
|
18 veelgestelde Vragen en antwoorden over Staatsolie Maatschappij Suriname nv. |
|
|
|
|
|
Algemene informatie Staatsolie Maatschappij Suriname n.v . |
|
1 |
Vraag: de gezamenlijke oppositie is tegen buitenlandse investeringen terwijl Suralco en Billiton het toch goed doen.Antwoord: Staatsolie is niet tegen buitenlandse investeerders. Staatsolie is zelf zeer agressief bezig buitenlandse oliemaatschappijen aan te trekken om naar nieuwe olievoorkomens in Suriname te zoeken. Er zijn nog vele mogelijkheden in Suriname. Het probleem is echter het Tambaredjoveld, een gebied met een oppervlakte van circa 130 vierkante kilometers, waar een winbare reserve van 150 miljoen barrels door Staatsolie reeds is bewezen. Staatsolie is in staat dit veld zelf te produceren. De raffinaderij die Staatsolie heeft gebouwd moet tenminste 20 jaar met deze olie gevoed worden. Staatsolie heeft plannen om de productie binnen 3-4 jaar op te voeren naar 20.000 barrels per dag, zodat dit veld 20 jaar geproduceerd kan worden. Zolang er nog geen andere reserves zijn gevonden is het niet verantwoord het Tambaredjoveld op een sneller tempo leeg te pompen. |
|
2 |
Vraag: buitenlanders weten meer van olie dan Surinamers en zijn daardoor te prefereren.Antwoord: buitenlanders hebben sedert 1960 intensief naar aardolie in Suriname gezocht. Wij kunnen hier enkele grote namen noemen: Shell Gulf-Oil, Esso en ELF. Het is hen tot vandaag ondanks de kennis niet gelukt om een commercieel olieveld in Suriname te vinden. Staatsolie werd in 1980 opgericht en was met inventiviteit, doorzettingsvermogen en geleende kennis reeds in 1982 in staat om aardolie op commerciële basis te produceren. Aardolie-kennis is niet opgesloten in een enkele buitenlandse oliemaatschappij maar is verspreid over diverse individuen, consultants, subcontractors, banken, etc. De kracht van een oliemaat-schappij ligt in de management van de beschikbare expertise. Dat is het vermogen om alle individuele taken en diensten die aangeboden worden door een leger van externe consultants, subcontractors en eigen deskundigen op de juiste wijze te selecteren en toe te passen, waardoor goede resultaten worden bereikt. De ontbrekende kennis en expertise wordt door Staatsolie ingehuurd en investeringskapitaal wordt van commerciële banken betrokken. Staatsolie werkt op deze manier en is succesvol. Hierdoor blijven alle opbrengsten uit de olieproductie in ons eigen land. |
|
3 |
Vraag: de raffinaderij lijdt verlies, dus hulp van buiten is nodig.Antwoord: er zijn voor de opstartfase van de raffinaderij een groep buitenlandse raffinaderij-operators ingehuurd om het Staatsolie personeel on-the-job te trainen en te ondersteunen. We denken dat deze buitenlanders tot de tweede helft van 1998 nodig zullen zijn. Ons personeel leert snel en de overdracht van kennis en ervaring vindt goed plaats.Een nieuwe raffinaderij kan niet direct op 100% capaciteit worden gedraaid. Zo'n opstartfase duurt 1-2 jaar. De producten die in deze fase gemaakt worden, moeten getest worden en als deze nog niet aan de gewenste specificaties voldoen dan worden ze in de ruwe olie terug gemengd of met forse kortingen verkocht. In de opstartfase hebben we dus te maken met: hoge consultantskosten bij de opstart; b. lage capaciteitsbenutting; nog geen optimale marktprijzen voor de nieuwe raffinaderij-producten. Door deze omstandigheden zal in de eerste twee jaar nog geen optimaal rendement worden bereikt. Een eventueel verlies kan door het bedrijf zelf worden gedragen. De situatie verbetert elke maand. Per april 1998 draait de raffinaderij op een capaciteit van 95%. Diverse producten zijn reeds getest en goed bevonden. Contracten met een aantal grote afnemers, zoals Suralco, EBS en Petrotrin zijn getekend. Alles loopt volgens schema en wij hebben alle vertrouwen dat onze raffinaderij aan de verwachtingen zal beantwoorden. |
