In Verslag 1995 van de Rekenkamer van Suriname is het volgende te lezen:
"In de Regeringsverklaring van 11 maart 1988 was gewag gemaakt van een nieuwe wet op de
Rekenkamer en van een nieuwe comptabiliteitswet die nog vóór het einde van het jaar tot stand
zouden worden gebracht mede om de pas herstelde democratie in ons land te versterken.
Ofschoon ook de huidige Regering, weliswaar mondeling, heeft verklaard sympathiek te staan
tegenover het voorgaande zijn de beoogde wetsontwerpen niet gemaakt.
De Rekenkamer heeft sedert haar opnieuw functioneren per 1 juni 1988 steeds weer opgemerkt
dat er bij regeringspersonen en daardoor bij de Regering als geheel geen eensgezinde en geen
duidelijke opvattingen bestaan over de interpretatie van de wettelijke voorschriften betreffende
de Rekenkamer. Afgezien daarvan worden voorschriften waarover er geen misverstand kan
bestaan toch niet gehonoreerd.
Ook bij afzonderlijke leden van de Nationale Assemblée, voor zover die zich ooit hebben uitgelaten over de positie van de Rekenkamer, is het niet gebleken dat er eenstemmigheid bestaat over de wettelijke bepalingen en over opvattingen die zouden kunnen leiden tot een rationele aanpassing van de bestaande wetgeving.
Toch is in een democratisch bestel het de volksvertegenwoordiging die het grootste belang heeft
bij het goed naleven van de comptabele wetten en het goed functioneren van de rekenkamer. De
Rekenkamer moet DNA een redelijke garantie kunnen geven dat de door de Regering te
verschaffen financiële verantwoording van het beleid een tijdige, volledige en juiste weergave is
van de werkelijkheid. Zij is evenwel daartoe niet in staat omdat deze verantwoordingen niet
worden gemaakt en mede daardoor controle op de administratieve organisatie nauwelijks
mogelijk is.
ONWETENDHEID
In veel gevallen blijkt dat de betrokken functionarissen niet voldoende op de hoogte zijn van de
wettelijke bepalingen t.a.v. de Rekenkamer en de comptabele voorschriften. De uitleg die zij
plegen te geven verdraagt zich veelal niet met de grondslag van het beoogde systeem. Voorts
schijnen de moderne ontwikkelingen op het gebied van de controle op het overheidshandelen,
meer in het bijzonder de rekenkamercontrole, aan ons land te zijn voorbijgegaan. De
Rekenkamer heeft verder uit geluiden in DNA kunnen opmerken dat zelfs haar huidige
bevoegdheden, die overigens nauwelijks of niet worden gehonoreerd, voor sommige personen
teveel zijn. Het valt dan op dat in landen die recentelijk nog een autoritair of notoir corrupt
bewind hebben gekend, het mogelijk is geweest om moderne comptabele wetten tot stand te
brengen met o.a. sterke rekenkamers in het belang van een doelmatig financieel beheer en de
doorzichtigheid van het staatsbestuur. Evenals dat thans in vele landen het geval is, hebben
onze Regering en DNA de bestrijding van de zich uitbreidende corruptie als een voornaam doel
genoemd. Het blijkt echter niet dat zij daarbij, zoals internationaal wel het geval is, een sterke
rol hebben beoogd voor de Rekenkamer.
GOOD GOVERNANCE
Voorts is het van belang erop te wijzen dat in het verband van de internationale
ontwikkelingssamenwerking tussen donors en ontvangers thans expliciete eisen worden gesteld
niet alleen op het gebied van eerbiediging van mensenrechten en de democratie, maar ook op
het gebied van goed staatsbestuur ("good governance"). Wat altijd reeds bekend was wordt
thans duidelijk in documenten vastgelegd:
"elke ontwikkelingsinspanning is gedoemd te mislukken als er geen goed staatsbestuur is dat de
gewenste ontwikkeling mogelijk maakt".
Een gezond financieel beheer waarover periodiek in het openbaar verslag wordt gedaan opdat
de nodige correcties kunnen worden aangebracht is daarbij essentieel.
Aangezien binnenkort in ons land verkiezingen worden gehouden is het verwachtbaar dat de nieuwe nationale volksvertegenwoordiging in het belang van haar controlerende taak, belangstelling aan de dag zal leggen voor de middelen die haar daarbij van dienst kunnen zijn.
Ook de nieuw te vormen regering heeft alle belang bij een bestuurlijke informatie die haar in staat stelt om de door haar op gang gebrachte processen te beheersen. Daarvoor is het nodig dat zij op elk gewenst moment informatie krijgt over de voortgang.
Dit zogenaamde "monitoren" waarover in de afgelopen jaren in ons land veel te doen is
geweest, is een essentiële bestuurstaak die niet overwegend aan buitenlandse consultants mag
worden overgelaten, maar die een integrerend onderdeel van het staatsbestuur dient te zijn.
OOGMERKEN VAN CONTROLE
De Rekenkamer pleit er daarom voor dat, mede in het belang van een duurzame ontwikkeling, met voorrang de eigen bestaande instituten worden geschikt gemaakt voor de taken die zij worden verondersteld uit te voeren. Elke andere prioriteitsstelling verzwakt het staatsbestuur, is in strijd met de democratie en is bovendien ondoelmatig.
