Mr. J. Lachmon, voorzitter van de VHP; BIJ HET VERSCHIJNEN VAN HET EERSTE NUMMER VAN KRANTI
In onze moderne tijd worden we allen overspoeld met informatie afkomstig
van nationale en van internationale bronnen. Met name bieden radio, televisie,
nieuwsbladen, tijdschriften, populaire en wetenschappelijke publicaties
en sinds kort ook nog de zeer geavanceerde informatie-media ruimschoots
mogelijkheden voor voorlichting op velerlei gebied.
En toch juich ik het initiatief om deze periodiek uit te geven van harte
toe. De reden hiervoor is gelegen in het feit dat deze uitgave niet enkel
actuele en wetenswaardige onderwerpen beoogt te publiceren, maar ook om
standpunten en visies van de Vooruitstrevende Hervormings Partij, VHP,
uit te dragen.
Leden van de partij en anderen kunnen ook bovendien via dit medium zich
vrijelijk uitspreken, beschouwingen geven over actuele aangelegenheden
en kunnen hiermee voorts de contacten met de partij-organen en met de achterban
worden bevorderd.
De keuze van de naam geeft aan dat er goed en degelijk nagedacht is over het karakter van de periodiek. KRANTI heeft onder meer een bekende assosiatie met het begrip "krant" in de betekenis van een drukwerk ter verspreiding van nieuws, voorlichting en wetenswaardigheden. Tegen een bepaalde cultuur achtergrond heeft KRANTI evenwel ook een geheel andere betekenis, namelijk strijden; strijden voor een ideaal, voor vrijheid en voor lotsverbetering. In beide gevallen is de naam geheel toepasselijk voor de Surinaamse situatie en voor de beoogde doelen.
Politiek -bestuurlijke aspecten
Een bijzonder maar bovenal gelukkige omstandigheid is gelegen in het feit dat ondanks onze hetrogeniteit de Surinaamse gemeenschap zich steeds heeft doen kennen als een volk met een instelling, waarbij steeds en soms zelfs onder moeilijke omstandigheden prioriteit is gegeven aan het algemeen belang. Van incidentele afgang - relatief van lange of korte duur - is nergens en nimmer enige beschaving gespaard gebleven. Ook de Surinaamse samenleving niet.
Een van deze minder zalige momenten maken wij thans door in onze bestuurlijke
orde. Ons land wordt thans geleid op een wijze welke in het geheel niet
de wil van het Surinaamse volk weerspiegelt zoals tot uitdrukking gebracht
bij de laatst gehouden algemene verkiezing.
Buiten de N.D.P. om is er thans in de regeringscoalitie geen enkele
op de kiesregelingen gebaseerde politieke organisatie aanwezig, terwijl
de formatie van de Raad van Ministers krachtens de grondwet (zie art. 110)
gericht dient te zijn op de uitslag van de algemene verkiezingen. De overige
delen van de regeringscoalitie zijn personen die een overstap hebben gemaakt
naar de NDP met terzijde stelling van de eenheid van hun eigen politieke
combinatie die door het kiezersvolk op basis van een kiesprogramma voor
de Nationale Assemblee was aangewezen.
Niet enkel de VHP heeft door het overlopen van een aantal DNA- leden
schade geleden aan een sinds jaren opgebouwde geloofwaardigheid en integriteit
in de politiek, maar eveneens andere politieke partijen en partij-kombinaties
zijn hiervan het slachtoffer geworden, terwijl ook andere nog worden bedreigd
met hetzelfde fenomeen.
Zeer opmerkelijk hierbij is dat er bij het overlopen uit het eigen kamp geen meningsverschillen in beleid of divergerende ideologische opvattingen als motieven hebben gegolden.
Dit fenomeen kan en mag niet worden gesanctioneerd. Dit is volstrekt
niet de wil van het volk geweest. Het overstappen naar een controversiele
partij is absoluut tegen het principe van democratische verkiezingen gebaseerd
op een verkiezingsprogramma.
Bovendien beantwoordt de formatie van een regering met de NDP als kern en aangevuld met dissidenten uit andere partijen of uit partij-combinaties, volstrekt niet aan de bepalingen van de Grondwet, naar letter noch naar de geest.
Het in strijd handelen met de Grondwet brengt de grondwettigheid
van de Regering in het geding.
Ook heeft de regeringscoalitie niet een draagvlak in het parlement welke
in overeenstemming is met de bepalingen van de kiesregelingen, die vaststellen
dat het electoraat zijn stem niet op personen maar op politieke partijen
of de partij-kombinaties uitbrengt.
Sinds de inwerkingtreding van de Grondwet in 1987 en daarop gebaseerde
algemene verkiezingen, is nimmer een regering op deze wijze tot stand gekomen.
Dit betekent dat ook de staatsrechtelijke traditie, de conventie
op het bestuurlijke vlak, zich verzet tegen de grondslag van de regeringssamenstelling.
