REKENKAMERS ZIJN IN DIENST VAN ACCOUNTABILITY

(Verschenen in De West van 9 augustus 1997)

De volgende uitspraak is internationaal gemeengoed: "There is no democracy without accountability" (er is geen democratie zonder verantwoordingsplicht) . "Accountability" is eigenlijk onvertaalbaar, vandaar dat dit Engelse woord ook in andere talen wordt gebruikt. Het geeft aan dat elke publieke functionaris of staatsorgaan in het openbaar rekening en verantwoording moet afleggen voor zijn daden in een officiële hoedanigheid gepleegd. Het publiek moet immers in de mogelijkheid verkeren om een beoordeling te kunnen geven. Dat kan alleen maar als het weet wat er gebeurt en weet hoe beoordeeld moet worden. M.a.w de regering moet op de juiste tijd betrouwbare informatie verstrekken aan de pers en er moeten normen zijn waarmee getoetst kan worden.

Bij regeringspersonen gaat het niet alleen om een politieke verantwoording, maar ook om een financiële verantwoording.

Een financiële verantwoording kan correct zijn, zonder dat de gepleegde daden moreel of politiek aanvaardbaar zijn. Wat moreel aanvaardbaar is, hangt af van de heersende cultuur en machtsverhoudingen. Hoe meer het beschavingsniveau van een gemeenschap toeneemt hoe minder de brute macht bepaalt wat goed of slecht is. De heersende moraal zal niet opgelegd zijn, maar ieder persoon zal wel willen uitmaken wat hij voor zichzelf en voor de gemeenschap aanvaardbaar acht. Ieder normaal persoon heeft een ontwikkeld geweten.

Ofschoon de woorden ethiek en moraal in het dagelijks leven als synoniemen worden gebruikt, is er in wezen een groot verschil. Ethiek is de wetenschap die zich bezighoudt met de normen die de mens door de eeuwen heen en op verschillende plaatsen gebruikt en heeft gebruikt om te bepalen wat goed of slecht is. In de ethiek probeert men normen af te leiden die algemeen geldend zijn. In de religie gaat het om ethische normen die universeel zijn.

MORAAL IS BETREKKELIJK

Moraal is aan plaats, tijd en cultuur gebonden en derhalve zeer betrekkelijk.

Het is zeer wel mogelijk dat de heersende moraal in een land of de moraal die de machthebbers ons willen opleggen ethisch onaanvaardbaar is. Denk bijvoorbeeld aan Nazi- Duitsland.

Moordenaars en bedriegers hebben ook een moraal, maar die is ethisch verwerpelijk.

Het is ook mogelijk dat we een dubbele moraal erop nahouden. Bijvoorbeeld één voor de politiekvoering en één voor ons privéleven. We leggen dan verschillende maatstaven aan. Als de discrepantie tussen onze politieke moraal en die we in ons gezin wensen hoog te houden, groot is, dan zullen de problemen niet uitblijven.

Ouders voeden hun kinderen op door ze een aantal normen bij te brengen opdat zij zelfstandig kunnen beslissen wat goed en kwaad is. Als de ouders in hun doen en laten binnen en/of buiten het gezin zich anders gedragen, dan zijn ze niet geloofwaardig.

Hetzelfde geldt voor een land als geheel.

De verschillende maatschappelijke verschijnselen die de burger waarneemt, kunnen niet altijd door hem worden beoordeeld omdat hij niet weet welke beoordelingsnormen hij moet hanteren. Deskundigen kunnen hem daarbij helpen door op eenvoudige en begrijpelijke wijze aan te geven welke eisen men mag stellen. Bijvoorbeeld aan de dienstverlening van een tandarts, een autohandelaar, een advokaat, een schilder of een winkelier.

In de politiek sluit men aan op de bestaande normen in de maatschappij en men streeft er naar om sommige te handhaven of te veranderen en om andere ingang te doen vinden teneinde het algemeen belang beter te kunnen dienen.

Elke politieke partij formuleert de doelen die zij wenst te bereiken en geeft de middelen aan die zij denkt te kunnen gebruiken. Al doende worden al dan niet bewust normen ontwikkeld om het eigen handelen en dat van de regering te kunnen beoordelen.

WETTELIJKE NORMEN

In een democratisch bestel kan en moet het optreden van de overheid voortdurend worden beoordeeld door het publiek. De moraal die daar ten toon wordt gespreid moet kritisch worden bekeken tegen de achtergrond van de wettelijke. Vooral als men, zoals in onze Grondwet staat, een participatie democratie wenst te zijn.

Artikel 46 van de Grondwet luidt als volgt:

"De Staat schept de condities, welke ten grondslag liggen aan de vorming van burgers die in staat zijn op democratische en effectieve wijze te participeren in het ontwikkelingsproces van de natie."

Lid 3 van artikel 52 van de Grondwet bepaalt het volgende:

"De verantwoordingsplicht ten opzichte van het volk en controle op het overheidshandelen door organen die daartoe zijn ingesteld en het terugroeprecht ten aanzien van gekozen volksvertegenwoordigers zijn waarborg voor een waarachtige democratie.

