HET
WEGENONDERHOUD IN COMMEWIJNE
Een groot aantal wegen in het district Commewijne
bevindt zich op dit moment in een zeer deplorabele staat. Dit komt deels
door de zware regens van de afgelopen tijd, terwijl gebrekkig onderhoud
eveneens heeft bijgedragen tot de haast onhoudbare situatie. Dit laatste
is niet verwonderlijk, als men zich realiseert, welk beleid het ministerie
van de Openbare Werken voert met betrekking tot het onderhoud van wegen
in Commewijne. Een hoofdbestuurslid van de BVD, een legerofficier, die
aan het ministerie van Openbare Werken is uitgeleend, is belast met de
verantwoordelijkheid voor het herstel van de wegen in Commewijne. Uit dien
hoofde heeft de man recht op een dienstwagen van OW en natuurlijk behoud
van zijn salaris als lid van de Militaire Politie. Als actief bestuurslid
van de BVD, afdeling Commewijne, maakt de man zich schuldig aan overtreding
van de grondwet, die militairen verbiedt actief aan politiek te doen. Intussen
blijven de hoofdlozingen in Commewijne dichtgegroeid en lijden de bewoners
van het district rustig verder.
DERBY OVER
SER
C-47 WERKT
NIET MEE AAN GRAP
President Jules Wijdenbosch doet alle moeite
om de Sociaal Economische Raad (SER) van de grond te krijgen. In het kader
van de voorbereiding van de SER had hij afgelopen maandag een bespreking
met alle partijen, die zitting in de Raad zullen moeten nemen. Althans,
alle partijen waren uitgenodigd. De totale vakbeweging, met uitzondering
van het AVVS De Moederbond, die verstek liet gaan. Fred Derby, voorzitter
van de progressieve vakcentrale C-47, motiveert de houding van zijn organisatie.
C-47 erkent de noodzaak van een Sociaal Economische
Raad binnen het staatsbestel. Voor de instandhouding en de verdere uitbouw
van de samenleving is het noodzakelijk, dat de sociale partners en de overheid,
vanuit hun maatschappelijke verantwoordelijkheid en belangensfeer, voortdurend
in overleg zijn, om te geraken tot evenwichtige verhoudingen. Aldus Derby,
die erop wijst, dat een goed en transparant overheidsbeleid en regelgeving
onontbeerlijke voorwaarden zijn voor moderne industriële verhoudingen.
WETTELIJKE BASIS
Volgens de C-47-voorman zou de SER, waarin de dragers
van de samenleving zitting hebben, een wettelijke basis moeten hebben.
Hierdoor zou het niet louter bij het geven van adviezen door de meest gerede
groepen in de samenleving blijven, maar zou de SER ook de gelegenheid hebben
zelf initiatieven te nemen, in de zin van wetgeving. Advieswetgevingsvoorstellen,
kunnen dan, na te zijn beredeneerd en beargumenteerd, worden aangenomen,
danwel afgewezen.
PRINCIPIËLE BEZWAREN
Als dat het was, aldus Derby, was er in principe
geen probleem. Het is bekend, dat wij actief hebben meegedaan in het Tripartiet
Overleg, onder de voorwaarde, dat het een voorloper op de Sociaal Economische
Raad zou zijn. Het Tripartiet Overleg was bedoeld om alvast wat ervaring
op te doen. C-47 heeft principiële bezwaren tegen de wijze, waarop
de regering (lees: president Wijdenbosch) de SER tot stand wil brengen.
Derby: "Er wordt thans zoveel over de SER gesproken, maar ik mis de fundamentele
benadering. De president probeert met de werkwijze, die hij hanteert, een
zoveelste orgaan in het leven te roepen om belangrijke georganiseerde delen
van de samenleving, waar hij nog geen invloed op heeft, te frustreren".
ZONDER OVERLEG
Derby wijst erop, dat de regering van een minderheid
is gekomen tot een marginale meerderheid in de Nationale Assemblée.
Om aan te geven, waarom C-47 het nut van een SER onder de huidige omstandigheden
niet inziet, wijst de vakbondsleider op de werkwijze in het parlement.
In het college worden volgens hem alle initiatieven om tot fundamentele
discussies te komen de grond ingeboord. Volksvertegenwoordigers krijgen
volgens hem ook de gelegenheid niet om visies met enige diepgang te presenteren.
