Persbulletin Sibibusi Beweging tot Herstel en Eenheid dd. 3-12-1997

ONAFHANKELIJKHEID EN ONTWIKKELING

Meningen op de jaarbeurs (deel 5)

Op dinsdag 25 november gaven 240 burgers hun mening over de Onafhankelijkheid in de stand van de Sibibusi Beweging op de jaarbeurs. Ook ditmaal participeerden meer vrouwen (60%) dan mannen (40%). Uit de antwoorden bleek dat de meeste ondervraagden trots zijn op hun Surinamerschap en niet vinden dat degenen die het land indertijd verlaten hebben gelijk hadden. Toch vinden vier van de tien personen dat anderen nog denken als koloniale Nederlanders. De meeste mensen vinden dat wij ons sinds de onafhankelijkheid vooral hebben leren aanpassen aan de omstandigheden. Opvallend is dat men vindt dat de handel de sektor is die het meest vooruit is gegaan sinds de onafhankelijkheid. Om tot de rijkste landen te kunnen behoren zal er vooral zelf hard aangepakt moeten worden.

Trotse Surinamers

Op de vraag of men op 25 november 1975 in Suriname was, gaf 64% aan dat men de onafhankelijkheid in eigen land heeft meegemaakt. Omdat vele jongeren nog niet geboren waren, is het veiliger om te stellen dat 75% van degenen die thans 30 jaar of ouder zijn op die datum in Suriname waren. Ook blijkt dat 84% van de burgers die aan het onderzoek meededen er trots op zijn om Surinamer te zijn. Slechts 2% was het niet eens met de uitspraak 'Ik ben er trots op Surinamer te zijn', terwijl 14% het er niet helemaal mee eens was. De grote meerderheid van de bevolking lijkt echter voldoende trots te zijn op hun Surinamerschap. Mannen en vrouwen bleken vrijwel even trots te zijn. Bij de verschillende leeftijdsgroepen bleek 89% van de oudste burgers trots op hun nationaliteit te zijn tegen 81% bij de tieners.

Onafhankelijk in denken

Ofschoon de meeste personen zich zelf dus trotse Surinamers vinden, blijkt men dat niet altijd van anderen te vinden. Men moest namelijk reageren op het feit dat sommige mensen vinden dat ons volk nog niet onafhankelijk is in haar denken. In dat kader moest men aangeven welke uitspraak het beste paste bij de situatie van het volk. Voor de afhankelijke variant nl. "Surinamers denken nog te veel als koloniale Nederlanders" koos 43%. Voor de neutrale variant "Wij verschillen in denken niet veel van andere volkeren" koos 25%. Dat betekent dat 31% de keuze maakte voor de onafhankelijke variant "Het volk is in staat om zelfstandig te denken en keuze te maken". Vrouwen vonden veel vaker dat men Nederlands denkt, dan mannen. Bij de leeftijdsgroepen waren er opmerkelijke verschillen. De helft van de leeftijdsgroep 45 t/m 59 jaar vond dat Surinamers zelfstandig denken. In de leeftijdsgroep 18 t/m 29 jaar lag het accent vooral op het koloniaal denken (55%), terwijl 78% van de bejaarden gewoon vond dat we niet anders zijn dan anderen. Christenen vonden in sterkere mate dat men nog koloniaal denkt, terwijl het accent bij de meerderheid van de Hindoes juist lag op het zelfstandig denken. Het hoger kader vond ook dat men nog koloniaal denkt, terwijl het lager kader het zelfstandig denken benadrukte.

Effekt en vooruitgang

Op de vraag wat er gebeurd was sinds de onafhankelijkheid gaf slechts 6% aan dat degenen die Suriname verlaten hebben gelijk hadden. Voor de meer positieve variant dat "Wij bewuster zijn geworden als volk" koos 28%. Tweederde koos voor de neutrale uitspraak dat we geleerd hebben om ons aan te passen aan de omstandigheden.

Men moest aangeven op welk gebied Suriname sinds de onafhankelijkheid het meest vooruit is gekomen. Daarbij kon men een keuze maken uit acht sectoren: Landbouw en Industrie (produktiesektor), Handel, Gezondheidszorg en Onderwijs (basisvoorzieningen), Politiek, Sport en Muziek (recreatie sektoren). Handel werd gezien als de grootste groeisektor (41%), waarna Politek (18%) en Sport (13%) volgde. De basisvoorzieningen scoorden samen slechts 9%, terwijl 15% koos voor de produktiesektoren. Voor Muziek koos 4%.

Caricom en Rijkste land

Om na te gaan in hoeverre men op de hoogte was van de Caricom, werd de vraag gesteld of Guyana ook lid is van de Caricom. Volgens zeven van de tien ondervraagden is Guyana inderdaad lid van de Caricom, terwijl 11% aangaf dat Guyana geen lid is en 19% het niet wist. Mannen wisten het antwoord beter dan vrouwen, terwijl slechts 61% van de tieners het goede antwoord wist.

Tenslotte kon men aangeven wat er moest gebeuren om Suriname werkelijk een van de rijke landen te maken. Men kon hierbij uit vijf mogelijkheden kiezen. Gelukkig geloofde maar 4% dat we vanzelf tot de rijkste landen zullen behoren, terwijl 38% vond dat we er vooral zelf hard voor zullen moeten werken. Daarnaast vond 33% dat er betere managers in het landsbestuur aangesteld moeten worden. Voor 16% viel de keuze op het aantrekken van buitenlandse investeringen en bedrijven, terwijl 10% vond dat er veel geinvesteerd moet worden in onderwijs en trainingen. Tussen mannen en vrouwen waren er slechts kleine accentverschillen. Opvallend was weer de visies van de verschillende leeftijdsgroepen. Meer dan de helft van de tieners en ouderen (boven 45 jaar) benadrukt het zelf hard werken, ofschoon 20% van de tieners denkt dat we vanzelf wel rijk worden. De helft van de leeftijdsgroep 30 t/m 44 jaar vindt daarentegen dat er vooral betere managers moeten komen in het landsbestuur, daarna komt hard werken (22%) en buitenlandse investeringen (19%). In de leeftijdsgroep 18 t/m 29 jaar wordt evenveel belang gehecht aan investeringen in onderwijs als aan buitenlandse investeringen (elk 18%). Ook bij de Moslims is er een groter accent op onderwijs (23%), naast buitenlandse investeringen (27%) en betere managers (27%). Bij de Hindoes en Christenen ligt het accent meer op zelf hard werken en daarnaast betere managers. Voor 42% van het hoger kader zijn betere managers in het landsbestuur het belangrijkste instrument om als land rijker te worden.