Dr. M. Schalkwijk; September, 9 1997
| Nu de regering vrijwel een jaar aanzit kan een tussenbalans worden opgemaakt. Dat zal mede gedaan worden aan de hand van de recente regeringscrisis, omdat er tijdens deze crisis politiek vreemd gedrag is vertoond, welke niet goed verklaarbaar lijkt, tenzij er wat dieper gegraven wordt. Waarom kwam de crisis, wat gebeurde er tijdens de crisis, en wat is de politieke betekenis van de uitkomst. Voor de opmerkzame politieke analist is juist tijdens de afgelopen crisis heel wat duidelijk geworden, waar in een serie analyses nader op wordt ingegaan. In het eerste artikel wordt ingegaan op het verloop van de crisis en het eindresultaat. In het tweede artikel wordt de positie van de BVD onder de loep genomen. Het derde artikel gaat over de rol van de president en de NDP. Het vierde artikel over de positie van de kleinere partijen. In een slotartikel komt de betekenis van de crisis voor de samenleving aan de orde. |
De regeringscrisis is voorlopig bezworen. Van de zes coalitiepartners bleken uiteindelijk slechts drie problemen met de NDP te hebben. De BVD, HPP en PVF stapten na het ontslag van minister Mungra immers uit de coalitie. Hierop begon de voorzitter van de NDP, Desi Bouterse, met een lijmpoging. Het eindresultaat was dat de BVD terugkrabbelde in de coalitie, zonder eerherstel voor Atta Mungra, zonder een nieuwe vice-president en zonder harde afspraken over wijziging van het beleid. De HPP en PVF hielden het echter voor gezien, terwijl de helft van de Pendawalima op de trein sprong. De OPDA werd voor haar loyaliteit beloond met een ministerspost (Volksgezondheid) en de Pendawalima met het Ministerie van Planning en Ontwikkelingssamenwerking. De KTPI ministeries bleven onaangetast. De NDP kwam versterkt uit het conflict met een president die geen enkele concessie had hoeven doen, terwijl het Ministerie van Buitenlandse Zaken werd afgenomen van de BVD. Als troostprijs mocht minister Pierkhan de stoel van Arbeid warm gaan houden.
Er is nog veel meer te zeggen over de crisis en de repercussies daarvan voor de individuele
partijen en politieke verhoudingen. Om dat er echter een beetje uit te halen is het eerst nodig om
de ontwikkelingen op een rij te zetten. In nadere analyses zal naar deze opsomming worden
teruggegrepen.
Eerste tekenen crisis
De eerste tekenen van de crisis waren zichtbaar toen er medio augustus tot tweemaal toe geen
quorum in de Nationale Assemblee was voor de behandeling van de wet omzetbelasting. Het was
opvallend dat juist delen van de coalitie afwezig waren, hetgeen alleen als een soort verkapt
protest geinterpreteerd kon worden. Het blad 'De West' maakte rond die tijd melding van
onbehagen bij de BVD en KTPI kaders, die zich o.m. ergerden aan het niet nakomen van
afspraken over benoemingen door de NDP. Niet lang hierna -en wel op 19 augustus- bleken er
serieuze problemen binnen de regeringscoalitie te zijn. Op die dag kwamen kopstukken van de
BVD, KTPI, HPP, PVF en OPDA bijeen. De NDP voorzitter was niet uitgenodigd, hetgeen
indiceerde dat de vijf coalitiepartijen vooral problemen met de NDP hadden. BVD voorzitter
Mungra gaf toe dat het o.m. ging om het monetair beleid van de regering en niet om problemen
met Bouterse. Om de problemen te bespreken kwam het voorzittersconvent (de leiders van alle
zes coalitiepartijen) diezelfde dag nog bijeen. Volgens NDP-voorzitter Bouterse ging het om een
communicatiestoornis, want er werd wekelijks over het financieel-economisch en monetair
beleid gesproken. Hij had niet de indruk dat het om ernstige zaken ging. De NDP voorzitter
vergiste zich blijkbaar zoals uit latere ontwikkelingen bleek. Het voorzittersconvent constateerde
in ieder geval ontevredenheid over het monetair beleid en over het funktioneren van de regering,
gebrek aan onderlinge communicatie en problemen rond de invulling van ambassadeposten. Het
overleg bracht geen oplossing en de voorzitters besloten maandag 25 augustus verder te
vergaderen.
