HET WEGENONDERHOUD IN COMMEWIJNE

Een groot aantal wegen in het district Commewijne bevindt zich op dit moment in een zeer deplorabele staat. Dit komt deels door de zware regens van de afgelopen tijd, terwijl gebrekkig onderhoud eveneens heeft bijgedragen tot de haast onhoudbare situatie. Dit laatste is niet verwonderlijk, als men zich realiseert, welk beleid het ministerie van de Openbare Werken voert met betrekking tot het onderhoud van wegen in Commewijne. Een hoofdbestuurslid van de BVD, een legerofficier, die aan het ministerie van Openbare Werken is uitgeleend, is belast met de verantwoordelijkheid voor het herstel van de wegen in Commewijne. Uit dien hoofde heeft de man recht op een dienstwagen van OW en natuurlijk behoud van zijn salaris als lid van de Militaire Politie. Als actief bestuurslid van de BVD, afdeling Commewijne, maakt de man zich schuldig aan overtreding van de grondwet, die militairen verbiedt actief aan politiek te doen. Intussen blijven de hoofdlozingen in Commewijne dichtgegroeid en lijden de bewoners van het district rustig verder.


DERBY OVER SER

C-47 WERKT NIET MEE AAN GRAP


President Jules Wijdenbosch doet alle moeite om de Sociaal Economische Raad (SER) van de grond te krijgen. In het kader van de voorbereiding van de SER had hij afgelopen maandag een bespreking met alle partijen, die zitting in de Raad zullen moeten nemen. Althans, alle partijen waren uitgenodigd. De totale vakbeweging, met uitzondering van het AVVS De Moederbond, die verstek liet gaan. Fred Derby, voorzitter van de progressieve vakcentrale C-47, motiveert de houding van zijn organisatie.

C-47 erkent de noodzaak van een Sociaal Economische Raad binnen het staatsbestel. Voor de instandhouding en de verdere uitbouw van de samenleving is het noodzakelijk, dat de sociale partners en de overheid, vanuit hun maatschappelijke verantwoordelijkheid en belangensfeer, voortdurend in overleg zijn, om te geraken tot evenwichtige verhoudingen. Aldus Derby, die erop wijst, dat een goed en transparant overheidsbeleid en regelgeving onontbeerlijke voorwaarden zijn voor moderne industriële verhoudingen.
 

WETTELIJKE BASIS

Volgens de C-47-voorman zou de SER, waarin de dragers van de samenleving zitting hebben, een wettelijke basis moeten hebben. Hierdoor zou het niet louter bij het geven van adviezen door de meest gerede groepen in de samenleving blijven, maar zou de SER ook de gelegenheid hebben zelf initiatieven te nemen, in de zin van wetgeving. Advieswetgevingsvoorstellen, kunnen dan, na te zijn beredeneerd en beargumenteerd, worden aangenomen, danwel afgewezen.
 

PRINCIPIËLE BEZWAREN

Als dat het was, aldus Derby, was er in principe geen probleem. Het is bekend, dat wij actief hebben meegedaan in het Tripartiet Overleg, onder de voorwaarde, dat het een voorloper op de Sociaal Economische Raad zou zijn. Het Tripartiet Overleg was bedoeld om alvast wat ervaring op te doen. C-47 heeft principiële bezwaren tegen de wijze, waarop de regering (lees: president Wijdenbosch) de SER tot stand wil brengen. Derby: "Er wordt thans zoveel over de SER gesproken, maar ik mis de fundamentele benadering. De president probeert met de werkwijze, die hij hanteert, een zoveelste orgaan in het leven te roepen om belangrijke georganiseerde delen van de samenleving, waar hij nog geen invloed op heeft, te frustreren".
 

