Dr. M. Schalkwijk; 16 September 1997

DE REGERINGSCRISIS

Noodweer of Meesterzet van de President?

In een eerder artikel is de verklaring geopperd dat het conflict binnen de coalitie ontstond toen de BVD (en anderen) kennelijk de tijd rijp achtte om de NDP tot politieke concessies te dwingen. Die timing hing niet toevallig samen met de druk die Nederland via het Interpol signaleringsbevel uitoefende op Bouterse en op de regering (lees president). Met de officiele internationale verdachtmaking van Bouterse van drugssmokkel werd immers ook de regering verdacht gemaakt d.w.z. indien de regering zich niet distancieerde van Bouterse. Zoals we weten heeft de regering dat niet gedaan, maar juist de NDP-voorzitter ondersteund en aan Nederland gevraagd om het signaleringsbevel in te trekken. Ook worden de kosten van de advokaat van Bouterse door de belastingbetalers opgebracht. Nederland had misschien onvoldoende door dat de coalitie vooral het produkt was van de NDP-voorzitter en dat niet verwacht kon worden dat deze regering zich van hem zou distancieren. Ook de president kan zich een dergelijke daad niet permitteren, omdat hij in zijn partij steeds rekening moet houden met zijn politiek sterke voorzitter. Met een president, die v.w.b. zijn positie afhankelijk is van zijn voorzitter en de coalitie, is de vraag waarom Wijdenbosch de voorzitter van de BVD heeft ontslagen als minister? Een verklaring daarvan leidt tot meer inzicht in de dynamiek van de coalitie en de crisis.

Lange tenen

Volgens de meest recente verklaring van de voorzitter van de NDP is minister Mungra vooral ontslagen, omdat de president gebelgd was over de uitspraken van de BVD voorzitter. 'Dat no kan' moet Wijdenbosch gezegd hebben en Bouterse had er naar eigen zeggen verder weinig tegen in te brengen. Wij weten dat presidenten soms lange tenen hebben en men herinnert zich nog wel dat tijdens de vorige regering president Venetiaan een rechtszaak wegens smaad tegen de huidige vice-president Radhakishun begon. Dat bracht enige spanning teweeg, maar heeft niet geleid tot een breuk. Wat Mungra op een BVD vergadering zei was inderdaad niet zo fraai, maar het minst fraaie heeft hij pas na zijn ontslag gespuid. Indien het om lange tenen gaat dan zou deze coalitie nooit bij elkaar zijn gekomen, omdat er tijdens de verkiezingscampagnes veel grotere beledigingen naar elkaars hoofd zijn geslingerd. De vraag is of de president zijn eigen positie -die gezien de stemverhoudingen in de Volksvergadering en de afhankelijkheid van vijf coalitiepartners vrij zwak was- op het spel zou zetten vanwege een paar beledigingen. Een geroutineerde politicus als Wijdenbosch is wel wat meer gewend en zou hierom geen breuk riskeren. Met de vele kapitaalsbelangen van zijn partij die op het spel stonden, lijkt dit ook een veel te simpele verklaring. Zeker na de verhalen van NDP zijde over de bereidheid om braaksel met lepel en vork weer op te eten lijkt dit niet de juiste verklaring. Bouterse heeft aangegeven dat hij nog tot het laatst bij Atta Mungra op bezoek is geweest en hem dus -ondanks de beledigingen aan het adres van de president- nog steeds een gesprekspartner voor de NDP vond. Om de lange tenen lijkt het dus niet te gaan.





Vertrouwensbreuk

President Wijdenbosch gaf op zijn persconferentie over het ontslag van Mungra vooral te kennen dat de minister onjuiste informatie naar buiten had gebracht. Dat zou hebben geleid tot een vertrouwensbreuk. De kwestie waar het om ging was vooral de belastinginning, waarbij de president aangaf dat er Sf 100 miljard aan belastingen niet was geind. Volgens de minister kon hiervan effektief slechts Sf 10 tot Sf 15 miljard worden geind. Minister Mungra werd in zijn stelling overigens gedekt door de notulen van de bespreking van 24 juli 1997 inzake de invorderingsachterstand bij de direkte belastingen, welke door vijf personen is ondertekend. Uit die notulen blijkt overigens ook dat de belastingdienst vrij goed op schema zat v.w.b. de verwachte inkomsten in 1997. Er was in de eerste helft van het jaar immers Sf 21 miljard van de op de begroting voorspelde Sf 42 miljard binnengehaald. De misinformatie leek dus uit een andere hoek te komen en een president zal in zulke gevallen in de eerste plaats naar zijn minister moeten luisteren. Met voldoende dekking aan officiele stukken mocht de belastingkwestie onder normale omstandigheden niet leiden tot een vertrouwensbreuk en het ontslag van de minister. De issue leek ook al iets te oud om tot het acute ontslag van de minister te leiden. Daarom schijnt dit ook niet de belangrijkste overweging tot het ontslag te zijn geweest.