Dit nu kan niet. Behalve de omstandigheid dat er in strijd met de wet is gehandeld, is zulks ook niet bevorderlijk voor een goed en behoorlijk bestuur. Hoe kan de regering bijvoorbeeld geloofwaardig overkomen bij het propageren van verheffing van morele en ethische waarden en normen als zij zich zelf daaraan bezondigt.
Bovendien blijft de vraag nog overeind of er met overtuiging kan worden
gesproken van een op democratische gronden tot stand gekomen regering en
wat haar democratische gehalte is..!
Ook dient te worden nagegaan of het volk geen bescherming behoeft bij
de verwezelijking van een door haar uitgesproken wil bij een algemene en
geheime verkiezing. Conform de Grondwet moeten leden die de partij-beginselen
ontrouw worden ook teruggeroepen worden uit de DNA. De voor de uitvoering
van deze bepaling vereiste organieke regeling, dient dan ook met voortvarendheid
te worden vastgesteld, zo men eerbied en respect voor de volkswil wenst
te betonen.
Onzekerheden
Het regeringsbeleid sinds september vorig jaar manifesteert onvoldoende
eerbied en respect voor onze Grondwet zoals hierboven reeds aangegeven.
Evenwel wordt ook onzorgvuldigheid geconstateerd bij het verdere herstel
en groei ven de met heel veel moeite en risico op gang gebrachte nationale
economie.
Het sombere vooruitzicht van een steeds toenemend begrotingstekort en
de financiering daarvan met leningen van de Centrale Bank zonder dat daartegenover
produktie kan worden verkregen, verschaft ons een uitermate grote onzekerheid
omtrent de stabiliteit van onze munteenheid .De stabiliteit van de munt
die gedurende een vrij lange periode met veel inspanning door de Nieuw
Frontregering tot stand werd gebracht , is thans onderhevig aan het gevaar
van monetaire financiering van begrotingsuitgaven, hetgeen regelrecht leidt
naar de ontwaarding van onze "gulden".
Wisselvalligheden in de sociale en educatieve sectoren nemen steeds
grimmigere vormen aan, terwijl de verworven rust op het arbeidsfront nu
en in de naaste toekomst een vrij huiverig beeld vertoont.
Ook het beleid naar bevriende naties waarmee Suriname gedurende lange
perioden historische en vriendschappelijke relaties heeft onderhouden,
wordt thans een punt van zorg.
Misschien wel het grootste zorgpunt is de opvatting van de president van onze Republiek omtrent zijn haast onbeperkte bevoegdheid bij de uitvoering van het regeringsbeleid en zijn opvatting met betrekking tot verantwoordelijkheid van de Regering naar De Nationale Assemblee toe. Hij alleen is verantwoording verschuldigd aan het Parlement; de ministers niet.
Onvoldoende wordt blijkbaar ervaren dat deze opvatting een verstrekkende
concentratie van macht in een persoon inhoudt en dat daarvoor de grondslagen
van ons staatsbestel met het accent op de principes van democratie en rechtsstaat
ernstig dreigen te worden aangetast.
Deze summiere aanwijzingen die enkel een deel uitmaken van een grote reeks, vormen een uitdaging voor alle waarachtige Surinamers om zich optimaal in te zetten voor een koerswijziging van het regeringsbeleid. Hiervoor is de bijdrage van iedereen van belang, hoe bescheiden dan ook; ook van KRANTI.
Over de beleidsbeginselen van de VHP
Met nadruk dient te worden gesteld dat de beleidingsbeginselen van de
VHP gericht zijn op een ontwikkelingsmodel ter verwerving van een rustige
en vredige samenleving waarin in goede harmonie en broederschap het optimale
genot van geestelijke waarden en maatschappelijke vooruitgang voor iedereen
kan worden verkregen .
Specifiek streeft de VHP naar vrijheid van meningsuiting ,van vereniging
en vergadering ,van denken ,spreken en schrijven .De beleving van religieuze
overtuiging en de keuze van cultuur beoefening dienen vrijelijk te kunnen
geschieden. De waardigheid van mens en maatschappy in al haar uitingsvormen
-uiteraard binnen het kader van de goede zeden en de openbare orde -dient
te worden gerespecteerd. Waarborging van sociale zekerheid, maar bovenal
het respecteren van wet en recht zowel door het publiek als door de overheidsorganen,
zijn voor de VHP essentieel.
Deze idealen kunnen alleen worden verwezenlijkt door een zo breed mogelijke participatie van iedereen, waartoe ook KRANTI een bijdrage kan leveren .
De grote uitdaging van de initiatiefnemers is ongetwijfeld om de
uitgave KRANTI die uit overtuiging en met enthousiasme wordt gestart, ook
regelmatig voort te zetten.