BVD ontevreden
De voorzitters konden maandag echter niet meer vergaderen, want op zondagavond ontsloeg
president Wijdenbosch plotseling Mr. Atta Mungra als minister van Financien. Mungra had als
voorzitter van de BVD de dag na het convent een partijvergadering toegesproken. De BVD
voelde zich duidelijk geen gelijkwaardige partner binnen de coalitie. Mungra gaf kritiek op de te
grote uitgaven van de regering, verwijzende naar een groot feest van de president in Nederland en
de vele reizen. Hij waarschuwde voor het begrotingstekort en benadrukte de noodzaak van
indirekte belastingen. Ook de invulling van ambassadeurs kwam ter sprake. Mungra verweet
mensen rond de president -'rond het beleidscentrum'- zich enorm te verrijken ten koste van het
volk. Hij sprak vol lof over de leiderschapskwaliteiten van de voorzitter van de NDP en
benadrukte dat Bouterse -die het volle vertrouwen van de coalitiepartners had- op een lijn zou
liggen met de beleidsvisies van de BVD, HPP en PVF. BVD-voorzitter Mungra gaf aan tegen
reshuffling van ministers te zijn en dat dat in ieder geval een aangelegenheid van het
voorzitttersconvent zou zijn. "We hebben afspraken gemaakt met de NDP en niet met de
vice-president of de president. Het convent is voor ons het politieke machtscentrum" (De Ware
Tijd 22-8-97). Opvallend was dat Mungra toen nog aangaf dat vice-president Radhakishun
moeilijk te vervangen zou zijn. De BVD-vergadering nam een motie aan, waarbij men het beleid
ondersteunde, maar opriep "met alle ten dienste staande middelen te voorkomen dat de economie
stagneert en dat monetaire financiering plaatsvindt."
Ontslag Mungra
President Wijdenbosch, die tot dan vooral lijdend voorwerp van de BVD-kritiek was, haalde hard uit middels het ontslag van Mungra als minister van financien. Dit deed hij formeel vanwege het gebrek aan eenheid van beleid, het naar buiten brengen van onjuiste informatie door de minister en een onoverbrugbare vertrouwensbreuk tussen hem en de minister. De president ging nauwelijks in op de kritiek van de BVD en anderen op zijn beleid. De daad van de president roept politiek-ethische vraagtekens op omdat hij Mungra, die in hoedanigheid van voorzitter van een partij zaken naar voren had gebracht, niet als minister zomaar kon ontslaan. In toekomstige kontakten met politieke voormannen met meerdere petten op zal dit immers negatief door kunnen werken. In het kleine Suriname is het namelijk onvermijdelijk dat men meerdere petten op heeft en dienen rollen gescheiden te worden gehouden. Verder is het ietwat ongehoord dat de president als hoogste funktionaris een minister in het openbaar zo negatief bespreekt, terwijl hij de minister niet beschuldigde van corruptie of zo. Die bespreking leidde dan ook tot vraagtekens bij de op de persconferentie aanwezige journalisten waar het 'eervol ontslag' dan wel op gebaseerd was. In ieder geval riskeerde Wijdenbosch met het ontslag een duidelijke breuk in de coalitie. De president speelde dus hoog spel (hierover meer in het derde artikel).