Eenheid van beleid

Volgens Wijdenbosch was er verder geen eenheid van beleid binnen de regering en werd die eenheid m.n. verstoord door de minister van Financien. Dat lijkt een beetje gezochte reden tot ontslag, omdat er op diverse momenten weinig eenheid in het regeringsbeleid is geweest, terwijl dat niet heeft geleid tot het ontslag van een minister. In de kwestie Stalweide werd de minister van Natuurlijke Hulpbronnen niet ontslagen, terwijl het weggeven van deze grond tegen het regeringsbeleid en het beleid van LVV indruiste. De eenheid in het beleid m.b.t. het streekziekenhuis Nickerie was totaal zoek. De minister van Volksgezondheid zat op een totaal ander beleidsspoor dan de vice-president. Verschillende daden van de minister werden door de vice-president teruggedraaid, terwijl de rechter andere zaken terugdraaide. De minister werd niet ontslagen en nog minder de vice-president. Eenheid van beleid kan overigens niet subjektief worden vastgesteld door de president of een minister, maar moet worden afgeleid uit het voorgenomen beleid van de regering. In de regeringsverklaring 1996-2001 is aangegeven dat de regering op financieel-monetair gebied o.m. als doel heeft het herwinnen van vertrouwen in de gulden, meer betalingsdiscipline bij de overheid, vaste wisselkoers, een normale rentestand en faciliteren van produktie-aktiviteiten. Minister Mungra heeft zich niet tegen deze beleidsvoornemens verzet en lijkt ook na zijn ontslag voorstander te zijn geweest van dit beleid. Volgens hem was juist de president hiervan afgeweken. Indien eenheid van beleid een belangrijke reden tot ontslag is, zal dat zeker ook moeten blijken bij de Staatsolie deal, want gezien de reakties bij Staatsolie zelf druist dat tegen elk beleid in.

Presidentswisseling

De opgegeven verklaringen voor het ontslag van Atta Mungra zijn dus gewogen en te licht of inconsistent bevonden. In ieder geval te licht voor Wijdenbosch om zijn positie als president op het spel te zetten. In een interview op Apintie televisie gaf ik onlangs aan dat Mungra's ambities voor het vice-presidentschap waren aangewakkerd en hij kennelijk in de verwachting leefde dat Bouterse het presidentschap naar zich toe zou trekken. Die verwachting bracht ik in verband met de veronderstelling dat het presidentschap de beste garantie voor Bouterse zou zijn om arrestatie door Interpol tegen te gaan. Het ging dus om de speculatie dat men binnen de BVD een presidentswisseling verwachtte en misschien zelfs de aanzet daartoe gaf. Dit werd later vanuit de BVD-top ontkend als een leidend motief.

Dat er echter degelijk voorbereidingen waren om president Wijdenbosch af te zetten, is onlangs door ex-minister Brunings in een interview in 'Trouw' (overgenomen door De West van 13-9-97) bevestigd. De minister die vrij dicht bij het vuur zat, stelt dat men de buik vol had van het verkwistend beleid en de vriendjespolitiek van Wijdenbosch. Hij stelt dat "iedereen het een verademing zou vinden als Bouterse zou komen". Volgens hem zag Nederland dit ook aankomen en heeft men er via het signaleringsbevel een stokje voor willen steken. Dit heeft volgens Brunings gewerkt en Bouterse is weer gaan staan achter Wijdenbosch in ruil voor diens bescherming. Wie terugblikt vanuit deze kennis kan een aantal signalen in die richting vinden. Er kwamen aanwijzingen uit het kamp van de NDP zelf m.n. was er in kringen rond Bouterse vrij openlijke kritiek op het te verbale beleid van Wijdenbosch. Verder leek de NDP te jagen op 34 zetels in de Assemblee m.n. door de vrijage met de Pendawalima. Waarom zou de NDP alsnog een tweederde meerderheid willen hebben? Men was immers tevreden met de grondwet, waar men zelf een behoorlijk stempel op had gedrukt. Die 34 zetels leken dus nodig voor een presidentsverkiezing. Men had echter al de president geleverd, tenzij men een andere wilde leveren.

