INFLATIE EN DE KOOPKRACHT
VAN UW GELD

Het Algemeen Bureau voor de Statistiek (ABS) heeft een persbericht uitgegeven naar aanleiding van de inflatiecijfers van maart 1999. De tekst van het bericht luidt:

Volgens voorlopige cijfers van het Algemeen Bureau voor de Statistiek (ABS), zijn de consumentenprijzen in maart 1999 ten opzichte van maart 1998 (de zogenaamde twaalf-maandsverandering) met 57.8% gestegen. Een vergelijking van maart 1999 met februari 1999 levert een maand-op-maand stijging op van 9.2%. Sedert december 1998 zijn de consumentenprijzen in totaal reeds met circa 29.9% gestegen.

Het consumentenprijsindexcijfer is gebaseerd op een pakket van 229 items, waarvoor in maart 1999 ten opzichte van februari 1999 de volgende bewegingen werden geregistreerd: 192 items gestegen, 15 items gelijk gebleven en 22 items gedaald. Het ABS rapporteert in zijn maandelijkse, doorgaans 2 pagina's tellende, uitgave (ad S¦ . 50,= per pagina verkrijgbaar) de informatie naar 4 hoofdgroepen en de totaalindex, alsook naar 23 subgroepen. De informatie in de eerste alinea is gebaseerd op de beweging in de totaalindex.
 
 

Excercitie met de inflatiecijfers

Inside Stories heeft een exercitie laten maken van het effect dat de inflatie heeft op de koopkracht van de vaste inkomenstrekkers. Tot deze groep behoren niet alleen de gepensioneerden uit overheidsdienst en uit particuliere dienst, de aov-ers en de onderstandgenietenden. Tot de vaste inkomenstrekkers behoren ook de werknemers in loondienst bij particulieren, de ambtenaren onder wie ook de onderwijsgevenden, verpleegkundigen, belasting- en douaneambtenaren, brandweer- en politieambtenaren, cipiers, militairen en alle andere werkers die in Surinaamse guldens een bepaald inkomen per maand, per fortnight of per week ontvangen. Kortom, het grootste deel van de volwassen bevolking heeft min of meer een vast inkomen.
 
 

Een rekenvoorbeeld

Stel dat iemand in juli 1998 een vast inkomen had van 120.000 gulden per maand. Voor die tijd was dat een min of meer modaal inkomen. Gestel dat deze persoon om met zijn huishouden nog net een volle maand rond te komen, precies 100 consumptiepakketten kon kopen bestaande uit de 229 items die het ABS registreert. Stel verder dat deze persoon zich die 100 pakketten nog net kon veroorloven tegen de prijs die in juli 1998 gold van gemiddeld 1200 gulden per pakket. Het hele inkomen werd zo dus besteed. Er werd niet gespaard.

De inflatie gemeten volgens de CPI-cijfers van het Algemeen Bureau voor de Statistiek bedroeg over de maanden augustus 1998 tot en met maart 1999 zoals in het rijtje hieronder staat vermeld.

----------------------------------------------------------------------------------------
Jaar                                1998                                     1999

Maand             aug     sep     okt     nov     dec     jan     feb     mrt

Stijging
CPI in %          3,7     2,4      3,5      3,1      1,8    9,7     9,2      9,2
----------------------------------------------------------------------------------------

Om deze cijfers in ons rekenvoorbeeld te gebruiken moeten de percentages worden geschreven als perunages, dus 3,7% wordt geschreven als 0,037 en 2,4% als 0,024 enz.

Het effect van de inflatie op de koopkracht van de vaste inkomenstrekker in ons voorbeeld is dat, als alle andere omstandigheden gelijk blijven, hij met datzelfde nominale inkomen van 120.000 gulden die 100 consumptiepakketten niet meer kan kopen. Hij lijdt van maand op maand koopkrachtverlies. Het is vrij eenvoudig om dit met cijfers aan te tonen. Er kunnen nu twee situaties in beschouwing worden genomen: in de ene blijf\t het vaste inkomen zonder enige aanpassing gehandhaafd, in de andere vindt er wel een inflatiecorrectie van het vaste inkomen plaats.