ZONDER OVERLEG

Derby wijst erop, dat de regering van een minderheid is gekomen tot een marginale meerderheid in de Nationale Assemblée. Om aan te geven, waarom C-47 het nut van een SER onder de huidige omstandigheden niet inziet, wijst de vakbondsleider op de werkwijze in het parlement. In het college worden volgens hem alle initiatieven om tot fundamentele discussies te komen de grond ingeboord. Volksvertegenwoordigers krijgen volgens hem ook de gelegenheid niet om visies met enige diepgang te presenteren. In dit verband wijst Derby op de vele kunstmaatregelen, die worden toegepast door de leiding van het parlement, op instigatie van de president. Hij noemt de spreektijdbeperking, maar bovenal het niet fysiek aanwezig te hoeven te zijn en toch kunnen deelnemen aan de beraadslagingen, zoals voorgeschreven door het ordereglement. Deze handelwijze heeft volgens de C-47-voorzitter vele klachten ontlokt bij ministers en coalitiepartners, omdat men het niet eens is met de wijze, waarop besluiten worden genomen door de regering (lees: president). Verder, aldus Derby, zijn de frustraties van de leden van de Staatsraad, omdat zij hun werk niet kunnen doen, alom bekend. Volgens Derby geeft het voorgaande duidelijk aan, dat president Wijdenbosch geen voorstander is van besluitvorming op basis van goed overleg vooraf. Volgens hem is het ook voldoende bekend, welke behandeling de Rekenkamer van Suriname onder leiding van Hans Prade kreeg van de president. Tegen alle voorschriften van de grondwet in, werden geen documenten verstuurd naar de Rekenkamer. " Om maar niet te spreken van de rechterlijke macht", aldus Derby. "De strijd, die het staatshoofd voert tegen de rechterlijke macht, is nog steeds in alle hevigheid gaande, omdat de president een eigen rechterlijke macht wil inrichten, zodat één van de weinige bakens in de democratische zee ook nog verloren gaat". Wijdenbosch wil nieuwe organisaties in het leven roepen en de bestaande bemannen op een dusdanige wijze, dat zij een personificatie van hem worden, aldus de C-47 voorman.
 

SAMENSTELLING

Derby zegt dat de samenstelling en bevoegdheden van de Sociaal Economisch Raad voor C-47 van eminent belang zijn. Dat is dan ook een van de belangrijkste redenen, waarom C-47 afgelopen maandag niet heeft deelgenomen aan de bespreking met president Wijdenbosch. Nog voor er gesproken werd over de SER heeft het staatshoofd getracht de vakbeweging te verdelen, nog afgezien van het arbeidersonvriendelijk beleid van zijn regering. Doordat de president eerder heeft geprobeerd de vakbeweging te splitsen, kan er thans nimmer sprake zijn van eenduidig denken en handelen binnen die groep. Dat er thans een onwerkbare situatie heerst, kan volledig op conto van de president worden geschreven, vindt Derby. Hij is het geweest, die het nodig achtte een nieuw verschijnsel te introduceren, door strategische en constitutionele groepen aan te wijzen. Het is ook de president, die ervoor heeft gezorgd, dat er thans bevoorrechte en geprivilegeerde werkers in Suriname rondlopen. Zo bestaan er door toedoen van het staatshoofd ook bevoorrechte en geprivilegeerde vakorganisaties. Zo is er een vakcentrale, die vrij mensen kan aanwijzen om plaats te nemen in Raden van Commissarissen, zelfs daar, waar die vakcentrale niet over een bond beschikt. Aan de andere kant worden anderen uit RvC's verwijderd. Om niet te spreken van directieleden van staatsbedrijven, van wie wordt vermoed, dat zij gelieerd zijn aan een politieke partij, die niet tot de regeringscoalitie behoort. Volgens Derby kan C-47 als het grootste slachtoffer van deze handelwijze van de president worden aangewezen.
 

VERDEEL EN HEERS

De C-47-voorzitter is van oordeel, dat hetzelfde geldt voor het bedrijfsleven. Ook ten aanzien van het bedrijfsleven zou volgens Derby de president, voorafgaand aan zijn initiatief om te komen tot een SER, een beleid van verdeel en heers hebben gevoerd. In dit kader noemt de vakbondsleider de oprichting van een pseudo werkgeversorganisatie, een door de staat gecontroleerde bedrijfslevenorganisatie. Vers in het geheugen zijn nog de brieven, die de regering schreef naar de directies van alle parastatale ondernemingen, met de opdracht zich af te schrijven als lid van de VSB en toe treden tot de nieuwe organisatie.

