Persbulletin Sibibusi Beweging dd. 24 november 1997

MENINGEN OP DE JAARBEURS OVER BURGERSCHAP

Uit een kleine peiling van de Sibibusi Beweging op de jaarbeurs naar meningen over burgerschap is het volgende naar voren gekomen. Veel burgers vinden dat men in Suriname te veel praat en te weinig doet. Ook vindt men dat Surinamers hun rechten en plichten niet kennen. Verder vinden de meesten dat hardwerkende mensen in onze samenleving te weinig waardering krijgen. Velen vinden ook dat in de relatie burger en overheid er nauwelijks samenwerking is en de overheid vaak dominant is, of zowel overheid als burger passief zijn. Weinigen vinden dat de burgers erg aktief zijn, ofschoon toch de helft van de ondervraagden zelf lid is van tenminste een organisatie. Toch vinden velen dat juist de individuele burgers ontwikkeling in het land zullen brengen. daarna volgen de overheid, het bedrijfsleven en de niet gouvernementele organisaties.

Wie participeerde

In de stand van de Sibibusi Beweging op de Jaarbeurs hebben op zaterdag 22 november 182 burgers hun mening gegeven over 'Burgerschap'. Van degenen die deelnamen was 47% man en 53% vrouw. Het ging ook deze dag vooral om personen die in Paramaribo wonen (86%). Opvallend is dat i.t.t. vrijdag veel meer jongeren de enquetes invulden: 16% was jonger dan 18 jaar (vrijdag 8%) en 49% tussen de 18 en 29 jaar (vrijdag 28%), terwijl slechts 2% was 60 jaar of ouder (vrijdag 5%). Dit betekent wellicht dat de jaarbeurs op zaterdag door een jonger publiek bezocht werd, terwijl er op de openingsavond iets oudere mensen rondliepen. Van degenen die de enquete invulden, beschouwde 11% zich als lager kader, 53% middenkader, 20% hoger kader en 16% anders (vooral studenten). Ook voor dit onderzoek geldt dat het niet gaat om een representatieve steekproef, maar om een selektie van jaarbeursgangers.

Men doet te weinig

Om te weten hoe men denkt over het burgerschap werden zes vragen gesteld. De meeste mensen (59%) vinden dat 'Surinamers veel praten, maar te weinig doen'. Slechts 4% is het hier niet mee eens, terwijl 37% invulde 'dat lijkt wel zo'. Vrouwen zijn iets sterker in hun mening dan mannen, want 63% vond dat men te veel praat en te weinig doet. Opvallend is dat Hindoes het er voor 75% mee eens was en Moslims voor 36%, terwijl 64% van de laatsten aangaf dat 'het wel zo lijkt'. De mening van de Christenen lag er tussen in.

Rechten en plichten

Een andere vraag had betrekking op de kennis van rechten en plichten bij de burgers. Ook hier kwam een negatief beeld naar voren, omdat 54% vindt dat 'Surinamers niet weten wat hun rechten zijn en nog minder hun plichten'. Slechts 7% vindt dat 'Surinamers hun rechten en plichten goed kennen', terwijl 39% vindt dat men de rechten wel kende maar de plichten niet. Mannen en vrouwen denken er ongeveer hetzelfde over. Opvallend is dat 16% van de ouderen (45 jaar en ouder) vindt dat men de rechten en plichten wel goed kent, terwijl van de jongste generatie (jonger dan 18 jaar) slechts 4% die mening deelt. Aan de andere kant vinden zes van de tien ouderen dat men noch rechten noch plichten kent, terwijl slechts een derde van de jongeren het daar mee eens is. De meeste jongeren (64%) vinden dat men de rechten wel kent, maar de plichten niet; bij de ouderen vindt 26% dit. Van het hoger kader vindt liefst 67% dat de burger geen rechten en geen plichten kent.

Te weinig waardering

Van de ondervraagden vindt 73% dat 'in onze samenleving hardwerkende mensen te weinig waardering krijgen' en slechts 1% dat 'Onze talentvolle mensen gelukkig voldoende kans krijgen om zich te ontplooien'. De overigen namen een middenpositie in door te kiezen voor de stelling 'Wie het in zich heeft zal het uiteindelijk toch wel maken, zelfs al werkt de omgeving niet mee'. De meningen binnen de diverse leeftijdsgroepen is ongeveer gelijk, terwijl ook diverse lagen van de bevolking er gelijk over denken. Opvallend was dat veel meer mannen dan vrouwen vonden dat er te weinig waardering voor hard werken is, hetgeen samen kan hangen met het feit dat meer mannen dan vrouwen buitenshuis werken en dat dus blijkbaar ervaren.Verder valt op dat Christenen en Moslims zwaarder tillen aan het gebrek aan waardering, terwijl 42% van de Hindoes aangeeft dat men het toch kan maken zelfs indien de omgeving niet mee werkt.