In dit verband wijst Derby op de vele kunstmaatregelen, die worden toegepast
door de leiding van het parlement, op instigatie van de president. Hij
noemt de spreektijdbeperking, maar bovenal het niet fysiek aanwezig te
hoeven te zijn en toch kunnen deelnemen aan de beraadslagingen, zoals voorgeschreven
door het ordereglement. Deze handelwijze heeft volgens de C-47-voorzitter
vele klachten ontlokt bij ministers en coalitiepartners, omdat men het
niet eens is met de wijze, waarop besluiten worden genomen door de regering
(lees: president). Verder, aldus Derby, zijn de frustraties van de leden
van de Staatsraad, omdat zij hun werk niet kunnen doen, alom bekend. Volgens
Derby geeft het voorgaande duidelijk aan, dat president Wijdenbosch geen
voorstander is van besluitvorming op basis van goed overleg vooraf. Volgens
hem is het ook voldoende bekend, welke behandeling de Rekenkamer van Suriname
onder leiding van Hans Prade kreeg van de president. Tegen alle voorschriften
van de grondwet in, werden geen documenten verstuurd naar de Rekenkamer.
" Om maar niet te spreken van de rechterlijke macht", aldus Derby. "De
strijd, die het staatshoofd voert tegen de rechterlijke macht, is nog steeds
in alle hevigheid gaande, omdat de president een eigen rechterlijke macht
wil inrichten, zodat één van de weinige bakens in de democratische
zee ook nog verloren gaat". Wijdenbosch wil nieuwe organisaties in het
leven roepen en de bestaande bemannen op een dusdanige wijze, dat zij een
personificatie van hem worden, aldus de C-47 voorman.
SAMENSTELLING
Derby zegt dat de samenstelling en bevoegdheden van
de Sociaal Economisch Raad voor C-47 van eminent belang zijn. Dat is dan
ook een van de belangrijkste redenen, waarom C-47 afgelopen maandag niet
heeft deelgenomen aan de bespreking met president Wijdenbosch. Nog voor
er gesproken werd over de SER heeft het staatshoofd getracht de vakbeweging
te verdelen, nog afgezien van het arbeidersonvriendelijk beleid van zijn
regering. Doordat de president eerder heeft geprobeerd de vakbeweging te
splitsen, kan er thans nimmer sprake zijn van eenduidig denken en handelen
binnen die groep. Dat er thans een onwerkbare situatie heerst, kan volledig
op conto van de president worden geschreven, vindt Derby. Hij is het geweest,
die het nodig achtte een nieuw verschijnsel te introduceren, door strategische
en constitutionele groepen aan te wijzen. Het is ook de president, die
ervoor heeft gezorgd, dat er thans bevoorrechte en geprivilegeerde werkers
in Suriname rondlopen. Zo bestaan er door toedoen van het staatshoofd ook
bevoorrechte en geprivilegeerde vakorganisaties. Zo is er een vakcentrale,
die vrij mensen kan aanwijzen om plaats te nemen in Raden van Commissarissen,
zelfs daar, waar die vakcentrale niet over een bond beschikt. Aan de andere
kant worden anderen uit RvC's verwijderd. Om niet te spreken van directieleden
van staatsbedrijven, van wie wordt vermoed, dat zij gelieerd zijn aan een
politieke partij, die niet tot de regeringscoalitie behoort. Volgens Derby
kan C-47 als het grootste slachtoffer van deze handelwijze van de president
worden aangewezen.
VERDEEL EN HEERS
De C-47-voorzitter is van oordeel, dat hetzelfde
geldt voor het bedrijfsleven. Ook ten aanzien van het bedrijfsleven zou
volgens Derby de president, voorafgaand aan zijn initiatief om te komen
tot een SER, een beleid van verdeel en heers hebben gevoerd. In dit kader
noemt de vakbondsleider de oprichting van een pseudo werkgeversorganisatie,
een door de staat gecontroleerde bedrijfslevenorganisatie. Vers in het
geheugen zijn nog de brieven, die de regering schreef naar de directies
van alle parastatale ondernemingen, met de opdracht zich af te schrijven
als lid van de VSB en toe treden tot de nieuwe organisatie.