Met betrekking tot de samenstelling van de SER wijst de voorzitter van C-47 er nog op, dat de Kamer van Koophandel als overheidsinstituut, in feite een afdeling van het ministerie van Handel en Industrie, nooit in de SER zitting kan hebben. Stel je voor, dat dat wordt toegestaan. De KKF is een instantie, waar de minister van Handel en Industrie alles over te zeggen heeft. Maar het is duidelijk, dat de president slechts een forum wil creëren om met name de vakbeweging te frustreren. En dat is precies, wat wij willen dat er met ons gaat gebeuren, aldus Derby. De foefjes, die de president denkt toe passen bij de samenstelling van de SER, laten mij automatisch terugdenken aan een uitspraak van Malcolm X in de zestiger jaren, die toen zei: "They try to put cream in the coffee". Volgens Derby wordt getracht de koffie, in dit geval de SER, slechts slapper te maken en daardoor ook zwakker. Daarnaast, aldus de C-47-voorzitter is ook niet helemaal duidelijk, waarom de president zo'n enorme haast heeft met de SER. Er zijn dus gegronde redenen om principiële bezwaren te hebben tegen een in elkaar gestampte SER
 

NIET SERIEUS

Derby wijst erop, dat ruim anderhalf jaar geleden de fase van dialoog was afgesloten en dat er niet meer met de president over zou worden gesproken. Toch is men ingegaan op de uitnodiging van de president voor deelname aan de door hem geïnitieerde dialoog en men is er met een open mind naar toe geweest. Als de president dan erkent, dat er een crisis is en dat de zaak volledig is vastgelopen en de verhoudingen in het land ernstig zijn verstoord, dan mag in de dialoog van hem een serieuze poging worden verwacht om visies en oplossingsmodellen te ontwikkelen.
 

GEEN GELOOF

Tijdens de zogenaamde dialoog is het voor C-47 duidelijk geworden, dat het geen enkele zin heeft, in welk verband dan ook, overleg te voeren met deze president. Als oplossing voor de crisis op politiek niveau verwees het staatshoofd naar het parlement. Dit, aldus Derby, terwijl de president net als elk ander weet, dat discussiëren daar niet mogelijk is. De president weet beter dan wie ook, dat de voorzitter van de nationale Assemblée niet minder dan elf keren heeft getracht het college bijeen te roepen om te discussiëren over het Meerjaren Ontwikkelings Programma (MOP), het strategisch ontwikkelingsplan van de regering, en dat dat niet mogelijk was. Volgens Derby is het duidelijk, dat zelfs de coalitie geen geloof heeft in het functioneren van het parlement onder de huidige omstandigheden.
 

GRAP

De SER is wat volgens Derby de president tijdens de dialoog aandroeg als de oplossing voor de problemen op financieel-economisch en monetair gebied. Dat noemt de C-47-voorzitter een vreemde zaak, als in acht wordt genomen, dat nog voordat de SER er is, er enkele gigantische economische maatregelen worden genomen, die de economie op de rand van de afgrond hebben doen belanden. In dit verband noemt Derby de introductie van de marktconforme wisselkoers. Als oplossing voor de sociaal-maatschappelijke problemen draagt de president de ombudsman aan. Derby: hoe serieus moet je deze president in godsnaam nog nemen. In elk geval C-47 wil niet aan een dergelijke grap meewerken.


NOGMAALS HET GRONDUITGIFTEBELEID

Het gronduitgiftebeleid, dat is gevoerd sinds het aantreden van de huidige regering, heeft velen vaker de wenkbrauwen doen fronsen. Dit komt, doordat steeds weer blijkt dat degenen, die voor grond in aanmerking komen, aan de regering zijn gelieerd of een relatie hebben met topfunctionarissen van de regering. Zo is bekend geworden dat een zekere Strijdhaftig, echtgenoot van de directeur Grondbeheer van het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen, in aanmerking is gekomen voor 300 hectare grond aan de Oost Westverbinding, ter hoogte van kilometer 42 in het district Commewijne, nabij Canawapibo. Iets dichter bij Paramaribo, en wel in de omgeving van De Hulp, werd ruim 50 hectare toegewezen aan Ivan Graanoogst, topmedewerker op het kabinet van president Jules Wijdenbosch.