Effect op vaste inkomens zonder inflatiecorrectie

In juli 1998 kocht onze vaste inkomenstrekker met zijn 120.000 gulden nog net zijn 100 consumptiepakketten; dat was 120.000 gulden gedeeld door 1200 = 100 pakketten

(in formulevorm 120.000/1200 = 100). Deze 100 pakketten vertegenwoordigen de reële koopkracht van zijn nominale geldinkomen van 120.000 gulden aan het begin van de beschouwde periode in ons voorbeeld. Daarna lijdt hij vanaf augustus 1998 door de inflatie koopkrachtverlies zoals in het staatje hieronder is aangegeven.
 
Periode Feitelijke koopkracht Geaccumullerde Feitelijke koopkracht Koopkracht verlies
Juli '98 Sf 120.000/1200 =  100 pakketten 0,0 paketten
Aug '98 Sf 120.000/(1200 x 1,037) =  96,4 pakketten 3,6 paketten
Sep '98 Sf 120.000/(1200 x 1,037 x 1,024) =  94,2 pakketten 5,8 paketten
Okt '98 Sf 120.000/(1200 x 1,037 x 1,024 x 1,035) =  91 pakketten 9,0 paketten
Nov '98 Sf 120.000/(1200 x 1,037 x 1,024 x 1,035 x 1,031) =  88,3 pakketten 11,7 paketten
Dec '98 Sf 120.000/(1200 x 1,037 x 1,024 x 1,035 x 1,031 x 1,018) =  86,7 pakketten 13,3 paketten
Jan '99 Sf 120.000/(1200 x 1,037 x 1,024 x 1,035 x 1,031 x 1,018 x 1,097) =  79 pakketten 21,0 paketten
Feb '99 Sf 120.000/(1200 x 1,037 x 1,024 x 1,035 x 1,031 x 1,018 x 1,097 x 1,092) =  72,4 pakketten 27,6 paketten
Mrt '99 Sf 120.000/(1200 x 1,037 x 1,024 x 1,035 x 1,031 x 1,018 x 1,097 x 1,092 x 1,092) =  66,3 pakketten 33,7 paketten

Eind maart 1999 is onze vaste inkomenstrekker één derde gedeelte van zijn koopkracht kwijt. Hij kan met zijn 120.000 gulden slechts 66,3 pakketten kopen, terwijl hij er minstens 100 moet hebben. Hij kan 33,7 pakketten niet meer kopen, dat is één derde van wat hij nodig heeft. Hij kan in zijn essentiële levensbehoeften niet meer volledig voorzien. Hij is ten einde raad. Hij is hulpbehoevend geworden, hij ziet zich in bittere armoede beland. Cru gezegd, kan hij maar 20 dagen van de maand eten en 10 of 11 dagen niet. Hij moet onvrijwillig vasten en zich van alles en nog wat ontzeggen. Hij kan alleen nog de regering verwensen die hem in zo'n ellendig paupersbestaan heeft gebracht. Kreten als Nationale Reconstructie of Pragmatiek in realiteit zeggen hem niets. Zijn deel is Kommer en Kwel, zoals Otmar Rodgers (NF/NPS) het zo treffend zegt.

Effect op vaste inkomens die wel een inflatiecorrectie hebben ondergaan

Onder druk van vooral CLO, FOLS en Bond van Leraren (BvL) heeft de regering moeten toegeven aan een loonronde van 20 procent plus 30.000 gulden per maand vanaf 1 januari 1999 voor het overheidspersoneel. Via c.a.o's hebben de vakbonden in de particuliere sector ook loonaanpassingen erdoor kregen als correctie op de inflatie. Tenslotte heeft de regering bekend gemaakt dat de gepensioneerden uit overheidsdienst, de aov-ers en onderstandgenietenden ook de verhoging van 20 procent plus 30.000 gulden per maand zullen ontvangen. Hoe is nu het verloop van de koopkracht van de vaste inkomenstrekker in het voorbeeld als wordt aangenomen dat hij ook in aanmerking komt voor de verhoging. Over de periode augustus tot en met december 1998 komt er vanzelfsprekend geen verandering in het beeld. Als wordt afgezien van de terugwerkende kracht en in plaats daarvan wordt uitgegaan van de fictie dat de verhogingen direct vanaf januari aan het eind van elke maand op tijd zijn uitbetaald, dan ziet het plaatje er zo uit:
 
