordt geplaveid. De Centrale Bank van Suriname wijst namelijk de activiteiten aan die onder het bankbedrijf vallen en kan te allen tijde aan een vergunning beperkingen en voorwaarden stellen. Dat de nieuwe wet is bedoeld om een dictatuur van de president van de Centrale Bank van Suriname te vestigen, blijkt uit artikel 30 dat stelt, dat de bank in verband met belangenbescherming van deposanten en de bank, kan gebieden en verbieden alle handelingen die zij nodig acht.

De Centrale Bank van Suriname zal zelfs de openings- en sluitingstijden van de banken vaststellen. Banken die om andere redenen dan een nationale dag, een zaterdag of zondag wensen te sluiten, hebben daarvoor schriftelijke voorafgaande toestemming van de Centrale Bank van Suriname nodig. Het is duidelijk, dat dit artikel doelt op sluitingen als gevolg van stakingen, waarbij toestemming vooraf moet worden gevraagd indien de bank niet draaiende wordt gehouden met inzet van stafleden.

In haar commentaar wijst de Bankiersvereniging erop, dat niet slechts het stakingsrecht grondwettelijk is gegarandeerd voor een ieder, maar dat ook andere zaken spelen. In dit kader wordt gewezen op de veiligheid en de mate van voldoende beschikbaar personeel. Deze zaken zijn volgens de bankiers dermate gewichtig, dat niet verlangd kan worden dat men de banken open houdt totdat de Centrale Bank hierover een schriftelijk besluit heeft genomen.
 

BOETES

Wanneer een bank zich niet aan één van de voorschriften houdt, zal de Centrale Bank van Suriname gerechtigd zijn die bewuste bank een boete op te leggen. Die boete kan oplopen tot Sf 100 miljoen. Indien de boete na aanmaning niet wordt betaald, kan de Centrale Bank van Suriname een dwangbevel, dat een executoriale titel oplevert, uitvaardigen. De Centrale Bank zal het recht hebben de boete direct af te boeken van het tegoed dat de bank aanhoudt bij de Centrale Bank van Suriname. Het is redelijk dat als tegenhanger van deze in vele gevallen te verregaande bevoegdheden de Centrale Bank en haar functionarissen verantwoordelijkheid dragen voor repercussies van hun handelen en nalaten. Het handelen van de centrale overheid wordt normaliter door de rechter niet alleen getoetst aan de wet, maar ook aan de beginselen van behoorlijk bestuur. Artikel 60 van het ontwerp stelt dat de functionarissen van de Centrale Bank niet aansprakelijk zijn voor de schade die er ontstaat als gevolg van handelen of nalaten bij de uitoefening of ogenschijnlijke uitoefening van zijn functie, tenzij bij vonnis is komen vast te staan dat het handelen of nalaten niet te goeder trouw heeft plaatsgevonden. Het bewijs van kwader trouw is moeilijk te leveren, volgens de bankiers. Vele gevallen waarbij geen sprake is van kwade trouw, maar die normaliter wel onder toetsingsrecht van de rechter zouden vallen, komen hierdoor niet meer in aanmerking, schrijft de Bankiersvereniging in haar commentaar.
 

WEZENSVREEMD AAN RECHT

De Bankiersvereniging komt uiteindelijk tot de conclusie, dat de huidige regelingen van wetgeving, waarin het toezicht op het Bank- en Kredietwezen zijn beslag heeft gekregen, een fundament vinden in de opzet van de gehele wetgeving, ondermeer het burgerlijk recht, het handelsrecht, het faillissementsrecht en het strafrecht, met inachtneming van het zogenaamde concordantie beginsel dat ten grondslag ligt aan de Surinaamse wetgevingsinrichting.

De Wet Toezicht kredietwezen heeft naar onze mening tot dusverre goed gefunctioneerd.

