CUBAANSE ARTSEN KOSTEN HANDENVOL GELD

Enkele dagen geleden is door de regering bekendgemaakt, dat de Cubaanse artsen, die in Suriname te werk zullen worden gesteld, naast een vervoermiddel en een vrije woning, een toelage van USD. 1500 zullen ontvangen van de instantie waarvoor zij de werkzaamheden verrichten. Gezegd werd, dat het hier gaat om een belastingvrije toelage, waarvoor de Cubanen in aanmerking zullen komen.
 

Indien de regering werkelijk ertoe overgaat de Cubaanse artsen een bedrag uit te be-talen en nalaat daar belasting op te heffen, zal dat de zoveelste schending van de grondwet op dit stuk door de regering Wijdenbosch zijn. De Surinaamse wetgeving schrijft namelijk voor, dat een ieder, die in Suriname geld ontvangt, daar belasting op moet betalen. Vrijstelling van betaling kan slechts plaatsvinden, wanneer dat bij wet is geregeld. Een besluit daartoe zal dus door de Nationale Assemblée moeten worden goedgekeurd.

Overigens is opnieuw gebleken, dat president Wijdenbosch mededelingen heeft gedaan, die in strijd met de waarheid zijn. Zo verklaarde het staatshoofd na zijn bezoek aan Cuba, dat de artsen ons niets zouden kosten. Nu blijkt dat de Surinaamse belastingbetalers moeten opdraaien voor een bedrag van USD. 1500 per maand per arts. Het is duidelijk, dat slechts Cuba voordelen heeft aan de overeenkomst met Suriname ten aanzien van de samenwerking op medisch gebied. Daarnaast wordt op niet mis te verstane wijze het buitenlands beleid van de regering Wijdenbosch, dat gebaseerd is op "wederzijds" voordeel, geëtaleerd. Het is namelijk bekend, dat Cuba reeds jaren medici exporteert. De artsen worden naar het buitenland gestuurd en moeten dan een deel van hun inkomsten laten terugvloeien naar de Cubaanse staatskas. Overigens is het niet duidelijk, waarom de regering ervoor gekozen heeft artsen uit Cuba te laten halen, ter-wijl de Vereniging van Medici in Suriname en de Medische Faculteit van de Anton de Kom Universiteit van Suriname duidelijk hebben aangegeven, dat er aan die artsen geen behoefte bestaat. De Surinaamse medici zijn niet eens gekend, toen het besluit werd genomen om Cubanen naar Suriname te halen. De indruk bestaat daarom, dat indien president Wijdenbosch het aanbod van zijn collega Fidel Castro, om artsen naar Suriname te sturen, niet zou hebben geaccepteerd, hij met lege handen huiswaarts zou zijn gekeerd. Dat Wijdenbosch het aanbod van Castro met beide handen heeft aangegrepen, wekt nog meer ver-bazing, daar het bekend is dat de Organisatie van Amerikaanse Staten een fonds heeft, dat kan worden aangesproken, wanneer het gaat om gezondheidszorg in de Amerika's. Artsen, die uit het buitenland worden aangetrokken door de OAS-lidstaten, kunnen dan worden betaald met middelen uit het fonds.




CRIMINALITEITSBESTRIJDING:

METEN MET MEERDERE MATEN

Standhouders van de Centrale Markt en winkeliers op diverse lokaties in Paramaribo hebben zich beklaagd over de wijze waarop opsporingsambtenaren te werk gaan bij de bestrijding van wat door president Wijdenbosch is aangeduid als de "financiële criminaliteit". Op verschillende adressen hebben agenten, gekleed in burgerkleding, zich de afgelopen dagen aangediend. Nadat er een artikel in de winkel was uitgekozen, werd aan de winkeliers medegedeeld, dat men geen Surinaams geld bij zich had. Gevraagd werd toen of het mogelijk was in dollars te betalen. Als de winkelier daarmee instemde, ging de "klant" er dan toe over zich als opsporingsambtenaar te identificeren. vervolgens werd dan tot aanhouding van de betreffende winkeliers overgegaan en volgde tevens sluiting van de winkels. Hoewel een harde aanpak van de "financiële criminaliteit", zoals president Wijdenbosch dat noemt, wordt toegejuicht, wordt de sluwe manier waarop de opsporingsambtenaren te werk gaan, gehekeld. Velen begrijpen deze "voortvarendheid" van de regering niet. De regering zou bij de introductie van de marktconforme wisselkoers hebben moeten zien aankomen, dat zij de controle op de economie van het land volledig zou kwijtraken, natuurlijk voor zover er nog van enige controle sprake was. De hoop wordt dan ook uitgesproken, dat met dezelfde voortvarendheid de andere vormen van criminaliteit zullen worden aangepakt. Daar wordt echter sterk aan getwijfeld, als wordt nagegaan, wat zich kortgeleden in het district Commewijne heeft afgespeeld. Zekere Ajodhia werd op een avond door een auto, die werd bestuurd door de zoon Henrie Wormer, directeur van EBS en tevens vooraanstaand lid van de grootste partij in de regeringscoalitie, aangereden.