Periode Feitelijke koopkracht Geaccumullerde Feitelijke koopkracht Koopkracht verlies
Jan '99 (Sf 120.000 x 1,2 + 30.000)/(1200 x 1,037 x 1,024 x 1,035 x 1,031 x 1,018 x 1,097) = 114,6 pakketten Geen verlies
Feb '99 (Sf 120.000 x 1,2 + 30.000)/(1200 x 1,037 x 1,024 x 1,035 x 1,031 x 1,018 x 1,097 x 1,092)=  104,9 paketten Geen verlies
Mrt '99 (Sf 120.000 x 1,2 + 30.000)/(1200 x 1,037 x 1,024 x 1,035 x 1,031 x 1,018 x 1,097 x 1,092 x 1,092) = 96,1 paketten 3,9 paketten

De verhoging met 20 procent plus 30.000 brengt het nominale inkomen van onze vaste inkomenstrekker in het voorbeeld op 174.000 gulden (120.000 x 1,2 + 30.000). De toevoeging van het absolute bedrag van 30.000 gulden werkt koopkrachtnivellerend tussen de lagere en hogere inkomens. Men ziet in het staatje dat bij een "oud" inkomen van 120.000 gulden in ons voorbeeld, de verhoging alleen in de maanden januari en februari 1999 koopkrachtversterking oplevert. In plaats van 100 pakketten kan de vaste inkomenstrekker in januari 114,6 pakketten kopen met zijn verhoogde inkomen van 174.000 gulden en in februari 104,9 pakketten, een koopkrachtverruiming van 14,6 pakketten in januari en van 4,9 pakketten in februari. Maar daarna is het gedaan met de koopkrachtversterking.

Vanaf maart heeft de inflatie weer de overhand genomen. De vaste inkomenstrekker in ons voorbeeld ziet zijn koopkracht weer dalen en moet weer beginnen zijn buikriem aan te halen. Hij kan in maart met zijn verhoogde inkomen van 174.000 gulden slechts 96,1 pakketten kopen, dat is een tekort van 3,9 pakketten op de 100 die hij nodig heeft.
 
 

Donkere verwachtigingen

Het Algemeen Bureau voor de Statistiek heeft uitgerekend dat als er geen verandering in de inflatieontwikkeling komt, de inflatiecijfers voor 1999 in orde van drie digits (3-cijferig) zullen liggen. De voorspellingen van het ABS dragen duidelijk het karakter van een waarschuwingssignaal naar de regering toe. Maar er zijn geen mensen meer in dit land die erop vertrouwen dat de regering raad weet met zo'n signaal. Er zijn geen mensen in dit land die nog erop vertrouwen dat de regering de bekwaamheid en de capaciteit bezit om het probleem van de inflatie en dat van de wisselkoers kundig aan te pakken. Het gemiddelde inflatiecijfer van 1999 is door het ABS voorzichtig voorspeld op 118,2 procent. Het zogenaamd voortschrijdend 12-maands inflatiecijfer becijfert het ABS voorspellenderwijs op 206,8 procent voor 1999. Deze laatste schatting komt erop neer dat er in de maanden april tot en met december 1999 gemiddeld 12-maands netto zo'n 7,7 procent maand-op-maand inflatie zal zijn. Voor onze vaste inkomenstrekker in het voorbeeld betekent dit dat hij met zijn verhoogde nominale inkomen van 174.000 gulden in december 1999 nog maar 47,3 pakketten consumptie-items zal kunnen kopen. Tegen die tijd zullen 52,7 pakketten buiten zijn bereik liggen. Hij mag dan alleen nog naar die pakketten kijken, maar eraan komen niet .