|
4 |
Vraag: ABN-Houston (lees Nederland) beknot Staatsolie (lees Suriname) in haar ontwikkeling.Antwoord: als Staatsolie kunnen wij deze opvatting niet ondersteunen. Vanaf de oprichting van Staatsolie hebben wij een goede en zakelijke relatie opgebouwd met de commerciële banken. Per 01 januari 1998 was 44% van al onze materiële vaste activa gefinancierd met externe leningen waarvan de ABN-AMRO Bank de grootste geldschieter van Staatsolie is. |
|
5 |
Vraag: door de beknotting van Staatsolie kunnen wij niet beschikken over LPG, dieselolie en gasoline en moeten we het stellen met halffabrikaten.Antwoord: onze raffinaderij maakt nu dieselolie, asfalt, stookolie en een halffabrikaat. In 1991 werden na het technisch ontwerp van de raffinaderij de bouwkosten berekend. Deze kwamen neer op circa 130 miljoen US-dollars. Op basis hiervan zijn feasibility studies door externe consultants uitgevoerd. Twijfel werd uitgesproken over de financiële haalbaarheid van de raffinaderij waarin o.m. een hydrocracker was opgenomen. De hydrocracker zou het halffabrikaat omzetten in dieselolie en LPG. De behoefte aan gasoline in Suriname is klein en wij waren niet van plan gasoline te maken. Teneinde de bouw van de raffinaderij niet helemaal af te voeren, hebben wij toen besloten de raffinaderij in meerdere fasen uit te voeren. Na veel lobbywerk hebben wij de Surinaamse regering, de Nederlandse regering, de ABN-AMRO en EFAG-Bank (Zwitserse bank) zo ver gekregen om de bouw van de huidige plant te ondersteunen en te financieren. Als de operations van de pas gebouwde raffinaderij gestabiliseerd zijn en de financiële middelen het daartoe mogelijk maken, zullen wij de bouw van de hydrocracker in de toekomst in overweging nemen. De kosten daarvan worden geschat op 80-100 miljoen US-dollars. |
|
6 |
Vraag: het personeel van Staatsolie heeft allerlei privileges die betaald worden uit geld dat de gemeenschap toekomt.Antwoord: het personeel doet er alles aan om een zo groot mogelijk rendement voor het volk op te brengen. Het Staatsolie personeel bestaat voor 99% uit kinderen van deze gemeenschap. De vergoedingen aan het personeel vloeien zodoende terug naar de gemeenschap. Staatsolie kan helaas niet alle Surinamers een baan in het bedrijf aanbieden.Staatsolie is een technologisch zeer geavanceerd bedrijf. Olie zoeken, boren, produceren, raffineren en verkopen zijn geen eenvoudige taken. Om de verschillende functies adequaat te bemannen moeten wij goed geschoolde vaklieden aantrekken en behouden. Wat de beloning betreft zit Staatsolie onder de bauxietbedrijven en de hier werkzame buitenlandse oliemaatschappijen. Doordat Staatsolie nationaal bezit is kunnen wij wat personeel betreft toch nog concurreren met de genoemde groep van bedrijven. |
|
7 |
Vraag: buitenlandse maatschappijen moeten eerst binnen gebracht worden met het Tambaredjoveld voordat ze bereid gevonden kunnen worden om in b.v. offshore activiteiten te investeren.Antwoord: serieuze buitenlandse oliemaatschappijen zijn niet geïnteresseerd in het Tambaredjoveld. Het Tambaredjoveld is arbeidsintensief en de ruwe olie behoort tot de z.g. zware olie soort, waarvan de verkoop-prijs betrekkelijk laag is. Bonafide maatschappijen prefereren een serieuze gesprekspartner in Suriname te hebben die uit eigen ervaring weet wat de olieindustrie inhoudt. Zij zien daarom graag dat Staatsolie haar activiteiten in het Tambaredjoveld ongestoord voortzet. Staatsolie heeft reeds een principe-overeenkomst met Shell onderhandeld voor het zee-areaal. Daewoo is niet meer geïnteresseerd in het Tambaredjoveld, maar wil wel deelnemen in het zee-areaal. De nationale oliemaatschappij van Trinidad, Petrotrin, heeft belangstelling voor deelname in nieuwe gebieden. Ook de Franse maatschappij ELF heeft belangstelling voor deelname in het zee-areaal. |
