Dr. Marten Schalkwijk, 15 September 1997
Informatie essentieel
Het is waar dat degene die alle feiten heeft een informatievoordeel heeft. De politicus die deel
uitmaakt van de coalitie en exact weet wat er tijdens een conflict aan de hand is, heeft dat
voordeel. Het werk van een analist is niet om alle feiten te kennen of weer te geven -dat probeert
de nieuwsjournalist immers, die met zijn neus boven op het dagelijkse gebeuren zit. De analist
zijn taak is om een logische samenhang tussen de meest belangrijke feiten te ontdekken. De
analist hoeft niet elke boom zelf te zien, maar let op markante plekken zoals heuvels en rivieren,
die perspektief geven. De nieuwsjournalist volgt het pad langs de bomen en probeert achter elke
boom te kijken of er iets achter schuilt. Zonder goede nieuwsjournalistiek is de politieke analist
verloren of moet hij zelf op pad om achter het nieuws te komen. Politici moeten het algemeen
belang en de publieke zaak dienen en in dat kader steeds bereid zijn het publiek via de media te
informeren. De politicus heeft er soms belang bij dat het werkelijke verband tussen
gebeurtenissen juist niet bekend wordt. Dat werd door dhr. Bouterse zelf aangegeven toen hij
stelde dat er na het eerste voorzittersconvent een afspraak was gemaakt om de pers niet alle
'in-bere tories' te vertellen, maar slechts beperkte informatie te verstrekken, teneinde wat tijd
voor een oplossing te vinden. Dit is voor de politicus misschien nuttig, maar het betekent tevens
dat men het brede publiek in het ongewisse laat. De taak van de journalist is om te gaan 'dieken'
naar wat er besproken is, hoe de verhoudingen liggen, etc., zodat de behoefte aan informatie bij
het brede publiek wordt bevredigd. Indien politici informatie achterhouden en niet alle feiten op
tafel leggen, dan frustreert men juist het werk van de journalisten en analisten en kan men die
moeilijk verwijten maken. In ieder geval is het zo dat hoe minder feiten over een zaak bekend
zijn, hoe lastiger het is een analyse te maken. Daarom is het vaak moeilijk om meteen na een
aktueel gebeuren een haarscherpe analyse te maken, omdat vele feiten en relaties pas na een tijd
aan het licht komen. De analist is dan genoodzaakt op basis van de beschikbare en soms schaarse
feiten een zo goed mogelijke inschatting te maken. Hoe meer gegevens beschikbaar komen hoe
beter de analyses zullen worden.
Subjektieve politici
Een politicus die over alle feiten beschikt, hoeft echter nog niet tot de juiste analyse te komen.
Men kan immers bijv. bij het recente conflict dezelfde informatie -waar andere partijen ook over
beschikken- anders ordenen en interpreteren. Wat de ene partij oprecht bedoeld had als oplossing
wordt misschien door de andere geinterpreteerd als een politieke valkuil. Soms wordt relevante
informatie als onbelangrijk bestempeld en verwaarloosd. De visie van de NDP en HPP of PVF
over wat de kern van de crisis was, en nog meer over de beste oplossing daarvoor, verschilde
duidelijk, terwijl men er allemaal zelf bij was en over dezelfde harde feiten beschikte. Wanneer
er een groot conflict is wordt men daarbij vaak nog emotioneel en blaast men sommige zaken op,
terwijl andere feiten niet vermeld worden. Men probeert immers de media en het publiek voor
zich winnen en is daarin vaak subjektief bezig. Politici dragen dus niet altijd de waarheid, maar
hun eigen interpretatie van die waarheid aan en hopen dat in ieder geval de achterban, maar liefst
ook het hele publiek, daarin gelooft. In het recente conflict bleek dit overduidelijk en wisten de
mensen niet meer wie er nou gelijk had en wat de waarheid was. Had de president gelijk of had
de BVD gelijk? De analist moet proberen tot een zekere objektivering van subjektieve
interpretaties en feiten te komen. Hij moet proberen om de verschillende argumenten en theorien
aan de hand van de objektieve feiten, documentatie en vroegere gedragspatronen te wegen. De
analist mag geen speelbal van de politicus worden, maar probeert het publiek -veelal op verzoek
van de media- een perspektief te geven waarbinnen men ontwikkelingen zelf kan volgen. Om dat
te doen is analytisch inzicht nodig d.w.z. kennis om de informatie op de best mogelijke wijze te
selecteren, te ordenen, af te wegen en te interpreteren. Vooral ook kennis om uit heel
verschillende interpretaties die diverse politici over hetzelfde onderwerp aandragen vaste
patronen, en liefst de waarheid, te herkennen.