DE STALWEIDEKWESTIE IN NICKERIE NADER BEKEKEN: Hardeo Ramadhin
De afgelopen weken is het rijstdistrikt Nickerie vaker in de publiciteit
gekomen m.b.t. de uitgifte van de stalweide aan de handelaar en latifundist
Imro Manglie. Deze stalweide is sinds 1933 aan een vereniging van veetelers
met meer dan 1000 leden gegeven om hun koeien daar te houden nadat zij
hun percelen met rijst beplant hebben. De Stalweide beslaat een terrein
van ruim 500 ha met een waarde van meer dan 3 miljard gulden (sf. 3.000.000.000).
Hoe de grootgrondbezitter de heer Imro Manglie, onder toeziende oog
van de 5 parlementariërs uit het distrikt Nickerie, aan dit stuk land
is gekomen is voor de Nickeriaanse gemeenschap nog steeds een raadsel.
Deze zelfde Nicekeriaanse parlementariers weten dat hij nog enkele honderden
hectaren bezit die nooit in productie zijn ge bracht. Dus over productie
gesproken.....
Nationaal bezit
De economie van Nickerie is sinds de contractperiode van landbouw (rijstbouw)
en veeteelt afhankelijk geweest. Het grootste deel van de Nickeriaanse
bevolking bestaat uit Hindostanen, die het hindoe-geloof belijden. Zelfs
de koloniale machthebbers hebben rekening gehouden met de cultuur van deze
contractarbeiders. Het bezit van een koe voor de hindoe is onmiskenbaar,
het is een heilige dier dat door jong en oud goed verzorgd wordt. Uit respect
voor de koe heeft geen enkele Nickeriaan gedurfd de Stalweide aan te vragen
voor andere economische doeleinden. De Stalweide is nationaal bezit voor
de Nickerianen, en zij willen alle legale middelen gebruiken om dit nationale
bezit voor de gemeenschap te behouden. De grootgrondbezitter Imro Manglie
heeft niet eens respect getoond voor de cultuur van de mensen die hun koeien
in de Stalweide hebben. De heer Imro Manglie heeft alle politieke en financieel
middelen gebruikt om dit collectief bezit van de Nickerianen af te pakken.
De rol van de Stalweide
De Stalweide is sinds 1933 in het bezit van de Nickeriaanse gemeenschap.
Gouverneur Kielstra (1933-1944) wilde toen al aan diversificatie van economische
activiteiten in Nickerie hebben. Naast de rijstbouw moest ook de veeteelt
in Nickerie gestimuleerd worden om de economische basis van de Nickerianen
te vergroten. Met de mechanisatie van de rijstbouw in Nickerie, waarbij
twee oogsten per jaar mogelijk waren, werd de noodzaak van de Stalweide
nog groter, omdat de koeien langer in de Stalweide moesten blijven. De
Stalweide is in dit opzicht van groot belang voor de Nickeriaanse gemeenschap.
Het Ministerie van L.V.V. moet nu daadwerkelijk de veeteelt in Suriname
gaan stimuleren. Een land dat aan monocultuur doet, pleegt economisch zelfmoord,
volgens de bekende Cubaanse schrijver, Jose Marti.
Politieke regelarij verziekt de samenleving
De heer Imro Manglie, een uitge-sproken N.D.P.-er, heeft de Stalweide op een onverklaarbare wijze gehad. De burgervader van Nickerie draagt geen kennis van de uitgifte van de Stalweide. Velen moeten tientallen jaren wachten om een stuk terrein van de overheid te krijgen, terwijl de heer Imro Manglie een politieke partij "alleen door met vlaggen te sponsoren" zo zegt hij, binnen enkele maanden een stuk terrein van 430 ha krijgt dat miljarden gulden aan waarde vertegenwoordigt.
Als natuurlijke reaktie hebben de Nickerianen zich in een comité
verenigd om van de regering te eisen dat de Stalweide terugkomt in de boezem
van de Nickerianen. Terwijl ze ondersteuning zoeken bij de 5 parlementariërs
van hun distrikt, zijn deze volksvertegenwoordigers nergens te vinden.
De 5 parlementariërs uit Nickerie t.w. Harry Kisoensingh (H.P.P.),
S. Hassanradja (N.D.P), Asha Singh, Jainullah en Tewarie zijn niet eens
ingegaan op de uitnodiging van het comite "Redt Stalweide" om
zich persoonlijk te orienteren en hun noden aan te horen. Het schijnt dat
deze heren en dame meer belangstelling hebben voor Torarica en Colakreek
dan voor de Stalweide. De Nickeriaanse gemeenschap zal de politieke rekening
nog aan hun presenteren.
Nickerianen bundelen zich
De Nickerianen hebben bij vele gelegenheden getoond dat zij zich eendrachtig
kunnen opstellen als het totale belang van Nickerie in gevaar komt. Het
Comite Redt Stalweide bestaat uit mensen van diverse politieke partijen.