Met betrekking tot de samenstelling van de SER
wijst de voorzitter van C-47 er nog op, dat de Kamer van Koophandel als
overheidsinstituut, in feite een afdeling van het ministerie van Handel
en Industrie, nooit in de SER zitting kan hebben. Stel je voor, dat dat
wordt toegestaan. De KKF is een instantie, waar de minister van Handel
en Industrie alles over te zeggen heeft. Maar het is duidelijk, dat de
president slechts een forum wil creëren om met name de vakbeweging
te frustreren. En dat is precies, wat wij willen dat er met ons gaat gebeuren,
aldus Derby. De foefjes, die de president denkt toe passen bij de samenstelling
van de SER, laten mij automatisch terugdenken aan een uitspraak van Malcolm
X in de zestiger jaren, die toen zei: "They try to put cream in the coffee".
Volgens Derby wordt getracht de koffie, in dit geval de SER, slechts slapper
te maken en daardoor ook zwakker. Daarnaast, aldus de C-47-voorzitter is
ook niet helemaal duidelijk, waarom de president zo'n enorme haast heeft
met de SER. Er zijn dus gegronde redenen om principiële bezwaren te
hebben tegen een in elkaar gestampte SER
NIET SERIEUS
Derby wijst erop, dat ruim anderhalf jaar geleden
de fase van dialoog was afgesloten en dat er niet meer met de president
over zou worden gesproken. Toch is men ingegaan op de uitnodiging van de
president voor deelname aan de door hem geïnitieerde dialoog en men
is er met een open mind naar toe geweest. Als de president dan erkent,
dat er een crisis is en dat de zaak volledig is vastgelopen en de verhoudingen
in het land ernstig zijn verstoord, dan mag in de dialoog van hem een serieuze
poging worden verwacht om visies en oplossingsmodellen te ontwikkelen.
GEEN GELOOF
Tijdens de zogenaamde dialoog is het voor C-47 duidelijk
geworden, dat het geen enkele zin heeft, in welk verband dan ook, overleg
te voeren met deze president. Als oplossing voor de crisis op politiek
niveau verwees het staatshoofd naar het parlement. Dit, aldus Derby, terwijl
de president net als elk ander weet, dat discussiëren daar niet mogelijk
is. De president weet beter dan wie ook, dat de voorzitter van de nationale
Assemblée niet minder dan elf keren heeft getracht het college bijeen
te roepen om te discussiëren over het Meerjaren Ontwikkelings Programma
(MOP), het strategisch ontwikkelingsplan van de regering, en dat dat niet
mogelijk was. Volgens Derby is het duidelijk, dat zelfs de coalitie geen
geloof heeft in het functioneren van het parlement onder de huidige omstandigheden.
GRAP
De SER is wat volgens Derby de president tijdens
de dialoog aandroeg als de oplossing voor de problemen op financieel-economisch
en monetair gebied. Dat noemt de C-47-voorzitter een vreemde zaak, als
in acht wordt genomen, dat nog voordat de SER er is, er enkele gigantische
economische maatregelen worden genomen, die de economie op de rand van
de afgrond hebben doen belanden. In dit verband noemt Derby de introductie
van de marktconforme wisselkoers. Als oplossing voor de sociaal-maatschappelijke
problemen draagt de president de ombudsman aan. Derby: hoe serieus moet
je deze president in godsnaam nog nemen. In elk geval C-47 wil niet aan
een dergelijke grap meewerken.
NOGMAALS
HET GRONDUITGIFTEBELEID
Het gronduitgiftebeleid, dat is gevoerd sinds
het aantreden van de huidige regering, heeft velen vaker de wenkbrauwen
doen fronsen. Dit komt, doordat steeds weer blijkt dat degenen, die voor
grond in aanmerking komen, aan de regering zijn gelieerd of een relatie
hebben met topfunctionarissen van de regering. Zo is bekend geworden dat
een zekere Strijdhaftig, echtgenoot van de directeur Grondbeheer van het
ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen, in aanmerking is gekomen voor 300
hectare grond aan de Oost Westverbinding, ter hoogte van kilometer 42 in
het district Commewijne, nabij Canawapibo. Iets dichter bij Paramaribo,
en wel in de omgeving van De Hulp, werd ruim 50 hectare toegewezen aan
Ivan Graanoogst, topmedewerker op het kabinet van president Jules Wijdenbosch.
Dat de grond in Commewijne zeer in trek is, blijkt
eveneens uit het feit, dat van de eigenaar van Winkel Lie Fong, te Tamanredjo,
op de hoek van de afslag naar Alkmaar, een stuk grond werd afgenomen. Vervolgens
werd de grond toegewezen aan een aan de NDP gelieerde vrouwenorganisatie.