Ajodhia kwam na de aanrijding op de auto terecht. De bestuurder begon toen zig-zag te rijden zodat het lichaam van de man van de auto kon vallen. Dit lukte inderdaad en dat op enkele honderden meters verder van de plek waar de aanrijding plaatsvond. Ajodhia was op slag dood, terwijl de bestuurder van de auto rustig door reed. Enkele uren later meldde hij zich op het politiebureau van Meerzorg, waar de politie geen termen aanwezig achtte hem aan te houden. Overigens was de betreffende bestuurder, zoon van Henrie Wormer de directeur van EBS, niet lang geleden eveneens betrokken bij een aanrijding, waarbij twee mensen het leven lieten. Intussen heeft Henrie Wormer, vader van de bestuurder die de aanrijding met Ajodhia veroorzaakte, ongeveer twee weken geleden zijn zoon geruisloos het land uitgeloodst. De winkeliers, die de afgelopen dagen door opsporingsambtenaren zijn uitgelokt tot overtreding van de deviezenwet, begrijpen er terecht niets meer van.
 
 




HARRY KISOENSINGH:

ANDERE REGERING GAAT ONTWIKKELING NICKERIE BRENGEN

Harry Kisoensingh, vertegenwoordiger van Nickerie in de Nationale Assemblée, zegt dat de toekomst van het rijstdistrict, op korte termijn, er heel slecht uitziet. Op de langere termijn gaat Nickerie een gouden toe-komst tegemoet. Deze mening is Kisoensingh toegedaan, omdat hij er vanuit gaat, dat Suriname een andere regering krijgt en de basisontwikkelingsgedachte van de HPP, die hij leidt, ingang zal vinden.
 
 

De HPP gaat ervan uit dat de ontwikkeling van de agrarische sector de peiler is voor de ontwikkeling van het land. Nickerie heeft volgens hem een grote agrarische bevolking, die je niet zomaar kan omscholen. Daarnaast is het district gezegend met veel vruchtbare grond en een overvloed aan het strategische produkt zoetwater. Dit laatste houdt volgens Kisoensingh in dat Suriname, met name het district Nickerie, tot in lengte van dagen agrarische producten zal kunnen leveren. Wel zullen de nodige investeringen moeten worden gepleegd en dat zien we Wijdenbosch nog niet doen, aldus de parlementariër. Kisoensingh: "De hele top van de NDP concentreert zich op het binnenland, waar snel veel geld kan worden verdiend". Vandaar, aldus Kisoensingh, dat we zien dat nagenoeg alle NDP-toppers over concessies in de hout- en goudsector beschikken en daadwerkelijk actief zijn in die sectoren.
 
 

DECENTRALISATIE
De HPP gelooft er volgens voorzitter Kisoensingh ook niet in, dat de verre districten vanuit Paramaribo kunnen worden ontwikkeld. Dat is zeker ook niet mogelijk met districtskabinetten, zoals die door president Wijdenbosch zijn geïntroduceerd. Overigens, aldus Kisoensingh, kent de wet op de Regionale Organen het verschijnsel "districtskabinetten" niet. De wet spreekt van districtsbestuur. De HPP is van oordeel, dat er daadwerkelijke decentralisatie moet plaatsvinden, waarbij aan elk district een eigen budget moet worden toegekend. Hierdoor kunnen de probleemgebieden daadwerkelijk worden aangepakt. Er moet volgens de HPP ook een vorm van districtsbelasting kunnen worden geheven. Kisoensingh: "Als Brokopondo zoveel miljarden opbrengt met hout en goud, zou daarvan een bepaald percentage moeten terugvloeien naar het district. Dan pas kan worden gesproken van daadwerkelijk decentralisatie. Volgens de HPP-voorzitter moeten we zo gauw mogelijk af van het systeem, waarbij de minister van Natuurlijke Hulpbronnen op een stoel zit aan de Mirandastraat en bepaalt, wie voor welk stuk grond in Sipaliwini in aanmerking komt. Wanneer hierin verandering komt, kan worden voorkomen, dat slechts NDP-ers de beste en grootste stukken grond krijgen, zoals dat thans het geval is in Nickerie. NDP-toppers hebben in het rijstdistrict onder andere de beschikking gehad over het industrieterrein en het MCP- gebied. Ze pakken volgens Kisoensingh elke millimeter grond, die vrij is. Hierbij wordt zelfs het marktterrein in Nieuw Nickerie niet gespaard. Deze handelwijze van de huidige regering werkt remmend op de ontwikkeling, aldus de HPP voorzitter.
 