Analisten en columnisten
Men moet hierbij trouwens een onderscheid maken tussen columnisten en analisten. Een
columnist is vaak bewust subjektief, omdat die slechts een punt tegelijk in een meestal korte
column kan en wil benadrukken. Van de columnist wordt veelal verwacht dat die een
uitgesproken mening heeft over zaken en die ook naar voren brengt. Daar hoeft men het totaal
niet mee eens te zijn, maar dat maakt de column niet per se slecht. Iedereen heeft daarom zijn
favoriete column. Voor de een is het 'Kabir de Visser', voor de ander 'Ernst en Luim', of 'In de
marge'. De columnist is dus niet geroepen om verklaringen te geven. Hij moet de lezers een
gedachte of invalshoek meegeven om over na te denken. Dat sommige columnisten in hun
column een analyse proberen te maken is hier niet aan de orde. Bij een analist is niet de eigen
mening van belang, maar de interpretatie van ontwikkelingen die zich aan hem en het breder
publiek voltrekken. Een analist heeft veel meer ruimte nodig voor de opbouw van zijn betoog,
omdat hij de lezer het logische verband tussen zaken wil aantonen. Hij helpt de lezer het nieuws
te verwerken. De lezer moet uiteindelijk zelf bepalen of het perspektief dat de analist hem/haar
voor houdt plausibel lijkt of dat het uit de duim gezogen is.
Nieuwe feiten
Het perspektief van de analist kan bijgesteld worden wanneer er nieuwe feiten aan het licht
komen en een eerlijke analist zal dat ook doen. Wanneer die feiten echter geen nieuwe verbanden
laten zien, blijft de eerdergemaakte analyse overeind staan. In het geval van de BVD gaf
Bouterse bijv. aan dat die partij zelf minister Pierkhan van Buitenlandse Zaken daar heeft
weggehaald en niet dat de NDP het ministerie heeft afgepakt. Dat is inderdaad een korrektie op
een eerder artikel (Regeringscrisis deel 1). Een BVD-topper hiernaar gevraagd gaf aan dat de
BVD ten einde raad de minister maar heeft weggehaald, omdat hij er toch niets zinvols kon doen.
Volgens deze topper moest Pierkhan vrijwel dagelijks als kleine jongen braaf instrukties m.b.t.
het ministerie bij dhr. Ivan Graanoogst halen. Voor de analyse zelf maakt het geen verschil. Het
grote punt in die analyse betrof de dominantie van de NDP en de versterking van het buitenlands
beleid in de handen van deze partij. Verwachtbaar is daarbij dat de ruil van Buitenlandse Zaken
voor Arbeid de BVD geen winst zal opleveren. Dat wordt niet gezegd op basis van nieuwe feiten,
maar op basis van wat Pierkhan tot nu toe gepresteerd heeft. Waarom zou Arbeid wel een succes
worden? Vandaar mijn opmerking dat de BVD de eer aan zichzelf had moeten houden en in ieder
geval een nieuwe man voor Arbeid had moeten zoeken.
