SCHAPHOUDEN
"Het bewerkstelligen van vreedzame democratische veranderingen", zegt de Amerikaanse ambassadeur, Dennis Hays, wanneer hij het Cuba-beleid van de regering in Washington omschrijft. Het State Department, zoals het ministerie van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten van Amerika wordt genoemd, hanteert naar Cuba toe een twee sporen benadering. In de eerste plaats worden maatschappelijke groepen en sleutelfiguren binnen de Cubaanse gemeenschap direct benaderd, terwijl voorkomen wordt, dat de relaties, die er bestaan met de regering in Havana, worden verstevigd.
Volgens ambassadeur Hays vindt de regering van
zijn land de Castro-dictatuur niet representatief voor het Cubaanse volk.
In dit kader noemt de diplomaat de weigering om volksraadplegingen te houden.
Zolang Havana blijft geloven, dat slechts strikte politieke en economische
regels zaligmakend zijn, zullen wij hen niet benaderen, aldus Hays.
EIGEN INZICHTEN
De Verenigde Staten van Amerika erkennen het recht
van elk land om een Cuba-beleid naar eigen inzichten te voeren. Elk land
is vrij om te doen, wat het wil, zegt ambassadeur Hays. "Wat wij echter
vaak horen is, dat andere landen erin geloven, dat door de regering in
Havana direct te benaderen, positieve veranderingen teweeg kunnen worden
gebracht", aldus de vertegenwoordiger van de Verenigde Staten van Amerika
in Paramaribo." Wat ik die landen zou willen vragen is, welke voordelen
een samenwerking met de regering van Castro voor het Cubaanse volk met
zich meebrengt", zegt Hays. Hij is ervan overtuigd, dat het antwoord negatief
zou zijn.
UITSLUITING
Cuba zou volgens de Amerikaanse ambassadeur niet
moeten worden toegelaten tot de familie der naties. In elk geval zullen
de Verenigde Staten van Amerika altijd trachten te voorkomen, dat Cuba
wordt toegelaten tot organisaties, waar zij ook lid van zijn, zoals de
Organisatie van Amerikaanse Staten. Andere organisaties, zoals de CARICOM
zouden dat ook moeten doen. Men zou zich krachtig moeten verzetten tegen
het feit, dat het Cubaanse volk het enige volk op het westelijk halfrond
is, dat nog niet bekend is met het verschijnsel democratie. De Verenigde
Staten van Amerika zijn van oordeel, dat Cuba pas kan worden opgenomen
in de wereldgemaanschap, wanneer de regering van dat eiland fundamentele
hervormingen in het politieke en economische systeem heeft doorgevoerd.
Hays benadrukt het recht van elk land om elke gewenste relatie met de regering
van Fidel Castro aan te gaan. Als die landen ervan overtuigd zijn, dat
zij daarmee positieve veranderingen voor het Cubaanse volk kunnen berwerkstelligen,
dan moeten zij dat ook krachtig eisen, vindt de diplomaat, die in dit kader
verwijst naar een zaak, die zich de afgelopen week heeft afgespeeld. De
Cubaanse regering heeft namelijk een verhevigde strijd aangekondigd tegen
alle groepen en personen, die zich verzetten tegen het politiek en economisch
systeem en die systemen bekritiseren. Hays:"Niemand behalve de Verenigde
Staten van Amerika hebben hiertegen geprotesteerd. Als de landen, die relaties
met Castro's regering onderhouden, niet laten weten, dat zij tegen de onderdrukking
van het Cubaanse volk zijn, is dat niet correct". De landen, die er toch
voor kiezen een relatie met Fidel Castro en zijn Communistische Partij
te onderhouden, zouden moeten nagaan wat Havana eigenlijk te bieden heeft.
Volgens Hays, in elk geval geen politiek systeem en geen economisch systeem.
De goede dingen van Cuba, onderwijs en gezondheidszorg, zijn niet meer
wat ze waren toen ruim USD. 6 miljard subsidie van de voormalige Sovjet
Unie werd ontvangen.
