Nieuwjaarsrede 1998: Politieke Vleugel van de FAL

 

De Federatie van Agrariers en Landarbeiders (FAL) komt tot de conclusie dat het nieuwe jaar er niet rooskleurig uitziet. Ze legt het falend beleid van de regering-Wijdenbosch bloot. Dit beleid is voor de Politiek Vleugel van de FAL aanleiding geweest om in augustus uit de regering te stappen. Met gemengde gevoelens wordt teruggekeken op 1997.

In het nieuwjaar boodschap staat dat haar politieke vleugel zich, samen met de HPP als regeringspartner vanaf september 1996 ingezet heeft om een substatiele- en kwalitatieve bijdrage te leveren aan de beleidsvoering van de regering. De resultaten waren teleurstellend. Toch is er, mede door de inzet van de twee partijen enige verlichting gebracht in de levens- en werkomstandigheden van bepaalde doelgroepen en zijn er enkele voorwaarden geschapen voor een beter beleid ter ontwikkeling van land en volk. Maar het beleid beantwoordde niet aan de verwachtingen en kwam tot stand na het overwinnen van weerstanden en barrières die niet door de politieke oppositie waren opgeworpen. De verklaring vervolgt.

 

Solo acties president

Op het politieke front strandde onze inzet voornamelijk op de klippen van president Wijdenbosch. Ondanks overeengekomen principes van samenwerking nam hij in hoogst eigen persoon beslissingen op een eenzijdige, kortzichtige en dictatoriale wijze, daarbij voorbijgaand aan de visies en standpunten binnen de Raad van Ministeries en binnen het politieke draagvlak van de regeringscoalitie. Hij holde ministeries die geleid worden door vertegenwoordigers van coalitiepartijen uit, beperkte hun bewegingsvrijheid en trok deze taken, met de grondwet in de hand, naar zich toe. Het Kabinet van de president werd dienovereenkomstig uitgebreid. En dit alles in naam van democratie, samenwerking, eensgezindheid en politieke eenheid in verscheidenheid.

President Wijdenbosch overspoelt het volk met beleidsvoornemens en beloftes. Er is in bepaalde sectoren inderdaad goed werk verzet. Maar, in weerwil van de mooie score die hij zichzelf geeft, zijn z'n daden in meerderheid populistisch, onplanmatig en onsamenhangend, veelal ingegeven door enge persoonlijke en groepsbelangen, kosten ze de staat handenvol geld zonder dat daar reële staatsinkomsten tegenover staan en creëren ze chaos in het land, verdeeldheid onder het volk en verrijking van enkelen ten koste van de gemeenschap. Tevens worden daardoor de resultaten van goede maatregelen weer ongedaan gemaakt, aangezien ze niet uitgevoerd zijn als onderdeel van een totaal pakket, waardoor schaarse bronnen worden verkwist. Het uiteindelijk saldo is dat de daden van de regering een overall negatieve impact hebben.

Gaandeweg het jaar 1997 werd het duidelijk dat ons land en volk wederom koersten naar een financiële, economische- en monetaire crisis, een proces dat niet meer te stuiten is. De PVF en de HPP trokken zich toen terug uit de regeringscombinatie.

Op het front van de loonarbeid onderhandelt president Wijdenbosch hoogst persoonlijk en rechtstreeks met de doelgroepen en negeert daarbij de betreffende directies (waar van toepassing) en vakbonden volkomen.

Ook hier weer met de grondwet in de hand en in naam van het proces van maatschappelijke harmonisatie, het sluiten van de gelederen onder het volk en nationale verzoening. Alles wijst erop dat hij doelbewust koerst naar de afbraak van de vakbeweging en dat dit beleid in 1998 zal worden voortgezet. Zijn interventies bij Bruynzeel, in de gezondheidssector en in de onderwijssector spreken boekdelen. De verwachting is dat de arbeidsonrust zich in het nieuwe jaar zal voortzetten en zal toenemen, en dat de gelederen van de vakbeweging zich zullen sluiten.

 

Lonen, prijzen, winst

Op het front van de lonen, prijzen en winsten in de sector van de handelsgoederen is prijsbeheersing de sleutel tot de beheersing van lonen en winsten. Immers, de Surinaamse markt is in essentie een beschermende markt. Het principe van het vergroten van de vrije concurrentie door de liberalisatie van de handel wordt met de mond beleden maar niet of nauwelijks toegepast.

