Dr. Marten Schalkwijk, 11 September 1997.

DE REGERINGSCRISIS

BVD: Belangen of Beleid?

In de eerste analyse (zie De Ware Tijd van 10-9-97) zijn een aantal feiten m.b.t. de aanleiding tot de regeringscrisis op een rij gezet. De coalitie is gelijmd en de BVD is er nog steeds bij. Alleen zijn de eisen van de BVD niet ingewilligd, waardoor deze partij ernstig gezichtsverlies heeft geleden. De vraag is waarom de BVD, die voorop liep in het conflict, uiteindelijk toch is meegegaan met het voortzetten van de coalitie. In dit artikel wordt de rol en positie van de BVD onder de loep genomen.

BVD tegenhanger NDP

Het is duidelijk dat vooral de BVD de belangrijkste counterpart van de NDP in de regeringscoalitie was. Niet de KTPI, HPP, PVF of OPDA, maar de BVD. De coalitie werd zelfs alleen maar mogelijk dankzij de splitsing binnen de VHP, waaruit de Basispartij voor Vernieuwing en Democratie is voortgekomen. Na de eerste besprekingen haakten de KTPI en OPDA overigens af. Dat gebeurde vooral via het bekende 'doksysteem', waarbij men onderduikt, onbereikbaar is of niet in staat is de besprekingen bij te wonen. In dit geval verschafte de vrijwel gelijktijdige ziekte van de meeste toppers van de OPDA en KTPI een goed excuus. In ieder geval profileerde de verdere afwezigheid van de KTPI en OPDA de positie van de BVD duidelijk. Met vijf zetels in de Nationale Assemblee had deze partij ook voldoende politiek gewicht om een conflict uit te vechten.

Financieel beleid inzet

De kern van de kritiek van de BVD op het regeringsbeleid leek, volgens uitspraken van voorzitter Mungra, het financieel en monetair beleid te zijn. De BVD is een partij die liberalisering en privatisering voorstaat en een kleinere rol voor de overheid ziet weggelegd. Ik noemde hen eerder een soort Surinaamse VVD. De NDP daarentegen blijkt veel centralistischer te zijn ingesteld, met een grotere rol voor de overheid en staatsbedrijven. Buitenlandse investeringen zijn welkom, maar slechts voor zover ze gecontroleerd worden door de staat. De basisvisies waren in dit opzicht dus verschillend en een beleidsconflict kon moeilijk uitblijven. Dat bleek ook uit de polemiek rond het conflict, waarbij Mungra de president verweet een gat in zijn hand te hebben en niet te willen bezuinigen. De president gaf daarentegen aan dat de minister onvoldoende belastingen ophaalde en dat Sf 100 miljard aan ongeinde belastingen het begrotingstekort zou dekken. Volgens de minister was dit niet realistisch en kon slechts een fraktie van het bedrag geind worden. Voortgaan met het beleid zou dan ook resulteren in een begrotingstekort van 30%, monetaire financiering, gevolgd door inflatie en koersdaling. Daarom trok hij aan de bel, omdat hij en zijn partij daar niet voor verantwoordelijk gesteld wilden worden. Kortom een hele goede en legitieme issue voor een beleidsconflict in de coalitie. Ook een issue die verschillende maatschappelijke groeperingen en de bevolking raken en die de achterban kan begrijpen. Eventueel uittreden uit de coalitie om een dergelijke issue zou sympathie en politieke winst opleveren..

Beleid geen breekpunt

Het op tafel leggen van een dergelijke issue betekent echter dat de oplossing van het conflict slechts zou kunnen eindigen met harde schriftelijke afspraken over bijstelling van het beleid of met een breuk. Dat diende men zich van tevoren goed te realiseren. Het schriftelijk vastleggen van afspraken is in dergelijke situaties vereist, omdat elke partner dan een document heeft waaraan het beleid later geevalueerd kan worden. Indien dat de oplossing was zouden alle partners zonder veel gezichtsverlies als coalitie verder kunnen regeren. Indien er geen harde afspraken gemaakt konden worden dan was een breuk onvermijdelijk, hetgeen de HPP en PVF gedemonstreerd hebben. Dat is het internationale politieke coalitiespel als het om principiele issues gaat. Het blote feit dat de BVD echter gewoon verder participeert in de coalitie zonder harde afspraken, indiceert dat het financieel beleid voor de BVD dus geen echt breekpunt was. Met het ontslag van Atta Mungra als minister van Financien en de benoeming van een op financieel gebied onervaren BVD minister op deze post, lijkt een beleidswijziging juist verder weg. Daarbij komt dat de president na de lijmpoging rustig aangaf dat het in oktober 1996 goedgekeurde beleid normaal zal worden uitgevoerd. Het ging de BVD dus achteraf gezien niet primair om het financieel en monetair beleid. Deze conclusie wordt versterkt door het feit dat er voor en tijdens de begrotingsbehandeling in juni in de Nationale Assemblee geen ophef van het financieel en monetair beleid is gemaakt. Dat was immers het juiste moment om deze kwestie binnen de coalitie op te spelen.