EMBARGO
De Verenigde Staten van Amerika hanteren reeds
langer dan veertig jaren een handelsembargo tegen Cuba. Hays:"Het moet
duidelijk zijn, dat het embargo van de VS niets te maken heeft met andere
landen, die handel met Cuba drijven. Het embargo regardeert slechts de
Verenigde Staten van Amerika. Maar, aldus Hays, het heeft wel degelijk
een impact, omdat wij het dichtstbijzijnde buurland van Cuba zijn, wat
ons tot natuurlijke partners maakt. De ambassadeur illustreert dit met
een voorbeeld van een zaak die zich ongeveer tien jaar geleden heeft afgespeeld.
De economie van Cuba klapte als een kaartenhuis in elkaar, nadat de Sovjet
Unie het uitkeren van subsidie aan het eiland had gestaakt. Begin jaren
negentig brak er hongersnood uit op het eiland, omdat alle landbouwproducten
werden bestemd voor de export en het de boeren ten strengste was verboden
producten aan de lokale bevolking te verkopen. Uiteindelijk was Castro
gedwongen de lokale bevolking toe te staan landbouwgewassen te betrekken,
om zo massale sterfte als gevolg van ondervoeding te voorkomen. De Verenigde
Staten van Amerika hadden eerdere verzoeken om het embargo op te heffen
in verband met de hongersnood, afgewezen. Volgens ambassadeur Hays zou
Castro nimmer de behoefte hebben gevoeld om de boeren toestemming te geven
om producten voor de lokale bevolking te verkopen als Amerika het embargo
had opgeheven. De Verenigde Staten zullen daarom de landen, die zaken doen
met de Cubaanse regering, blijven aanmoedigen om bij Castro aan te dringen
op werkelijke veranderingen.
CUBA EN CARCICOM
Op de vraag hoe de Verenigde Staten van Amerika
staan tegenover een eventuele toelating van Cuba als lid tot de CARICOM,
zegt de Amerikaanse ambassadeur in Paramaribo het volgende:" Men zou allereerst
moeten nagaan, waar de CARICOM voor staat. De CARICOM is een verzameling
van Caribische staten, die democratie, vrijheid van godsdienst en vrijheid
van meningsuiting hoog in hun vaandel dragen. Kortom, landen die veel respect
hebben voor mensenrechten. Voor de Cubaanse bevolking daarentegen zijn
deze zaken onbekend. Toelating van Cuba tot de CARICOM zou dus in feite
indruisen tegen de beginselen van deze regionale organisatie".
Dennis Hays is ambassadeur van Verenigde Staten van Amerika in Suriname. Hij is een carriere-diplomaat, sinds 1976 actief in de buitenlandse dienst van zijn land. Het eerst heeft hij de VS gediend in Kingston, Jamaica. Hays behaalde aan de Universiteit van Florida een graad in Amerikaanse studies en een masters degree in Public Administration aan de John F. Kennedy bestuursschool van de Harvard University. In 1993 slaagde hij aan het National War College. Van juni 1993 tot mei 1995 was Dennis Hays coördinator voor Cubaanse zaken op het ministerie van Buitenlandse zaken in Washington.
NAAR TEVREDENHEID
Ambassadeur Dennis Hays van de Verenigde Staten van Amerika is niet ontevreden over de samenwerking tussen zijn land en Suriname op economisch gebied. Amerikaanse investeerderders zijn wel degelijk geïnteresseerd in Suriname. Dat sommige investeerders onverrichterzake het land verlaten, komt volgens de diplomaat, doordat sommige dingen wel lukken en andere niet. Niet altijd kunnen gesprekspartners volledige overeenstemming bereiken over voorwaarden, die zij aan elkaar stellen. Toch mogen Suriname en de Verenigde Staten van Amerika zich verheugen op een belangrijk samenwerkingsverband, dat op dit moment zijn beslag krijgt, namelijk in de aardoliesector. Twee Amerikaanse groepen voeren momenteel onderhandelingen in Suriname, met het doel te komen tot samenwerking bij on-en offshore boringen. Het gaat hierbij om investeringen van miljarden dollars, aldus de ambassadeur. Hij zegt, dat diverse Amerikaans-Canadese ondernemingen geïnteresseerd zijn in de goudsector in Suriname. Het wachten is slechts op een stijging van de wereldmarktprijs. Wanneer die investeringen eindelijk van de grond zijn gekomen, zal de Surinaamse overheid verzekerd zijn van een aanzienlijk deel van de opbrengsten uit de goudsector. Ambassadeur Hays haalt Mac Donald's, Pizza Hut en Kentucky Fried Chicken aan, om aan te tonen, dat er van de zijde van het Amerikaans bedrijfsleven wel degelijk belangstelling bestaat voor het investeren in Suriname. De ambassadeur verklapte zelfs, dat de drie voornoemde bedrijven voornemens zijn dit jaar hun vleugels in Suriname uit te slaan. Nu reeds wordt uitgekeken naar nieuwe lokaties om nog meer winkels op Surinaams grondgebied te openen. De grandopening de komende week van een officiele onderdelenzaak van General Motors in Paramaribo, illustreert volgens de diplomaat de aanwezigheid van het Amerikaanse bedrijfsleven in Suriname nog meer. In dit kader haalt hij ook de investering van USD. 7 miljoen van een Amerikaans bedrijf in het casino van het Plaza Hotel aan. Volgens ambassadeur Hays moet het duidelijk zijn, dat op het moment, dat Suriname staatsbedrijven gaat privatiseren, Amerikaanse ondernemingen belangstelling zullen tonen en er mogelijk allerlei joint ventures gaan ontstaan.
