Kranten Artikelen

 
Overheid neemt geen Bondsvertegenwoordiger in RVC Staatsolie op: Bedreiging investeerders a-nationaal

Aktie STAATSOLIE gaat door Ondanks verzoek Rechter en Bemiddelings Raad

Regering derft dagelijks US$ 126.000 door Staatsoliestaking 

Grote protestdemonstratie van personeel: Questa krijgt geen informatie van Staatsolie

Door Centrale Bank ingeschakelde Consultants kraken beleid Staatsolie af Noemen directie ondeskundig en onwillig

QUESTA wil financiele blootlegging STAATSOLIE

Onderhandelingscommissie STAATSOLIE ingesteld

STAATSOLIE  verscherpt actie Verder

Actie Staatsolie succes ondanks oproep Bouterse

Staatsolie bond verscherpt acties maandag

Regering wil kort geding tegen bond Staatsolie

Bouuterse wil dialoog in kwestie Staatsolie: Bond bereid tot gesprek met regering, maar actie gaat door.

Confrontatietoer regering heeft staking bij Staatsolie tot gevolg

Wijziging petroleumwet maakt Staatsolie overbodig: Regering kan uitverkoop beginnen

Tambaredjo-Olieveld en de Lessen van Theapot Dome

Verklaring van de OSAV (Onafhankelijke Samenwerkende Vakbonden): (OSAV) solidair met Staatsolie

Dreigende staking bij Staatsolie

Oppositie op de bres voor Staatsolie en ontzenuwt argumentatie NDP

Staatsolie heeft nieuwe RvC: Directie wijkt niet af van vorig standpunt

NDP zal regeringsbeleid Staatsolie propageren

Eric Tjon Kie Sim. Nieuwe president commissaris Staatsolie

Over Staatsolie: ASFA kiest voor het pad van harmonisering

Discussie over Staatsolie: Studenten ADEK Universiteit constateren veel onduidelijkheid over bedoelingen regering

Vakcentrales ondersteunen Staatsolie Werknemers Organisatie

Telesur personeel solidair met Staatsolie

Regering verschaft Moederbond duidelijkheid in Kwestie Staatsolie

Stafleden Staatsolie over voorstel Wetswijziging: Rechtvaardig aandeel volk niet zeker.

Staatsolie EBS ondertekenen leveringscontract voor Staatsolie-Diesel

Tambaredjo-Olieveld US$ 800 miljoen waard: us$ 140 miljoen moet gaan voor US$ 60 Miljoen

Vereniging van Surinaams Bedrijfsleven-Standpunt inzake Staatsolie maatschappij Suriname nv.(9-4-'98)

Ondanks uitleg regering:Oppositie blijft ongerust over Staatsolie en stelt vragen aan de Regering

Vakbeweging bereid te strijden voor Staatsolie

Oppositie krijgt steun van vakbeweging: Verkoop Staatsolie wordt niet geaccepteerd

Staatsolie directeur Jharap: Regering moet afblijven van reserves Tambaredjoveld

 

 


 

Staatsolie directeur Jharap:

Verkoop Staatsolie wordt niet geaccepteerd

De vakbeweging heeft alle steun toegezegd aan de oppositionele partijen die de verkoop van Staatsolie of delen daarvan willen tegengaan. Alle stappen die de regering in deze kwestie neemt zullen nauwlettend gevolgd worden.

Indien nodig, zal niet geschroomd worden om harde acties te voeren. Het volk zal als het moet hiervoor gemobiliseerd worden. Dit werd vrijdagavond duidelijk tijdens een ontmoeting die de oppositie, met uitzondering van de Democratische Partij van Frank Playfair, in het SPA-centrum had met de vakbeweging, waarvan de Moederbond ontbrak. Alle partijen waren van oordeel dat de regering door haar geld heen is en nu naarstig opzoek is naar andere mogelijkheden om het, volgens hen, desastreuze beleid voort te zetten. Leningen kunnen niet meer gesloten worden. Gekozen is nu voor verkoop van staatseigendommen.

VHP- voorzitter Jagernath Lachmon noemde de strijd die nu gevoerd wordt een waarin getracht zal worden bijna alle parastatale lichamen die het volk toebehoren te verhandelen. Als voorbeelden noemde hij Wageningen, Bruynzeel en Grassalco. Al deze bedrijven zijn volgens Lachmon in gevaar.

Geen verband
NPS-voorzitter Ronald Venetiaan zei geen verbanden te zien in het handelen van de regering in de kwestie Staatsolie. Het enige wat duidelijk is, is dat de regering in geldnood verkeert en er alles doet om toch aan geld te komen. De komende generatie is reeds opgezadeld met allerlei verplichtingen door de vele leningen die de regering gesloten heeft. Venetiaan vindt dat elke regering in geldnood kan verkeren. De huidige is echter in problemen geraakt door pure geldzucht.

FOLS-voorzitter Robby Narendorp riep de oppositie op niet langer te wachten met het mobiliseren van het volk, "want terwijl wij praten verkopen ze".

