De afgelopen weken is er in de politiek nogal wat deining geweest rond de 'quorumkwestie;. Het gaat hierbij om de vraag wanneer de Nationale Assemblée wel of niet mag vergaderen en wanneer er besluiten genomen kunnen worden.
De aanleiding tot deze kwestie is het feit dat de Assemblée de
laatste maanden nauwelijks meer kan vergaderen, omdat er bij de aanvang
van de vergadering vaak genoeg geen 26 leden, in de zaal aanwezig zijn.
Het aantal van 26 is de helft plus 1 van de 51 leden die de Assemblée
telt. Volgens de grondwet (artikel 83) en het reglement van orde van de
Assemblée 'vangt De Nationale Assemblée haar beraadslagingen
niet aan, noch besluit, ze zo niet, meer dan de helft van de leden tegenwoordig
is. "Kortom het aantal van 26 is het minimale aantal dat vereist is (=
quorum) om te vergaderen.
Voorstel van Ritter
Gebleken is dat er vaak wel meer dan 26 leden de presentielijst hebben
getekend op de dag van een vergadering, maar dat die niet in de zaal aanwezig
zijn op het tijdstip dat de vergadering moet beginnen. Hierdoor kan de
vergadering niet aanvangen, omdat de gangbare interpretatie van het bovengenoemde
wetsartikel (ook al aanwezig in de grondwet van 1975) de afgelopen 22 jaar
is geweest dat men lijfelijk aanwezig moet zijn in de vergaderzaal. Dat
is tot nu toe de conventie geweest, waarvan mr. van Ritter echter stelt
" Conventies moeten nu plaats maken voor de realiteit". Zijn oplossing
is dan ook om de interpretatie gewoon te veranderen en vast te stellen
dat voortaan het ondertekenen van de presentielijst voldoende waarborg
s dat de leden aanwezig zijn zodat de vergadering kan beginnen. Evenwel
stelt hij dat bij het nemen van besluiten "de aanwezigheid van het minimaal
vereiste aantal (26 in de zaal) noodzakelijk is". Het voorstel komt er
kort gezegd op neer, dat het beraadslagen (= vergaderen) wordt gescheiden
van het nemen van een besluit, en dat de presentielijst voortaan voldoende
is om de 'tegenwoordigheid' van de leden te verzekeren. De voorzitter van
de Assembleer vond deze vondst van Van Ritter kennelijk zo goed dat ze
het meteen op de agenda plaatste om te spreken. Het probleem is dat die
vergadering nog niet gehouden kan worden, vanwege ..... het gebrek van
quorum.
Juridische interpretatie
De reacties op Van Ritter's voorstel zijn vooral uit de juridische boek
gekomen zoals van Mr. Soeshiel Girjasing, die aan de hand van artikelen
29, 31 en 32 van het reglement van orde van De Nationale Assembleer probeert
aan te tonen dat het steeds gaat om 'lijfelijk aanwezig zijn' in de vergaderzaal.
Hiermee stelt hij dat het tekenen van de presentielijst minder belangrijk
is dan de aanwezigheid in de vergaderzaal. ook de staatsrechtsgeleerde
prof. mr. Frits Mitrasing heeft hierop gewezen. De Raad van Vakcentrales
in Suriname (Ravaksur) en de oppositie in De nationale Assembleer hanteren
dezelfde juridische interpretatie. Naast deze juridische interpretatie
kan hieraan toegevoegd worden dat de grondwet in een adem het woord 'beraadslaging'
en 'besluit' noemt. Het voorstel van het lid Van Ritter lijkt inconsistent
en niet logisch, wanneer de beraadslaging (26 handtekeningen op de presentielijst)
losgekoppeld wordt van een besluit (26 lijfelijk aanwezige leden van de
vergaderzaal). Ook is het nodig om bij een wziging van de interpretatie
in ieder geval de grondwet op dit punt te herzien, teneinde de beraadslaging
en het besluit in artikel 83 van elkaar los te koppelen. Dat vergt echter
een tweederde meerderheid, waarbij het quorumvraagstuk nog meer gaat spelen.