Dit comitee is naar onze mening niet bezig met politieke activiteiten zoals
de latifundist Imro Manglie ons wil doen geloven. Dit is duidelijk gebleken
bij het bezoek van de parlementaire delegatie aan Nickerie om de problemen
van de boeren aan te horen. Het is frappant dat geen der coalitie partijen
hierin vertegenwoordigd was. Hieruit blijkt hoeveel belangstelling zij
voor de problemen van de Nickerieaanse bevolking hebben.
Journalisten laten zich niet misleiden
De heer Manglie heeft journalisten uit Paramaribo gehaald om hun te
overtuigen dat er geen koeien in de Stalweide zijn. Dit is een misrekening
geweest. De journalisten hebben zich niet laten pakken, ondanks de uitgebreide
maaltijden die hij heeft aangeboden. Deze verwerpelijke methode die de
heer Imro Manglie nu gebruikt, met ondersteuning van een filmregisseur
en acteur om de Surinaamse gemeen-schap aan zijn zijde te krijgen is ook
een totale fiasco geworden. Deze handel- en werkmethode van Manglie heeft
de Nickeriaanse gemeenschap verstrekt om te blijven strijden, langs democratische
weg, om de Stalweide voor de gemeenschap te behouden.
POLITIEKE MACHTSVORMING: ENKELE VERSCHILLEN
TUSSEN HET NIEUW FRONT EN DE HUIDIGE COALITIE: Jack Menke
In dit artikel wordt summier ingegaan op enkele verschillen tussen de
vorige en de huidige regering. Er wordt ook nagegaan welke de perspectieven
zijn voor de huidige regeringscoalitie en de oppositie.
Economische machtsvorming voorheen
Met de toenemende economische machtsvorming binnen en rond de NDP zagen we de afgelopen 8 jaren de economische machtsvorming binnen de VHP, maar vooral binnen de NPS sterk afnemen. Hierbij zijn ondermeer de volgende factoren van belang.
Ten eerste, de traditionele machtsvorming van de NPS en de VHP was mogelijk
o.a. op basis van door Nederland verstrekte ontwikkelingshulp. Deze hulp
werd slechts gedeeltelijk hersteld in 1988 en kon daarna nauwelijks worden
gebruikt binnen de FRONTregering. Dit komt door strengere eisen en directe
beheersing van de ontwikkelingshulp door Nederland, maar ook door het verstrekken
van een deel van de hulp buiten de controle van de Surinaamse staat. Ten
tweede, kwamen enkele economische machtsgroepen binnen en rond de VHP en
NPS al voor de verkiezingen van 1996 weg te vallen, waarvan sommige in
de NDP terecht kwamen. Ten derde, zijn vele staatsbedrijven die traditioneel
binnen de invloedsfeer van de NPS lagen ernstig verzwakt, vooral vanwege
mismanagement en het niet goed kunnen inspelen op de enorme veranderingen
in het wereld economisch bestel.
Nieuwe strategie ontwikkelingsfinanciering
Vergelijken we de regeringscoalitie die in september 1996 aantrad met de Nieuw Front regering, dan zien we op het punt van de buitenlandse ontwikkelingsfinanciering enkele belangrijke verschillen.
i) De NDP + regering heeft van meet af aan pogingen ondernomen de ontwikkelingsrelaties te diversiferen, zowel in de richting van de eigen regio (Brazilie, Venezuela en de Caricom) als naar Azie en het Arabisch blok. Dit resulteerde in intenties, concrete overeenkomsten maar ook in 'ongewone' lidmaatschappen, zoals van de Islamitic Development Bank (IDB). De strategie lijkt te zijn om op de kortst mogelijke termijn andersoortige niet aan Nederland gebonden ontwikkelingsfinanciering te verwezenlijken.
ii) Een tweede opvallend punt is het afbouwen van de ontwikkelingssamenwerking in de voor Nederland strategische sectoren. Een belangrijk voorbeeld vormt de samenwerking op het gebied van belastingen. Versterking van de Belastingsdienst kan voor de Surinaamse staat het voordeel hebben van grotere inkomsten.
Voor Nederland biedt dit waarschijnlijk tevens de mogelijkheid om meer
inzicht te krijgen in financiele transacties en vermogens van Surinaamse
burgers/bedrijven. Tijdens het laatstgehouden beleidsoverleg in april 1997
is van Surinaamse zijde kenbaar gemaakt dat er geen interesse is voor continuering
van deze samenwerking.
Politieke machtsvorming
Ten aanzien van de politieke machtsvorming zijn er ook enkele balangrijke
verschillen tussen de huidige coalitie en de vorige regering.