Cornelis Ardjosemito (eenmansfractie KTPI) vond dat de regering met haar persconferentie waarop onder andere Staatsolie ter sprake kwam, zaken nog onduidelijker gemaakt heeft. De regering mag volgens hem ernaar streven om meer uit het bedrijf te halen, echter zal dat op een gestructureerde manier moeten gebeuren.

Beledigd
Staatsolie directeur Eddy Jharap die tot de aanwezigen behoorde, ging ook in op de kwestie rond het bedrijf, waar hij reeds 18 jaar directeur van is. Hij dankte voor de ondersteuning die was toegezegd op de vergadering. Volgens hem is Staatsolie begonnen om een stuk nieuwe hoop te brengen in Suriname. Met dit bedrijf is bewezen dat Surinamers op eigen kracht en met kennis in staat zijn om de meest ingewikkelde activiteit tot ontwikkeling te brengen. Jharap zei in de jaren dat hij verbonden is aan het bedrijf verschillende regeringen, ministers en presidenten meegemaakt te hebben. "Ik heb, komende uit de vakbeweging, veel medewerking van de ambtenarenbureaus die nodig waren voor de ontwikkeling van het bedrijf, gekregen. Maar wat vandaag gebeurt heb ik nooit eerder meegemaakt:. Hij memoreerde de lovende woorden die hij enkele weken terug van president Wijdenbosch mocht aanhoren tijdens zijn decoratie tot Commandeur in de Orde van de Gelester. "Niet lang daarna werd ik echter op zo'n wijze beledigd door mensen die nooit iets op eigen kracht tot stand hebben gebracht", aldus Jharap die na deze woorden met luid applaus bijval kreeg.

Onacceptabel
Hij zei nooit eerder in zijn leven zo erg beledigd te zijn geweest. "Dit is onacceptabel. Als de mensen zelf iets hadden gepresteerd, zelfs als ze een bacovenwinkel gedraaid hadden, dan had ik gezegd okay we kunnen praten", aldus Jharap. Hij noemde Staatsolie een bedrijf met nationale allure dat internationaal bekend is. Hij doet mee in de internationale stroom van oliebedrijven en dat brengt Suriname weer een stukje geloofwaardigheid. Hij zei zich ervan bewust te zijn dat hij met zijn gedrag ontslagen kan worden. "Dat is echter niet zo erg. Veel erger is dat de ontwikkeling die wij hier op eigen kracht hebben voortgebracht als een nachtkaars zou kunnen uitgaan. voorkomen, want ze kijken naar ons. Ze kijken naar het voorbeeld van Staatsolie en in deze donkere dagen van Suriname is dat een lichtpunt in deze ontwikkeling", aldus een geëmotioneerde Jharap.


 

Vakbeweging bereid te strijden voor Staatsolie

 

Jharap noemt ontwikkelingen onacceptabel
De gezamenlijke vakbeweging, met uitzondering van het AVVS "De Moederbond" heeft zich gisteravond in het SPA-gebouw unaniem uitgesproken voor het behoud van Staatsolie voor de natie. Het volk wordt als aan hen ligt liever vandaag dan morgen gemobiliseerd.

Volk mobiliseren

De vakbeweging was gisteren in het SPA- gebouw bijeen op uitnodiging van de commissie, die de activiteiten van de gezamenlijke oppositie in de kwestie Staatsolie coördineert. Robby Narendorp, president van de Federatie van Organisaties van Leerkrachten in Suriname (FOLS) deed een beroep op de oppositie, niet langer op mobilisatie van het volk te wachten. "Terwijl wij praten, verkopen ze", aldus de vakbondsleider. Alle stappen, die de regering in deze kwestie onderneemt, moet de oppositie volgens hem volgen en indien nodig zelfs de uitgenodigde maatschappijen de toegang tot het bedrijf beletten. Ook dient voorkomen te worden, dat er stappen tegen de directie ondernomen worden. Zodra dat gebeurt, moet het volk volgens de FOLS-president direct gemobiliseerd worden. Ook vertegenwoordigers van de aanwezige vakcentrales, hebben hun steun aan de oppositie toegezegd. Zij zien wel graag dat ook het bedrijfsleven een positieve opstelling in deze inneemt.

Volgens Ernie Brunings, gaat de oppositionele commissie waar hij lid van is, nu na, hoe ze de bevolking de gelegenheid kan geven, haar misnoegen over deze kwestie kenbaar te maken. De strijd, die een zal worden van de totale Surinaamse gemeenschap, zal volgens de politicus een hele tijd doorgaan. Hij moet volgens hem goed voorbereid worden, omdat hetgeen bij een eventuele nederlaag zal komen, veel erger zal zijn dan nu het geval is.

Onduidelijker geworden
De vakbeweging nam een standpunten, nadat vooraanstaande leden van oppositiepartijen, een uiteenzetting hadden gegeven over de ontwikkelingen bij Staatsolie.