In Nickerie is het districtscommissaris Rashied Doekhie zelf, die profiteert
van het "gronduitgiftebeleid". De burgervader is namelijk bezig op een
gunstig gelegen stuk grond nabij de plek, waar de veerboot vanuit Guyana
aankomt, bezig een hotel en een servicestation op te zetten. Intussen wordt
gedacht aan uitbreiding van de activiteiten in de brandstofsector. Doekhie
is namelijk in aanmerking gekomen voor het terrein aan de Oost Wetsverbinding,
nabij de afslag naar Wageningen voor het opzetten van nog een pompstation.
IS
SZF FAILLIET?
"Ach, wat heb ik ermee te maken, het gebeurt
toch zover van mijn bed", dachten velen in de kuststrook, toen recentelijk
bekend werd, dat de Medische Zending door financiële problemen haar
activiteiten zal moeten staken. Weinigen realiseerden zich, dat stopzetting
van de werkzaamheden van de Medische Zending inhoudt, dat duizenden bewoners
van het binnenland van adequate gezondheidszorg verstoken zullen zijn,
met alle consequenties van dien.
De bewoners van de kuststrook, die dachten dat
het wegvallen van adequate gezondheidszorg slechts een verschijnsel van
het binnenland was, worden thans onmiskenbaar met de harde realiteit geconfronteerd.
Meer dan ooit tevoren dreigt de gezondheidszorg buiten het bereik van de
doorsneeburger te raken. Buiten bereik, omdat het eenvoudig niet te betalen
is. Slachtoffers van deze situatie worden vooral de tienduizenden ambtenaren
en hun gezinnen.
ONVERANTWOORD OVERHEIDSHANDELEN
Het ontstaan van deze voor een grote groep burgers
levensgevaarlijke situatie kan volledig worden toegeschreven aan het handelen
van de overheid. Het beleid, dat is gevoerd met betrekking tot de gezondheidszorg,
heeft systematisch geleid tot de afbrokkeling van de sector. De ineenstorting
van de gezondheidszorgsector is het directe gevolg van de financieel-economische
en monetaire crisis, die reeds enige tijd in Suriname heerst.
Doordat de staat failliet is, kunnen financiële
verplichtingen niet correct worden nagekomen. Reeds geruime tijd worden
dienstverleners niet uitbetaald voor verleende diensten. Zo ook de dienstverleners
in de gezondheidszorg. Voor deze laatste categorie dreigt thans het doek
definitief te vallen.
De ziekenhuizen bijvoorbeeld moeten het reeds
jaren stellen met tarieven, die niet realistisch zijn. Jaren geleden werd
het ligdagtarief gesteld op Sf 20.000,-. Het Staatsziekenfonds en de overheid
bleven aan dit tarief vasthouden, ondanks de steeds verslechterende economische
situatie. Ondanks het feit, dat de wisselkoers voor de Amerikaanse dollar
in de loop der tijden met enkele honderden punten steeg, bleef de overheid
zich vastklampen aan het tarief, dat medio jaren negentig werd vastgesteld.
Ondertussen namen de kosten van de instelling fors toe, onder invloed van
de stijging van de wisselkoersen. In october van het afgelopen jaar werd
een punt bereikt, waarop de continuïteit van de ziekenhuizen niet
meer was gegarandeerd. Desondanks wilde de regering niets weten van aanpassing
van de tarieven. De directies van de inrichtingen zagen zich daarom genoodzaakt
van verzekerden van het Staatsziekenfonds en patiënten, die vanwege
het ministerie van Sociale Zaken recht hebben op vrije geneeskundige behandeling,
een forse bijbetaling te eisen. Derhalve betalen de genoemde patiënten
vanaf october vorig jaar Sf 35.000,- per dag voor elke dag, dat zij in
het ziekenhuis doorbrengen, althans bij één van de particuliere
instellingen.
GENADESLAG
De financiële problemen van de ziekenhuizen
waren daarmee echter nog niet opgelost. De verslechtering van de economische
situatie zette zich namelijk voort, terwijl de ziekenhuizen niet bespaard
bleven van de gevolgen. De genadeslag werd hen echter toegebracht op 1
januari 1999 met de introductie van de marktconforme wisselkoers. Vanaf
begin dit jaar moeten de ziekenhuizen bij de import van goederen invoerrechten
betalen, berekend op een koers, die bijna Sf 300,- hoger ligt. Ziekeninrichtingen
zijn slechts vrijgesteld van het betalen van omzetbelasting bij de aanschaf
van apparatuur. Zelfs voor onderdelen voor diezelfde apparaten moet omzetbelasting
worden betaald. Door de ontwikkelingen op financieel-economisch en monetair
gebied zagen de ziekenhuizen hun kosten stijgen met ruim zeventig procent.