Overige eisen BVD

Naast wijziging van het financieel-monetair beleid, welke dus niet is gehonoreerd, waren er ook een aantal andere eisen. Men wilde meer zeggenschap bij de invulling van ambassadeurs, hetgeen ook niet is ingewilligd. Integendeel blijkt dat de BVD minister van Buitenlandse Zaken geruild is met een minister van de NDP. Dat betekent dat de NDP dus vrij spel heeft om het buitenlands beleid helemaal naar zich toe te trekken. In de praktijk was minister Pierkhan gedegradeerd tot een figurant binnen zijn eigen ministerie, die zich regelmatig bij Ivan Graanoogst moest melden voor instrukties. Wat Pierkhan op Arbeid moet doen is overigens een grote vraag, want voor de BVD heeft dat ministerie nauwelijks betekenis. Men kan hooguit in geval van arbeidsonrust opgezadeld worden met de zwarte Piet. Pierkhan en de BVD hadden in dit opzicht de eer aan zichzelf moeten houden en een andere ministerie moeten bedingen dan wel iemand anders naar voren moeten schuiven.

Verder is de klacht van de BVD dat de president en vice-president de besluiten van het voorzittersconvent niet uitvoerden, door de president naast zich neergelegd. Hij bewees met het ontslag van Mungra juist het tegendeel nl. dat het convent nog minder invloed zal hebben in de toekomst.

De eis dat de president en vice-president moesten aftreden is ook niet gerealiseerd. Die eis werd door de BVD al verzacht, omdat later alleen de vice-president moest aftreden. Zoals gezegd is die nog steeds op zijn post. De eis dat de voorzitter van de BVD in ere moest worden hersteld is ook niet gerealiseerd. Integendeel is Mungra volledig gedesavoueerd, niet alleen door de president, maar uiteindelijk ook door zijn eigen partij, die hem in deze kennelijk niet ondersteund heeft. Kortom de BVD heeft een forse politieke nederlaag geleden.

Gebrekkige politieke kracht

Tegen de bovenstaande achtergrond is de grote vraag natuurlijk wat de BVD nog in de coalitie doet. De verklaring voor dat gedrag moeten we dus buiten het beleid zoeken. Er blijven dan twee verklaringen over. Allereerst een verklaring over de politieke positie van de BVD en ten tweede een verklaring in de sfeer van individuele en groepsbelangen. Politiek gezien is de vraag in welke mate de BVD nog kans heeft om via verkiezingen terug te keren met vijf zetels. Indien de president tussentijds zou besluiten verkiezingen uit te schrijven, zou de BVD weleens slecht voor de dag kunnen komen. De BVD is immers niet de vernieuwingsbeweging gebleken, die zij voorgaf te zijn. Teveel werd de indruk gewekt dat men vooral fungeerde als een eliteclub van rijke ex-VHPers. Zelfstandig de verkiezingen ingaan zou dus een risico inhouden, hetgeen de partij ertoe gedreven kan hebben om maar mee te blijven hobbelen in de coalitie. Dit argument is echter niet helemaal steekhoudend, omdat een andere optie natuurlijk was om afscheid te nemen van de coalitie en zich samen met de HPP en PVF voor te bereiden op nieuwe verkiezingen. Nog een andere optie was om terug te keren in de boezem van de VHP. Indien men uiteindelijk Atta Mungra heeft opgeofferd aan samenwerking met de NDP had men dit offer ook kunnen brengen voor een hereniging met de VHP. Sommigen stellen dat de BVD geen politiek alternatief had en niet welkom was bij het Nieuw Front en daarom maar bij de NDP gebleven is. Dat was echter niet duidelijk, want sommige oppositiepartijen waren wel degelijk bereid tot een stuk accomodatie. Indien men overigens niet welkom zou zijn bij de oppositie, dan wist men dat vrijwel zeker ook van te voren en is de vraag waarom men dan een conflict heeft uitgelokt. De verklaring van politieke zwakte en isolatie is dus niet sluitend.