Uiteraard is het goed de wet na 30 jaar opnieuw aan een beschouwing te onderwerpen en na te gaan op welke punten die verandering behoeft, stelt de Bankiers- vereniging. De Bankiers vinden echter, dat niet voldoende duidelijk is gemaakt waarom de wet Toezicht Kredietwezen in haar huidige vorm dermate ongeschikt is, dat zij vervangen dient te worden door een totaal andere wet, welke geheel wezensvreemd is aan ons recht, die bevoegdheden creëert voor de Centrale Bank, die dermate ver gaan dat nog nauwelijks gesproken kan worden van een zelfstandige functie van banken en die de mogelijkheid inhoudt van willekeur waardoor de gehele rechtszekerheid op de helling komt. Voor de gemeenschap is het echter glashelder, omdat in de afgelopen periode men de capriolen van de regering en de Centrale Bank van Suriname nauwgezet heeft gevolgd.



 
 
 

OTMAR RODGERS OVER MARIJKE DJWALAPERSAD:
VOORZITTERSCHAP IS BELONING VOLKSMISLEIDEND HANDELEN
 

Dat de Nationale Assemblee niet optimaal kan functioneren en reeds een half jaar niet in openbare vergadering bijeen heeft kunnen komen, komt volgens Otmar Rodgers, fractieleider van het Nieuw Front, omdat voorzitter Marijke Djwalapersad niet met de verantwoordelijkheid, die op haar schouders rust, weet om te gaan. Volgens hem kan het om de een of andere reden niet doordringen tot mevrouw Djwalapersad dat zij voorzitter is van het parlement van de Republiek Suriname en niet slechts van een toevallige coalitie.

Wat volgens Rodgers ook speelt, is een gebrek aan geweten bij de parlementsvoorzitter, die er met zetels van het Nieuw Front vandoor ging na de algemene verkiezingen. Volgens de NF-fractieleider is dat regelrechte diefstal. Uit dat volksmisleidend handelen is de benoeming tot voorzitter van het parlement als beloning voortgekomen.
 

GERINGE BAGAGE

Onder leiding van Marijke Djwalapersad zal naar het oordeel van Rodgers de Nationale Assemblee nimmer tot volle wasdom komen, omdat zij eenvoudig een te geringe parlementaire bagage heeft. Rodgers zegt dat hij hiermee bedoelt een te geringe ervaring. Mevrouw Djwalapersad is volgens hem nauwelijks om het hoekje komen kijken. Het trieste van de zaak is volgens de NF-fraktieleider, dat Djwalapersad zich tot voorzitter van het parlement heeft laten verheffen in een periode waarin zich in het land zaken afspelen, die kennis van zaken eisen om aangepakt te worden. Wanneer de eerdergenoemde kwaliteiten ontbreken bij de parlementsvoorzitter, zal slechts een verslechtering van de situatie in het land optreden, aldus Rodgers. Als mevrouw Djwalapersad het klaarspeelt om te zeggen dat de problematiek van de economie van Suriname toch niet zo erg is, demonstreert zij een stuk onbekwaamheid, die schrikwekkend is, vooral als men zich realiseert dat het hier om de voorzitter van het parlement gaat. Des te schrikwekkender, aldus Rodgers, omdat we leven in een tijd waarin met kundigheid en slagvaardigheid moet worden gewerkt aan het gezond maken van de economie.
 

GEEN GEZAG

Een ander probleem is volgens de fractieleider van het Nieuw Front, dat Marijke Djwalapersad, door haar optreden niet het gezag kan ontwikkelen, dat van een parlementsvoorzitter behoort uit te gaan. Wat zij doet is puur machtsvertoon. Zij leunt en steunt slechts op de voorzittershamer en haar positie als voorzitter. Zij mag dan best een dialoogronde houden, maar zij mist nu ten enemale de statuur om de verschillende groepen op één lijn te brengen. Rodgers merkt overigens op, dat in het kader van die dialoogronde de parlementsvoorzitter slechts met twee personen van de oppositie heeft gesproken. De door mevrouw Djwalapersad geinitieerde dialoog is volgens Rodgers gedoemd te mislukken, omdat zij niet een vertrouwenwekkende figuur is. In plaats van te kiezen voor een weg van overleg en coöperatie, om een duurzame oplossing te brengen, kiest zij voor confrontatie.
 