Geconfronteerd met het feit, dat de komst van New Bridge om te investeren in Bruynzeel met veel fanfare werd aangekondigd, maar het bedrijf zich uiteindelijk toch terugtrok, zegt Hays, dat de onderneming inderdaad serieuze plannen had met Bruynzeel. Er is dan ook veel tijd en geld geïnvesteerd in de voorbereidingen op een eventuele investering. Op het eind waren er meningsverschillen over de voorwaarden, die in de overeenkomst zouden worden opgenomen. Feit is, aldus Hays, dat beide partijen hun best hebben gedaan om er iets goeds van te maken.
Op 1 januari van dit jaar heeft de Centrale Bank
van Suriname (CBvS) de Amerikaanse dollar officieel zo'n 75 procent duurder
gemaakt voor ons als inwoners van dit land. De Surinaamse gulden werd in
lijn daarmee gedevalueerd. Aan het begin van het jaar ging de koersnotering
van de CBvS voor de dollar ineens van 396 naar 700 gulden voor de aankoopkoers
en van 406 naar 710 gulden voor de verkoopkoers. Deze spronggewijze aanpassing
moest de naam dragen van de introductie van een marktconforme koers. De
parallelmarkt reageerde onmiddellijk. Daar nam men in het begin een positie
in van zo'n honderd tot honderd twintig gulden boven de CBvS-dollarkoers.
De afstand van de parallelkoers tot de officiële koers werd gaandeweg
groter en groter. Gisteren noteerde de CBvS officieel voor aankoop een
dollarkoers 753 gulden en voor verkoop 763 gulden. Dat is gemiddeld alweer
een waardeverlies van een dikke zeven procent over de maanden januari en
februari. Op de parallelmarkt worden tegenwoordig de transacties gedaan
tegen een dollarkoers rond de 1000 (duizend) gulden.
PARALLELMARKT HEEFT VOLLEDIG OVERGENOMEN
Sedert de wisselkoers in de eerste helft van 1997
uit handen van de zittende CBvS-bankpresident is geglipt, is het hem nooit
meer gelukt om de stijgende dollarkoers te beteugelen. De andere valuta's
richten zich op de dollarkoers en gaan dus met de dollar mee omhoog. De
parallelmarkt heeft het voortouw weer volledig overgenomen en bepaalt de
hoogte van de wisselkoers zonder zich iets van de Centrale Bank aan te
trekken. Precies zo was het toegenomen eind jaren tachtig en begin jaren
negentig toen de huidige bankpresident ook in functie was.
JAREN 1995 EN 1996
In de jaren 1995 en 1996 heeft een andere bankpresident
de scepter gezwaaid op de Centrale Bank. Die had het gepresteerd om in
minimum van tijd een goud- en deviezenreserve bij de Bank aan te leggen.
Daarmee heeft hij het hele wisselkoersgebeuren op een marktconforme wijze
aan de parallelmarkt ontfutseld. Kundig en resoluut, zonder allerlei nieuwe
wetten en instrumenten en mechanismen nodig te hebben, heeft hij de wisselkoersvorming
aan zich getrokken. Hij deed het gewoon volgens de economische wetmatigheden.
