Persbulletin Sibibusi Beweging dd. 1-12-1997
Op de vierde dag van de jaarbeurs konden de burgers in de stand van de Sibibusi Beweging hun mening geven over natievorming. Dit deden 291 personen, waarvan 39% mannen en 61% vrouwen. Surinamers blijken hun nationale symbolen zoals het volkslied en de vlag goed te kennen. De grootste groep Surinamers vindt dat het proces van natievorming niet zo goed loopt als het zou moeten. Men vindt dat de politici zelf de grootste belemmering vormen in dat proces. Als nationale taal blijft men vooralsnog vasthouden aan het Nederlands, ofschoon het Engels door een grote groep als tweede genoemd werd. De liefde voor land en volk kan het best bevorderd worden via het onderwijs
Volkslied en Vlag
Natievorming is een groot woord, waar in een paar vragen natuurlijk niet alles over onderzocht kan worden. Het leek echter zinvol om wat feiten te meten nl. of men het volkslied en de symboliek van de vlag kent. Die kennis bleek goed aanwezig, want 91% gaf aan het volkslied te kennen, terwijl 76% wist dat de gele ster in de vlag de eenheid symboliseert. De vrouwen kenden vlag en volkslied iets beter dan de mannen, terwijl jongeren het ook beter kenden dan de ouderen. Het lager kader wist het ook iets beter dan het hoger kader.
Proces van natievorming
De helft van de ondervraagden vond dat het niet zo goed ging met het proces van natievorming; 32% vond dat het soms wel en soms niet lukt, terwijl 18% van mening was dat we op de goede weg zijn. Mannen vonden in iets grotere mate dat het proces niet zo goed ging (56% tegen 47% van de vrouwen). De ouderen vonden ook vaker dat het niet goed ging, terwijl jongeren iets optimistischer bleken. Zo een 30% van de Hindoes en Moslims vond dat het proces van natievorming wel op het goede spoor zit, terwijl slechts 15% van de Christenen het daar mee eens was. Bijna tweederde deel van het hoger kader was pessimistisch gestemd over de natievorming, terwijl van het midden- en lager kader 48% vond dat het niet zo goed ging.
Belemmering natievorming
Om na te gaan wat de natievorming belemmert werden vijf keuzen voorgehouden: de taal, de etniciteit, Nederland, de politiek, en de school. Het bleek dat 49% vond dat 'Onze politici het volk verdeeld houden'. Daarna koos 17% voor het ontbreken van een samenbindende taal. 16% vond dat er teveel bevolkingsgroepen zijn, waardoor men elkaar niet goed begrijpt. 12% koos voor 'Nederland belemmert onze nationale ontwikkeling al een hele tijd'. Tenslotte vond slechts 6% dat 'de school de natievorming niet stimuleert'. Het verschil tussen de eerste keuze (de politiek als sta in de weg) en de overige keuzen is uiteraard zeer opvallend. Het bevestigt nogmaals het negatieve beeld dat velen hebben over de Surinaamse politiek en de wijze waarop onze politici zich gedragen. Het is van belang na te gaan hoe de verschillende relevante groepen in de samenleving tegen de belemmeringen aankijken. Mannen en vrouwen wezen in even grote mate de politici als grootste struikelblok aan. Daarna volgde bij de mannen de taal en dan etniciteit. Bij de vrouwen volgde eerst etniciteit en daarna Nederland. Jong en oud gaven de politiek de schuld als grootste belemering. Voor de tieners (20%) was Nederland daarna een sta-in-de-weg, terwijl dat voor de leeftijdsgroep 18-29 jaar de etniciteit was (21%). De tweede keus van de oudere generatie was de taal (19%). Ook de diverse geloofsrichtingen wezen de politiek als grootste belemmering voor natieontwikkeling aan. Daarna volgden taal en etniciteit. Zowel het hoger-, mideen- als lager kader wezen de politiek als grootste belemmering aan, waarbij liefst 63% van het hoger kader dat deed. Voor het hoger en lager kader kwam etniciteit op de tweede plaats, terwijl bij het middenkader de taal de tweede keuze was.
Taal
In de diskussies over natievorming neemt de taal traditioneel een belangrijke plaats in, immers een gezamelijke taal geldt als een belangrijk identificatiepunt voor een natie. Als belemmering in het proces van natievorming werd het ontbreken van een samenbindende taal dan ook vaker genoemd. Om de vraag wat concreter te stellen werd de respondenten voorgehouden wat onze nationale taal zou moeten zijn: Spaans, Engels, Nederlands of Sranan Tongo. De meningen bleken verdeeld te zijn, ofschoon slechts 3% voor Spaans koos. Voor het Nederlands koos 46%, voor Engels 31% en voor Sranan Tongo 21%. Zowel mannen als vrouwen kozen voor handhaving van het Nederlands als eerste keuze. Daarna was bij de vrouwen het Engels duidelijk populairder (35%) dan het Sranan Tongo (17%), terwijl bij de mannen Sranan Tongo iets hoger scoorde (27%) dan Engels (25%). Bejaarden kozen of voor Nederlands (67%) of voor Sranan Tongo (33%), terwijl bij alle andere leeftijdsgroepen het Engels de tweede keuze was. Een onderverdeling naar geloof laat zien dat de Hindoes de enige groep waren die in meerdere mate voor Engels kozen (57%), terwijl het Nederlands voor hen op de tweede plaats kwam (30%). Voor het lager kader was Sranan Tongo de eerste keus (40%) boven het Nederlands (30%). Deze uitkomsten geven aan dat de diskussies over onze nationale taal nog lang niet ten einde zijn en regelmatig gevoerd behoren te worden.
Liefde voor het land
Bij de laatste vraag moest men aangeven wat de beste manier was om liefde voor het land en voor elkaar te ontwikkelen. Daarbij kon men kiezen uit: zelf het land ontdekken, via de sport verbroedering bereiken, via het onderwijs elkaar leren accepteren, of meer eigen programmas laten maken door de media. De keuze viel vooral op de school (47%), gevolgd door de media (33%), zelf reizen (15%) en de sport (5%). Mannen en vrouwen verschilden niet erg veel van elkaar. De meeste leeftijdsgroepen kozen ook voor het onderwijs, ofschoon de groep 30 t/m 44 jarigen het eerste accent legde op de media (47%) en daarna de school (42%).
Dit was het vierde onderzoek van de Sibibusi Beweging naar de mening van burgers op de Jaarbeurs. Het eerste ging over Moreel Herstel, het tweede over Burgerschap, en het derde over Demokratie.