Volgens Cornelis Ardjosemito (onafhankelijke eenmansfractie KTPI in De Nationale Assemblee) is hetgeen de regering met het bedrijf wil doen, sinds de persconferentie die ze woensdag hierover belegde, onduidelijker geworden. De politicus vindt het geen slecht idee, als de regering meer uit Staatsolie wil halen, maar dan moet dat gestructureerd gebeuren en niet als een olifant in een porceleinenkast te werk gaan. Hij ziet graag dat de regering zich, als ze het beleid binnen het bedrijf wil ombuigen, moet verstaan met het volk. De absolute machtsstaat wordt vanaf 1987 niet meer geaccepteerd, zei Ardjosemito. Vakbeweging en politiek moeten de ontwikkelingen eensgezind op de voet volgen, om te voorkomen dat onze nationale trots ten onder gaat. De eerste ronde van de strijd tussen de oppositie en de regering is volgens de NPS-voorzitter Ronald Venetiaan bij de persconferentie afgesloten. De regering heeft hierbij gezegd dat Staatsolie niet verkocht zal worden, maar Venetiaan waarschuwde ervoor, dat het regeerteam alles zal doen om winst uit de strijd te halen. De vakbeweging en het bedrijfsleven hebben hierin een belangrijke taak te vervullen. Naast deze groep ziet hij ook het CCK, die dezer dagen met een publikatie over de kwestie is uitgekomen. De NPS-voorzitter is hier erg blij mee. Hij denkt dat deze groep waarschijnlijk na de stille week gehoord zal worden. Naast Venetiaan en Ardjosemito voerden ook VHP-voorzitter Jagernath Lachmon, PVF-voorzitter Jiwan Sital en Siegfried Gilds van de SPA het woord. Het hoofdbestuur van de NPS heeft gisteravond tijdens en structurenvergadering mandaat gekregen, met alle relevante groepen binnen het democratisch bestel acties te ondernemen voor behoud van Staatsolie.

Onacceptabel
Staatsolie-directeur Eddy Jharap, die de bijeenkomst niet alleen bijwoonde, maar ook de aanwezigen toesprak, vindt hetgeen de regering nu doet, onacceptabel. "Staatsolie is geen bedrijf van enkele mensen die in dure auto's rondrijden. "Het bedrijf heeft de afgelopen jaren volgens hem brede steun gehad uit de bevolking. In zijn achttienjarige loopbaan als directeur van Staatsolie heeft Jharap verschillende regeringen, presidenten en ministers gekend, van wie hij veel ondersteuning heeft mogen krijgen. Wat er vandaag gebeurt, heeft de directeur, die enige tijd geleden gedecoreerd werd, nooit eerder meegemaakt. "Ik ben nooit eerder zo beledigd geworden door mensen die nooit iets op eigen kracht tot stand hebben gebracht. "

DE WARE TIJD van vrijdag 03 April 1998

 


 

Ondanks uitleg regering:

Oppositie blijft ongerust over Staatsolie

De mededelingen van president Jules Wijdenbosch en leden van zijn regering afgelopen woensdag op een persconferentie over het beleid rond Staatsolie, hebben in elk gevald de ongerustheid onder bijna alle oppositieleden niet weggemaakt. Integendeel is de verwaring bij deze parlementariërs zo erg dat ze gisteren in een schrijven vragen hebben gesteld aan het staatshoofd.

 

Negeren Assemblee

Volgens de oppositie heeft de uitleg van de president niet alleen bij de verzamenlijke oppositie in De Nationale Assemblee, maar ook in de samenleving meer verontrusting gebracht "en de kritiek op het regeringsbeleid op dit punt verhevigd". Wijdenbosch zou ook blijven volhouden aan zijn weigering om het parlement te informeren en te betrekken "bij de transactie inzake NV Staatsolie, terwijl een geselecteerd klein aantal regeringsinstanties, c.q.-personen beslissingen neemt over de toekomst van dit staatsbedrijf en over aanwending van onze natuurlijke hulpbronnen". Dat de regering ook geheel voorbijgegaan zou zijn aan de bedenkingen van de Raad van Commissarissen, stafleden en ander personeel van het bedrijf, is voor de oppositie niet aanvaardbaar. De onduidelijkheid en het vermeende "negeren" van de verzorgdheid van de totale bevolking door de regering is voor deze assembleeleden aanleiding om president Wijdenbosch vragen te stellen.

 

Vragen Die de Assemblee aan de Regering stelt

Met in totaal 20 vragen proberen de briefondertekenaars allen van de oppositie openheid van de regering te krijgen in de kwestie Staatsolie.