OFFICIELE AFSPRAAK

Rodgers wijst erop, dat het Ordereglement dwingend voorschrijft, dat wanneer op het tijdstip dat een vergadering moet aanvangen, het vereiste aantal niet aanwezig is, de voorzitter de vergadering moet openen. De fractieleider van het Nieuw Front haalt dan het voorbeeld aan van donderdag jongstleden, toen de openbare vergadering ter behandeling van het Meerjaren Ontwikkelings Programma was uitgeschreven voor elf uur 's morgens. De voorzitter laat ons doodleuk wachten tot drie uur 's middags, om dan pas de vergadering te openen en vervolgens vast te stellen dat het vereiste aantal leden niet aanwezig is. Rodgers: "We hebben met de voorzitter een officiele afspraak, dat als zij niet kan beginnen, na een kwartier de fractieleiders daarvan op de hoogte worden gesteld. Deze afspraak werd tweeëneenhalf jaar geleden gemaakt en sindsdien ben ik niet meer dan drie keren door de griffier gebeld. Rodgers: "Mevrouw Djwalapersad demonstreert daarmee dat het haar niet kan schelen wat men van haar denkt en lak te hebben aan alles en iedereen".
 

INBRAAK

Marijke Djwalapersad mist volgens Rodgers de geestelijke uitrusting om in de echte zin van het woord als parlementsvoorzitter op te treden. Ze staat bovendien ook nog aan het hoofd van pogingen om in te breken in de heiligdommen van de oppositie. Ze denkt van de numerieke meerderheid misbruik te kunnen maken, met voorbijgaan aan jarenlange gebruiken van het parlement. Mevrouw Djwalapersad weigert, aldus Rodgers, te erkennen dat de oppositie minderheidsstandpunten kan opnemen in stukken van het parlement. Dit is volgens de leider van de Nieuw Frontfractie ongehoord.
 
 
 

FREUD

Wat Djwalapersad doet kent zijn weerga niet in de parlementaire geschiedenis van Suriname. Wat zich nu afspeelt gebeurde zelfs niet aan het eind van de jaren zeventig, toen de verhouding tussen de oppositie en de coalitie in het parlement 20 tot 19 was. Emile Wijntuin wist toen op een kundige wijze om te springen met de toenmalige oppositie in die situatie. Overigens, aldus Rodgers, niet de eerste de beste oppositie, met mannen van een zwaar kaliber zoals Mungra, Hindori en Sardjoe. De fout die Djwalapersad volgens hem maakt is, om te denken dat zij als voorzitter boven de overige leden van het parlement verheven is. Rodgers: "Marijke Djwalapersad is gewoon één van de 51 leden. Ze is weliswaar de eerste, maar de eerste onder de gelijken. Onterecht praat zij volgens Rodgers altijd over haar parlement en haar leden. De psychiater Freud zou aan haar daarom een aangename kluif hebben, aldus Rodgers.



 
 
 
 

BELEID VAN TCT:
TELESUR MOET KAPOT

Het beleid van de regering Wijdenbosch heeft zich vanaf het aantreden van het kabinet, gekenmerkt door weinig respect voor wettelijke bepalingen. De wetsovertredingen hadden in vele gevallen tot doel bevoordeling van bepaalde personen en instanties. Daarbij werd niet geschroomd desnoods gevestigde goed functionerende systemen te vernietigen. Zulks is dan ook het geval in het beleid van de regering, met name het ministerie van Transport Communicatie en Toerisme, dus de NDP, ten aanzien van de telecommunicatie sector.
 