 

NEERGAANDE LEVENSSTANDAARD
Sprekend over, dat hij in het parlement vertegenwoordigt, zegt Kisoensingh, dat de beroepsbevolking aldaar in drie sectoren actief is, met name de landbouw, de ambtenarij en de handel. De handel is voor honderd procent afhankelijk van de inkomsten van de landbouw, die al jaren, een neergang doormaakt. De agrarische infrastructuur is reeds jaren niet onderhouden, waardoor de kosten van de productie hoger worden. Als bijvoorbeeld het irrigatiesysteem niet functioneert, moet water naar de rijstvelden worden gepompt, wat enorme kosten met zich meebrengt. Verder zijn de rijstvelden in de regentijd nauwelijks toegankelijk. Dit is volgens Kisoensingh er de oorzaak van, dat er in de Nanipolder haast niet meer wordt geproduceerd. Hij haalt ook het feit aan, dat het vorig seizoen in Nickerie honderden hectare gewas is blijven staan, omdat oogsten door de slechte infrastructuur niet mogelijk was. De parlementariër wijst ook op het feit, dat de LGO-route is komen stil te liggen, waardoor het niet meer mogelijk is voor een hele goede prijs rijst af te zetten op de Europese markt. Momenteel wordt heel goedkoop rijst uit Azië aangeboden in Europa en zelfs het Caribisch Gebied. Zelfs Surinamers kopen volgens de HPP-voorman rijst uit Thailand op, om die aan Jamaica te leveren.
 
 

STRUCTURELE MAATREGELEN
Terugkomend op Nickerie, wijst Kisoensingh erop, dat wanneer de padiboer geen geld heeft, de hele economie in Nickerie in de problemen raakt. De algemene levensstandaard in het rijstdistrict is onderhevig aan een neergaande trend. Dit was vooral het vorig jaar, met twee slechte seizoenen, het geval. Dit heeft dan ook geleid tot een massale protestactie van de padieboeren, die ongeveer twee maanden heeft geduurd. Vier van de actievoerders gingen ruim een maand zelfs in hongerstaking. De acties hebben vruchten afgeworpen, want doordat een betere padieprijs kon worden afgedwongen, is de situatie van de boeren enigszins verbeterd. Kisoensingh: " Van een daadwerkelijke verbetering zal er echter nimmer sprake zijn, als structurele maatregelen uitblijven. Dus als de infrastructuur niet wordt aangepakt, er geen zaaizaad wordt aangemaakt, het machinepark niet wordt onderhouden en er niet regelmatig chemicaliën worden aangevoerd, blijven we in de problemen. Als niet aan deze voorwaarden wordt voldaan, zullen wij nimmer uit de malaise komen".
 
 

DISTRICTSCOMMISSARIS
Het optreden van districtscommissaris Rashied Doekhie is volgens Kisoensingh ook niet bepaald stimulerend voor de ontwikkeling van het district. Volgens de parlementariër denkt Doekhie, dat hij de president van Nickerie is en net als president Wijdenbosch zich niet aan wetten en regels hoeft te houden. Dit brengt natuurlijk de nodige spanningen met zich mee. Als de leiding zich niet aan de regels houdt, zal dit uiteindelijk leiden tot bandeloosheid en anarchie. Kisoensingh: "De districtscommissaris is ambtenaar en ik geloof niet dat het passend is, als de hoogste ambtenaar in het district zich bij tij en

ontij gedraagt als een derderangs propagandist van de NDP". Volgens de parlementariër voelt Doekhie zich geroepen altijd te reageren op standpunten, die politici innemen. Hij haast zich dan naar Rasonic Televisie, om het NDP standpunt bekend te maken. Doekhie zou dit moeten overlaten aan zijn baas, de minister of zijn partijvoorzitter. Hij is slechts de uitvoerder van een beleid, dat in Paramaribo wordt gemaakt. Hij zou er beter aan doen zich in dienst te stellen van de Nickeriaanse bevolking, vindt de HPP-voorzitter.