|
8 |
Vraag: privatisering en liberalisering zijn niet te stuiten dus ook de verkoop van Staatsolie niet.Antwoord: Staatsolie voert haar activiteiten uit op basis van de vigerende Mijnwet van 1986 en de Petroleumwet van 1990. In deze wetten is aardolie als strategische delfstof geklassificeerd, die alleen via een Staatsmaatschappij ontgonnen kan worden. Willen wij dit standpunt verlaten dan moet er een discussie met alle belanghebbende partijen gevoerd worden en een standpunt ingenomen worden met betrekking tot de plaats van aardolie en een beleid m.b.t. privatisering worden gemaakt. Eventueel moeten dan de wetten worden gewijzigd. In een rechtsstaat kunnen wij geen handelingen uitvoeren die tegen de bestaande wetten ingaan. |
|
9 |
Vraag: wat zijn de concrete toekomstplannen van Staatsolie.Antwoord: Staatsolie heeft een Strategisch Plan voor de jaren 1998-2002 opgesteld. In dit plan zijn er een 9-tal hoofddoelstellingen opgenomen die hieronder in extenso worden vermeld:1 et versneld opvoeren van de olieproductie in het Tambaredjoveld. Voor de komende 3 jaar van 10.000 naar 20.000 barrels per dag; 2. Vergroting c.q. uitbreiding van het producten-assortiment van de raffinaderij; 3. Het veredelen van aardolieproducten tot electrische energie voor de markt; 4. Ontwikkeling van een nieuwe marketing strategie gebaseerd op uitbreiding van afzetmarkten, versterking van de marktpositie en het aangaan van duurzame samenwerkingsverbanden; 5. Het zoeken naar nieuwe aardoliereserves en eventuele productie daarvan, alleen, dan wel met derden, zowel onshore als offshore; 6. Het versterken en de uitbouw van de organisatie en versnelde ontwikkeling van de human resources; 7. Het verhogen van de efficiëntie en de productiviteit met als doel realisatie van aanzienlijke kostenbesparingen; 8. Praktische invulling geven aan de milieuzorg, de gezondheids-zorg en het veiligheidsmanagement door het instellen van een HSEQ-managementsysteem dat voldoet aan de internationale normen en aan de verlangens van onze medewerkers en de gemeenschap; 9. Het realiseren van voldoende rendement. |
|
10 |
Vraag: is het inderdaad niet beter om Staatsolie op te delen in aparte N.V.'s waardoor het bedrijf veel efficienter kan draaien.Antwoord: er moet een gedegen studie over de voor- en nadelen van deze kwestie worden gemaakt, voordat er een uitspraak hierover kan worden gedaan. |
|
11 |
Vraag: wat is de waarde van de opgedane kennis over olie (know-how) voor Suriname.Antwoord: de waarde is vooral immaterieel en wordt met de slagzin "Vertrouwen in Eigen Kunnen" tot uitdrukking gebracht. Wij kunnen als volk niet werkeloos blijven toezien dat onze natuurlijke hulpbronnen door buitenlanders worden weggedragen en wij ons tevreden moeten stellen met enkele kruimels. De opgedane kennis van Staatsolie breekt met de opvatting "dat wij geen geld, geen kennis en geen ervaring hebben en alles aan de buitenlanders moeten overlaten". Staatsolie laat zien dat deze opvatting vals is. Wij moeten onze ontwikkeling zelf ter hand nemen. De waarde van Staatsolie is dat van een baken in zee om andere zelfbewuste Surinamers de weg naar een goede toekomst te wijzen. |