Dat de grond in Commewijne zeer in trek is, blijkt eveneens uit het feit, dat van de eigenaar van Winkel Lie Fong, te Tamanredjo, op de hoek van de afslag naar Alkmaar, een stuk grond werd afgenomen. Vervolgens werd de grond toegewezen aan een aan de NDP gelieerde vrouwenorganisatie. In Nickerie is het districtscommissaris Rashied Doekhie zelf, die profiteert van het "gronduitgiftebeleid". De burgervader is namelijk bezig op een gunstig gelegen stuk grond nabij de plek, waar de veerboot vanuit Guyana aankomt, bezig een hotel en een servicestation op te zetten. Intussen wordt gedacht aan uitbreiding van de activiteiten in de brandstofsector. Doekhie is namelijk in aanmerking gekomen voor het terrein aan de Oost Wetsverbinding, nabij de afslag naar Wageningen voor het opzetten van nog een pompstation.


IS SZF FAILLIET?

"Ach, wat heb ik ermee te maken, het gebeurt toch zover van mijn bed", dachten velen in de kuststrook, toen recentelijk bekend werd, dat de Medische Zending door financiële problemen haar activiteiten zal moeten staken. Weinigen realiseerden zich, dat stopzetting van de werkzaamheden van de Medische Zending inhoudt, dat duizenden bewoners van het binnenland van adequate gezondheidszorg verstoken zullen zijn, met alle consequenties van dien.

De bewoners van de kuststrook, die dachten dat het wegvallen van adequate gezondheidszorg slechts een verschijnsel van het binnenland was, worden thans onmiskenbaar met de harde realiteit geconfronteerd. Meer dan ooit tevoren dreigt de gezondheidszorg buiten het bereik van de doorsneeburger te raken. Buiten bereik, omdat het eenvoudig niet te betalen is. Slachtoffers van deze situatie worden vooral de tienduizenden ambtenaren en hun gezinnen.
 

ONVERANTWOORD OVERHEIDSHANDELEN

Het ontstaan van deze voor een grote groep burgers levensgevaarlijke situatie kan volledig worden toegeschreven aan het handelen van de overheid. Het beleid, dat is gevoerd met betrekking tot de gezondheidszorg, heeft systematisch geleid tot de afbrokkeling van de sector. De ineenstorting van de gezondheidszorgsector is het directe gevolg van de financieel-economische en monetaire crisis, die reeds enige tijd in Suriname heerst.

Doordat de staat failliet is, kunnen financiële verplichtingen niet correct worden nagekomen. Reeds geruime tijd worden dienstverleners niet uitbetaald voor verleende diensten. Zo ook de dienstverleners in de gezondheidszorg. Voor deze laatste categorie dreigt thans het doek definitief te vallen.

De ziekenhuizen bijvoorbeeld moeten het reeds jaren stellen met tarieven, die niet realistisch zijn. Jaren geleden werd het ligdagtarief gesteld op Sf 20.000,-. Het Staatsziekenfonds en de overheid bleven aan dit tarief vasthouden, ondanks de steeds verslechterende economische situatie. Ondanks het feit, dat de wisselkoers voor de Amerikaanse dollar in de loop der tijden met enkele honderden punten steeg, bleef de overheid zich vastklampen aan het tarief, dat medio jaren negentig werd vastgesteld. Ondertussen namen de kosten van de instelling fors toe, onder invloed van de stijging van de wisselkoersen. In october van het afgelopen jaar werd een punt bereikt, waarop de continuïteit van de ziekenhuizen niet meer was gegarandeerd. Desondanks wilde de regering niets weten van aanpassing van de tarieven. De directies van de inrichtingen zagen zich daarom genoodzaakt van verzekerden van het Staatsziekenfonds en patiënten, die vanwege het ministerie van Sociale Zaken recht hebben op vrije geneeskundige behandeling, een forse bijbetaling te eisen. Derhalve betalen de genoemde patiënten vanaf october vorig jaar Sf 35.000,- per dag voor elke dag, dat zij in het ziekenhuis doorbrengen, althans bij één van de particuliere instellingen.
 

GENADESLAG

De financiële problemen van de ziekenhuizen waren daarmee echter nog niet opgelost. De verslechtering van de economische situatie zette zich namelijk voort, terwijl de ziekenhuizen niet bespaard bleven van de gevolgen. De genadeslag werd hen echter toegebracht op 1 januari 1999 met de introductie van de marktconforme wisselkoers. Vanaf begin dit jaar moeten de ziekenhuizen bij de import van goederen invoerrechten betalen, berekend op een koers, die bijna Sf 300,- hoger ligt. Ziekeninrichtingen zijn slechts vrijgesteld van het betalen van omzetbelasting bij de aanschaf van apparatuur. Zelfs voor onderdelen voor diezelfde apparaten moet omzetbelasting worden betaald. Door de ontwikkelingen op financieel-economisch en monetair gebied zagen de ziekenhuizen hun kosten stijgen met ruim zeventig procent. En dan zijn de verhoogde energiekosten nog niet in beschouwing genomen.
 

