In december 1994 werd de "Summit of the Americas" te Miami, USA, gehouden. De 34
staatshoofden w.o. onze President, tekenden de Declaration of Principles ter versterking van de
democratie en het bevorderen van welvaart door economische integratie, vrije handel, uitroeiing
van armoede en discriminatie, het bevorderen van duurzame ontwikkeling en het beschermen
van het milieu voor toekomstige generaties. Aan het document werd een Plan of Action gehecht
dat een hoofdstuk over corruptiebestrijding bevat. Een vertaling hiervan verscheen in Verslag
1995 van de Rekenkamer van Suriname.
CONVENTIE TEGEN CORRUPTIE
De werkgroep van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) die zich bezighoudt met eerlijkheid en ethiek in het openbare leven, ontwierp, als onderdeel van het actieplan, een Inter-Amerikaanse Conventie tegen corruptie, die in november 1995 in Montevideo, Uruguay, tijdens een seminar gesponsord door de OAS en de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB) werd besproken.
Uiteindelijk werd de conventie op 29 maart 1996 te Caracas ondertekend door 21 (van de 30) lidlanden van OAS. Ons land was één van de ondertekenaars.
De conventie is van kracht zodra zij door ten minste 2 landen is geratificeerd en geldt alleen voor de landen die haar hebben geratificeerd.
In ons land heeft de Regering het verdrag (nog) niet aan de Nationale Assemblée voor ratificatie
aangeboden.
OAS Secretaris-Generaal Cesar Gaviria zei dat de conventie ongetwijfeld de belangrijkste
gezamenlijke actie is om corruptie op ons halfrond te bestrijden. Zij is niet het einde, maar de
eerste belangrijke stap onder de vlag van OAS.
De conventie overweegt o.m. dat:
- corruptie de geldigheid van de representatieve democratie, de morele orde en de ontwikkeling van de volkeren aantast;
- de representatieve democratie een onontbeerlijkle voorwaarde is voor stabiliteit, vrede en ontwikkeling;
- de strijd tegen corruptie de democratische instituties sterker maakt en voorkomt dat schade wordt aangericht aan de economie, de overheidsadministratie en het moreel van de samenleving;
- corruptie veelal een middel van de georganiseerde misdaad is;
- er een toenemend verband bestaat tussen corruptie en de inkomsten verkregen uit illegale handel in drugs hetgeen de legale handels en financiële activiteiten en de maatschappij op alle niveaus ondermijnt en bedreigt;
- het de verantwoordelijkheid is van alle landen om corrupte personen aansprakelijk te stellen en
om samen te werken om effectief te zijn.
VOORKOMEN VAN CORRUPTIE
Artikel 2 van de conventie noemt als doel:
- het bevorderen en versterken van de ontwikkeling van de mechanismen van elke staat die nodig zijn om corruptie te voorkomen, te ontdekken, te bestraffen en uit te bannen;
- het bevorderen van de samenwerking tussen de landen om het bovenstaande te bereiken.
Als preventieve maatregelen worden in artikel 3 de volgende genoemd:
1. Gedragsregels voor de juiste vervulling van openbare functies, die het vertrouwen van het publiek in de eerlijkheid van overheidsfunctionarissen en in de overheid kunnen doen behouden.
2. Procedures om de gedragsregels te handhaven.
3. Instructies voor het overheidspersoneel opdat het zijn verantwoordelijkheden en de ethische normen begrijpt.
4. Wettelijke voorschriften om het inkomen, de bezittingen en schulden van bepaalde openbare functionarissen te registreren en deze zo nodig bekend te maken.
5. Een werkwijze die bij het aanhuren, de aanschaf van goederen en diensten door de overheid,
openheid, eerlijkheid en efficiëntie garandeert.
6. Een zodanige inning van belastinggelden die corruptie tegengaat.
7. Wetten die belastingvoordelen ontzeggen aan individuele personen of lichamen die uitgaven in strijd met de anticorruptiewetten hebben gepleegd.
8. Systemen ter bescherming van openbare functionarissen en burgers die in goed vertrouwen corruptieve handelingen melden.