Bij het Telecommunicatiebedrijf Suriname (Telesur) is enige tijd geleden de behoefte aan aanpassing van de tarieven van de verschillende diensten ontstaan. Die behoefte is ontstaan als gevolg van de ontwikkelingen in de wereld, maar niet het minst als gevolg van het desastreus financieel-economisch beleid van de regering. Telesur zag zich uiteindelijk dus genoodzaakt de tarieven aan te passen en ging ertoe over de nieuwe bedragen, uitgedrukt in Amerikaanse dollars, te publiceren in de plaatselijke dagbladen. De minister van TCT, Dick de Bie was alert. Want, terwijl de advertentie van Telesur in de krant verscheen, werd in dezelfde editie een reactie van de bewindsman opgenomen. Telesur heeft geen toestemming van het ministerie van Transport Communicatie en Toerisme om tarieven aan te passen. Op basis van de wet is goedkeuring van de overheid nodig en die toestemming is nimmer gegeven, luidde de boodschap van minister de Bie. Op een persconferentie, die daarna volgde, erkende de minister de behoefte aan aanpassing van de tarieven van Telesur. Echter, aldus de bewindsman, moest eerst een grondige studie worden verricht. Door hem was daarom een commissie benoemd om de tarieven van het Telecommunicatiebedrijf Suriname te bestuderen en na te gaan in hoeverre tariefaanpassing gerechtvaardigd is. Men zou geneigd zijn Telesur op dat moment te veroordelen, omdat er een poging tot uitbuiting van het volk zou zijn gewaagd. Aan de andere kant zou men geneigd zijn de minister van TCT lof toe te zwaaien, omdat die had voorkomen dat het volk slachtoffer werd van de geldzucht van Telesur. De eigenlijke bedoelingen van de minister werden pas duidelijk toen hij de samenstelling van de commissie bekendmaakte.
 

SAMENSTELLING

De commissie staat onder voorzitterschap van de advocaat mr. Edward Naarendorp en bestaat verder uit Narpath Bissumbar, bestuurslid van de Kamer van Koophandel en Fabrieken en Dirk Currie, financieel onderdirecteur van het Telecommunicatiebedrijf Suriname. De benoeming van mr. Naarendorp tot voorzitter van de commissie verduidelijkt het beleid van de regering Wijdenbosch met betrekking tot de telecommunicatiesector. Mr. Edward Naarendorp is namelijk de persoonlijke advocaat van Ir. John Neede, directeur eigenaar van ICMS en tevens juridisch adviseur van dat bedrijf. Als zodanig is Naarendorp opgetreden in rechtszaken en heeft hij onderhandelingen gevoerd namens ICMS. Tegelijkertijd is Naarendorp de juridisch adviseur van de minister van Transport Communicatie en Toerisme. Conflict of interest dus in de zuiverste vorm.
 

LIBERALISATIE

Er kan dus niet anders worden geconcludeerd dan, dat het beleid van het ministerie van TCT, dus van de regering Wijdenbosch erop gericht is, Telesur de afgrond in te duwen en ICMS een voornamere rol binnen het telecommunicatie gebeuren te laten spelen.

De regering is ertoe overgegaan de telecommunicatie sector te liberaliseren, zonder dat de benodigde wettelijke voorzieningen zijn getroffen. Overal ter wereld is aan de liberalisatie een gedegen voorbereiding vooraf gegaan. In Suriname is de zaak juist omgekeerd. Aan de bestaande telecommunicatiewetgeving ontleent Telesur namelijk bepaalde bevoegdheden, zoals het mogen optreden als regulator en operator. Aangezien de betreffende wet nog in tact is, overtreedt de regering de wet, overigens zoals intussen bijna gebruik is geworden, door een andere maatschappij (ICMS) als operator toe te laten.
 

TAS

Thans is de advocaat van één van de operators, met name ICMS, benoemd tot voorzitter van een commissie, die de tarieven van Telesur moet bestuderen. In die hoedanigheid zal mr. Naarendorp inzage krijgen in de bedrijfsgeheimen van Telesur, een concurrent van zijn cliënt ICMS. Het is immers niet denkbaar dat de advocaat plotseling blind zal worden, wanneer hij de geheime informatie van Telesur onder ogen krijgt. Er is dus duidelijk sprake van een poging van de regering om ICMS te bevoordelen.