Strategische machtsvorming aan de basis
i) Er voltrekken zich sinds het begin van de jaren 80 ingrijpende eco-nomische veranderingen (o.m. de positie van multinationals en de nationale werkgelegenheid) en de sociale gelaagdheid in Suriname. Er is nauwelijks groei dan wel een afname van overheidsambtenaren in de stad, afname van arbeiders in multi-nationals en een toename van zelf-standigen in de informele sector. Dit heeft tot gevolg een verzwakking van de traditionele vakbeweging, zowel in haar verhouding naar de werkgevers als in het algemeen maatschappelijk en politieke veld. Geen wonder dat de recente 1 mei-viering van de traditionele vakbe-weging in het teken stond van bezinning over de tegenslagen, met name de verdeeldheid binnen de vakbeweging. De huidige regerings-coalitie speelt in op de veranderde gelaagdheid van onze samenleving, maar ook op de wijzigingen in de verhouding tussen arbeid en kapitaal. Met name valt de populistische benadering op om 'strategische groepen' (vooral de onderwijzers) te winnen of te neutraliseren. Onderwijzers zijn zowel qua aantal als kwalitatief sinds 1969 een belangrijke machtsfactor geweest, ook bij het naar huis sturen van regeringen. Het heeft er veel van dat de huidige coalitie probeert deze groep te pacificeren en tegelijk de zwakker wordende vakbeweging verder uit te hollen.
ii) Met de recente verwikkelingen binnen de Pendawalima is het proces van fragmentatie binnen de politieke partijen nog niet afgelopen. Indien de oppositie op korte termijn niet een doeltreffende strategie weet te ontwikkelen om institutioneel en naar de bevolking toe de politieke partijen te versterken, dan is het niet ondenkbeeldig dat de regering-scoalitie bij voortgaande afbrok-keling van de oppositie een gekwa-lificeerde meerderheid heeft voor het einde van deze zittingsperiode.
iii) Voor wat betreft de machtsvorming binnen de staat heeft de huidige regeringscoalitie evenals de vorige te kampen met een verzwakt staatsapparaat, zowel qua beleids-formulering als -uitvoering. Met veel meer systematiek dan de vorige regering wordt echter gepoogd dit vraagstuk op te lossen, onder meer door het instellen van 'Task forces' en het instellen van nieuwe functies op het hoogste niveau zoals 'Adviseur van de staat'.
Hierdoor blijft het Surinaams kader buiten spel en is er nog steeds
geen zicht op een gericht beleid voor upgrading menselijke hulpbronnen
en duurzame versterking van het overheidsapparaat.
Perspectieven
De jonge bundeling van de NDP en overige coalitie partners brengt tal van complicaties met zich mee, waarvan hier enkele worden genoemd.
De aanpak van de problematische staatsbedijven in de productieve sector - zo een 30 tot 35 die bijdragen in 25 a 30% van de nationale productie. Dit vraagstuk betreft niet alleen het levensvatbaar maken van de vele verlieslatende staatsbedrijven in de productieve sector. Een minstens even belangrijk punt betreft de staatsbedrijven met de potentie om grof geld te verdienen voor de Surinaamse staat via joint ventures met buitenlanse partners, maar die tegelijkertijd het doelwit zijn van verschillende lokale kapitaalsgroepen die in de komende regering vertegenwoordigd zullen zijn.
Een tweede probleem betreft de ontginning van onze natuurlijke rijkdommen (hout, delfstoffen, etc) en het tegelijkertijd garanderen van duurzame ontwikkeling, zonder verdere aantasting van ons prachtig tropisch regenwoud en haar biodiversiteit.
Na bijkans 9 maanden regering Wijdenbosch heeft het politieke machtsvormingsproces een zekere rijpheid verkregen.
De grote vraag is of de komende regering in staat is om een gezond evenwicht te vinden tussen de inbreng van lokaal ondernemerschap/ kapitaal en nationale doelen om de productie te verhogen en deviezen te verdienen, die in de eerste plaats de Surinaamse gemeenschap ten goede komen.
Het vraagstuk van de verdeling en ontginning van natuurlijke rijkdommen kan lijnrecht komen te staan tegenover de belangen van de Surinaamse bevolking. De kwestie Stalweide vormt een recent voorbeeld. Hetzelfde kan straks spelen rond onze minerale rijkdommen, momenteel de meest strategische natuurlijke hulpbronnen in ons land. Zal de komende regering een balans kunnen vinden tussen de diverse lokale kapitaalgroepen en tegelijkertijd kunnen voorkomen dat grassroot groepen in het geweer komen tegen het korte termijn winstbejag van het internationale en lokale grootkapitaal? Indien deze balans wordt gevonden dan is aan een belangrijke voorwaarde voldaan voor een duurzame coalitie en politieke ondersteuning vanuit de bevolking. Indien de huidige regering hierin faalt, dan wil dit nog niet zeggen dat de oppositie zou kunnen scoren en de volgende verkiezingen automatisch in winst zou kunnen omzetten.