UITZICHTLOOS

De zaak is thans totaal uitzichtloos geworden voor de ziekeninstellingen, omdat reeds twee maanden geen cent is ontvangen van het Staatsziekenfonds. Het SZF op haar beurt ontvangt geen geld van de overheid. Waarschijnlijk, omdat de overheid het geld niet heeft. Het SZF is in feite dus failliet. De ziekenhuizen, maar ook de apotheken moeten miljarden van het SZF en het ministerie van Sociale Zaken ontvangen. In het geval van de ziekenhuizen gaat het niet slechts om het ligdagtarief, maar ook om diensten, die zijn verleend door de röntgenafdelingen en de laboratoria. In principe zijn de ziekenhuizen failliet. De twee grootste debiteuren, het Staatsziekenfonds en het ministerie van Sociale Zaken, betalen hun schulden niet. Opnieuw zien de directies van de inrichtingen zich genoodzaakt om leningen te sluiten om verplichtingen, zoals het uitbetalen van salarissen aan werknemers, na te kunnen komen. Aan de andere kant staan banken niet te trappelen om geld te verstrekken aan ziekenhuizen. Dat het SZF geen geld van de overheid heeft ontvangen en daardoor reeds enige tijd de schulden bij de dienstverleners niet kan aflossen, is een zeer vreemde zaak, want de premies zijn prompt elke maand ingehouden van de salarissen van de ambtenaren. De vraag, die velen terecht bezighoudt is: waar is het geld dan naartoe?


WANHOOPSACTIES OF VOORPROEF NIEUWE INSTRUMENTEN


Inside Stories schreef de vorige week, dat de Centrale Bank van Suriname (CBvS) wazig was. Deze week is er op drie vlakken tegelijk actie ondernomen. Een razzia van de politie op de straatvalutamarkt, een verbod van de Deviezen-commissie om vreemde valuta te verkopen aan of te kopen van handelaren, die geen vergunning hebben en de CBvS wil precies weten wie de bezitters zijn van de deviezen op de particuliere valutarekeningen bij de plaatselijke banken. Deze drie maatregelen laten dwars door de wazigheid heen de tekenen zien van een opkomende wanhoop, of zijn anders een voorproef van de nieuwe instrumenten van monetaire politiek.
 

STRAATRAZZIA

Met de straatrazzia van de politie kan geen blijvend effect worden bereikt. De politie komt daarvoor gewoon manschappen tekort. Bovendien heeft de politie belangrijker en dringender werk te doen dan achter kleine straatwisselaars aan te zitten. Of men zou het politie-korps met de helft in mankracht moeten vergroten. Maar zelfs dan kan met politierazzia's geen monetair beleid gevoerd worden, behalve als deze razzia's een blijvend onderdeel gaan uitmaken van de nieuwe instrumenten en mechanismen van de monetaire politiek in Suriname. Als aanvulling op het optreden van de politie is gelijktijdig een bericht verspreid over valse Amerikaanse dollar- en Nederlandse gulden biljetten.
 

VERBOD VERSTIKKEND

Wat de NF-regering in 1992 aan vrijheid voor de burgers en inwoners van ons land gebracht heeft met de eerste stoot tot liberalisatie van het deviezenregiem, wordt door de NDP-coalitieregering Wijdenbosch nu weer gedeeltelijk teruggedraaid. Het nieuwe verbod van de Deviezen-commissie werkt verstikkend op het vrijelijk beschikken, bezitten en aanwenden van het vreemde valutabezit door ingezetenen. Zij kunnen er haast geen kant meer mee uit. Vrijwel elke transactie, die normaal toegestaan was onder de NF-regering, wordt nu verboden. Een valuta-bezitter mag geen valuta doorverkopen aan andere kopers dan aan banken en cambio's. Hij of zij mag maar een beperkt bedrag aan eigen reisdeviezen meenemen op buitenlandse reizen. Hij of zij mag niet eens de eigen import van goederen betalen met overmakingen uit een eigen valuta-rekening.