|
12 |
Vraag: wat is nu werkelijk de bijdrage van Staatsolie aan de Surinaamse economie.Antwoord: a. Het Eigen Vermogen van de gemeenschap op de Balans van Staatsolie is gegroeid van nul in 1980 tot US$ 64,5 miljoen per eind 1997; b. Tot en met 1996 is aan belastingen in totaal US$ 26 miljoen betaald; c. Tot en met 1996 is aan cashdividend in totaal US$ 5,6 miljoen uitgekeerd; d. De netto-deviezen bijdrage aan de Staat tot 1997 bedraagt US$ 155 miljoen; e. De netto contante waarde van de bewezen reserves zijn berekend op US$ 350 miljoen. f. Er werken bij Staatsolie 650 man in vaste dienst, terwijl nogeens 350 man werkgelegenheid vinden via diverse toeleverings-bedrijven. |
|
13 |
Vraag: wat zal de bijdrage van Staatsolie in de toekomst zijn.Antwoord: na de uitvoering van het voorgenomen productie-expansie-programma waarbij de productie op het nivo van 20.000 barrels per dag zal worden gebracht worden de volgende resultaten verwacht over de periode 1998-2007:a. Nettowinst US$ 262 miljoen; b. Belastingen en dividend US$ 297 miljoen; c. Netto-deviezen inkomsten US$ 621 miljoen. |
|
14 |
Vraag: hoeveel en welke verschillende olievelden zijn er en hoe heten ze. Alleen het Tambaredjoveld wordt steeds genoemd.Antwoord: er is voorlopig maar één gebied met bewezen en winbare reserves bekend in het district Saramacca. Het gebied beslaat een oppervlakte van 130 vierkante kilometers. Gemakshalve wordt dit gebied het Tambaredjoveld genoemd naar het dorpje Tambaredjo waar in 1968 door de GMD olie werd aangetroffen. |
|
15 |
Vraag: wie of wat is Questa? Wat voor deal wil de Regering met Questa sluiten.Antwoord: het Ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen (NH) heeft het Bureau Holland & Knight (HK), gevestigd in Florida, USA, medio augustus 1997 aangetrokken om een evaluatie te maken van het potentieel van de Natuurlijke Hulpbronnen. Hieronder valt ook het aardoliepotentieel. Holland & Knight heeft vervolgens het bureau Questa Engineering Corporation uit Colorado, USA, ingehuurd om de werkzaamheden ten behoeve van de inventarisatie uit te voeren. De Minister vraagt in augustus 1997 aan Staatsolie om mee te werken aan dit onderzoek.(Holland & Knight heeft een niet al te goed reputatie in de VSA. Volgens Wall Street Journal van 15 januari 1998 verbrak het Amerikaanse Department of Housing and Urban Development een contract met Holland & Knight vanwege on-etisch gedrag en wilde Holland & Knight voortaan uitsluiten van alle regeringsopdrachten). In december 1997 vraagt de Minister van NH aan HK en Questa (zonder medeweten van Staatsolie) een onderzoek naar versnelde productie-mogelijkheden in het Tambaredjoveld te doen. In januari 1998 komt Questa op basis van een vluchtig onderzoek met zeer optimistische verhalen over mogelijke productieverhoging. In een bijeenkomst met Staatsolie in januari 1998 worden deze voorstellen ontmaskerd als "sales talks" in aanwezigheid van de Minister van NH en de President van de Centrale Bank van Suriname. Besloten wordt dat Staatsolie aan Questa alle noodzakelijke gegevens ter beschikking zal stellen, zodat Questa haar beweringen kan toetsen. Medio februari 1998 brengt Questa een tussentijdsrapport uit waarin vrijwel niets van de aanvankelijke "sales talks" overeind was gebleven. Ter voorkoming van misverstanden heeft Staatsolie geëist dat een eindverslag door Questa wordt opgemaakt waarin de kanttekeningen van Staatsolie ook worden meegenomen. Tot medio april 1998 is dit rapport nog niet afgerond. In maart 1998 wordt Staatsolie plotseling geconfronteerd met bezoeken van twee oliemaatschappijen Venoco en Fletcher Challenge Energy, vergezeld van HK en Questa en de Directeur van het Ministerie van NH, die zeggen door de Regering uitgenodigd te zijn om deel te nemen in de exploitatie van het Tambaredjoveld en een bod uit te brengen voor een zekere percentage deelname. Deze kwestie is vervolgens door Stafleden in de publiciteit gebracht. De Regering noch de Aandeelhouders hebben de Directie van Staatsolie precies kunnen aangeven wat nu de bedoeling is. |