Doorslaggevend wordt de mate waarin de oppositie partijen in staat zij
af te stappen van de statische manier van oppositie voeren binnen de muren
van De Nationale Assem-blee, hun politieke partijen weten te moderniseren,
en effectief kunnen inspelen op de veranderende sociale gelaagdheid en
economische verhoudingen in de Surinaamse samenleving.
R.R.- EN D.R.- NIEUWS: Krish Bajnath
Onder deze kop hoopt KRANTI bij elke editie een kern-, ressortraads-
of districtraadslid aan het woord te laten. Op deze manier informeren wij
dan de gemeenschap over de diverse activiteiten die zij ontplooien gekoppeld
aan de successen en frustraties die daarvan het gevolg zijn.
Krish Bajnath had een vraaggesprek met mej. Geeta Mansaram, een van
de 17 r.r leden van het ressort de Nieuwe Grond.
Baj.: Mej. Mansaram kunt u ons vertellen wat de functie van een r.r- lid inhoudt ?
Mans.: Een r.r.- lid is de vertegenwoordiger van het ressort
waar hij/zij gekozen is. De ressortraad is de hoogste politieke orgaan
van een ressort. Dat wil zeggen dat de ressortraad (waartoe alle ressortraadsleden
van het ressort behoren) de problemen van hun ressort moeten 'opsporen'
en bespreken om tot een oplossing te komen voor die problemen en het eventueel
voor te leggen aan de bevoegde instanties.
Baj.:Kunt u een recent probleem noemen dat u als r.r.-lid heeft aangepakt ?
Mans.: Een probleem waarover wij ons gebogen hebben is bijvoorbeeld
de Krin Kondre actie. Er was ons voorgehouden dat wij de leiding zouden
hebben over de Krin Kondre actie, maar zoals men weet had de Task Force
de leiding en waren wij overbodig. De Task Force wilde ons niet aan de
leiding zien. Voor het ressort De Nieuwe Grond kan ik zeggen dat het werk
van Krin Kondre heel veel te wensen heeft overgelaten. Bepaalde plaatsen
zijn niet eens aangedaan. Kortom de Krin Kondre actie is een fiasco geweest
bij ons.
Baj.: Heeft u ook successen ?
Mans.: In zekere zin wel. Het betrof de scholen inventarisatie.
De Rahanschool had geen vlaggemast. Het gebouw was bouwvallig, terwijl
bepaalde delen op instorten stonden. Er waren ook enkele andere urgente
gevallen op bepaalde scholen. Wij schreven een brief naar de minister van
R.O., maar kregen geen gehoor. Toen hebben wij ons beklag gedaan bij de
districtscommissaris. (Heftig ook). En dat hielp wel, want ons projekt
werd uitgevoerd.
Baj.: Het gebied waarvan u r.r.-lid bent, heeft veel onverharde wegen, waarover veel geklaagd wordt. Wat doet u eraan om ze in goede conditie te houden ?
Mans.: We hebben sinds december 1996 een begroting ingediend
bij de minister van R.O. om wegen te beschelpen en trenzen op te halen
in ons ressort. We hebben geen gehoor gekregen, terwijl het nu al mei 97
is. Daar zijn wij zeer gebelgd over, want we bekleden deze functie niet
om alleen maar projecten in te dienen zonder dat ze verwezenlijkt worden.
De regering moet onze projecten uitvoeren! En als de regering ons niet
nodig heeft dan moeten ze de regionale organen maar uit de wet schrappen.
U moet begrijpen dat het heel frusterend is als wij zoveel tijd en energie
besteden en de resultaten steeds maar uitblijven. Ik heb vaak de neiging
om deze functie neer te leggen.
Baj.: Zou dat niet betekenen dat u uw achterban in de steek laat ?
Mans.: Dat klopt wel. De VHP-ers hebben mij gekozen, omdat ze
hopen dat ik hun belangen zal behartigen. Ik zou mijn mensen echt niet
willen teleurstellen door van het toneel te verdwijnen. Daarom ben ik naast
r.r.-lid, ook bezig met een radioprogramma (samen met mej. Shanti Randjietsing)
om zoveel mogelijk mensen te bereiken met informatie over politieke en
maatschappelijke ontwikkelingen. Uiteraard brengen wij ook wel de visie
van de partij over deze ontwikkelingen naar voren. Wij proberen zodoende
de jongeren te mobiliseren om mee te doen met ons.
Baj.: Wel mej. Mansaram, het werk van een r.r.-lid is toch niet altijd zo eenvoudig als men vaak denkt. Ik geloof dat de VHP trots op u mag zijn.
HET INFRASTRUCTUURBELEID VAN DE REGERING
VENETIAAN - AJODHIA: Radjkoemar Randjietsingh
Periode 1980-1990
Voor een goede beoordeling van het infrastructuurbeleid in de periode van 1991 tot 1996, lijkt het juist, het gevoerde beleid in de periode 1980-1990 mede in beschouwing te nemen.