En dan zijn de verhoogde energiekosten nog niet in beschouwing genomen.
UITZICHTLOOS
De zaak is thans totaal uitzichtloos geworden voor
de ziekeninstellingen, omdat reeds twee maanden geen cent is ontvangen
van het Staatsziekenfonds. Het SZF op haar beurt ontvangt geen geld van
de overheid. Waarschijnlijk, omdat de overheid het geld niet heeft. Het
SZF is in feite dus failliet. De ziekenhuizen, maar ook de apotheken moeten
miljarden van het SZF en het ministerie van Sociale Zaken ontvangen. In
het geval van de ziekenhuizen gaat het niet slechts om het ligdagtarief,
maar ook om diensten, die zijn verleend door de röntgenafdelingen
en de laboratoria. In principe zijn de ziekenhuizen failliet. De twee grootste
debiteuren, het Staatsziekenfonds en het ministerie van Sociale Zaken,
betalen hun schulden niet. Opnieuw zien de directies van de inrichtingen
zich genoodzaakt om leningen te sluiten om verplichtingen, zoals het uitbetalen
van salarissen aan werknemers, na te kunnen komen. Aan de andere kant staan
banken niet te trappelen om geld te verstrekken aan ziekenhuizen. Dat het
SZF geen geld van de overheid heeft ontvangen en daardoor reeds enige tijd
de schulden bij de dienstverleners niet kan aflossen, is een zeer vreemde
zaak, want de premies zijn prompt elke maand ingehouden van de salarissen
van de ambtenaren. De vraag, die velen terecht bezighoudt is: waar is het
geld dan naartoe?
WANHOOPSACTIES
OF VOORPROEF NIEUWE INSTRUMENTEN
Inside Stories schreef de vorige week, dat
de Centrale Bank van Suriname (CBvS) wazig was. Deze week is er op drie
vlakken tegelijk actie ondernomen. Een razzia van de politie op de straatvalutamarkt,
een verbod van de Deviezen-commissie om vreemde valuta te verkopen aan
of te kopen van handelaren, die geen vergunning hebben en de CBvS wil precies
weten wie de bezitters zijn van de deviezen op de particuliere valutarekeningen
bij de plaatselijke banken. Deze drie maatregelen laten dwars door de wazigheid
heen de tekenen zien van een opkomende wanhoop, of zijn anders een voorproef
van de nieuwe instrumenten van monetaire politiek.
STRAATRAZZIA
Met de straatrazzia van de politie kan geen blijvend
effect worden bereikt. De politie komt daarvoor gewoon manschappen tekort.
Bovendien heeft de politie belangrijker en dringender werk te doen dan
achter kleine straatwisselaars aan te zitten. Of men zou het politie-korps
met de helft in mankracht moeten vergroten. Maar zelfs dan kan met politierazzia's
geen monetair beleid gevoerd worden, behalve als deze razzia's een blijvend
onderdeel gaan uitmaken van de nieuwe instrumenten en mechanismen van de
monetaire politiek in Suriname. Als aanvulling op het optreden van de politie
is gelijktijdig een bericht verspreid over valse Amerikaanse dollar- en
Nederlandse gulden biljetten.
VERBOD VERSTIKKEND
Wat de NF-regering in 1992 aan vrijheid voor de burgers
en inwoners van ons land gebracht heeft met de eerste stoot tot liberalisatie
van het deviezenregiem, wordt door de NDP-coalitieregering Wijdenbosch
nu weer gedeeltelijk teruggedraaid. Het nieuwe verbod van de Deviezen-commissie
werkt verstikkend op het vrijelijk beschikken, bezitten en aanwenden van
het vreemde valutabezit door ingezetenen. Zij kunnen er haast geen kant
meer mee uit. Vrijwel elke transactie, die normaal toegestaan was onder
de NF-regering, wordt nu verboden. Een valuta-bezitter mag geen valuta
doorverkopen aan andere kopers dan aan banken en cambio's. Hij of zij mag
maar een beperkt bedrag aan eigen reisdeviezen meenemen op buitenlandse
reizen. Hij of zij mag niet eens de eigen import van goederen betalen met
overmakingen uit een eigen valuta-rekening.