President verlaat DNA

met gestreken vaandel

Dat was eens wat anders bij de openbare vergadering van De Nationale Assemblée van afgelopen donderdag. President Jules Wijdenbosch verliet de vergaderzaal met gestreken vaandel, hij werd uitgeleide gedaan door griffier Edmund Bleau.

Het was de NF-oppositie gelukt, de president over een passage in het Meerjaren Ontwikkelingsprogramma helemaal vast te redeneren en klem te zetten. Géén van zijn 25 coalitieleden kon hem daarbij te hulp schieten, omdat ze zelf ook onkundig van zaken worden gehouden. Niet eens het wisselvallige oppostielid Frank Playfair (DP) kon de president deze keer uit zijn benarde positie redden. Het werd een complete afgang voor president Wijdenbosch. Bij debatten met oppositieleden wil hij altijd het laatste woord en krijgt hij het ook van de voorzitter. Maar deze keer, had hij niet eens meer het woord gevraagd. Dat op zich was al zeer opvallend. Want meestal grijpt hij aan het slot van een vergadering de gelegenheid aan om met oneigenlijke argumenten (frommels) zijn visie pathetisch te verkondigen en daarna de vergaderzaal met opgeheven banier te verlaten. Maar deze keer blies hij zwijgend de aftocht zonder nog iets uit te brengen.
 
 

BLUNDER VAN REGERING
Assembléelid Otmar Rodgers (NF/NPS) bracht de bal aan het rollen. Hij haalde aan, dat het MOP verwijst naar een rapport betreffende het financiële en monetaire beleid 1997-2001. De aanbevelingen in dat rapport zouden IN HOGE MATE BEPALEND zijn voor het beleid, dat volgens het MOP gevoerd zal worden in de monetaire sfeer. Maar het bewuste rapport ontbrak bij de stukken over het MOP en was niet eens aan de Assemblée toegezonden. Dit kwam aan het licht toen het lid Rodgers naar het rapport vroeg en de waarnemende voorzitter Herbert Watson die op dat moment de vergadering leidde moest toegeven "dat het rapport de Assemblée nog niet had bereikt, maar onderweg was". Wat een blunder van de regering! Hoe kan de regering verwachten dat de Assemblée zo'n belangrijk onderwerp als het MOP consciëntieus behandelt als een essentieel document wordt achtergehouden? Het gaat om een rapport dat sedert medio januari 1997 door een presidentiële commissie was uitgebracht aan president Jules Wijdenbosch. Die commissie was begin november 1996 geïnstalleerd. De heren drs. Henk Goedschalk, drs. Winston Caldeira en drs. Subhas Mungra hadden er zitting in. Behalve het lid Otmar Rodgers gaven ook de assembléeleden Fred Derby (NF/SPA), Ram Sardjoe (NF/VHP), Ruth Wijdenbosch (NF/NPS) en Jagernath Lachmon (NF/VHP) de president onomwonden te verstaan, dat het volledige rapport aan de Assemblée moest worden aangeboden en niet slechts een gedeelte ervan. De assembléeleden moeten kennis kunnen nemen van de relevantie van het rapport voor het MOP. Op het laatste nippertje sloot het assembléelid Playfair zich bij deze opvatting van de NF- parlementariërs aan en dat deed daarmee voor president Wijdenbosch de deur dicht. Zijn laatste strohalm was hem daarmee door de vingers geglipt.
 
 

MOP
Het lid Rodgers stelde nog de vraag of de regering het bewuste rapport had goedgekeurd en geadopteerd. Ook wilde hij weten of de regering het rapport had verheven tot een officieel regeringsdocument. Maar de commotie in de vergaderzaal was zo groot, dat niemand meer hierop inging. Het MOP is intussen al zo fel bekritiseerd dat zelfs president Wijdenbosch het niet meer betitelt als het eerder zo door hem volprezen Nationaal Reconstructie Program (NRP).