Persbulletin Sibibusi Beweging dd. 28-11-1997

DEMOKRATIE, PERS EN POLITIEK STELSEL

Meningen op de jaarbeurs over Demokratie

Op zondag 23 november konden de burgers op de jaarbeurs in de stand van de Sibibusi Beweging hun mening geven over demokratie. In totaal gaven 289 personen hun mening, waaronder 44% mannen en 56% vrouwen. Het ging hierbij niet om een representatieve steekproef, maar om een selektie van burgers op de jaarbeurs. Hierbij werd geprobeerd om burgers van verschillende leeftijd, geslacht en geloof te interesseren voor de enquete. De meningen geven een indikatie van hoe men over een aantal belangrijke demokratische issues denkt. Zo bleek dat ongeveer de helft van de burgers iets van de grondwet wist. Verder kende een op de vijf kiezers een ressortraadslid. Tweederde van de burgers vond dat een goede kontrole in een demokratie essentieel is. Zes van de tien burgers vonden dat de juiste relatie tussen regering en volk in een demokratie aanwezig is, wanneer de regering naar het volk luistert. Ten aanzien van de positie van de pers vond 52% dat het volk verstandig genoeg is om zelf informatie op juistheid te beoordelen. De jaarbeursgangers waren vrij negatief naar de politiek, want de meerderheid (57%) was van mening dat geen enkele politieke partij het meent met het volk. Het politiek stelsel dat het meest gewenst lijkt is dat van een direkt gekozen president, waarvoor 58% koos, daarna volgde het parlementair stelsel, terwijl slechts 4% koos voor het militair stelsel.

Grondwet en ressort

Ongeveer de helft (48%) van de respondenten had de grondwet weleens gelezen of uitleg daarover gehad. Dat betekent echter dat de andere helft weinig of niets wist van de grondwet, wat geen goede zaak is. Mannen bleken iets meer van de grondwet te weten dan vrouwen (52% tegen 44%), terwijl slechts 42% van de jongeren beneden de 18 jaar de grondwet enigszins kenden. Van het hoger kader gaf 63% aan de grondwet gelezen te hebben.

Om enigszins te peilen of de regionale demokratie enige bekendheid heeft, werd gevraagd of men weleens kontakt heeft met een ressortsraadslid in het eigen ressort. 19% van de ondervraagden gaf aan inderdaad een ressortraadslid te kennen, terwijl 81% geen kontakt had met een raadslid. Opvallend was dat slechts een op de tien ouderen (boven de 45 jaar) een ressortraadslid kenden. In de distrikten kenden ook veel meer mensen een ressortraadslid dan in de stad (nl. 43% tegen 13%).

Kontrole nodig

Om een beetje beeld te krijgen hoe men over de demokratie zelf dacht werden vragen gesteld over de kontrole, de taak van de regering, en de rol van de politiek. Van de respondenten was 65% het eens met de stelling dat een demokratie zonder goede kontrole op de bestedingen geen echte demokratie is. Slechts 8% was het daar niet mee eens en 27% vond dat er wel iets in die uitspraak zat. Opvallend was dat 74% van de mannen het met de stelling eens waren tegen 58% van de vrouwen. Bij de diverse leeftijdsgroepen was een kwart van de jongsten (jonger dan 18 jaar) het er niet mee eens. Bij de kiesgerechtigden (18 jaar en ouder) dropte dit aantal meteen tot beneden de 10%. De moslims waren het sterkst in hun mening over kontrole, want 82% vond dat in een demokratie essentieel.

Relatie volk en regering

In een demokratie is de relatie tussen volk en regering heel belangrijk, vandaar dat de burgers gevraagd werd om uit vier uitspraken te kiezen wat de relatie zou moeten zijn. Aan het ene uiterste was de uitspraak 'eenmaal gekozen mag de regering doen wat zij zelf goed vindt'; hiervoor koos slechts 1% van de mensen. Aan het andere uiterste was de uitspraak 'de regering moet zich inspannen om het volk op haar wenken te bedienen', wat 33% graag zou willen zien. Daar tussenin de uitspraak 'het volk moet doen wat de regering graag wil', waar slechts 4% voor koos. De meeste personen (62%) kozen echter voor de juiste verhouding binnen een demokratie nl. dat 'de regering steeds naar het volk moet luisteren'. Dat laatste vonden vooral ook de bejaarden (86%). Mannen en vrouwen en ook diverse geloofsgroepen gaven vrijwel dezelfde meningen weer.