En die arme sloeber die geen inflatiecorrectie in de vorm van een inkomensaanpassing kreeg zal, als de voorspellingen van het ABS uitkomen, zich tegen december 1999 twee/derde van zijn koopkracht door de inflatie ontnomen zien. Hij zal met zijn nominale 120.000 gulden niet meer dan 32,6 pakketten kunnen kopen en zal het zonder 67,4 pakketten moeten stellen. Cru gezegd, 10 dagen van de maand zal hij te eten hebben, de rest van de maand niet! Voor hem is de levensvraag: bedelen of stelen? De koopkracht die hij door de inflatie verloor, ervaart hij alsof ze hem ontstolen is. Dat heeft de regering hem aangedaan met al dat extra geld dat uit het niets zogenaamd wordt "vrijgemaakt" en in de samenleving geloosd.
 
 

Volk pinaart

Onder de NF-regering van Venetiaan/Ajodhia was in samenwerking met de Centrale Bank van Suriname het wisselkoersprobleem overwonnen en het inflatiespook bedwongen. De staatsbegroting was in evenwicht gebracht. De koopkracht van de gewone burger begon zich in 1996 al aardig te herstellen. De economie trok aan. De jaarinflatie over 1996 was praktisch nul. Door het schromelijk verkwistende beleid van de NDP-coalitieregering Wijdenbosch, rijk aan blablabla en avonturistische onkunde, is Suriname weer teruggeworpen in een diep financieel bankroet. Er is in het afgelopen jaar weer voor miljarden guldens monetair gefinancierd. Hier ligt de belangrijkste oorzaak van de inflatie. De wisselkoers is zo wild op hol geslagen dat zelfs de president een knieval is gaan maken voor de valutabonzen van de zwarte markt. De luid bejubelde leningen van IDB zetten geen zoden aan de dijk. Als Wijdenbosch zegt dat 85 procent van de besluiten van zijn regering betrekking heeft op de lange termijn, dan is dat zeker waar voor wat betreft de enorme schuldenlast aan het buitenland die hij op de schouders van de komende generaties heeft gelegd. De zogenaamde moderne wetten voor de financiële sector bieden geen soelaas. Die moeten alleen de macht van de bankpresident onverantwoord vergroten. Ze veranderen niets aan het precaire lot van de vaste inkomenstrekkers. Het gewone volk pinaart. Men heeft alle hoop verloren. Lit a faya heeft gefaald, lit a faya heeft chaos en kommer en kwel gebracht, lit a faya moet gaan. Laat voor Bosje en zijn regeercoalitie de teerling geworpen zijn.
 
 






GEEN ROOK, MAAR VUUR
Voorzitter Desi Bouterse van de Nationale Democratische Partij heeft enkele dagen geleden een onverwachts bezoek gebracht aan de zieke voorzitter van de Organisatie voor Gerechtigheid en Vrede (OGV), Ilse Labadie, die ter verpleging in het Diaconessenhuis is opgenomen. Labadie leidt reeds jaren een beweging, die eist dat er onderzoek wordt verricht naar de schending van mensenrechten in Suriname, in een periode dat Desi Bouterse het volledig voor het zeggen had in Suriname

Aan de andere kant heeft Bouterse Labadie vaker in het openbaar beledigd en zelfs uitgemaakt voor crimineel. Het onverwachte bezoek van Bouterse aan Labadie was dan ook niet gewenst. Zo bleek zowel uit verklaringen van de echtgenoot van Labadie, als de OGV. Reeds dagen is het nachtelijk bezoek van de NDP voorman aan mevrouw Labadie in het Diaconessenhuis het onderwerp van gesprek. Hierdoor zijn andere zaken, die zich afspelen rond de persoon van Bouterse, enigszins naar de achtergrond gedreven, doch niet minder belangrijk geworden.
 
 

GEZAGHEBBEND

Een van de zaken die thans minder belangstelling geniet, is de beschuldiging aan het adres van Bouterse, als zou hij betrokken zijn bij smokkel van een halffabrikaat van cocaine van Brazilie naar Suriname, waarbij personen op de Surinaamse ambassade in Brasilia een voorname rol zouden spelen. Deze bekendmaking werd gedaan door het zeer gezaghebbend medium TV Globo. Aangenomen mag worden, dat er volgens goed journalistiek gebruik eerst verificatie heeft plaatsgevonden, alvorens het bericht de ether werd ingezonden. Overigens gaat het hier niet om een bericht dat Globo zelf de lucht in heeft gestuurd, maar een verklaring van een politie-agent. Hierbij gaat het niet om een subalterne ambtenaar, maar om het hoofd van de narcotica brigade.
 