Kapitaalsgroep BVD en Staatsolie
De analist hoeft dus niet over alle harde feiten te beschikken en kan zeker fouten maken, maar
die feiten hoeven de analyse niet onjuist te maken. De Staatsolie kwestie kan hierbij als illustratie
dienen. De NDP-voorzitter gaf in zijn toespraak ook aan dat Dilip Sardjoe nauwelijks een rol had
gespeeld tijdens de crisis, zoals ik beweerd had. Evenwel bevestigde Bouterse zelf dat George en
Charles Pahlad achter de schermen een belangrijke bemiddelende rol had gespeeld. Bouterse gaf
geen verklaring waarom de BVD wel in de coalitie is blijven participeren, terwijl ze er naar
buiten toe erg bekaaid vanaf was gekomen. De politieke analist probeert wel een verklaring voor
dat gedrag te vinden. Wat bij de oplossing van de crisis zeer opviel is dat de BVD gewoon aan is
gebleven alsof er plotseling niets aan de hand was. Naar buiten toe waren er geen concessies
binnengehaald en men heeft integendeel veel politiek gezichtsverlies geleden. Juist vanwege dat
zeer opmerkelijke feit zou een analist tot de conclusie kunnen komen dat de BVD top gewoon
gek is (hetgeen niet zo is), totaal niets van politiek begrijpt (ook verworpen) of dat er andere
zaken spelen. Wat die andere zaken zijn is dan nog niet duidelijk. Zoals aangegeven kan dat
politiek verraad zijn (zie artikel drs. Ben Mitrasing in De West van 9-9-97), geanticipeerde
politieke zwakte bij verkiezingen (maar dan moest men niet met zo een conflict beginnen),
intimidatie of bedreiging (ook dit had men vooraf moeten inschatten), financiele groepsbelangen,
of andere zaken. Elk van deze mogelijkheden moet de analist afwegen om tenslotte een keus te
maken of zijn bevindingen aan de lezers voor te houden, zodat die een keuze kunnen maken. Na
diverse afwegingen is gekozen voor de interpretatie dat een dominante kapitaalsgroep heeft
voorkomen dat de BVD definitief uit de coalitie stapte. Bouterse's mededeling dat George
Pahlad een belangrijke rol heeft gespeeld in het terugbrengen van de BVD, bevestigt in ieder
geval dat een exponent van deze kapitaalsfaktie zeer aktief was tijdens de crisis. Dilip Sardjoe
hoefde zelf niet aktief te zijn tijdens de crisis, zolang de belangen van de kapitaalsgroep, waar hij
de belangrijkste exponent van is, voldoende behartigd werden. Wie daarna plotseling in de krant
leest dat de Zuid-Koreaanse maatschappij Daewoo (waarvan Sardjoe vertegenwoordiger is) zich
zal inkopen in Staatsolie, hoeft geen grote analist te zijn om het verband met het aanblijven van
de BVD te snappen. Niet de Esso of de Shell hebben een intentieverklaring met Staatsolie
getekend, maar Daewoo. De grote vraag is dus of de intentieverklaring met Daewoo ook
getekend zou zijn indien de BVD uit de coalitie was gebleven? De Daewoo deal geeft tevens enig
inzicht in de omvang van de kapitaalsbelangen die op de achtergrond speelden. De lezer zal
zichzelf dus moeten afvragen of de analyse over kapitaalsbelangen plausibel is of dat de de
kapitaalsgroep er niets te maken had met het aanblijven van de BVD.
Postkoloniaal verleden en privatisering
Volgens Bouterse is er een hetze (=ophitsing, hatelijke campagne) rond Staatsolie ontstaan, welke hij zag als uiting van een onverwerkt postkoloniaal verleden. Hij gaf aan dat de regering zeer vooruitziend is en er slechts externe investeringen worden aangetrokken voor de produktieverhoging en lastenverlichting van het bedrijf zelf. Dat is een verklaring, maar er zijn ook andere verklaringen mogelijk, wanneer we een aantal zaken op een rij zetten.