Hij bracht de dollarkoers weer stevig onder de greep van de CBvS. En alles
ging op een manier die vertrouwen uitstraalde. Toen hij eenmaal de dollarkoers
in zijn macht had, heeft hij die koers vastberaden naar een evenwichtsniveau
geleid. Dat evenwicht leek toen rond de 400 gulden te liggen. Die bankpresident
bezat het persoonlijk gezag en verstond de kunst om zoiets te doen. Hij
kondigde zelfs van tevoren aan dat hij de koers met kleine stapjes naar
omlaag zou brengen. Iedereen heeft kunnen volgen hoe dat proces zich in
1995 heeft voltrokken, stapje voor stapje. En zo waren de koersen voor
de dollar op 396 bij aankoop en 406 gulden bij verkoop gekomen. De parallelmarkt
was in die dagen nog niet helemaal verdwenen maar wel in haar schulp gekropen.
NIEUWE WETTEN BIEDEN GEEN SOELAAS
De roep van de zittende CBvS-bankpresident om
nieuwe wetten wekt de indruk alsof ze een soort wondermiddelen zijn om
de bestaande crisis op te lossen. Laat het duidelijk zijn dat met de nieuwe
wetten de wisselkoers niet vanzelf zal worden gestabiliseerd. Daarvoor
is een totaal andere aanpak nodig. Het eerste vereiste voor een succesvolle
stabilisatie is dat er ver trouwen moet zijn bij het algemene publiek.
En dat vertrouwen is er niet. De nieuwe wetten die nu bij de Staatsraad
in behandeling zijn, dragen niet bij tot het wekken van dat vertrouwen.
Integendeel kennen deze wetten de CBvS een dusdanig indringende intolerante
machtspositie toe om van bovenaf haar wil op te leggen, dat zij eerder
irritatie en confrontatie zullen oproepen dan verstandig constructief overleg
en samenwerken.
NIEUWE HOOP EN NIEUW VERTROUWEN
Wat Suriname onder de huidige kritieke financieel-monetaire en economische omstandigheden nodig heeft, is niet een pakket nieuwe wetten, en zeker niet van de allure die aan president Jules Wijdenbosch zijn aangeboden. Neen, ons land Suriname zit momenteel niet om financiële wetten verlegen. Ons land Suriname heeft bovenal kundige integere mensen nodig op sleutelposities, mensen die het vertrouwen van de samenleving genieten, mensen met persoonlijk gezag die op grond van hun verdiensten en bestuurlijke ervaring capabel geacht worden om met inzet van al hun kennis en bekwaamheden ons land uit het moeras te tillen waarin het is terecht gekomen. Mensen die het vermogen hebben nieuwe hoop te laten opleven. Mensen die de algemene bedrijvigheid weer nieuwe impulsen weten te geven. Zolang wij niet 'the right people in the right places' hebben, zal ons land zo blijven voortmodderen en zal de wisselkoers niet gestabiliseerd worden.
Het scenario "Kannibaliseren van het Staatsbedrijf Telesur"
Als model wordt gehanteerd het eerder succesvol toegepast draaiboek geldende voor de Para Industries. Het grote verschil,tussen het kannibaliseren van Para Industries en Telesur is dat de kannibalen geen belangstelling hadden voor de infrastructuur nadat het bedrijf leeggebloed was, terwijl de Telecommunicatie infrastructuur (van Telesur) ALTIJD nodig zal zijn om te kunnen blijven parasiteren.
Als ingang voor het kannibaliseren van Telesur wordt gebruik gemaakt van tijdgebonden mode begrippen als Globalisatie, Privatiseren, WTO, Outsourcen, Liberaliseren etc.
Steeds wordt gewezen op de internationale ontwikkelingen, zonder dat de gevolgde procedures en toegepaste nonnen worden aangehaald. Het privatiseren van staatsbedrijven
is geen materie waarbij de overheid zonder dat er een duidelijk beleid en regelgeving is goedgekeurd en gepubliceerd andere belangen dan het algemeen belang kan doen prevaleren.
Aanpak van de liberalisatie en privatisering van de Telecommunicatie. Uitgaand van een planmatige aanpak waarbij de basisregels voor behoorlijk bestuur worden toegepast, zouden de volgende maatregelen moeten worden getroffen:
1. Het aanpassen van de wetgeving aan het voorgenomen liberalisatiebeleid.
Als voorwaarde voor het opgang brengen van de liberalisatie is wijziging van het
decreet (wet) C-38 een vereiste. Immers de bij wet toegekende taken en bevoegdheden aan Telesur van regulerende aard moet ook bij wet worden terug genomen.