 

KRACHTIG PROTEST

Door de ambassade van Suriname in Braziliaanse hoofdstad is krachtig geprotesteerd tegen de berichtgeving van TV Globo. Hierna gaf het Braziliaanse ministerie van Buitenlandse Zaken een verklaring. Wie kritisch hiernaar heeft geluisterd, zal het zonder meer zijn opgevallen dat de feiten, zoals die door Globo de wereld zijn ingestuurd, niet worden tegengesproken. In elk geval niet inhoudelijk. Het enige dat de Braziliaanse regering heeft aangegeven, is dat slechts de procedure, die is gevolgd, niet correct is, om dat binnen het beleid de Braziliaanse regering een andere manier van optreden heeft. Van het weerspreken van de feiten, is er totaal geen sprake.
 
 

DIEPGAAND ONDERZOEK

Critici merken op dat president Jules Wijdenbosch, na terugkeer uit Santo Domingo, gerede aanleiding heeft gevonden om voorzichtigheid in deze zaak te betrachten. Het staatshoofd vond het daarnaast nodig dat er een diepgaand onderzoek wordt verricht. Daarnaast is bekend geworden dat de ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden in Brazilie, een diepgaand onderzoek eveneens van belang acht. Opgemerkt moet worden dat president Wijdenbosch vaker diepgaande onderzoeken heeft aangekondigd, waarvan achteraf niets meer werd gehoord.
 
 

VUUR

Vaststaat dat wij hier met vuur te maken hebben en niet slechts met rook. Vooral wanneer de betrokken Braziliaanse politie-functionaris, ondanks de verklaring van de regering van zijn land persisteert en zegt niet met verplicht verlof te zijn gezonden. Daarnaast benadrukt hij, dat wat in het bericht is verschenen inhoudelijk waar is. Alsof dat niet voldoende is, licht hij een tipje van de sluier, door bewijsmateriaal aan te dragen rond de persoon van Dino Bouterse, zoon van Desi Bouterse, die op de Surinaamse ambassade in Brasilia werkzaam is. De politieman verklaarde achteraf dat in het bezit van diverse belangrijke drughandelaren het telefoonnummer van Dino werd aangetroffen.








PRESIDENT ONTVANGT ECONOMISCHE CRIMINELEN

President Jules Wijdenbosch heeft een knieval gemaakt voor de illegale valutahandelaren. Na hun eerst de oorlog te hebben verklaard, door zijn "joint operation team" op hen af te sturen, blijkt thans dat de Centrale Bank van Suriname de algemene banken richtlijnen geeft voor het sluiten van "matching deals" met het illegale valuta circuit. Volgens eigen verklaringen heeft de president de valutabonzen ook nog ontvangen. Dezelfde personen, die hij niet zo lang geleden vogelvrij verklaarde en op wie hij een combinatie van alle gewapende machten en de deviezencommissie afstuurde. De valutahandelaren, die nu met alle egards door de president worden ontvangen, werden niet zo lang geleden door hem aangeduid als economische criminelen. Er kan dus maar één conclusie worden getrokken: de president heeft nu zelf ingezien dat de Centrale Bank van Suriname, onder de huidige president niet in staat is het probleem van de steeds stijgende wisselkoersen aan te pakken.








De IDB Lening

Nu de Inter-American Development Bank de 18 miljoen US dollar, waar Suriname om heeft gevraagd, beschikbaar heeft gesteld, kan het gevecht om de besteding beginnen. Het is bekend dat de lening bestemd is voor de ontwikkeling van de agrarische sector, echter is niet bekend voor welke concrete bestedingen het geld zal worden gebruikt. De rijstsector is momenteel aan de grond en rekent op een flinke financiele injectie. Ook andere subsectoren rekenen op hun aandeel. De regering Wijdenbosch zal pragmatisch en in realiteit moeten zeggen wie wat krijgt.
 