Relatie burgers en overheid

Geprobeerd werd om na te gaan hoe de burgers denken over de aard van de relatie tussen burgers en overheid. Dit gebeurde aan de hand van uitspraken die verschillende aspekten van de relatie belichten nl. van een aktieve overheid met passieve burgers tot aktieve burgers met een passieve overheid. Slechts 2% is van mening dat 'burgers en overheid samen goed werk doen' (aktieve burgers en aktieve overheid). 49% vindt dat de overheid en politiek te aktief of dominant zijn. Dit blijkt uit het percentage dat koos voor de uitspraak 'De overheid wil te veel doen en vergeet de burgers er vaak bij te betrekken' (20%) en 'De politieke leiders hebben de burgers nooit eigen verantwoordelijkheid bijgebracht' (29%). Daarnaast geeft 11% aan dat 'De burgers zelf veel doen en niet meer wachten op de overheid' (aktieve burgers, passieve overheid), terwijl 38% vindt dat 'De burgers houden van afwachten, terwijl de overheid het ook niet doet' (passieve burgers en passieve overheid). Mannen en vrouwen denken er ongeveer gelijk over. Het lager kader vindt vooral (45%) dat de overheid te veel wil doen, maar de burgers er niet bij betrekt. Het hoger kader vindt (44%) dat de leiders vergeten zijn het volk verantwoordelijkheid bij te brengen. De jongeren (18 t/m 29 jaar) vinden daarentegen dat zowel overheid als burger passief is (46%), terwijl ouderen (45 jaar en ouder) vinden dat de burgers zelf aktief zijn geworden (26%). Een groot deel van de Moslims (63%) vindt dat zowel burgers als overheid passief zijn.

Lidmaatschap organisaties

Om de individuele aktiviteit van de burger te meten werd de vraag gesteld van hoeveel organisaties men zelf lid was. Het ging hierbij om lidmaatschap van een stichting, vereniging, cooperatie of vakbond. Ongeveer de helft van de respondenten (48%) gaf aan niet zelf aktief te zijn in het organisatieleven. Bij de vrouwen was dat 63% en bij de mannen 55%. Van het lager kader is 55% niet aktief en van het midden- en hoger kader 44%. Bij de Hindoes is 75% niet aktief, bij de Moslims 55% en bij de Christenen 42%. Van de jongste generatie (jonger dan 18 jaar) is 64% niet aktief en bij de ouderen (45 jaar en ouder) is dat 37%. Van de burgers die wel aktief zijn in een organisatie is 27% aktief in een organisatie, 17% in twee organisaties, en 7% in drie of meer organisaties. Er was geen ruimte om verder te vragen wat de participatie binnen de organisatie zoal inhield.

Motor achter ontwikkeling

Tenslotte kon men aangeven wie het land moet ontwikkelen. De keuze was hierbij uit: vooral de regering, het bedrijfsleven, de niet gouvernementele organisaties, of vooral de individuele burgers. De grootste groep (43%) koos voor de individuele burgers, daarna volgde de regering (34%), het bedrijfsleven (14%) en tenslotte de NGO's (9%). De verschillende leeftijdsgroepen dachten er ongeveer gelijk over en ook tussen het kader was weinig verschil van mening. Vrouwen legden meer accent op de individuele burger (48%) dan mannen (38%), terwijl de NGO's bij de vrouwen veel lager scoorde (5%) dan bij de mannen (13%). Opvallend was dat de Christenen veel meer accent legden (47%) op de individuele burgers, dan de Hindoes (33%) en Moslims (27%), terwijl binnen al deze groepen ongeveer een derde deel de regering de voortrekkersrol bij ontwikkeling toebedeelde. Hindoes en Moslims kennen meer dan de Christenen aan het bedrijfsleven een ontwikkelingsrol toe (resp. 21%, 36% en 9%).

Verandering nodig

Het onderzoekje toont toch wel een aantal interessante zaken aan, waar zowel overheid, bedrijfsleven als andere organisaties hun voordeel mee kunnen doen. Aan het negatieve beeld over de burgers zal hard moeten worden gewerkt, zodat wij meer bewuste burgers krijgen. Een behoorlijk aantal burgers is aktief in het organisatieleven, maar vindt toch dat de gemiddelde Surinamer te veel praat en te weinig doet. Ook de relatie tussen overheid en burger behoeft aandacht. Overheid en burger staan niet tegenover elkaar, zoals velen blijkbaar vinden, maar zullen wegen moeten vinden om samen te werken aan de ontwikkeling van het land. Hierbij heeft de overheid, naast de school en andere opvoedingsinstituten, een belangrijke taak om de burgers hun rechten en plichten voor te houden. Aan de andere kant zullen wij in de samenleving wegen moeten vinden om hardwerkende mensen meer te waarderen. Dat is niet hetzelfde als een hogere beloning, maar vooral het inhoudelijk waarderen van de geleverde prestaties.