  1. Wat is de inhoud en welke zijn de reële motieven voor de transacties over N.V. Staatsolie, althans rond het Tambaredjo-olieveld met een buitenlandse onderneming? Welke zijn de twee gegadigden waarmee thans blijken mededelingen op de betreffende persconferentie - onderhandelingen worden gevoerd?
  2. Welke werkelijk nationaal gerichte belangen worden met de transactie van deze strategisch natuurlijke hulpbron nagestreefd, die zowel op de korte als op langere termijn de hoop op een bijdrage tot beter bestaansmogelijkhedenvoor de totale Surinaamse natie vormt vanwege aanzienlijke stijging van staatsinkomsten, betalingsbalansbijdragen, hoogwaardige werkgelegenheid en verbetering van de wegeninfrastructuur middels de produktie van asfalt?.
  3. Is de regering het met ondergetekenden eens dat N.V. Staatsolie in de afgelopen jaren zich heeft kunnen ontwikkelen tot een zelfstandig bedrijf en daardoor nationaal en internationaal een zeker aanzien heeft kunnen verwerven, maar door de indringende bemoeienis van de overheid dat aanzien dreigt te verliezen?.
  4. Is het niet juist dat door de indringende bemoeienis van de regering de gedurende de afgelopen jaren verzamelde know-how en de uitstraling daarvan naar de samenleving toe, met name bij de jongeren en studenten van onder meer het NATIN en de Universiteit, te niet gedaan worden en vervolgens kunnen leiden tot demotivatie en "brain drain"?.
  5. Is het waar dat het Juridisch Adviesbureau van de Centrale Bank van Suriname Holland en Knight het Juridisch Adviesbureau Questa heeft ingehuurd om kopers te zoeken voor het Tambaredjo-olieveld?.
  6. Is het waar dat de oorspronkelijk ambitieuze prognoses van Questa van een dagelijkse produktieverhoging tot 40.000 barrels binnen drie jaar, na de geproduceerde technische informatie door en de discussie met de deskundigen van N.V. Staatsolie, in tweede instantie is teruggebracht, tot haast het niveau waarvan de Staatsolie deskundigen hebben aangegeven dat het haalbaar is?.
  7. Is het waar dat nu gebleken is dat de produktie verhoging, zoals door de regering gewenst, door N.V. Staatsolie zelf kan worden gerealiseerd, het accent is verschoven naar het "up-front" binnenhalen van het bedrag van 50 tot 60 miljoen US-dollars door het verkopen van de Tambaredjo-olivelden.
  8. Zo ja, hoe is dit in overeenstemming te brengen met het feit dat de huidige dagproduktie op jaarbasis reeds een bruto-opbrengst van circa 60 miljoen US-dollars oplevert, terwijl met de uitvoering van het opgestelde expansieprogramma deze opbrengst ook nog aanmerkelijk kan worden verhoogd?.
  9. Kan de regering verklaren welke tegenprestatie van het Surinaamse volk en N.V. Staatsolie wordt verwacht voor het verkrijgen van dit bedrag van 50 tot 60 miljoen US-dollars?.
  10. Is het waar dat de Centrale bank van Suriname en niet N.V. Staatsolie zich bezighoudt met transacties rond N.V. Staatsolie en de Tambaredjpo-olievelden?. Zo ja, wat zijn de motieven hiervoor en is zulks niet in strijd met de bestaande wettelijke regelingen ter zake?.
  11. Waarom persé de verkoop van het Tambaredjo-olieveld voor een luttel bedrag, terwijl er buiten dit gebied zowel oostelijk als westelijk uitgebreide arealen aanwezig zijn alwaar ook olie-voorkomens zijn aangetrffen die geschikt zijn verder exploratie en exploitaie en ook het zee-areaal nog aanwezig is dat aantrekkelijke perspectieven biedt voor gegadigden met daartoe uitgerust technisch materieel?.
  12. Waarom de transacties rond N.V. Staatsolie en de rijke olievelden voor een onbeduidend bedrag van 50 tot 60 miljoen US-dollars, terwijl de balanswaarde van dit bedrijf per ultimo 1997 bijkans 157 miljoen US-dollars bedroeg, de contante waarde van de olie-reserves in de orde van 350 miljoen US-dollars ligt en het totaal vermogen, inclusief de skilledlabour, bijkans 700 miljoen US-dollars bedraagt?.
  13. Waarom de transacties inzake het Tambaredjo-olieveld terwijl aldaar een bewazen winbare olie-reserve van 160 miljoen barrels is aangetoond en dit gebied reeds tot ontwikkeling is gebracht door N.V. Staatsolie en zulks nog met eigen inspanning, eigen technologie en know how en met eigen financiering?.
  14. Welk verband bestaat er tussen de intentie van de Regering inzake de transacties rond N.V. Staatsolie enerzijds en anderzijds het abrupte ontslag van Surinaamse deskundigen als leden van de Raad van Commissarissen en het verbod aan stafleden van N.V. Staatsolie om verdere voorlichting te verschaffen aan de Surinaamse bevolking m.b.t. de postie van het bedrijf, de olie-voorkomens in suriname en de perspectieven voor de natie?.
  15. Welke bestemming wordt beoogd met de verkregen inkomsten uit de transacties rond N.V. Staatsolie en de rijke aardolievelden?. Zijn deze inkomsten bestemd voor financiering van begrotingstekorten of voor herinvesteringen bij N.V. Staatsolie met kennelijk een gewijzigde rechtsfiguur samen met een buitenlandse onderneming of andere onbekende uitgaven?.
  16. Wat zijn de perspectieven van een verdere ontwikkeling van onze natuurlijke hulpbronnen in casu de petroleum-industrie indien N.V. Staatsolie wordt verhandeld en daarmee een groot assortiment van grondstoffen voor de industriële ontwikkeling en van goedkope energie-produkten, wordt weggegeven?.
  17. Hoe verklaart de regering de transactie rond N.V. Staatsolie tegen de achtergrond dat aardolie een van de belangrijke deviezenverdieners is enerzijds en anderzijds dat het behoort tot de niet-regenereerbare hulpbronnen, hetgeen betekent dat deze ooit opraakt en daarmee ook een strategische hulpbron aan de Surinaamse natie wordt onttrokken nog voordat deze natie profijt heeft kunnen merken door de verwerving van kwalitatief betere bestaansmogelijkheden?.
  18. Is het waar dat in de periode februari tot september 1997 N.V. Staatsolie in nauw overleg met het ministerie van natuurlijke Hulpbronnen onderhandelingen heeft gevoerd met de Shell voor exploratie en exploitatie van de off-shore olievelden?.
  19. Is het waar dat deze onderhandelingen hebben geleid tot de opstelling van een "heads of agreement" en dat deze overeenkomst reeds geruime tijd afgerond is voor ondertekening door partijen?. Zo ja, kan de regering een verklaring geven waarom deze overeenkomst niet is getekend en men is overgegaan tot onderhandeling met Questa en dan enkel voor wat betreft de Tambaredjo-olievelden?.
  20. Wat is het motief voor ontwijken van De Nationale Assemblee bij het nemen van een beslissing inzake transacties over N.V. Staatsolievelden, terwijl het parlement als legitieme vertegenwoordiging van het Volk daarvoor de enige juiste plaats is?.
De Verklaring was getekend door de Voorzitters van de diverse oppositie partijen in de Nationale Assemblee: Mr. J. Lachmon (VHP), Drs. R. Venetiaan (NPS), Dhr. F. Derby (SPA), Dhr. H. Kisoensingh (HPP), Dhr, J. Sital (PVF), Drs. A, Seetal (Eenmansfractie DA)., Dhr. C. Ardjosemito (Eeenmans Fractie KTPI), Dhr. Tamsiran (Pendawalima), Drs. W. Jessurun (DA'91)