9. Toezichthoudende lichamen voor de invoering van moderne methoden om corruptieve handelingen te voorkomen, te ontdekken, te bestraffen en uit te bannen.
10. Maatregelen om omkoperij van nationale en buitenlandse overheidsfunctionarissen te ontmoedigen.
11. Aanmoediging van particuliere personen en niet-gouvernementele organisaties om corruptie te helpen voorkomen.
12. Bestudering van verdere preventieve maatregelen die rekening houden met de relatie tussen
een eerlijke beloning en rechtschapenheid in de overheidsdienst.
CORRUPTIEVE PRAKTIJKEN
De conventie is van toepassing op de volgende corruptieve handelingen die in artikel 6 zijn
genoemd:
1. Het direct of indirect aanbieden of aanvaarden door een ambtenaar of openbare functionaris van welk voordeel dan ook, in ruil voor het plegen of nalaten van een handeling in de uitoefening van zijn taak.
2. Het direct of indirect aanbieden aan een ambtenaar of openbare functionaris van welk voordeel dan ook om iets te doen of na te laten in de uitoefening van zijn taak.
3. Elk handelen of nalaten in de uitoefening van een openbare functie om op onrechtmatige wijze voordelen voor zichzelf of voor een derde te verkrijgen.
4. Het bedriegelijk gebruiken of verbergen van bezit dat uit de genoemde corruptieve handelingen is verkregen.
5. De deelname als hoofddader, mededader, instigator of medeplichtige, na het feit of op welke
wijze dan ook.
De conventie is ook van toepassing op andere corruptieve handelingen zoals landen onderling met elkaar kunnen overeenkomen.
De landen zullen indien nodig hun eigen wetgeving aanpassen .
Opvallend is de bepaling van artikel 9 van de conventie dat elke staat in zijn wetgeving moet
opnemen dat een aanmerkelijke toename van de bezittingen van een openbare functionaris
die deze niet kan verklaren met zijn wettig inkomen genoten gedurende de uitoefening van
zijn ambt, als een misdrijf en als een corruptieve daad wordt aangemerkt.
GRONDWET NIET UITGEWERKT
Corruptie komt overal voor in vele vormen van bedrog en misbruik van bevoegdheid, maar die begaan door politieke figuren en ambtenaren krijgt toch de meeste aandacht.
Men gaat ervan uit dat het misbruik van vertrouwen door personen die aan het volk hebben
beloofd om het algemeen belang te dienen, meer is te verwerpen dan dat van een particulier
persoon die zijn eigen belang boven het algemeen belang stelt.
Het misbruik van vertrouwen door politieke ambtsdragers is ook in onze Grondwet strafbaar gesteld. Artikel 54 lid 2 sub e luidt als volgt:
"politieke ambtsdragers zijn burgerrechtelijk en strafrechtelijk aansprakelijk voor hun handelen
en nalaten;"
Artikel 140 van de Grondwet luidt als volgt:
"Politieke ambtsdragers staan wegens misdrijven, in die betrekking gepleegd, ook na hun
aftreden terecht voor het Hof van Justitie. De vervolging wordt ingesteld door de Procureur-Generaal, nadat betrokkene door de Nationale Assemblée in staat van beschuldiging is gesteld
op een nader bij wet te bepalen wijze. De wet kan bepalen, dat leden van Hoge Colleges van
Staat en andere ambtenaren wegens ambtsmisdrijven voor het Hof van Justitie terecht staan."
De grondwettelijke bepalingen zijn evenwel niet uitgewerkt en de genoemde wet is niet tot stand
gekomen. De Rekenkamer heeft in dit verband voorgesteld om de vervolging van politieke
ambtsdragers niet afhankelijk te stellen van de toestemming van het parlement om ongewenste
politieke beinvloeding te voorkomen.