Negatief beeld politiek

Er werd ook getracht om na te gaan wat men van de politiek vond. Men had weinig medelijden met de politici, want slechts 8% vond dat 'Politicus zijn een ondankbare taak is in dit land'. Daarentegen vond de meerderheid (57%) dat 'Er geen enkele politiek partij is die het echt meent met het volk'. 35% kozen voor een tussenpositie nl. dat 'De Nationale Assemblee haar best doet, maar er zijn teveel politieke partijen in vertegenwoordigd'. Er was niet al te veel verschil tussen de meningen van mannen en vrouwen en ook niet tussen de diverse religies. Opvallend was dat minder jongeren (jonger dan 30 jaar) dan ouderen vonden dat de Assembleeleden hun best doen. Verder vond meer hoger kader dan lager kader dat geen enkele partij het meent met het volk nl. (64% tegen 53%).

Situatie van de pers

Een aktueel vraagstuk betreft de persvrijheid binnen de demokratie en alles daaromheen. Men kon hierbij kiezen uit vijf situaties. De meest gunstige was dat de persvrijheid volledig beleefd wordt, hetgeen 10% vond. Het andere uiterste was dat het beroep van journalist gevaarlijk is geworden, waar 19% het mee eens was. Daarnaast vond 9% dat de pers vaak onverantwoordelijk bezig is en 10% dat de pers spanningen schept. De meerderheid (52%) koos voor de uitspraak 'dat het volk verstandig genoeg is om te bepalen welke informatie juist is'. Er waren geen grote verschillen in opvattingen tussen mannen en vrouwen, ofschoon meer vrouwen dan mannen vonden dat het volk verstandig genoeg is. Ook tussen de diverse geloofsrichtingen waren er geen grote verschillen in mening. Hoe ouder men is hoe minder men gelooft dat de persvrijheid volledig wordt beleefd. Daarentegen vond een derde deel van de leeftijdsgroep 45 t/m 59 jaar dat het beroep van journalist gevaarlijk is geworden, terwijl slechts 14% van de tieners dit vond. Ook 27% van het lager kader vond dat het beroep gevaarlijk is .

Politiek stelsel

Naar aanleiding van de lezing van Prof. Coen Ooft over drie politieke stelsel die Suriname vanaf de onafhankelijkheid gekend heeft, werd de vraag gesteld welk stelsel de voorkeur had. Het ging om de zuivere vormen van een parlementair stelsel, militair stelsel, en presidentieel stelsel. Het huidige gemengde stelsel, waarbij de president indirekt gekozen wordt, werd niet voorgelegd. Voor een 'Sterke man die zelf wetten uitvaardigt en weinig last heeft van een parlement' koos slechts 4%. Daarna viel de keus met 38% op een 'Sterk parlement en Ministers met eigen verantwoordelijkheid, plus een ceremoniele president'. De meerderheid (58%) koos echter voor een 'Direkt gekozen President die het beleid bepaalt, met een Raad van Ministers die vooral uitvoert'. Er waren geen grote verschillen tussen de keuze van mannen en vrouwen. Opvallend was wel dat de oudere generatie (45 jaar en ouder) in meerderheid (64%) voor het parlementair stelsel koos, terwijl 63% van de jongere generatie een direkt gekozen president prefereerde. Bij Hindoes was er grotere voorkeur voor een presidentieel stelsel (71%), terwijl dit bij de Christenen en Moslims (samen 55%) iets minder was. Bij de distriktsbewoners was de voorkeur voor het presidentieel stelsel ook veel groter dan bij de stedelingen nl. 82% tegen 51%. Verder valt op dat het Hoger Kader iets meer voorstander is van het parlementair stelsel (50%), terwijl het middenkader juist een presidentieel stelsel wil (65%). Het militair stelsel was bij geen enkele groep populair. Het hoogste (7%) scoorde dit stelsel bij de leeftijdsgroep 45 t/m 59 jaar.