Met andere woorden er zullen voorzieningen moeten worden getroffen om de volgende wetten te doen wijzigen:
a. Het decreet C-3 8.
b. De Telegraaf en Telefoonwet.
2. Het instellen van een onafhankelijk staatsorgaan, waarvoor de wettelijke voorzieningen simultaan met de aanpassing van het Decreet C-38 moeten worden getroffen. Dit orgaan zal moeten worden belast met de regelgeving en het bewaken van de concessievoorwaarden van zowel Telecommunicatie operators als de Omroep. Bovendien zal dit orgaan belast moeten worden met de instandhouding en exploitatie van een station voor de scheepvaart (kuststation) alsmede de internationale verplichting voor de search and rescue taken.
Bij het instellen van dit orgaan is het van grote importantie om het vereiste vertrouwen in dit orgaan te waarborgen. De bemanning zal dan ook met de nodige zorg en tact moeten worden geselecteerd.
3. Het vaststellen van beleidsvoorwaarden voor de concessiehouders als algemene spelregels en het kader van de ondersteuning van de ontwikkeling en vestigingsbeleid
van de Regering.'
Het plegen van investeringen in economisch niet rendabele gebieden kan niet meer alleen een plicht zijn van het Staatsbedrijf.
4. Het vaststellen van de bijzondere voorwaarden en met name de rechten en plichten van de concessiehouder en ook de exploitatie voorwaarden, de werkgebieden, de toegepaste technieken en tarieven.
5. Het zodanig aanpassen van de regelgeving welke gelden voor het Staatsbedrijf, opdat deze een waardige tegenspeler van de particuliere ondernemingen kan zijn.
Dit is mogelijk door het de-politiseren van de bedrijfsvoering en de vertegenwoordiging van de Staat als aandeelhouder.
6. Het reorganiseren van het Staatsbedrijf en wel zodanig dat er per product of clusters van producten zelfstandige bedrijven worden opgezet.
Dit ter bevordering van de efficiency en effectiviteit, waardoor de serviceverlening kan worden verbeterd tegen een markt- en kwaliteitconforme prijs.
7. Het aankondigen van de "openstelling" van de Telecommunicatiemarkt, het inventariseren van de belangstelling en het op basis van deze gegevens vaststellen van de verstrekkingmethode (veiling).
Het is duidelijk dat de Regering het privatisering- en liberalisatiebeleid bekend moet maken en voorleggen aan het parlement ter discussie en goedkeuring van de vergunning voorwaarden aangeven dat het uitzenden van eigen producties niet is toegestaan.
3. Op 9 december 1997, wordt in opdracht van de Minister van TCT een aanvang gemaakt met onderhandelingen tussen Telesur en ICMS over de technische, administratieve en financiële voorwaarden welke moeten gelden voor de connectie tus-sen de twee telefoonbedrijven.
4. Op 20 november 1997, wordt aan de Staatsraad een concept Staatsbesluit aangeboden houdende de Instelling van de Telecommunicatie Autoriteit Suriname (TAS). In dit document worden de bij wet (decreet C-38) toegekende taken aan Telesur,opgedragen aan de TAS, als de nieuwe Telecommunicatie Regulator.
5. De meerderheid van de Staatsraad stelt zich op het standpunt dat wijziging van de eerder genoemde wetspro-ducten vooraf moet gaan aan het goedkeuren van bedoeld Staatsbesluit. Bovendien werden kanttekeningen geplaatst bij de formulering van enkele artikelen in het concept Staatsbesluit. Opvallend is dat tijdens de vergadering bleek dat door de Minister van TCT op 8 december 1997 een gewijzigd voorstel betreffende het ontwerp Staatsbesluit werd aangeboden, waarvan de leden van de Staatsraad geen kennis dragen.
6. Op 19 januari 1998 wordt door de President van de Republiek Suriname een document "verlening voorlopige concessie aan N. V. ICMS " ondertekend, welk document op 3 december 1997 door de Minister van TCT van een paraaf werd voorzien. Opvallend is de aanvullende opname van een artikel op bladzijde 3 onder punt 18 " Interconnectie tussen de openbare netwerken van de concessiehouders is verplicht". Door de opname van dit punt wordt het Staatsbedrijf verplicht om ook onder niet acceptabele voorwaarden de overeenkomst met ICMS te ondertekenen.