Indien de intentieverklaring een uitvloeisel van het regeringsbeleid is, dan moet dat terug te
vinden zijn in de officiele documenten van de regering. In de regeringsverklaring 1996-2001
staat dat "de zwakke bedrijfsvoering in bepaalde staatsbedrijven serieus zal worden aangepakt
door de regering. Er zullen maatregelen getroffen worden om deze bedrijven winstgevend te
maken. Van steekhoudende argumenten dat privatisering van deze bedrijven in alle gevallen
betere oplossingsvooruitzichten biedt dan andere mogelijkheden heeft de regering nog geen
kennis kunnen nemen." De regering blijkt dus zeer terughoudend te staan tegenover privatisering
en het dan nog alleen te overwegen voor zwakke staatsbedrijven. Met een nettowinst van U$ 12
miljoen in 1996 is Staatsolie zeker geen zwak bedrijf, maar een goeddraaiend bedrijf. Dat
betekent logischerwijze dat privatisering van Staatsolie dus juist tegen het regeringsbeleid
indruist. Verder wordt Staatsolie in de regeringsverklaring slechts genoemd als onderdeel van het
energiebeleid. Daarbij staat dat de doelstelling van het energiebeleid is om "zelfstandig in de
eigen energiebehoeften te voorzien". Kortom de intentieverklaring past niet binnen het
energiebeleid van de regering. Volgens de jurist Fred Kruisland (in ABC) strookt de
Memorandum of Understanding met Daewoo verder ook niet met de mijnbouwwet en de
petroleumwet. Waarom dan toch een intentieverklaring?
Een deal
Wat we dus zien is dat de regering met de intentieverklaring haar eigen beleid doorkruist. Daarbij doet zich de vraag voor waarom Marienburg of Para Industrie niet eerst geprivatiseerd wordt, maar juist Staatsolie. We zien dat er geen maatschappelijke discussie of discussie binnen de Nationale Assemblee over privatisering aan het besluit vooraf is gegaan. Verder heeft de huidige coalitie een aantal beleidsuitgangspunten aangegeven bij het aangaan van de samenwerking, welke zijn vastgelegd in het 'Protocol voor een politiek-bestuurlijke samenwerking' (29 aug. 1996). Daar staat onder punt 6 dat het gaat om "Het zorgvuldig, beschermende en commerciele gebruik van de natuurlijke hulpbronnen met een zo groot mogelijk voordeel voor de natie". De intentieverklaring zorgt volgens de staf van Staatsolie (zie artikel DWT 13-9-7) echter niet voor het grootst mogelijke voordeel voor de natie, maar eerder voor nadeel. De regering is buiten de Nationale Assemblee en zelfs de wet en de regeringsverklaring om bezig een zeer verstrekkend besluit voor de natie te nemen.
Dat alles zou misschien nog weg te verklaren zijn, wanneer Staatsolie zelf zou hebben
aangegeven dat het regeringsbeleid op het verkeerde spoor zit en het bedrijf moest privatiseren.
Het tegendeel blijkt echter waar te zijn, want de direkteur van Staatsolie was zelf niet van op de
hoogte van de op handen zijnde intentieverklaring. Volgens hem zit het bedrijf niet te springen
om samenwerking met Daewoo. Indien de regering deze alleszins kundige direkteur en zijn staf
buiten de besluitvorming rond privatisering van het bedrijf laat, rijzen er veel vraagtekens en is
de kans zeer groot dat er andere zaken spelen. Dat geeft dus alle aanleiding tot speculaties over
geheime deals, waarbij de BVD en NDP top betrokken zouden zijn. De intentieverklaring met
Daewoo duidt er -evenals de terugkeer van de BVD in de regering- op dat het niet ging en gaat
om het beleid. Men doet juist dingen die haaks staan op de eigen samenwerkingsverklaring en de
regeringsverklaring. De kapitaalsgroep van de BVD kan niet alleen verantwoordelijk gesteld
worden voor deze deal, maar heeft kennelijk zeer aktieve medewerking gehad van een
kapitaalsgroep binnen de NDP. Dit lijkt alleen maar te bevestigen dat kapitaalsbelangen de
coalitie zijn gaan domineren. Wanneer burgers dus verontwaardigd zijn over de berichten over
Staatsolie dan gaat het niet om een hetze. Nee het gaat om frustratie en wantrouwen bij de
burgers, welke gevoed is door het simpele feit dat er iets niet pluis is met de intentieverklaring
met Daewoo. Het is begrijpelijk dat partijvoorzitters de harde feiten over dit soort zaken moeilijk
naar voren kunnen brengen. Daarvoor zijn misschien toch journalisten en analisten nodig.