Er schuilt echter meer achter de benoeming van Naarendorp tot voorzitter van de Telesur tarievencommissie. Naarendorp wordt namelijk klaargestoomd om directeur van de Telecommunicatie Autoriteit Suriname (TAS) te worden, die in de toekomst als regulator binnen de telecommunicatiesector zal moeten optreden. De man, die dus aan de wieg van ICMS heeft gestaan en het bedrijf juridisch adviseert, zal dus de sector reguleren. Overigens moet de Telecommunicatie Autoriteit Suriname wettelijk worden ingesteld. Het is niet duidelijk in hoeverre het betreffende wetsontwerp de Staatsraad reeds heeft bereikt. Zodra de wet echter is aangenomen treedt de TAS in werking. Mr. Naarendorp heeft intussen reeds kenbaar gemaakt dat hij dan als advocaat bij het Hof van Justitie terugtreedt.
 
 
 

BOZE PLANNEN

De boze plannen van de regering ten aanzien van Telesur zijn talrijk. Zo wordt gewacht op het moment, dat later dit jaar directeur Nardi Johanns met pensioen gaat. Zijn opvolger moet dat Glenn Geerlings, echtgenoot van NDP assembleelid Jenny Geerlings-Simons worden. De op handen zijnde benoeming van Geerlings heeft ernstige bezorgdheid en paniek teweeggebracht onder het personeel van Telesur. De angst wordt veroorzaakt door het besef dat het lot van Telesur hetzelfde wordt als dat van Para Industries. Het Telesur personeel is zich bewust van het gevaar voor de bestaanszekerheid en de oneerlijke concurrentie, die door de regering wordt gestimuleerd. Intussen hebben de oppositiepartijen in het parlement reeds aangegeven dat de wet met betrekking tot de instelling van de TAS zal worden teruggedraaid na het aantreden van een nieuwe regering.



 
 
 

HET ONEIGENLIJKE TEAM VAN WIJDENBOSCH

De Surinaamse gemeenschap heeft afgelopen donderdag met verbazing kennis genomen van de installatie van de Joint Operation Team Bestrijding Financieel-Economische Criminaliteit. Andermaal heeft men kunnen vaststellen dat de president van de Republiek het niet zo nauw neemt met de wetten van het land. Of kent hij ze gewoon niet? Een korte analyse:
 

De president is tot de installatie van de Joint Operation Team Bestrijding Financieel-Economische Criminaliteit overgegaan, nadat hij oneigenlijke factoren heeft geconstateerd, die de economie van het land negatief beïnvloeden. Het team is even oneigenlijk als de factoren, die de president heeft geconstateerd. De leden ervan missen op basis van de wetten van het land namelijk elke bevoegdheid om op treden tegen wie dan ook. Overigens is zelfs de naam van het team oneigenlijk, omdat het verschijnsel "financiële criminaliteit" volledig onbekend is in de Surinaamse wetgeving. President Wijdenbosch heeft met de installatie van zijn joint team slechts de door wet aangewezen organen, die belast zijn met bestrijding van de criminaliteit, een brevet van ongeschiktheid willen geven. Maar, dat is natuurlijk helemaal niet terecht, omdat die slechts een beleid moeten uitvoeren. Een beleid dat niet deugt of in sommige gevallen helemaal ontbreekt. Van de Joint Operation Team Bestrijding Financieel-Economische criminaliteit hoeft dus helemaal niets te worden verwacht. De vraag die dan rijst is, wat de president dan heeft beoogd met de installatie van zijn team. Het antwoord is niet zo gemakkelijk te vinden. Het resultaat wel. De wisselkoers van de Amerikaanse dollar ging een dag later met een verhoogde snelheid de lucht in.