7. In december 1997 werden gesprekken gevoerd door Telesur en ICMS, waarbij de Telesurders met het mes op de keel moesten proberen de minimale belangen van het Staatsbedrijf veilig te stellen. De delegatie van ICMS, bestaande uit de Directeur ICMS (ex-directeur Telesur), de onderdirecteur ICMS (ex-onderdirecteur Telesur), lid van de RVC van ICMS (ex-staflid Telesur) en de juridisch adviseur van ICMS (de toekomstige directeur TAS) huldigden het standpunt dat Telesur de afspraken tussen de aandeelhouder (lees minister TCT) en de directeur ICMS moest bekrachtigen.
8. Op 30 december 1997, wordt een intentie verklaring getekend door de Directies van zowel Telesur als ICMS, en ook een voorovereenkomst voor de interconnectie. In de intentie verklaring geven de partijen aan dat de overeenkomst zal worden on-dertekend op het moment dat de wettelijke voorzieningen zijn getroffen.
In de voorovereenkomst is onder andere afgesproken dat vooralsnog alleen nationaal telefoonverkeer tussen de abonnees van de bedrijven wordt toegestaan. Op verzoek van ICMS is voor het internationaal inkomend telefoonverkeer, inkomende gesprekken voor de ICMS abonnees toegestaan via het Telesur netwerk.
9. Tijdens een werkbezoek van de Minister van TCT aan Telesur wordt aan het personeel het beleid voorgehouden en aangegeven dat in het beleid is voorzien dat voor de komende periode van 5 jaren geen andere concessie zal worden verstrekt.
Ook zou de regering aan de WTO hebben doorgegeven dat het zgn. Call-Back systeem van en naar Suriname verboden is.
10. In de kaart van 28 januari 1998 spreekt de minister van TCT zijn teleurstelling uit over de directeur van Telesur.
De oorzaak voor deze openbare bespreking van het Mana-gement van dit Staatsbedrijf moet gezocht worden in de eerbiedige houding van een deel van de directie voor de (geldende) wet en regelgeving. De directeur van Telesur gaf bij de opgedragen ondertekening van de Interconnectie overeenkomst aan, dat door de wijze van het opgang brengen van de liberalisatie en de voorwaarden van de verstrekte voorlopige concessie, mogelijk tot gevolg zal hebben het wegvallen van de belangrijkste bron van inkomsten voor het Staatsbedrijf, het internationaal verkeer, waardoor de verdere uitbreiding van het telefoonnet in het bijzonder de rurale telecommunicatie en de bijzondere investeringen nodig voor de aanleg van het net in de verre binnenlanden in gevaar komt.
Het is de eerbied voor de wet, welke het bedrijf heeft doen besluiten om wel met oog voor de toekomstige ont-wikkelingen de technische mogelijkheden voor het verbinden van de telefoonnetten uit te doen testen in overleg en samenwerking met ICMS, maar met het operationaliseren te wachten op invulling van het wettelijk kader door de regering van de Republiek Suriname.
11. Op 28 januari 1998 geeft de minister van TCT aan dat spoedig het wetsontwerp waarin de Telecommunicatie Autoriteit Suriname (TAS) de publiekrechtelijke taken van Telesur overneemt aan De Nationale Assemblée wordt aangeboden. Ook werd toegezegd dat de aangepaste Telegraaf en Telefoonwet en de gewijzigde regelgeving ter vervanging van decreet C-38 op kort termijn aan de DNA zal worden aangeboden.
12. Door de minister van TCT werd een commissie herstructurering in het leven geroepen, welke als belangrijkste taak meekreeg het doorlichten van het Staatsbedrijf en uitbrengen van adviezen. De commissie bestaat uit een viertal leden, welke eerder in de pers en in de DNA met name zijn genoemd. Waar niet erg veel aandacht is besteed is de positie van de voorzitter van de commissie, die aandeelhouder is van een der concurrenten van Telesur als internet service provider.