In lid 2 sub h van artikel 54 van de Grondwet staat het volgende:

"De centrale overheid draagt zorg voor een goede organisatie van regelmatige voorlichting over het staatsbeleid en het staatsbestuur, ten einde het volk optimaal in de bestuursstructuren te doen participeren. De lagere overheid is gehouden om een communicatieproces naar het volk toe op te bouwen, in het belang van het publiekgericht maken van het bestuur en de deelname in het beleid."

Het voorgaande zou men als volgt kunnen samenvatten:

Geen participatie zonder informatie, geen democratie zonder participatie,

dus geen democratie zonder informatie.

ONVOLDOENDE RECHTSBESCHERMING

De comptabele wetten en de Rekenkamerwet zijn uitgegaan van een bestuurlijke moraal waarbij de regelgeving stipt wordt nageleefd. Aangezien dit niet zo blijkt te zijn en de Rekenkamer zelfs heeft vastgesteld dat in strijd met de wet opzettelijk gegevens worden achtergehouden, heeft zij ervoor gepleit om de bevoegdheid te hebben om desnoods met de sterke arm beslag te leggen op stukken die zij volgens de wet moet krijgen. Op deze suggestie is echter nimmer gereageerd.

Overheidsfunctionarissen kunnen derhalve ongestraft hun plicht om verantwoording af te leggen, verzaken.

De overheid kan niet in rechte worden aangesproken omdat er geen wet is om de grondwettelijk verplichte openbaarheid van bestuur af te dwingen.

Een andere tekortkoming in onze staatsbestel is het gebrek aan administratieve rechters. Er zijn wel voorbeelden van administratieve rechtspraak, zoals het Hof van Justtie als Ambtenarenrechter, maar de instelling van administratieve rechters zoals bedoeld in artikel 135 van de Grondwet is achterwege gebleven.

De rechtsbescherming laat in ons land derhalve wat te wensen over.

Alleen in individuele gevallen waarin een burger kan aantonen dat de overheid een onrechtmatige daad heeft gepleegd, is het mogelijk de hulp van de burgerlijke rechter in te roepen. Men kan dat echter pas met succes doen wanneer men een belang heeft te beschermen en schade heeft ondervonden, hetgeen meestal niet is aan te tonen.

Een klager zal daarom weinig succes bij de burgerlijke rechter hebben als hij meent dat de overheid onrechtmatig handelt door niet algemeen bekend te maken welke percelen zij in huur wenst uit te geven zodat iedereen in de gelegenheid wordt gesteld om daarvoor in aanmerking te komen. Het is echter wel voor een ieder duidelijk dat er van rechtsongelijkheid sprake is als slechts enkele ingewijden weten welke percelen vrij zijn.

OORDEEL REKENKAMER

Het optreden van de regering moet beoordeeld kunnen worden aan de hand van de wet en het verkiezingsprogramma en regeerprogramma van de regeringspartijen. De verschillende politieke partijen leggen daarbij hun eigen normen aan waaraan de politieke verantwoording van de regering moet voldoen opdat er een oordeel mogelijk is.

De Rekenkamer geeft geen oordeel over de politieke doelen die een regering zich heeft gesteld. Die zijn voor haar een gegeven. Zij geeft wel een oordeel over de middelen die ter bereiking van bepaalde doelen zijn voorgesteld. Die kunnen immers zeer ondoelmatig zijn.

De Rekenkamer geeft , met de wet in de hand, aan hoe de financiële verantwoording die de regering dient af te leggen er uit moet zien en uiteindelijk geeft zij een oordeel en over de inhoud daarvan.

Als de regering geen verantwoording aflegt, geen openheid van zaken geeft, dan heeft zij haar grondwettelijke taak verzaakt. Het publiek is dan niet in staat een oordeel te geven over het gevoerde beleid, hetgeen strijdig is met de grondslagen van de democratische rechtsstaat. Als er geen verantwoording wordt afgelegd zal het vertrouwen in de regering afnemen en de onontbeerlijke steun die de regering nodig heeft om succesvol te kunnen zijn, uitblijven.

De regering verliest dan haar democratische legitimiteit.

Het is de taak van rekenkamers om de accountability van de regering op niveau te houden door alarm te slaan wanneer dat nodig is.

De leuze van de Caribische organisatie van rekenkamers luidt daarom : "Towards greater accountability"

Het is vooral de Rekenkamer die het publiek van dienst moet zijn om de financiële verantwoording van de overheid te kunnen beoordelen door normen bekend te maken en ingang te doen vinden. De burger kan dan zelfstandig een oordeel geven en hoeft dan niemand na te praten.

Het is ondertussen duidelijk geworden dat er geen oordeel kan worden gegeven als er geen openheid van zaken wordt gegeven. Om geloofwaardig te zijn, moeten de verstrekte gegevens bovendien getoetst zijn door een onafhankelijke instantie. Immers: "no wan fowru e taki dat en koi e tingi".

(Publicatie van de Rekenkamer van Suriname)