Mungra reageerde bijzonder fel en zelfs onfatsoenlijk met insinuaties over de intellectuele
capaciteiten van de president (zie Kompas van 6-9-97 voor meer gedetailleerde uitspraken van de
president en BVD toppers). Hij gaf aan dat de BVD samenwerking met de president en
vice-president niet meer mogelijk achtte. Daarbij maakte hij vooral het financieel-monetair
beleid van de regering tot inzet van de samenwerking. Hij schetste bij ongewijzigd beleid een
onacceptabel begrotingstekort van 30% en monetaire financiering. Ook gaf hij aan dat de
president intern (Raad van Ministers) noch extern (DNA, Rekenkamer) verantwoording van zijn
uitgaven en beleidsbeslissingen aflegde. De BVD, HPP en PVF stelden niet meer bij de coalitie
te behoren, hetgeen betekende dat deze coalitie de facto haar meerderheid in de Nationale
Assemblee zag slinken van 29 tot 22 zetels. Kortom er was plotseling een echte regeringscrisis.
Resultaat lijmpoging
Even plotseling als de crisis ontstaan leek werd ze bezworen. Dit gebeurde op initiatief van de voorzitter van de NDP, en dus niet van de president. De BVD offerde uiteindelijk haar eigen voorzitter, Atta Mungra, op die als aanstichter van het conflict werd gezien. De grote verliezer in de nieuwe regering is dus de BVD, die ernstig gezichtsverlies geleden heeft. Vreemd genoeg kwam er na het heftige conflict geen gezamenlijke verklaring uit van de partners, zodat op papier kennelijk niets is vastgelegd. Het eindresultaat van de crisis kan alsvolgt samengevat worden:
1. De coalitie bestaat niet meer uit zes partijen, maar uit vier en een half (een halve Pendawalima i.p.v. de HPP en PVF). Het maatschappelijk draagvlak van de coalitie is hiermee iets versmalt.
2. De ministerraad is kwalitatief verzwakt m.n. door het uitvallen van de deskundige minister Brunings op PLOS en het reshuffelen van de onderwijskundige Gobardhan van Onderwijs naar Financien.
3. De NDP president is inderdaad een sterke president gebleken, want hij heeft ongestraft de voorzitter van de sterkste partner -de BVD- kunnen ontslaan en de Nationale Assemblee tijdens de crisis buiten spel gezet.
4. De NDP heeft haar positie in de coalitie versterkt m.n. door enkele kritische ministers te vervangen (Mungra, Brunings, Khodabaks) en het Buitenlands beleid volledig naar zich toe te trekken via de wisseling van Pierkhan voor Snijders.
5. De voorzitter van de NDP heeft zich kunnen manifesteren als degene die in staat is geweest de coalitie bijeen te houden. Tevens is gebleken dat de NDP niet bereid was om het draagvlak van de regering te vergroten. Slechts de machtspositie werd geconsolideerd, ofschoon dit een zwakkere coalitie heeft opgeleverd. De coalitie is dus meer dan voorheen een NDP regering geworden.
6. De coalitie behield in de Nationale Assemblee haar 29 zetels, maar dat diezelfde Assemblee is niet het hoogste college van Staat gebleken. Integendeel verkeert de DNA in een ernstige crisis, welke haar rol in de democratie heeft verzwakt.
7. Uiteindelijk bleek de crisis niet te gaan om beleidskwesties, maar duidt de oplossing op zeer
sterk wegende belangen van groepen en individuen.
Er zijn vele vragen die blijven hangen rond de hele crisis. Waarom bleef de BVD in de coalitie, terwijl de HPP en PVF eruit stapten? Waarom riskeerde de president een ernstige breuk in de coalitie. Wat was de rol van Mungra in het geheel? In welke mate speelde het Nederlandse verzoek aan Interpol om uitlevering van Bouterse een rol in de crisis? Waarom is de door de opposanten in het conflict geleide Nationale Assemblee onmachtig gebleken om te funktioneren? In de volgende artikelen zal op deze aspekten nader worden ingegaan.