 

 

VERENIGING VAN SURINAAMS BEDRIJFSLEVEN--STANDPUNT INZAKE STAATSOLIE MAATSCHAPPIJ SURINAME N.V.

In september 1997 heeft de VSB middels een persbericht haar bezorgdheid uitgesproken over de wijze waarop een "Memorandum of Understandng" tussen de Minister van Natuurlijke Hulpbronnen en Daewoo Corporation (Daewoo) betreffende mogelijke participatie van die maatschappij in de activiteiten van Staatsolie Suriname tot stand zou zijn gekomen. Het persbericht is gemakshalve en vanwege de aktualiteit hierbij gevoegd.

 

De VSB heeft daarbij op de regering een dringend beroep gedaan om de mogelijke schade die door de ondertekening van het Memorandum van Staatsolie zou zijn ontstaan, ongedaan te maken en het nodige t ondernemen om de positie van staatsolie te herstellen.

De VSB spreekt haar waardering uit over het feit dat er kennelijk geen gevolg is gegeven aan het bedoelde Memorandum of Understanding doch konstateert gelijktijdig dat de regering niet heeft afgezien van voornemens om derden te doen participeren in activiteiten i het Tambaredjoveld die door Staatsolie tot nog toe op voortreffelijke wijze zijn ontplooid.

Opeenvolgende regeringen, ook de huidige, hebben zeer grote waardering doen blijken voor de ontwikkelingen die zich sedert de oprichting van Staatsolie binnen dat bedrijf hebben gemanifesteerd. De ontwikkelingen zijn gegerondvest op peilers van visie, leiderschap, deskundigheid, toewijding, vertrouwen en, last but not least, integriteit.

 

Het is voor de VSB dan ook volkomen onbegrijpelijk dat door de regering een beleid ten aanzien van Staatsolie en de ontginning van het aardoliepotentieel wordt ontwikkeld c.q. uitgevoerd zonder dat op de juiste wijze en in voldoende mate gebruik wordt gemaakt van de binnen Staatsolie verworven deskundigheid. Het is merkwaardig dat daarbij de Raad van Commissarissen van Staatsolie wordt ontbonden zonder dat daartoe naar de gemeenschap toe argumenten worden aangedragen en zonder dat er een nieuwe (deskundige) Raad wordt benoemd.

De miskenning en uitschakeling van expertise en deskundigheid zal ongetwijfeld tot gevolg hebben dat er door de regering beslissingen worden genomen en uitgevoerd die niet in voldoende mate zijn onderbouwd en daartoe het risiko inhouden dat de belangen van de natie worden geschaad.