Dit is noodzakelijk, omdat de staat waarin onze infrastructuur zich bevond bij de overname van de regering in 1991, mede het resultaat is van een totaal beleid, dat gevoerd is in het voorgaande decennium. Bovendien is dat gevoerde beleid mede bepalend voor de mogelijkheden die bestonden in 1991 en in de jaren daarna voor de zorg voor de infrastructuur door de regering Venetiaan.
De economische problemen in Suriname, die na de militaire staatsgreep
van 1980 ontstonden, stapelden zich op. Deze verslechterde wegens gebrek
aan een concrete en eenduidige visie met betrekking tot de ontwikkeling
van Suriname. De situatie werd ernstiger door de sterke daling van de activiteiten
in de bauxiet sector en de door Nederlands opgeschorte ontwikkelingshulp,
na de executies van 8 en 9 december 1982.
Structureel aanpassingsprogramma noodzakelijk
Omdat het land toen in een bijzondere situatie was beland als gevolg van het uitvallen van zijn inkomsten, was toen een structureel aangepast beleid noodzakelijk. Dit bleef echter uit.
De toenmalige regeringen kozen niet voor een gewijzigd en aangepast
beleid, met name met betrekking tot de overheidsuitgaven. Er werd niet
bezuinigd en ook geen aanpassingsprogramma ontwikkeld en uitgevoerd.
Monetaire financiering ondanks grote staatsinkomsten
Wat echter toen wel gebeurde, is dat de machthebbers besloten de dekking van de tekorten op de overheidsbegroting door monetaire financiering te doen geschieden. De maatschappelijke geldhoeveelheid steeg hierdoor in de periode 1982-1990 met ruim 500%, zonder dat de produktie noemenswaardig steeg. De vlottende schuld van de overheid bij de Centrale Bank van Suriname nam in die periode toe van sf.172,= miljoen tot sf. 2600,= miljoen. De vaste binnenlandse schuld bedroeg per ultimo 1990 ca. sf.450 miljoen.
Ondanks de grote inflow van dollars --2.4 miljard in tussen 1982 en 1987, volgens de Centrale Bank van Suriname-- was in die periode een structureel tekort aan vreemde valuta, schaarste aan haast alles, structurele inflatie en forse daling van de reële koopkracht. Als gevolg hiervan traden op demotivatie van de bevolking, braindrain, frustratie, erosie van morele en ethische waarden, stijging van corruptie en criminaliteit.
Vanaf 1986 heerste er een broederstrijd in het land met alle gevolgen
hiervan voor de totale samenleving. De werkgelegenheid daalde in deze periode
met ongeveer 10000 ar-beidsplaatsen. Bovendien is onze monetaire reserve
in de periode 1981 - 1987 met 80% afgenomen, van 195 miljoen naar 39 miljoen
dollars.
Erbarmelijke omstandigheden aantreding regering Shankar
De in november 1987 democratisch gekozen regering, onder leiding van
de V.H.P.-er Ir. Ramsewak Shankar als President van de Republiek trad onder
deze omstandigheden aan. Ze trof de totaal ontredderde en ont-wrichte economie,
eveneens een in een even slechte staat verkerende transport en produktie
infrastructuur aan.
Onverantwoord handelen regering 1990 - 1991
De positieve impulsen gegeven door de regering Shankar, gedurende 1987
tot 1990 voor de herstel van de economie, alsmede voor de infrastructuur,
werden door onverantwoord handelen van de regering, die werd gevormd na
de staatsgreep van 1990, wederom teniet gedaan. De situatie was zelfs verergerd.
De begrotingstekort was in een periode van 8 maanden toegenomen met sf.
600 miljoen zonder investeringen en structurele verbeteringen.
Gevolgen onderhoudsachterstand
Het is bekend dat infrastructuur een zaak is van bijzonder groot belang
voor de ontwikkeling van het land. De stand van de ontwikkeling van de
samenleving wordt vaak ook gemeten met de staat van de infra-structuur.
Maar het is ook bekend dat infrastructuur een zaak is van voortdurende
zorg. Het moet goed in de gaten worden gehouden dat de kosten voor onderhoud
en herstel exponentieel toenemen naarmate de onderhoudsachterstand groter
wordt. Dit betekent dat er een bijzondere last op de samenleving geladen
wordt als door het gevoerd beleid het infrastructuur niet adequaat onderhouden
wordt. Dit nalaten, is des te erger, indien de staat substantiële
inkomsten heeft gehad en die uitgegeven heeft, zonder adequate aandacht
aan ons infrastructuur te geven; in tegendeel is in die periode eveneens
ten gevolge van gevechtshandelingen tussen het regeringsleger en anderen
veel infrastructuur vernietigd.