Belangen centraal

Wat dan ook realistischer lijkt is de verklaring dat de BVD niet gedwongen werd om in de coalitie te blijven, maar dat vooral zelf wilde. Die wens was zo sterk dat men zelfs bereid was er de eigen voorzitter aan op te offeren. Mungra dacht kennelijk dat hij de echte voorzitter was, maar bleek dat slechts bij gratie van een sterke kapitaalsgroep. Het is deze groep die bepaald heeft dat de BVD gewoon in de coalitie blijft en blijkbaar ook geen moeite heeft met het politieke gezichtsverlies, zolang dat maar geen kapitaalsverlies betekent. Wie de president goed beluisterde bij het ontslag van Mungra, hoorde dat hij de minister indirekt verweet dat hij kapitaalkrachtige vrienden beschermde bij belastingaanslagen. Hij dreigde na verwijdering van de minister op zoek te gaan naar de zgn. niet geinde Sf 100 miljard. Het is duidelijk dat de president daarmee de BVD kapitaalsgroep bedoelde, omdat niet verwachtbaar is dat hij de NDP kapitaalsgroep wil kaalplukken. Verder had de minister van Handel tijdelijk een importstop afgekondigd, welke ook al de belangen van de vooral uit handelaren bestaande BVD kapitaalsgroep bedreigde. Volgens inlichtingen kregen top BVD-ers de meeste importorders van de overheid -waaronder ca. 150 auto's- tegen de gunstige inkoopkoers van de Centrale Bank, terwijl de verkoop geschiedde tegen de zwarte markt koers en dus extra winsten oplevert. Het stopzetten van dergeljke winstgevende zaken zou tot schade kunnen leiden. Dan speelt er de kwestie van het faillissement van nearbanker Roep, waar naar verluidt ook vele BVD toppers geld in hadden gestoken. Kortom de BVD kapitaalsgroep bleek toch nog kwetsbaar en heeft gewoon gekozen voor het eigen belang. Zij stoorden zich hierbij niet aan de motie van de partijstrukturen, via welke Mungra zijn positie had laten ondersteunen. De kapitaalsgroep maakte eigen afspraken met de NDP voorzitter en vaardigde naar het voorzittersconvent zichzelf af in de personen van Dilip Sardjoe en George Pahlad. Hiermee kwamen de leiders van de groep even helemaal achter de schermen vandaan om orde op zaken te stellen.

Positie Mungra

De vraag is natuurlijk waarom de voorzitter van de BVD de kapitaalsbelangen op het spel heeft gezet met zijn aanval op de president en vice-president. Indien hij de werkelijke verhoudingen in zijn eigen partij kende, had hij een dergelijk politiek risico toch niet mogen lopen zou men zeggen. De ietwat speculatieve, maar meest plausibele, verklaring hiervoor is dat Mungra een totaal andere taxatie had gemaakt, waarbij hij in feite alleen maar zou kunnen winnen. Die taxatie was gebaseerd op het opportuniteitsprincipe, hetgeen afgeleid kan worden uit het tijdstip waarop het conflict begon. Dat was namelijk vrij kort nadat bekend werd dat Nederland een opsporingsbevel tegen Bouterse had uitgevaardigd. Mungra schatte correct in dat Bouterse zich geen regeringscrisis kon veroorloven en geneigd zou zijn toe te geven aan eisen van de BVD. De partij kon dus gebruik maken van de kwetsbaarheid van de NDP-voorzitter en de politieke gelegenheid aangrijpen om haar positie te versterken binnen de coalitie. Vandaar dat de eisen van de BVD geen principiele eisen waren, maar meer gelegenheidseisen. De bedoeling was dan ook niet om een breuk te forceren, maar slechts een politiek spel te spelen. Een verdere speculatie is dat men binnen de BVD mogelijk inschatte dat Bouterse slechts maximale bescherming zou hebben tegen Nederland via een eigen presidentschap, waarbij de BVD alvast het vice-presidentschap moest claimen. Om de posities van president en vice-president in te vullen, moesten deze echter eerst vacant zijn en dat verklaart de frontale aanval op Wijdenbosch en Radhakishun. "De president is machtsdronken en de vice-president gewoon dronken", formuleerde Mungra later. Bij zijn aanvallen liet hij Bouterse steeds zorgvuldig buiten schot, zodat het er niet om ging een breuk met de NDP te forceren, maar slechts met de president. Toen bleek dat Wijdenbosch zich inmiddels had ingegraven, verlegde de aanval zich naar de vice-president. Dat het plan niet doorging komt niet zozeer door gebrek aan toegeeflijkheid van de NDP-voorzitter, maar door onvoorzien ingrijpen van de president, hetgeen in het volgende artikel behandeld zal worden. Toen het plan als een boemerang terugkaatste begon men intern de vinger naar voorzitter Mungra te wijzen, om hem vervolgens voorlopig op te offeren. In ieder wordt zijn plotseling zwijgen en terugtrekking niet verklaard door het ontslag als minister, maar wellicht meer door de interne verhoudingen, waarbij de BVD top het gevoel had in haar belangen te zullen worden geschaad.