Zij herinnert eraan dat zij, ervan uitgaande dat het niet verwachtbaar was dat de Regering
binnen afzienbare tijd een nieuwe Rekenkamerwet aan DNA zal voorstellen, een voorstel heeft
gedaan om de bestaande wet slechts op een aantal essentiële punten te wijzigen zodat in ieder
geval duidelijkheid bestaat over de bevoegdheden van de Rekenkamer. Een reactie op dat
voorstel is nimmer ontvangen.
Ofschoon de Rekenkamer naar aanleiding van uitspraken van DNA-leden reeds vaker een uiteenzetting over haar werkwijze heeft gegeven, lijkt het niet overbodig om in aansluiting daarop de oogmerken van haar controle te vermelden:
- Of de te controleren instantie alleen de taken die haar zijn opgedragen uitvoert en geen oneigenlijke taken op zich neemt.
- Of de gestelde doelen tegen de laagste kosten en op de meest efficiënte wijze worden bereikt en dat er geen sprake is van verspilling en/of overdadige luxe.
- Of de toepasselijke wetten en regelgeving worden gerespecteerd.
- Of de organisatie in het algemeen en vooral de administratieve organisatie, inclusief de interne controle, zodanig zijn dat er van een beheersbare en controleerbare situatie sprake is.
- Of de daartoe aangewezen organen tijdig een volledige en betrouwbare verantwoording aan
de daartoe aangewezen instanties afleggen en dat die verantwoording ook wordt gecontroleerd
door een onafhankelijke en deskundige instantie."
CURSUS VOOR DNA-LEDEN
In haar Verslag 1992 maakte de Rekenkamer melding van voorstellen om het begrotingssysteem
van de overheid te veranderen. Twee buitenlandse consultants hadden daarover een rapport met
door de Rekenkamer onderschreven conclusies uitgebracht. Hierover is in het verslag o.m. het
volgende opgenomen:
"Evenmin is gemerkt dat tegemoet is gekomen aan een zeer belangrijke conclusie luidende:
"Het is welhaast absolute noodzaak, dat dit project wordt gedragen door de hoogste
besluitvormers binnen de Surinaamse samenleving, met name op politiek en hoog ambtelijk
niveau. Er zijn vele belangen gemoeid bij de budgetdiscipline."
De Rekenkamer kan het voorgaande onderschrijven en meent dat het voorstel om t.b.v. leden van
de Nationale Assemblée een cursus te organiseren reeds met het parlement moest zijn besproken.
Hierover staat in het rapport o.m. het volgende:
"De grotere betrokkenheid van De Nationale Assemblée bij het begrotingsproces vereist van de leden van De Nationale Assemblée een groter inzicht in het begrotingsproces en hun rol daarbij.
De leden van de Nationale Assemblée zullen wegwijs gemaakt moeten worden in de vloed van begrotingsgegevens, welke moeilijk te ordenen, laat staan te hanteren is. Een stevig kennisfundament en een reeks van praktische oriëntatiepunten moeten de betrokkenheid van De Nationale Assemblée in het begrotingsproces versterken.
Dit zijn de uitgangspunten voor de samenstelling van een beknopte, praktijkgerichte cursus.
Enerzijds zo weinig mogelijk theoretische ballast, anderzijds een maximum aan directe in de
praktijk bruikbare kennis.
In een dergelijke cursus zal zoveel mogelijk gebruik moeten worden gemaakt van gastdocenten,
die in de praktijk werkzaam zijn.
De activiteiten in het kader van deze cursus zijn als volgt:
a. Inventariseren van geschikte cursusonderdelen in nauwe samenwerking met de ambtelijke staf van het Ministerie van Financiën.
b. Samenstellen van een syllabus waarbij in belangrijke mate gebruik kan worden gemaakt van het reeds beschikbare materiaal. In nauw overleg met de docenten van de cursus zal de syllabus worden vervaardigd.
c. Organisatie van een of meerdere seminars waarbij de leden van De Nationale Assemblée, partijmedewerkers en parlementaire journalisten worden uitgenodigd.
d. Publicatie van de syllabus ten behoeve van ambtenaren, geïnteresseerden in het begrotingsbeheer van de overheid, studenten.
e. Rapportering omtrent de verrichte werkzaamheden."
(NOG) GEEN REACTIE VAN DNA
In haar Verslag 1996 schreef de Rekenkamer o.m. het volgende:
"T.b.v. de nieuwe Voorzitter van de Nationale Assemblée werd in een schrijven van 18 oktober 1996 een aantal belangrijke zaken aangehaald. O.m. werd aangedrongen op de vervulling van de bestaande vacatures bij de Rekenkamer en op het treffen van de noodzakelijke personele voorzieningen.
Weer werd het voorstel van de Rekenkamer, om, in afwachting van de in het vooruitzichtgestelde
nieuwe Rekenkamerwet, de bestaande wet op enkele punten te wijzigen, in herinnering gebracht.
De bestaande onduidelijkheden zouden daarmede kunnen worden opgehelderd.
Ook aan de Commissie Staatsuitgaven van de Nationale Assemblée werd informatiemateriaal ter
beschikking gesteld, maar er heeft nog geen gedachtenwisseling met deze commissie
plaatsgevonden."
(Publicatie van de Rekenkamer van Suriname)