 

Alhoewel de VSB (nog) niet is geinformeerd aangaande voorgenomen wijzigingen van de Wet Mijnbouw (S.B. 1986 no. 28) en de Petroleumwet 1990 (S.B. 1991 no 7) brengt zij onder aandacht dat de vele aspekten met betrekking tot de ontwikkeling van onze natuurlijke hulpbronnen adequate regelgeving vereisen. Daarin zullen de nodige instrumenten ter bestudering van die ontwikkeling moeten zijn ingebouwd en instituten moeten worden ingesteld ter kontrole op de naleving van wetten en eventuele overeenkomsten.

 

Voor wat betreft de ontwikkeling van het aardolie potentieel is de VSB van oordeel dat vooorshands niet kan en mag worden getornd aan de specifieke funkties die Staatsolie terzake binnen de huidige wetgeving inneemt.

 

De VSB is tenslotte van oordeel dat nog afgezien van de commerciele, advies, besturings- en kontrolefunktie, de maatschappelijke voorbeeldfunktie van Staatsolie is niet te onderschatten.

 

Gelet op het vorenstaande wordt op de regering van Suriname een dringend beroep gedaan haar beleid en de gtroffen maatregelen ten aanzien van Staatsolie c.q. de ontginning van onze aardoliereserves in ernstige overweging te nemen.

 

Het bovenstaande laat onaangeroerd de vidie van de VSB ten aanzien van de privatisering van staatsbedrijven zla verwoord in het persbericht d.d. 19 september 1997 waaruit wordt geciteerd.:

 

"De VSB heeft herhaaldelijk kenbaar gemaakt voorstander te zijn van privatisering van overheidsbedrijven. Provatisering zal echter pas gestalte mogen krijgen nadat daaromtrent in samenspraak met de sociale partners (werkgevers- en werknemersorganisatie) een beleid is ontwikkeld dat Suriname optimale voordelen biedt. Het bestaan van een dergelijk beleid is de VSB en de gemeenschap niet bekend. Elke handeling van de overheid gericht op privatisering zal dan ook terecht de gemeenschap in beroering brengen, aangezien het toetsingskader voor de beoordeling van die handelin ontbreekt".

 

Paramaribo, 9 april 1998

Vereniging Surinaams Bedrijfsleven

(ook in De West van 9 april)

 

 

Tambaredjo-Olieveld US$ 800 miljoen waard: us$ 140 miljoen moet gaan voor US$ 60 Miljoen

Met de huidige beschikbare technologie heeft Staatsolie aangetoond dat de nettowinbare reserves aan aardolie zo’n 160 miljoen barrels bedragen. De waarde die in 1965 op nul werd geschat is nu gestegen naar US$ 350 miljoen. In de komende twintig jaar zal het Tambaredjo veld bij exploitatie ongeveer $S$ 800 miljoen opleveren.

 

Belangrijkste bezit

Het bovenstaande geeft aan dat het Tambaredjoveld het belangrijkste bezit is van Staatsolie. Bovendien heeft zich binnen het bedrijf in de afgelopen 18 jaar een stuk know-how van onschatbare waarde ontwikkeld. Het blijkt, dat er on-shore (op het land) olievoorkomens zijn aangetoond ten oosten en ten westen van het Tambaredjo olieveld. Alhoewel deze voorkomens technologisch wel in kaart kunnen worden gebracht door de N.V. Staatsolie, kan het daarvoor benodigde risicokapitaal niet in voldoende mate worden gehaald uit de cashflow van het bedrijf. Het is derhalve veel gunstiger voor Staatsolie en de Surinaamse samenleving in verband met constante deviezen opbrengsten, creeren van werkgelegenheid en verder opbouwen van know-how, om uit de huidige cash-flow de maximale exploitatie van het het Tambaredjo olieveld te financieren. Om de mogelijke reserves ten oosten en ten westen van het Tambaredjo olieveld tot het niveau van bewezen reserves op te trekken moet risicokapitaal worden aangetrokken. Staatsolie is reeds actief met dit proces bezig door buitenlandse bedrijven hiervoor te interesseren.

 

Opbrengsten

Vanwege de in Suriname opgebouwde expertise van het oliebedrijf, zullen de opbrengsten voor Suriname in samenwerking met buitenlandse bedrijven veel hoger zijn. De exploratie "off-shore" (gebieden onder het zee oppervlak) zal vooral een aangelegenheid zijn van buitenlandse bedrijven, omdat de technologie slechts bij een aantal oliegiganten aanwezig is (boren in water van een diepte van 1000m of meer) Onderhandelingen hiervoor worden reeds met buitenlandse bedrijven gevoerd. In dit kader moet het samenwerkingsdocument tussen het Surinaamse oliebedrijf en de Shell gezien worden. Verkopen van delen van het bedrijf kan volgens ingewijden nooit in het belang zijn van de Surinaamse gemeenschap. Bovendien wordt nog gesteld dat de regering voornemens is 64 miljoen barrels voor US$60 miljoen te verkopen. De werkelijke waarde van deze hoeveelheid wordt echter geschat op US$ 140 miljoen. Ondertussen heeft de regering ontkent van plan te zijn (geweest) delen van het bedrijf te verkopen. De gezamenlijke oppositie hecht daar niet veel waarde aan en bereidt op allerlei fronten personen voor, zich tegen de verkoop van het bedrijf te verzetten. Verschillende politieke partijen hebben van hun achterban reeds mandaat op te komen voor Staatsolie. De gezamenlijke vakbeweging met uitzondering van "De Moederbond" heeft ook haar steun toegezegd bij eventuele acties voor het behoud van de Staatsolie Maatschappij N.V.