Marijke Djwalapersad

In een analyse in 'De West' van 8-9-97 geeft Ben Mitrasing een kijkje in de keuken van de BVD tijdens de crisis. Hij wijt de terugkeer van de BVD in de coalitie vooral aan politiek verraad van ondervoorzitter Marijke Djwalapersad en twee andere DNA leden, die in het geheim hun steun aan president Wijdenbosch zouden hebben betuigd, waardoor deze met gemak Mungra kon ontslaan. Door dit verraad zou de BVD eieren voor haar geld hebben gekozen en rustig in de coalitie zijn gebleven, waarbij Dilip Sardjoe eerst intern de rust herstelde. Het dubbelspel van Djwalapersad en consorten kan waar zijn, maar dat leidt nog niet automatisch tot het onder alle omstandigheden blijven in de coalitie. Eerder zou men mogen verwachten dat men dergelijk gedrag niet zou tolereren en met het 'politiek fatsoenlijk' deel van de BVD afscheid van de 'verraders' zou nemen. Het onder deze omstandigheden toch verder gaan betekent immers dat een verdeelde BVD voor de rest van de regeerperiode gewoon krijgsgevangene is van Djwalapersad. Dat is zeker geen positie die een politieke partij lang in leven houdt. Dat de kapitaalsgroepen dergelijk verraad zouden hebben geaccepteerd en vrolijk verder gaat met de BVD in de coalitie, betekent immers dat men niet alleen de voorzitter heeft laten vallen, maar ook de partij zelf niet serieus neemt. Logischer is dat Djwalapersad misschien als handlanger wat vuil werk heeft moeten opknappen in ruil voor iets anders, misschien wel het formele voorzitterschap van de BVD. Voordat we haar politiek gedrag echter veroordelen dient mevr. Djwalapersad zelf te reageren op de aantijgingen. Zij had eerder nl. zelf te kennen gegeven door OPDA voorzitter Ramkhelawan -die in opdracht van de NDP zou hebben gehandeld- benaderd te zijn om de BVD in de steek te laten. Zij en andere assembleeleden gaven aan Ramkhelawan voor de rechter te slepen wegens poging tot omkoperij.

Toekomst BVD?

De eerstvolgende vergadering van de BVD zal moeten uitwijzen wie formeel de voorzitter is en wie welke rol gespeeld heeft. De interne strijd heeft in ieder geval de BVD binnen de coalitie verzwakt. Ondertussen blijft de grote vraag of de BVD met het enorme politieke gezichtsverlies nog een toekomst als politieke partij heeft. Met of zonder politiek verraad lijkt die toekomst zeer onzeker. De partij is niet principieel gebleken en kampt thans ook met een lederschapsprobleem, hetgeen tegen haar gebruikt zal worden. Bij een volgende crisis uit de coalitieboot stappen is veel moeilijker dan deze keer, omdat andere politieke partijen weinig vertrouwen in de oprechtheid daarvan zullen hebben. De BVD lijkt dan ook precies in dezelfde situatie terecht te zijn gekomen, die haar toppers indertijd de VHP verweten binnen het Nieuw Front. Het politieke spel vereist uiteindelijk niet alleen kapitaal, maar ook een stuk politieke ervaring. Uitdunning van de BVD achterban lijkt na deze crisis niet ver weg. Misschien is te verwachten dat de top van de BVD haar politieke ambities -die toch niet verwezenlijkt worden- maar laat schieten, en zich gewoon aansluit bij de NDP.