SUGGESTIES VOOR REGEERPROGRAMMA
Het is thans gemeengoed dat elke organisatie, dus ook die van overheid, beter functioneert
wanneer er openheid van bestuur, decentralisatie van besluitvorming, eenvoudige en
controleerbare regelgeving en een goede interne controle aanwezig zijn. Een dergelijk
systeem maakt het erg moeilijk om corruptie te plegen mede omdat de openheid en
begrijpelijkheid de kans op ontdekking groot maken. Zij zal evenwel toch voorkomen wanneer
de daarvoor in aanmerking komende instanties uit onwil of uit onmacht niet de nodige
strafmaatregelen te treffen. Controle heeft nauwelijks zin wanneer er geen correctie volgt.
In het geval van de overheid die met openbare middelen werkt is het bovendien een
democratische verplichting om verantwoording af te leggen hetgeen een essentiele voorwaarde is
voor het gewenste vertrouwen in de politieke ambtsdragers. Politieke ambtsdragers hebben de
verplichting om tijdig verantwoording af te leggen en uit zichzelf controle op hun handelen
te vragen en te bevorderen. Doen zij dat niet, dan verzaken zij hun rechtsplicht. MAKEN
ZIJ DE CONTROLE ONMOGELIJK, DAN ZIJN ZIJ VERDACHT.
De overheid in een democratische rechtsstaat eerbiedigt het recht van de burger om te weten wat er met overheidsmiddelen gebeurt door periodiek volledige en betrouwbare informatie te verschaffen en die bloot te stellen aan kritiek.
Het is daarom niet verwonderlijk dat het bestaan van een sterke rekenkamer en een vrije pers als de belangrijkste voorwaarde in een democratie en in de strijd tegen corruptie wordt beschouwd. De mogelijkheid van een discussie is immers veel belangrijker dan de inhoud van welke discussie dan ook. Men kan echter pas discussieren als er gegevens beschikbaar zijn afkomstig van een betrouwbare instantie. Politieke partijen en andere maatschappijlijke organisaties kunnen pas een zinvolle discussie voeren als zij beschikken over gegevens.
In Israël is men zover gegaan om de State Comptroller ook met de functie van Nationale
Ombudsman te belasten. De burger heeft in dat land dus de bevoegdheid om de rekenkamer te
naderen met al zijn klachten over de functionering van het overheidsapparaat. In sommige landen
hebben rekenkamers een informatielijn t.b.v. de burgers om corruptieve handelingen te
rapporteren.
In het licht van het voorgaande is het van belang te vermelden dat de Rekenkamer op 13
september 1996, in een memorandum aan de gekozen President van de Republiek, als eerste de
volgende suggesties had opgenomen:
1. Algemene bestuursbeginselen
Clean government:
Actieve corruptiebestrijding.
Doorzichtig beleid gericht op participatie van publiek in discussie en besluitvorming.
Doorzichtigheid van bestuur moet tot uitdrukking komen in een voorlichtings- en mediabeleid dat informatieverschaffing door overheidsinstanties verplicht stelt (ingevolge art. 54 lid 2 sub h van de Grondwet).
Instelling van de Omroepraad (ingevolge art. 7 van de Telegraaf- en Telefoonwet) met de
mogelijkheid dat de omroep als geheel zelf richtinggevend en corrigerend kan optreden.
Behoorlijk bestuur:
De wetten en regelgeving consequent naleven.
Reageren op klachten en verlangens van het publiek en geconstateerde tekortkomingen opheffen.
Beantwoorden van brieven door overheidsfunctionarissen inclusief President en ministers.
Instelling ombudsbureau binnen de overheid overwegen (zie art. 158 van de Grondwet).
Participatie in bestuur bevorderen:
Publieke verantwoording van alle staatsorganen
(w.o. ministeries, DNA, OM, Hof van Justitie, Politie) d.m.v . o.a. periodieke verslaggeving over
werkzaamheden.
Decentralisatie van besluitvorming en bestuur:
Verantwoordelijkheid voor handelen zo laag mogelijk in hiërarchie stellen mede ter bevordering
van grotere betrokkenheid, flexibiliteit, adaptatievermogen, produktie en inventiviteit van
personen.
(Publicatie van de Rekenkamer van Suriname)