 



NOGMAALS DE
CONCEPT FINANCIELE WETTEN

Het is de laatste tijd bijzonder stil rondom de voorbereiding van de nieuwe financiele wetten. Het gaat hierbij echter om een stilte, die een mogelijke wervelstorm voorafgaat.

In opdracht van de Centrale Bank van Suriname heeft de in de Verenigde Staten van Amerika gevestigde consultant Holland and Knight de conceptwet Financiële Instellingen samengesteld. Hier gingen honderden duizenden Amerikaanse dollars mee gemoeid. Van het bedrag, dat aan Holland and Knight werd uitgekeerd, vloeide een aanzienlijk deel terug naar verschillende Surinaamse functionarissen. Reeds het inhuren van Holland and Knight heeft bij velen verbazing gewekt. Waarom dit nodig was, is nimmer echt duidelijk geworden. Nooit is duidelijk naar voren gekomen, waarom het lokaal kader, dat in staat moet worden geacht binnen de kortste keren nieuwe concept-wetten te schrijven, werd overgeslagen.
 
 

COMMISSIE WORMER

Nadat Holland and Knight het werk had afgeleverd, werd een commissie onder leiding van Henry Wormer belast met het geven van een finale beoordeling. Nog voor het eindrapport werd uitgebracht, hebben diverse leden van de commissie aangegeven, hoe groot de persoonlijke beïnvloeding van de president van de Centrale Bank van Suriname was, om er een aantal zaken aan toe te voegen. Overigens bleek, nadat de conceptwetten bekend werden, duidelijk waarom die beïnvloeding nodig was. De conceptwetten, zoals die thans op tafel liggen, zullen zoals uit eerdere publicaties reeds is gebleken, bij eventuele aanname door het parlement, niets ander betekenen dan de vestiging van een Centrale Bank-dictatuur binnen de financiële wereld van Suriname.
 
 

VERNIETIGEND

De conceptwetten werden, na te zijn beoordeeld door de commissie Wormer, verzonden naar de verschillende actoren binnen het financiële gebeuren, met de bedoeling, dat die van commentaar zouden worden voorzien. Er werd hierbij een slimme methode toegepast. Geen van de instanties, die een concept kreeg toegezonden, ontving een volledig pakket, maar slechts dat deel, dat betrekking had op die specifieke instantie. Hierdoor werd voorkomen, dat men bekend werd met de lugubere inhoud van de volledige Wet Financiële Instellingen. De concepten werden door de banken, verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen bestudeerd en beoordeeld. De commentaren waren stuk voor stuk vernietigend. Als rode draad door alle commentaren liep, dat de positie, die de Centrale Bank van Suriname werd toegekend, onacceptabel was. Ook werd door het senioren-ad-viesorgaan, dat door president Jules Wijdenbosch werd ingesteld, een rapport ingeleverd. Over de inhoud ervan is echter weinig bekend. Nadat de commentaren binnen waren, bracht de Centrale bank van Suriname enkele cosmetische veranderingen aan in de conceptwetten om de schijn te wekken, dat het ging om nieuwe concepten. Iedereen werd de gelegenheid tot 16 april 1999 geboden om eventuele bezwaren kenbaar te maken. Het is niet bekend in hoeverre er van die gelegenheid gebruik is gemaakt. De Centrale Bank van Suriname had aangekondigd, dat er een workshop zou worden gehouden op 16 april, waarbij alle zaken betreffende de nieuwe financiële wetten aan de orde zouden komen. De workshop is nimmer gehouden. Bij de verschillende financiële instellingen bestaat thans de vrees, dat de Centrale Bank van Suriname op slinkse wijze tracht via de Staatsraad de conceptwetten in De Nationale Assemblée te krijgen. Als ze eenmaal het parlement hebben bereikt, zo wordt aangenomen, zal de coalitie, waar de regering op steunt, de wetten zonder meer aannemen. Het is van belang, dat vooral de oppositie in het parlement ervoor waakt, dat de conceptwetten nimmer worden verheven tot wetten.