EEN JAAR REGERING - WIJDENBOSCH:

Wanhoop niet in Hoop Omgezet

(Nita Ramcharand;Kompas 20 September 1997)

President Wijdenbosch tijdens zijn inaugurele rede: " Openbaarheid van bestuur is een van de beginselen van een democratisch beslissings- en bestuurssysteem. Deze openbaarheid is de verplichting voor bestuursinstellingen publieke handelingen te verrichten, besluiten te nemen en al hetgeen hiermede in verband staat bekend te maken. De maatschappij-gerichtheid van de overheid is essentieel bij bestuursvoering. De verschillende maatschappelijke groeperingen dienen bij de besluitvorming betrokken te worden ter voorkoming van polarisatie, onnodige spanningen en onrust".


President Wijdenbosch heeft tijdens verscheidene plechtige gelegenheden, zoals de inaugurele rede, de regeringsverklaring en de nieuwjaarsrede, een scala van beloften gedaan aan de samenleving. "De garantie voor de minimale bestaanszekerheid voor iedere burger is een basisvoorwaarde voor het voeren van beleid op het hoogste niveau van staat". Er zouden tussen de 1500 en 2000 woningen per jaar worden gebouwd, terwijl de koopkracht van het volk zou toenemen. Het staatshoofd stelde de mens en de produktie centraal in het te voeren beleid. "Surinamer moet in 1997 een land zijn geworden waarin het structureel wantrouwen van de bevolking in de leiding van het land definitief plaatst maakt voor een breed gedragen vertrouwen in een perspectief volle toekomst van Suriname", zei de president ter gelegenheid van de jaarwisseling op 31 December vorig jaar. Er resten nog drie maanden om deze belofte in te lossen.

Structuren buiten spel.

Drs. Jack Mencke, directeur van het Instituut voor Dienstverlening en Studiebegeleiding (INDEST) en voorzitter van de Stichtiing Wetenschappelijke Informatie (SWI). Zegt dat de regering aan essentiele voorwaarden niet heeft voldaan. Hij wijst erop dat de volksvertegenwoordiging buiten spel is gezet. Hij voegt eraan toe dat vanaf de jaren zestig regeerders de positie van het parlement hebben ondergraven. "Het is echter teleurstellend dat juist Wijdenbosch die in zijn periode als parlementarier steeds problemen heeft gehad met het buitenspel zetten van de nationale Assemblee, nu dezelfde fout begaat". Mencke heeft er geen goed woord voor over dat ook de Rekenkamer die net als het parlement een controlerende functie heeft buiten spel is gezet. Mencke benadrukt dat dit indruist tegen het principe van openbaarheid van bestuur die door deze regering wordt verkondigd. "Voor mij is niet Hans Prade buiten spel gezet, maar de Rekenkamer. Dit is een Heel ernstige zaak". Mencke benadrukt dat de districts en ressortraden die de doorslag hebben gegeven in niet alleen de verkiezing van de president en de vice-president, maar ook de overwinning van de NDP, ook niet betrokken worden in het proces. Mencke memoreert dat de NDP tijdens de verkiezingscampagne sterk de nadruk heeft gelegd op de regionale organen. "Het betrekken van de bevolking in de districten en het binnenland om de verkiezingsoverwinning te behalen was heel sterk. Dat is nu in verschrikkelijk contrast. De regionale organen zijn het afgelopen jaar nauwelijks gekend. Ook zij zijn buiten spel gezet". Mencke constateert dat het vertrouwen in de bevolking aan het afbrokkelen is. De hoogste prioriteit moet worden gesteld in herstel van vertrouwen. Dit kan volgens Mencke alleen maar worden bereikt als de oppositie en coalitie betrokken worden bij het beleid.

Produktie en ontwikkeling

Mencke wijst erop dat de produktie en ontwikkeling, net als tijdens de Front-periode, moeizaam op gang komen. Volgens hem zijn vier zaken niet in orde:

-de planorganen functioneren niet of zijn buiten spel gezet;

-de menselijke hulpbronnen op alle niveau's worden niet of onvoldoende betrokken bij het maken van een samenhangend ontwikkelingsprogramma;

-de investeringswet is nog steeds niet goedgekeurs. "van deze regering, die de produktie centraal stelde, was echt verwacht dat de investeringswet zo snel mogelijk zou komen. Op eigen kracht alleen zal de produktie moeilijk opgevoerd worden. Als je de produktie met buitenlandse investeerders wil verhogen, dan moet je toch op zijn minst een investeringswet hebben", aldus Mencke. Ook tijdens de Front-periode zijn verschillende concepten ontwikkeld, maar tot een formalisering is het niet gekomen;