Deplorabele infrastructuur aanvang regering Venetiaan
Met als startpunt een totaal verloederde en scheef gebrachte economie, een totaliteit aan infrastructuur die haast aan het einde van haar technisch leven is gekomen, een buitenlandse schuld van honderden miljoenen dollars, een bijzonder uitgedund kader als gevolg van een demotiverend beleid, een heersende binnenlandse oorlog, een totaal kapot gegane produktie structuur, een situatie van ernstig moreel verval, was het voor de regering Venetiaan niet een gemakkelijke taak om de economie gezond maken, vooral als we in beschouwing nemen dat eveneens op het programma stond de sanering van de staatsbegroting voor de bestrijding van de overbesteding en op-heffing van de overliquiditeiten en verbetering van de betalingsbalans-positie.
Ondanks het bovengestelde, geeft de regeringsverklaring van de regering Venetiaan aan dat er aandacht zou worden besteed aan het herstel en de instandhouding van de infrastructuur.
In bovenstaand kader zijn gedurende 1992-1996 vele infrastructurele
werkzaamheden uitgevoerd, in uitvoering genomen dan wel voorbereid. In
de volgende editie van KRANTI zal worden ingegaan op deze specifieke
projecten en hun structurele effecten op de ontwik-keling van de samenleving.
TER OVERDENKING: DE BRUGGEN
Bodh Premchand
De huidige regering van ons land is van plan bruggen te bouwen over de Coppename en over de Suriname rivier. Enkele vragen ter overdenking: een brug bouwen is op zich zelf geen geweldigheid. Op de wereld zijn mammoet bruggen en tunnels heel normaal. Wat we ons wel moeten afvragen, is of alles wat mogelijk is ook moet gebeuren. Enkele overwegingen.
- Wat zal de winst zijn van de burger, gebruiker, als hij de brug vergelijkt met het veer? Heeft de bur ger genoeg informatie over de financiering van de bruggen en het onderhoud daarna? Wie zal voor de bruggen en het onderhoud moeten betalen? De totale Surinaamse be-volking of slechts de gebruiker van de brug, bijvoorbeeld middels tol?
- Is het verantwoord om in deze tijd de bruggen te bouwen? Kun nen we dat geld niet voor iets anders gebruiken? Bijvoorbeeld om de productie te stimuleren en te stabiliseren!
- Over de Coppename rivier steken per dag ongeveer 200 auto's over. Is het noodzakelijk om een dure brug te bouwen om dit aantal te verwerken? Van dit aantal auto's is ongeveer de helft particuliere auto die op vakantie is of op familie bezoek gaat. Voor dit deel is de lokatie Coppename punt zelf ook een happening. Met de bouw van de brug is Boskamp een vergeten plaatsje. On geveer honderd pick-ups maken per dag zakelijk gebruik van het veer. Komt de brug voor dit deel van de gebruikers ?
- Met de bouw van de brug zullen heel wat sociaal-maatschappelijke functies van Boskamp verdwijnen. Is er ooit een onderzoek gedaan naar de sociaal-maatschappelijke effecten ?
- In geen geval moet de bouw van de bruggen uitsluitend een politiek stunt zijn met de gedachte "die regering heeft het niet kunnen doen, wij gaan het wel doen."
- De brug over de Suriname rivier heeft het gevaar in zich, dat de criminaliteit in de stad kan toenemen. Bewoners van Commewijne vrezen ook dat de criminaliteit zal toenemen, ze worden onveilig.
- Suriname telt ongeveer 400.000 zielen. Honderd duizend behoren tot de werkenden.Hiervan zijn ongeveer 40.000 ambtenaren. Ongeveer 60.000 vinden emplooi in de pro-ductie sector. Is het verantwoord om voor 60.000 mensen een brug te bouwen? Zullen alle 60.000 personen in de productie sector dagelijks gebruik maken van de brug ?
- Elke maatschappelijke interventie zou gebaseerd moeten zijn op data. Is er ooit onderzoek gedaan naar het soort verkeer dat dagelijks met het veer oversteekt ? Heeft men zich ook afgevraagd welke concrete ontwikkelingen er zullen komen die zonder de bruggen zullen uitblijven
- Zou het niet beter zijn om bijvoorbeeld op Boskamp toeristische activiteiten te initiëren, zoals bijvoorbeeld met de bouw van een motel, het organiseren van kinderattracties, met de bedoeling het dorp uit te breiden (in ontwikkeling te brengen) en aantrekkelijk te maken voor de weggebruikers ?
- Als de brug duurder is dan het veer, zullen er dan meer of minder mensen gebruik van maken ? Als zij die er geen gebruik van maken, maar mede zullen moeten betalen, is dat dan eerlijk?
- Is er wel overwogen om het vrachtverkeer bijvoorbeeld van en naar
Nickerie over water te doen plaats vinden? Is dat niet veiliger, goedkoper
en beter voor ons wegdek?