 

(De West, April, 11)

 

 

STAATSOLIE EN EBS ONDERTEKENEN LEVERINGSCONTRACT VOOR STAATSOLIE-DIESEL

Op donderdag 9 april jl. vond op het hoofdkantoor van Staatsolie de ondertekening plaats van een contract tussen Staatsolie en de EBS voor de levering van Staatsolie-diesel. Volgens dit contract zal Staatsolie maandelijks 2-2,5 miljoen liters dieselolie leveren aan EBS t.b.v. de generatoren aan de Saramaccastraat.

De EBS heeft, naast het positief advies van de leveranciers, de Staatsolie-diesel uitgebereid uitgetest op een van haar generatoren. Hierbij werd geconstateerd dat de Staatsolie-diesel een zeer goede performance heeft en het product de relatief duurdere geïmporteerde diesel uitstekend kan vervangen. Door dit contract zullen de brandstofkosten van de EBS in belangrijke mate teruggebracht worden. Verder zal er nationaal economisch bekeken, een belangrijke bijdrage in de besparing aan deviezen geleverd worden.

(Afdeling PR Staatsolie, De Ware Tijd 16 April)

 

 

Stafleden Staatsolie over voorstel Wetswijziging:

Rechtvaardig aandeel volk niet zeker.

In de voorgestelde wijziging van het mijnbouwdecreet 1986, is het niet zeker, dat de staat c.q. het volk zijn rechtvaardig aandeel van de natuurlijke hulpbronnen krijgt. Dit vanwege het feit dat er geen controle van deskundigen van binnenuit tijdens de operations uitgevoerd kan worden op de uitgaven en inkomsten.

 

Uitsluitend aan Staatsondernemingen

Dit staat in een commentaar op de conceptwijziging van de Mijnbouwwet die de stafleden van Staatsolie gisteren aan de Staatsraad en de Nationale Assemblee hebben gezonden. Volgens de Staatsolie medewerkers wordt bij de wijziging van artikel 7 van de eerder genoemde wet voorgesteld, mijnbouwrechten voor radio-actieve delfstoffen en koolwaterstoffen voortaan zonder de tussenkomst van een staatsonderneming aan particuliere ondernemingen te verstrekken. In de huidige wet is aangegeven dat mijnbouwrechten voor radioactieve delfstoffen en koolwaterstoffen uitsluitend aan staatsondernemingen mogen worden verleend.

Indien de wijziging wordt doorgevoerd voorzien de stafmedewerkers onder meer dat een paar personen een Naamloze Vennootschap oprichten en mijnbouwrechten opvragen. Deze rechten kunnen doorverkocht worden aam buitenlandse maatschappijen, waardoor de groep die de NV heeft opgericht, zittend rijk wordt. Verder zou de buitenlandse maatschappij haar werkzaamheden naar believen kunnen uitvoeren, omdat er geen controle meer is ingebouwd bij de uitvoering van de mijnwerkzaamheden. "Ter wille van de winstmaximalisatie worden uitsluitend de rijke ertslagen in een snel tempo ontgonnen en wordt een groot deel van de reserves achtergelaten".

 

Maximaal beheer en controle

In het commentaar wordt de staatsorganen erop gewezen waarom mijnbouwactiviteiten voor radio-actieve delfstoffen en koolwaterstoffen niet rechtstreeks aan particuliere ondernemingen verstrekt mogen worden. "Radioactive delfstoffen en koolwaterstoffen worden nog steeds tot de zogenaamde strategische delfstoffen gerekend". De exploratie en de eventuele ontginning daarvan dienen onder maximaal beheer en controle van de staat te geschieden. De vigerende Mijnwet en de Petroleumwet bieden daarvoor goede mogelijkheden en bovendien ook ruimte voor participatie van particuliere oliemaatschappijen. Bij aanname van bedoelde wetswijziging zal de moeizaam opgebouwde kennis kennis en het systeem van spontane controle van binnenuit die onder de huidige Mijnwet en Petroleumwet mogelijk is, komen weg te vallen". De Petroleumwet kwam in 1990 tot stand, conform het gestelde in de Nota van Toelichting van het Mijnbouwdecreet. Uitgangspunten van deze wet zijn in de artikelen 5 en 7 van het Mijnbouw Decreet vastgelegd.