-bij het lidmaatschap van de Caricom zijn belangrijke beleidsmaatregelen uitgebleven. Mencke vindt het een moedige stap van de regering om toe te treden tot de Caricom, want de ontwikkelingsfondsen uit Nederland raken op. Diversificatie is een vereiste."Maar als je lid wordt van de caricom, dan moet je op zijn minst de lokale produktie waar nodig beschermen en sterker maken, opdat de Surinaamse bedrijven de concurrentie aankunnen". Mencke betoogt dat Suriname nooit een echte harde internationale concurrentie heeft meegemaakt. De Nederlandse ontwikkelingshulp heeft steeds gezorgd voor de bekende schijnwelvaart, terwijl ook deviezen via de bauxietsector binnenkomen. Hij wijst erop dat door de regionale concurrentie en het overspoelen van de Surinaamse markt met Caricon-produkten veel bedrijven in een moeilijk parket zijn komen te verkeren. Florerende bedrijven hebben hun deuren moeten sluiten, terwijl verscheidene arbeidsplaatsen verloren zijn gegaan. Indien water, electra, brandstof en telefoon de lucht ingaan, zullen bedrijven die hun hoofd boven water trachten te houden, verzuipen. De arbeidsmarkt is compleet ontwricht, doordat gekwalificeerde krachten in onder andere de bouw en constructiesector ander werk is gaan verrichten om te kunnen overleven. Door gebrek aan gericht beleid, gaat de gehele economie bergafwaarts. De regering moet zo snel mogelijk in kaart brengen wat er aan de hand is met de arbeidsmarkt en wat de passende maatregelen zijn om de arbeidsmarkt dienstbaar te maken aan de produktieverhoging.

Leefsituatie

Een onderzoek van INDEST heeft uitgewezen dat aan het eind van de Nieuw Front-periode een gezin van vier minimaal sf 100.000 nodig had om zich te kunnen handhaven. De armoedegrens zal nu volgens mencke ongeveer twee keer zo hoog zijn. Hij wijst erop dat de aanschaf van basisvoorzieningen nu veel hoger is. Indien de koelkast, wasmachine, gasfornuis of andere duurzame maar onmisbare huishoudelijke artikelen vervangen moeten worden, er meer geld op tafel moet worden gelegd dan voorheen. De instorting van near banking heeft ook effect op de koopkracht van mensen die geld hebben belegd. Doordat de beleggers geen rente meer uitgekeerd krijgen, is hun koopkracht ook gedaald. Mencke wijst erop dat ondanks de verhoging van de AOV-premie tot sf 9.500 de leefsituatie van bejaarden en gepensioneerden enorm achteruit is gegaan. President Wijdenbosch had in zijn inaugurele rede plechtig verklaard dat " de garantie voor de minimale bestaanszekerheid voor iedere burger een basisvoorwaarde is voor het voeren van beleid op het hoogste niveau van de staat". Deze belofte is eveneens niet ingelost. Aandachtspunten van de regering-Wijdenbosch zouden zijn: volksgezondheid, basisvoeding, onderwijs, veiligheid, huisvesting, leefbaarheid, welzijn, produktie, morele waarden, prijzen en koopkracht binnenland. Er is echter geen verlichting gekomen.

Legitimiteitscrisis

Mencke vindt dat er geen twijfel over mag bestaan dat de regering een jar geleden op democratische wijze tot stand is gekomen. Geen enkele kandidaat haalde de vereiste tweederde meerderheid tijdens vverkiezingsronden in de Nationale Assemblee. In de Verenigde Volksvergadering werde Jules Wijdenbosch tot president en Pertaap Radhakisun tot vice -president gekozen. De verkiezing is wettig geschied. "Een jaar later stevent de regerin op een legitimiteitscrisis af, net zoals dat eerder het geval was met de Front-regering die in 1987 maar liefst 40 zetels had behaald", aldus Mencke. Hij wijst erop dat er een legitimiteitscrisis ontstaat als het volk geen vertrouwen meer heeft in de regering en in de politiek. "Als burgers van het land moeten wij niet toestaandat wij in de zoveelste legitimiteitscrisis belanden". Mencke meent dat er harmonie moet komen, opdat het vertrouwen in de toekomst terugkeert. Zonder vertrouwen zal de samenleving verder in verval raken en zal de wanhoop niet in hoop omgezet kunnen worden. Volgens hem moeten vrouwenorganisaties en andere niet-traditionele groepen het voortouw nemen. De traditionele groepen (bedrijfsleven, vakbeweging en de overheid) zijn er niet in geslaagd de samenleving te harmoniseren. Mencke betoogt dat in crises de vrouwen de grootste slachtoffers zijn. Zij moeten de zwaarste lasten dragen tijdens een crisis. "De samenleving heeft net zo een grote verantwoordelijkheid om iets te doen aan de situatie als de overheid. Er moeten daden worden gesteld. Ik denk niet dat deze regering van binnenuit met verziekte politieke structuren de situatie gezond kan maken. Vanaf de jaren zestig zijn politieke structuren verziekt. In de jaren zestig en zeventig waren er diverse politieke crises die geleid hebben tot de val van de zittende regeringen. De grootste legitimiteitscrisie was in 1979. Het is heel goedkoop om de schuld in de schoenen van de militairen die in februari 1980 overgenomen hebben te schuiven", aldus Mencke. Hij benadrukte diverse malen dat de samenleving zich serieus moet buigen over de toekomst van het land, want zo kan het niet verder.