Frustratie en ethiek
Het niet kunnen vergaderen is uiteraard zeer frustrerend voor de wel aanwezige assembleeleden, die hun normale dagtaak hebben moeten onderbreken. Recentelijk heeft het lid Jenny Simons daar in diverse programma's publiekelijk over geklaagd. Die klacht is terecht. De assembleeleden zijn gekozen om hun werk naar eer en geweten te doen en dat werk moet vooral tijdens de vergaderingen gedaan worden. Ook de klacht dat de oppositie wel de presentielijst tekent om maandelijks haar schadeloosstelling te ontvangen, maar daarvoor niet werkt is ten dele terecht. Indien de oppositie het niet verlenen van quorum als politieke strategie hanteert om aan te tonen dat de regering geen werkbare meerderheid heeft, dan is het niet ethisch om belastinggeld op te strijken voor werk dat niet gedaan is. Nu is tegen dit laatste argument door onder meer het lid Ruth Wijdenbosch ingebracht dat een assemblee lid ook veel werk verzet buiten de vergadering (bijv. lezen van stukken, commissiewerk, veldbezoek, advies inwinnen). Verder heeft zij gesteld dat zij de quorumkwestie ziet als aantasting van de democratie en daarom onmogelijk quorum kan verlenen om dit agendapunt te behandelen. Dit zou immers neerkomen op het delven van het eigen graf. Dit zijn ook valide argumenten. Toch zal de oppositie bereid moeten zijn om voor haar 'principes te betalen. Indien men namelijk de presentielijst niet zou tekenen ( en daardoor geen geld zou ontvangen) zou veel duidelijker blijken dat er geen quorum is en blijkt ook meteen dat het voorstel van Van Ritter het qourumvraagstuk totaal niet zal oplossen. Het gaat hier namelijk niet om een technisch probleem, maar om een politieke kwestie waarbij de oppositie weigert om mee te werken aan het verlenen van quorum, omdat zij wil aantonen dat de regering geen meerderheid heeft.
Het maken van verwijten door de coalitie is overigens niet helemaal
bonafide, omdat de coalitie zelf meerdere malen geweigerd heeft om quorum
te verlenen, met name toen de oppositie een motie van wantrouwen tegen
de regering wilde indienen, omdat zij dacht een meerderheid te hebben.
De coalitieleden hebben in die periode ook gewoon hun salaris als DNA-lid
ontvangen.
Spelregels samen vaststellen
Met het bovenstaande wordt het probleem natuurlijk niet opgelost, maar
wordt wel duidelijk dat de moraal en ethiek in de assembleer te vaak gedreven
worden door de omstandigheden en het opportuniteitsbeginsel. Het al of
niet verlenen van quorum is door beide zijden gehanteerd als politieke
strategie. Dit laat zien dat het quorumvraagstuk in de ogen van oppositie
en coalitie een politiek vraagstuk is geworden en geen principiële
kwestie, wat jammer is, omdat het demonstreert dat de democratische principes
niet diep genoeg geworteld zijn. De assembleeleden zouden zich er immer
nooit voor mogen lenen om het functioneren van de assembleer op te offeren
aan politiek gewin. Nu de zaken zo liggen zal er echter naar een politieke
oplossing gezocht moeten worden. Dat is de oplossing die Van Ritter en
de assembleevoorzitter voorstaan door de interpretatie op de agenda te
plaatsen en deze te veranderen. een politiek oplossing vergt echter een
aanpak waarbij beide partijen naar een compromis zoeken en kan niet van
een kant opgelegd worden. Dat laatste lijkt men helaas te willen doen,
omdat de voorzitter eenzijdig de quorumkwestie op de agenda heeft geplaatst.
terwijl er juist politiek overleg met de oppositie nodig is om het punt
in behandeling te kunnen nemen. Hierdoor is olie op het politieke vuur
gegooid in plaats van dat getracht is het vuur te doven. Zelfs indien de
coalitie erin zou slagen om zonder de oppositie quorum te krijgen voor
wziging van de aanwezigheid, zal dit nooit een langdurige oplossing zijn.
Je kunt de spelregels van een wedstrijd immers nooit eenzijdig vaststellen,
en zeker niet wanneer de wedstrijd al aan de gang is.
Ondermijning legitimiteit DNA
Het punt waar het om gaat is dat het bij de wziging van de quorumregel niet slechts gaat om een juridische slimmigheidje. Er staat veel meer op het spel, wat vele DNA-leden zich helaas niet schijnen te realiseren. Indien men een eenzijdige interpretatie geeft aan de quorumkwestie zal de tegenstander wellicht van het veld lopen en wordt er helemaal geen wedstrijd meer gespeeld. Bovendien zullen de toeschouwers weleens ontevreden kunnen worden, omdat hun rechtsgevoel wordt aangetast. DNA riskeert het dus om zichzelf buitenspel te zetten en het klein beetje geloof dat de samenleving nog in dit instituut heeft ook te verliezen. Marijke Djwalapersad dient als voorzitter van de assembleer goed te beseffen wat de mogelijke consequenties kunnen zijn. Oud parlementsvoorzitter Emile Wijntuin heeft toegegeven dat hij indertijd een grote fout heeft gemaakt in een andere quorumkwestie (het toelaten van het lid Korendijk). Gelukkig is dat toen gecorrigeerd, waardoor de democratie niet door zijn toedoen de das is omgedaan, de legitimiteit van het parlement is in die periode echter wel ernstig aangetast. Laten wij eindelijk eens leren uit de fouten van het verleden. De Sibibusi Beweging doet daarom een dringend beroep op de voorzitter en alle leden van de assembleer om naar volwassen oplossingen te zoeken en te proberen om het vertrouwen van de bevolking in dit instituut te bevorderen in plaats van te ondermijnen.