 

Ook met derden

De toelichting op artikel 7met betrekking tot koolwaterstoffen luidt volgens de commentatoren als volgt: "koolwaterstoffen als strategische delfstoffen behoren onder het beheer van een staatsonderneming te worden ontgonnen. Het is de bedoeling dat deze staatsondernemingen of zelf of door inschakeling van derden (contractors) de winning ter hand zullen nemen". Dat particuliere ondernemingen wel kunnen deelnemen aan aardolie-onderzoek en productie onder de huidige Petroleumwet, wordt nog duidelijker aangegeven in artikel 5 van deze wet. Dit artikel zegt: "dat staatsondernemingen gerechtigd zijn om, na goedkeuring van de minister, met derden petroleumovereenkomsten aan te gaan; de minister mag echter niet zonder toestemming van de regering zijn goedkeuring verlenen". Volgens de stafmedewerkers namen bekende oliemaatschappijen zoals Gulf-Oil, EWT group, Nomeco en Shell in het recente verleden onder deze bepaling deel aan aardolieonderziek in ons land.

Met dit commentaar hopen de stafmedewerkers een bijdrage te kunnen leveren in de besluitvorming

(De West 15 april)

 

 

Regering verschaft Moederbond duidelijkheid in Kwestie Staatsolie

Op verzoek van de vakcentrale "de Moederbond" heeft een vertegenwoordiging van de regering bestaande uit president Wijdenbosch, vice president Radhakisun en minister Alibux van Natuurlijke hulpbronnen gistermorgen informatie rond staatsolie verstrekt aan het verbondsbestuur onder leiding van Imro Grep.

 

Vast is komen te staan dat in tegenstelling tot wat sommigen beweren er helemaal geen sprake is van verkopen van Staatsolie aan een multinational. Integendeel wil de regering dit bedrijf terug brengen in de boezem van de staat middels het aangaan van nieuwe overeenkomsten volgens het production sharing principe. Dit is volledig in overeenstemming met het beleidsuitgangspunt van de regering dat er productieverhogende maatregelen moeten worden getroffen, zodat de staat meer inkomsten heeft om zodoende de bevolking een beter bestaan te kunnen garanderen. Aangezien productieontwikkeling waarbij onze potentiele rijkdommen volledig benut kunnen worden, Suriname een veel betere positie kan bezorgen, kan de regering, rekening houdend met de thans geldende omstandigheden niet anders dan gesprekken voeren met potentiele investeerders. Hierbij is altijd afstemming geweest met de directeur en staf van het aan de orde zijnde staatsbedrijf en die afstemming zal er altijd zijn, verzekerde minister Alibux het Moederbondsbestuur.

Op uiterlijk 1 juli 1998 zal er een besluit genomen moeten zijn op basis waarvan de ontwikkeling van Staatsolie in een stroomversnelling zal moeten terechtkomen. De Moederbond vond het gesprek verhelderend en was blij dat zij nu omstandig is geinformeerd. De regering complimenteerde het bestuur van de Moederbond voor de correcte procedure die gevolgd is voor het verkrijgen van informatie over deze aangelegenheid.

(De Ware Tijd 16 April)

 

 

 

Telesur personeel solidair met Staatsolie

Het Telesur personeel heeft zich solidair verklaard met de strijd die de collegae van Staatsolie voeren. Waar nodig willen ze ook hun ondersteuning aan geven. Bondsvoorzitter Henk Shields zegt desgevraagd dat de Telesur werknemers hun standpunt innamen na informatie ontvangen te hebben over de situatie bij Staatsolie.

Shields geeft toe dat dit standpunt van de Telegraaf en Telefoon Werknemers Organisatie (TTWOS) lijnrecht staat tegenover dat van de vakcentrale "De Moederbond", waar hij ondervoorzitter van is. De TTWOS is ook aangesloten bij deze vakcentrale.

 

Uitgesloten

Shields zegt samen met nog enkele andere bestuursleden van de Moederbond niet te zijn betrokken bij besluiten over Staatsolie. Zo nodigde RAVAKSUR de vakcentrale enkele dagen terug uit om te praten over de situatie die er heerst bij Staatsolie. Een deel van het bestuur van de Moederbond kwam bijeen en besloot niet op deze uitnodiging in te gaan. Wel werd het besluit genomen om de regering naar informatie te vragen over deze kwestie. Hij was niet op de hoogte van deze vergadering. Dinsdag werd hij gebeld om aanwezig te zijn bij een gesprek met de regering dat woensdag zou plaatsvinden. Omdat hij bezig was met de problemen bij Telesur meldde hij af. Shields zegt er van uit te zijn gegaan dat het om een gesprek ging die verschillende vakcentrales zouden hebben met de regering. Achteraf bleek dat het slechts om de Moederbond ging. De ondervoorzitter van de Vakcentrale zegt in de kwestie Staatsolie, van mening te verschillen met enkele andere leden van het vakbondsbestuur. Hij weet nog niet hoe dit zich zal oplossen binnen de vakcentrale de Moederbond.

(De Ware Tijd 16 April)