Noodweer

Het is vanuit de bovengenoemde optiek duidelijk dat het ontslag van Mungra een voorzorgsmaatregel ('pre-emptive strike') van de president was. De richting waarin de diskussies in het voorzittersconvent zich begaven moesten hem wel met zorg vervullen. Een upgrading van het voorzittersconvent zou een drastische beperking van zijn macht betekenen. Ook schatte hij wellicht in dat men op zijn politieke kop uit leek te zijn en hij wist vermoedelijk al van de plannen waar minister Brunings het over had. Kortom het ontslag was een soort noodweer van de president om zijn politieke toekomst op de korte termijn veilig te stellen. De vraag is dan in welke mate de president over Mungra's ontslag had afgestemd met de voorzitter van de NDP? Indien het noodweer betrof mag er vanuit worden gegaan dat de president in deze waarschijnlijk in grote mate zelfstandig heeft gehandeld. Dat wordt ondersteund door het zeer vage antwoord dat de president op rechtstreekse vragen van de pers hierover gaf. Hij vermeed -ook na aandrang- duidelijk te zeggen of de NDP-voorzitter het ontslag ondersteunde. Bouterse zelf heeft recentelijk aangegeven dat de president zijn besluit -meteen na terugkeer uit Rio de Janeiro- aan hem meedeelde en vermeed ook om te zeggen of hij het er echt mee eens was. Het initiatief is hoogstwaarschijnlijk niet van Bouterse zelf gekomen, omdat die dan weinig ruimte voor een lijmpoging zou hebben. Het verhaal van Brunings om de president te wisselen betekent echter dat er sprake is van een zekere mate van rivaliteit tussen de president en de NDP-voorzitter. Het betekent ook dat de coalitie inderdaad al enige tijd zeer grote moeite had met het funktioneren van de president, hetgeen door diverse voorzitters ook gesteld is.

Noodweer of meesterzet?

De stap van de president is dus goed te verklaren vanuit het streven om zijn politieke leven -dat aan een zijden draadje leek te hangen- te verlengen. Met zijn besluit heeft Wijdenbosch echter tevens bewezen een zelfstandige faktor te zijn binnen het huidige politieke bestel, waar terdege rekening mee moet worden gehouden. Hij heeft tevens zijn positie als sterke president -die zich niet door een voorzittersconvent laat voordicteren- onomwonden versterkt. Ook NDP-voorzitter Bouterse dient hier voortaan rekening mee te houden. Met Mungra's ontslag bereikte Wijdenbosch echter nog meerdere doelen. Hij ontdeed zich immers van een lastige minister in zijn kabinet. Verder zette hij de deur naar de oppositie open, omdat Mungra een samenwerking met de VHP waarschijnlijk zou blokkeren. De president schiep dus potentiele ruimte voor een alternatieve regering onder zijn leiding. Hij was daarmee minder afhankelijk van de lijmpoging van Bouterse, omdat hij een eigen optie achter de hand had, indien de coalitie niet verder wilde met hem. Tenslotte had hij door zijn zet ook het politieke leven van de vice-president verlengd, die dat met een grote mate van loyaliteit behoort te belonen. Vice-president Radhakishun noemt zich nog VHP-er en kan een belangrijke schakel worden, indien samenwerking met de oppositie nodig zou zijn. Kortom ofschoon Wijdenbosch minister Mungra kennelijk vooral uit noodweer heeft ontslagen, kan het weleens een meesterzet blijken. De president heeft in een vrij uitzichtloze situatie zijn positie in het politieke damspel op de korte termijn versterkt. Of dat ook op iets langere termijn zo is, is een andere vraag.

Positie president

Ofschoon Wijdenbosch met zijn hoog spel het presidentschap veilig heeft gesteld tijdens de recente regeringscrisis, is zijn imago er niet op vooruit gegaan. Wijdenbosch is immers behoorlijk onder vuur genomen. Hij zou zeer autoritair zijn ('machtsdronken' oordeelden Mungra en Brunings) en weinig oog hebben voor de economische realiteiten, behalve voor die van zijn vrienden. Verder zou hij geen verantwoording willen afleggen van zijn bestedingen en de Nationale Assemblee plus Rekenkamer daarom buiten spel willen zetten. Verder luistert hij nauwelijks naar welgemeende adviezen. Op het financieel en monetair beleid van zijn regering is dusdanige kritiek geleverd door de HPP en PVF dat deze buiten de hernieuwde coalitie zijn gebleven. Wijdenbosch lijkt door dit alles in een zeker isolement terecht te zijn gekomen en straalt weinig gezag meer uit. De vaart is al na een jaar uit zijn regeerteam, waarbij de wisselspelers vrij zwak blijken. De regering lijkt zich temidden van opdoemende schandalen en verhalen over corruptie en vriendjespolitiek steeds meer te verliezen in puur overleven i.p.v. regeren. In welke mate de president ook op de middellange en lange termijn zijn politieke leven kan verlengen, hangt af van hoe hij met de kritiek omspringt. Indien hij alles naast zich neerlegt verkort dat zijn politieke leven drastisch, omdat er inmiddels genoeg politieke krachten zijn die hem wel weg willen hebben. Krachten die hij niet meteen bij de oppositie hoeft te zoeken, hetgeen zijn funktioneren moeilijker zal maken. Indien Wijdenbosch het nog vier jaar wil uithouden zal hij hard moeten werken aan verbetering van zijn relaties met diverse maatschappelijke groepen, verantwoording moeten afleggen over zijn financiele uitgaven, controle op deze uitgaven moeten toestaan en de relatie met zijn ministers en de Assemblee moeten herzien. Kortom het democratisch denken en handelen van de president zal veel manifester moeten worden binnen de samenleving, wil hij zijn potentieel politiek draagvlak verbreden. En dan praten we nog niet over wijzigingen in het beleid, want dat merken we wel op 1 oktober bij de indiening van de begroting.