Op het gebied van het toerisme worden vooral de
horecabedrijven, de taxi's en andere aanverwante bedrijven door het wisselverbod
getroffen, evenals de vakantiegangers. En, a propos, waar moet een importeur
deviezen kopen als hij bij de banken en de cambio's niet geholpen kan worden?
Of moet er weer schaarste komen?
BANKGEHEIM IN GEVAAR
De CBvS wil, dat de banken elke maand een namenlijst
inleveren van hun valutarekeninghouders en dat zij elke week de valutabedragen
op die rekeningen opgeven. De bemoeizucht van de CBvS met de valutategoeden
van privépersonen en van bedrijven tast het vertrouwen in het Surinaamse
bankgeheim ernstig aan. Deze nieuwsgierigheid kan niet anders worden gezien
dan als een teken van een opkomende wanhoop bij de CBvS. Zo niet, dan als
een voorproef van de vele nieuwe bevoegdheden, die de CBvS onder de nieuwe
financiële wetten in staat zullen stellen tot diep in de interne vertrouwelijke
sfeer van de banken door te dringen. Afhankelijk van hoe de banken zich
tegen het verstrekken van de namenlijst en de saldi van de valutarekeningen
zullen opstellen, lopen zij het risico, dat de valutarekeningen massaal
worden opgezegd en de valutategoeden worden opgevraagd. Het bankgeheim
moet in ere worden gehouden en verdedigd worden.
TEKEN AAN DE WAND
Tot tweemaal toe heeft de bankiersvereniging het
afgelopen jaar een communiqué uitgegeven, waarin geruchten werden
tegengesproken als zou de CBvS erop uit zijn om de deviezentegoeden van
particulieren bij de diverse banken onder haar beheer te brengen, met name
de tegoeden van valutarekeninghouders.
In een gezamenlijke verklaring met de CBvS hebben
zij uitgelegd, dat de valutategoeden niets anders zijn dan schulden van
de algemene banken, die in vreemde valuta zijn genoteerd. Het communiqué
zegt letterlijk: "De Centrale Bank van Suriname is derhalve geen partij
in deze schuldverhouding en kan deze gelden dan ook niet opeisen voor aankoop".
Als dat zo is, welk belang heeft de CBvS dan, dat haar iedere week de saldo-bedragen
van particu-lieren op hun valutarekeningen tot in de puntjes moeten worden
overgebriefd? Dit voorspelt geen goeds. Het is een slecht voorteken. De
CBvS verkeert kennelijke in een toestand van deviezennood. De wisselkoers
blijft stijgen, de CBvS staat er machteloos tegenover, terwijl particulieren
beschikken over vrije deviezen op hun valutarekeningen bij de banken.
Het effect is vergelijkbaar met een tantaluskwelling.
Het nieuwe verbod van de Deviezencommissie en de indringende belangstelling
van de CBvS voor de valutategoeden van de particulieren zijn uiter-mate
geschikt om een krachtige impuls te geven aan de kapitaalvlucht naar het
buitenland.
INBREUK OP VERTROUWENSRELATIE
Onder de NF-regering Venetiaan en de vorige leiding
van de CBvS was consequent en openlijk verklaard, dat de particuliere valutare-keningen
buiten het Surinaamse deviezen-regiem vielen. Ingezetenen werden aangemoedigd
om hun valutategoeden uit het buitenland te repatriëren en volkomen
veilig aan te houden bij het Surinaamse bankwezen. En inderdaad, in de
geest van de liberalisatie hebben de autoriteiten van toen zich daaraan
gehouden, zonder bemoeienis van welke aard dan ook in de interne relatie
van de valutabezitters en hun bank.
Maar onder de NDP coalitieregering Wijdenbosch
en de huidige lei-ding van de CBvS schijnt die gedragslijn nu verlaten
te worden. Met het opvragen van zulke individuele gegevens maakt de CBvS
inbreuk op de gegroeide vertrouwensrelatie tussen de banken en hun valutarekeninghouders.
De CBvS mist voorlopig nog elke rechtsgrond om zich van de particuliere
valutategoeden meester te maken. Maar wie weet, onder de nieuwe wetten
voor de financiële sector, die president Jules Wijdenbosch eind vorig
jaar in ontvangst heeft genomen, zou dat weleens anders kunnen worden.