De toename van importeurs en handelsbedrijven leidt wel tot een toename van het aanbod van goederen, maar in het algemeen niet tot lagere prijzen bij een min of meer gelijkblijvende of zelfs afnemende vraag. Bedrijven met een geringe omzet berekenen de relatief hoge kosten in het algemeen straffeloos door in de prijzen. Prijzen van goederen die goedkoop zijn ingekocht worden in het algemeen arbitrair verhoogd tot het prijsniveau van de "concurrenten". Het mechanisme van het verhogen van de winst middels lage prijzen (met bescheiden winstmarges) en met grote omzet worden niet of nauwelijks toegepast.

Hierdoor kan het vrijemarkt-mechanisme niet functioneren.Het ondernemerschap houdt dit systeem, dat in essentie een vorm van monopolie is, in het algemeen bewust in stand. Het richt zich in zijn marketing op marktsegmenten zoals toeristen, (overnight) miljardairs, bedrijven en burgers met een inkomen boven de armoedegrens. Kopers onder de burgers met een inkomen onder de armoede grens, waartoe de grote meerderheid van het volk gerekend kan worden, zijn meegenomen maar in het algemeen niet noodzakelijk om te overleven.

 Dit monopoliesysteem in de handel heeft zich voortgeplant naar de dienstensector en de sector van onroerende goederen en is vernietigend voor loontrekkers, kleine zelfstandigen en ouden van dagen c.q. gepensioneerden. Het bestaan ervan is bekend bij de regering, maar de strijd ertegen wordt niet serieus gevoerd. Daar waar de distributie en verkoop van het pakket goederen ter dekking van de basisbehoeften enige verlichting moet brengen, blijft de doorvoering ervan achterwege. Het wordt de hoogste tijd dat dit pakket op de kortsmogelijke termijn beschikbaar komt.

De regering dient nu eens eindelijk ernst te maken met het opzetten van de Sociaal Economische Raad (SER).

  

Agrarische sector

De agrarische sector is verder achteruit gegaan. De bijdrage in het Bruto Nationaal Product (BNP) was in haar hoogtijdagen 20%.

In 1997 was het slechts 7%. De rijstsector verkeert nog steeds in een diep dal. Wel is de infrastructuur verbeterd, is het Rijst Instituut Suriname (RIS) ingesteld en heeft het RIS een goed pakket van maatregelen opgesteld. Maar als goed beleid, dat een aaneenschakeling is van processen, uitblijft en het beleid onplanmatig en onsamenhangend wordt uitgevoerd, blijven positieve resultaten uit.

Het agrarisch fonds is opgericht maar daarna weer gekortwiekt. Het dollariseren van de schuld van de rijstboeren bij de banken is uitgebleven. In 1997 is deze schuld opgelopen tot 14 miljard gulden en zullen de opbrengsten uit de oogst net voldoende zijn om alleen al de rente te betalen.

De verlaging van het rentepercentage van 31% naar 12% is uitgebleven. Het werd wel verlaagd naar 25% maar dat werd met een provisie van 6% weer ongedaan gemaakt. De inzaai van dit seizoen is zo laag dat in het nieuwe jaar een schaarste aan rijst is voorspeld.

In de groente en fruitsector ligt de export en verwerking volledig stil. De productie is in 1997 afgenomen met 60%. In deze sector zijn beleidsmaatregelen ter correctie uitgebleven.

Ook de visserijsector is in 1997 in problemen geraakt. Er vindt op grote schaal overbevissing plaats wat vernietiging van broedplaatsen tot gevolg kan hebben. De garnalenvangsten zijn afgenomen met 40%. Wel zijn er maatregelen getroffen die de veiligheid op zee moeten garanderen.

Vanwege het aanhouden van het regulier beleidsoverleg met de Nederlandse minister Pronk zijn voorstellen om met verdragsmiddelen diepte-investeringen te doen ter versterking van de agrarische sector niet goedgekeurd. Indien er geen verdere verstoring in de relaties tussen Suriname en Nederland optreedt, zal de goedkeuring van deze voorstellen pas in de tweede helft van 1998 genomen kunnen worden en zullen de gunstige effecten dit jaar niet meer merkbaar zijn.

Op grond van alle bovenvermelde gebeurtenissen zal het nieuwe jaar er dus niet rooskleurig uitzien. Wij hebben bij de beoordeling van de gebeurtenissen in 1997 onze handen in eigen boezem gestoken en lessen getrokken uit de opgedane ervaringen. Er staat ons niets anders te doen, dan het dienen van land en volk binnen de vele probleem-gebieden in het jaar 1998 samen met hen die wij aan onze zijde vinden geduldig, met volharding en met verrijkte kennis, voort te zetten.