Op het gebied van het toerisme worden vooral de horecabedrijven, de taxi's en andere aanverwante bedrijven door het wisselverbod getroffen, evenals de vakantiegangers. En, a propos, waar moet een importeur deviezen kopen als hij bij de banken en de cambio's niet geholpen kan worden? Of moet er weer schaarste komen?
 

BANKGEHEIM IN GEVAAR

De CBvS wil, dat de banken elke maand een namenlijst inleveren van hun valutarekeninghouders en dat zij elke week de valutabedragen op die rekeningen opgeven. De bemoeizucht van de CBvS met de valutategoeden van privépersonen en van bedrijven tast het vertrouwen in het Surinaamse bankgeheim ernstig aan. Deze nieuwsgierigheid kan niet anders worden gezien dan als een teken van een opkomende wanhoop bij de CBvS. Zo niet, dan als een voorproef van de vele nieuwe bevoegdheden, die de CBvS onder de nieuwe financiële wetten in staat zullen stellen tot diep in de interne vertrouwelijke sfeer van de banken door te dringen. Afhankelijk van hoe de banken zich tegen het verstrekken van de namenlijst en de saldi van de valutarekeningen zullen opstellen, lopen zij het risico, dat de valutarekeningen massaal worden opgezegd en de valutategoeden worden opgevraagd. Het bankgeheim moet in ere worden gehouden en verdedigd worden.
 

TEKEN AAN DE WAND

Tot tweemaal toe heeft de bankiersvereniging het afgelopen jaar een communiqué uitgegeven, waarin geruchten werden tegengesproken als zou de CBvS erop uit zijn om de deviezentegoeden van particulieren bij de diverse banken onder haar beheer te brengen, met name de tegoeden van valutarekeninghouders.

In een gezamenlijke verklaring met de CBvS hebben zij uitgelegd, dat de valutategoeden niets anders zijn dan schulden van de algemene banken, die in vreemde valuta zijn genoteerd. Het communiqué zegt letterlijk: "De Centrale Bank van Suriname is derhalve geen partij in deze schuldverhouding en kan deze gelden dan ook niet opeisen voor aankoop". Als dat zo is, welk belang heeft de CBvS dan, dat haar iedere week de saldo-bedragen van particu-lieren op hun valutarekeningen tot in de puntjes moeten worden overgebriefd? Dit voorspelt geen goeds. Het is een slecht voorteken. De CBvS verkeert kennelijke in een toestand van deviezennood. De wisselkoers blijft stijgen, de CBvS staat er machteloos tegenover, terwijl particulieren beschikken over vrije deviezen op hun valutarekeningen bij de banken.

Het effect is vergelijkbaar met een tantaluskwelling. Het nieuwe verbod van de Deviezencommissie en de indringende belangstelling van de CBvS voor de valutategoeden van de particulieren zijn uiter-mate geschikt om een krachtige impuls te geven aan de kapitaalvlucht naar het buitenland.
 

INBREUK OP VERTROUWENSRELATIE

Onder de NF-regering Venetiaan en de vorige leiding van de CBvS was consequent en openlijk verklaard, dat de particuliere valutare-keningen buiten het Surinaamse deviezen-regiem vielen. Ingezetenen werden aangemoedigd om hun valutategoeden uit het buitenland te repatriëren en volkomen veilig aan te houden bij het Surinaamse bankwezen. En inderdaad, in de geest van de liberalisatie hebben de autoriteiten van toen zich daaraan gehouden, zonder bemoeienis van welke aard dan ook in de interne relatie van de valutabezitters en hun bank.

Maar onder de NDP coalitieregering Wijdenbosch en de huidige lei-ding van de CBvS schijnt die gedragslijn nu verlaten te worden. Met het opvragen van zulke individuele gegevens maakt de CBvS inbreuk op de gegroeide vertrouwensrelatie tussen de banken en hun valutarekeninghouders. De CBvS mist voorlopig nog elke rechtsgrond om zich van de particuliere valutategoeden meester te maken. Maar wie weet, onder de nieuwe wetten voor de financiële sector, die president Jules Wijdenbosch eind vorig jaar in ontvangst heeft genomen, zou dat weleens anders kunnen worden.