Zijn ervaringen op het gebied van kannibaliseren van Staatsbedrijven werd door leden van de DNA wel uit de doeken gedaan. De rol van het directielid van Telesur in deze commissie werd na de uiteenzetting van de minister van TCT in de DNA (26 februari) duidelijker.
Ook wanneer wij weten dat hij de grote vertrouweling is geweest van de ex-directeur van Telesur, die door de toenmalige vice-president Wijdenbosch, na de telefooncoup weer in de functie van directeur Telesur werd aangesteld.
13. Door de minister van TCT werd een Telecommunicatie Seminar georganiseerd ter vaststelling van het telecommunicatiebeleid.
Met de organisatie waren belast de voorzitter van de eerder genoemde Commissie Herstructuering, de Coördinator van de TAS (de minister TCT heeft aangegeven dat betrokkene zijn juridisch advies werk voor ICMS heeft neergelegd), de mede-eigenaar van de internet concurrent van Telesur, het bedoeld directielid van Telesur welke ook in de herstructureringscommissie zitting heeft op persoonlijke titel en niet namens Telesur en een vertegenwoordiger van ICMS.
14. De Telesur directie kreeg de opdracht van de minister TCT, na te gaan waar bezuinigt zo kunnen worden en door opvoeren van de productie en een commerciëlere aanpak het rendement te vergroten. Ook werd de leiding opgedragen bijzondere aandacht te besteden aan de openstaande posten van debiteuren.
Openstaande posten welke voor een groot deel voor rekening zijn van Staatsbedrijven en Stichtingen welke niet kunnen voldoen aan hun financiële verplichtingen, omdat de regering haar betalingsverplichtingen niet nakomt naar deze bedrijven.
Voor Telesur onder het huidig regeringsbeleid een haast onmogelijke opdracht om de openstaande posten te innen.
Een regering die centraal stelt het dienen van de belangen van de informele macht welke zich veilig heeft genesteld in de politieke top van de coalitie. Een regering die de ingehouden gelden ten behoeve van derden voor andere doeleinden te bestemt (SZF, Pensioenfonds, AOV fonds etc) en geen oog heeft voor de sociale-, maatschappelijke- en financiële gevolgen van dit beleid. Een regering die weigert aan schulden te voldoen totdat er vanuit de gemeenschap en andere instituten juridische en maatschappelijke druk wordt uitgeoefend. Een regering die bekend geworden is om haar gelegenheidsinterpretatie van wet en regelgeving en internationaal gangbare begrippen. Dat Telesur niet zonder meer kan optreden tegen de andere Staatsbedrijven en Stichtingen en de Staats Organen is begrijpelijk. Dat er voor deze categorie gebruikers van de diensten bijzondere afspraken moeten worden gemaakt is begrijpelijk. Wanneer nu blijkt dat ook een particulier bedrijf welke wel en zelf vooraf (prepaid) de gelden van de klanten ontvangt, in gebreke blijft langer dan 1 jaar haar financiële verplichtingen voor het gebruik van het Telesurnet en bovendien ook als gewone Telesur abonnee niet mag worden aangepakt. Wanneer nu blijkt dat de minister volstaat met zijn besluit mede te delen aan de Raad van Commissarissen van het bedrijf en de directeur opdraagt de verbindingen open te gooien. Wanneer nu blijkt dat de concurrent het inkomend verkeer vanuit Nederland (KPN) heeft overgenomen dan begrijpt een ieder dat de deviezen voor dit verkeer nu niet meer aan het Staatsbedrijf worden uitbetaald maar aan het particulier bedrijf. Wanneer nu blijkt dat de gezamenlijke druk op Telesur wordt vergroot om alle faciliteiten zonder commentaar beschikbaar te stellen van dit particulier bedrijf.
Dan is het duidelijk dat het scenario "Kannibaliseren van het Staatsbedrijf Telesur" in volle gang is en dat het zaak is dat het verzet vanuit Telesur tegen dit voornemen moet worden gebroken.
Hoewel wij niet tevreden zijn over de dienstverlening van Telesur, mogen wij niet stilzwijgend toestaan dat dit staatsbedrijf hetzelfde lot ondergaat als Para Industries niet door mismanagement, niet door oneinigheid in de directie en niet door het kannibaliseren door vrienden van de regering. De voorzitter van de grootste coalitiepartij heeft recent nog gezegd:
NIEMAND MAG TORNEN AAN DE BELANGEN VAN SURINAME.