|
16 |
Vraag: waarom kunnen Staatsolie (RvC, Directie, Staf en Personeel) en de Regering niet aan tafel gaan zitten om het beste voor Suriname uit de bus te halen.Antwoord: dat is natuurlijk de beste oplossing. |
|
17 |
Vraag: wat is een Production-Sharing ContractAntwoord: een Production-Sharing Contract wordt aangegaan door een Staatsmaatschappij met een andere oliemaatschappij (Contractor) voor het zoeken, produceren en verkopen van de olie in een gebied waar de Staatsmaatschappij een concessie heeft. De Contractor brengt risico-kapitaal in voor het zoeken naar de olie, brengt kapitaal in voor de investeringen en is meestal ook de operator. Als vergoeding voor deze diensten wordt de Contractor met olie betaald. Dit soort contracten wordt aangegaan wanneer de Staatsmaatschappij niet zelf het risico wil dragen of daar niet de kennis of het kapitaal voor heeft. |
|
18 |
Vraag: wat is de mening van Staatsolie met betrekking tot een Production-Sharing Contract in het Tambaredjoveld.Antwoord: Staatsolie heeft de olievoorraden van het Tambaredjoveld reeds bewezen. Er is geen risico meer aan dit veld verbonden. Met de bewezen reserves in de hand heeft Staatsolie financiering voor het uitbreidingsprogramma gezocht en gevonden. Een bankfinanciering is altijd goedkoper dan een production-sharing overeenkomst met een Contractor. Staatsolie heeft de manpower en de expertise om dit veld geheel op eigen kracht te ontwikkelen. Deelname van andere oliemaat-schappijen is wel mogelijk buiten het Tambaredjoveld. |
17 april 1998
P.R. Staatsolie
STAATSOLIE MAATSCHAPPIJ SURINAME N.V.
(STAATSOLIE)
1. Algemeen
Aandelen
: 5 miljoen aandelen van nominaal Sf 1.000 elk. Alle aandelen zijn in handen van de Staat Suriname, en deze zijn niet verhandelbaar.Sedert de oprichting van Staatsolie heeft de aardoliesector in Suriname een enorme ontwikkeling doorgemaakt. In samenwerking met buitenlandse aardoliemaatschappijen w.o. GULF OIL, EWT-GROUP, NOMECO, SHELL werd het onderzoek naar aardolievoorkomens in het zeeareaal wederom aangepakt en een grote hoeveelheid aan informatie over mogelijke olievoorkomens verzameld. In het Tambaredjoveld is geheel in eigen beheer en eigendom een olieproductie gelijk aan de nationale aardolieconsumptie op gang gebracht. De aktiviteiten van Staatsolie omvatten o.m. exploratie, drilling, engineering, constructie, olieproductie, raffinage, transport en marketing.
|
Aantal personeelsleden in vaste dienst: |
650 |
|
Contractors (+ personeel): |
350 |
|
Totaal aantal mensen direkt werkzaam: |
1.000 |
2. Productiegebied
Tambaredjo-olieveld
is gesitueerd in het District Saramacca. De oppervlakte bedraagt ca. 130 vierkante kilometers.3. Staatsolie Raffinaderij
Verwerkingscapaciteit
: 7.000 barrels per dag.Raffinaderijproducten
: asfalt, diesel, heavy vacuum gasoil (halffabrikaat) en stookolie.Economische levensduur van de raffinaderij: 20 jaar
De raffinaderij van Staatsolie is op 16 augustus 1997 officieel in gebruik gesteld. Continue productie is aangevangen per 12 oktober 1997 met ca. 60% van de capaciteit. Per eind maart 1998 is de verwerkingscapaciteit opgevoerd naar 95%.
4. Afzet Staatsolie Producten op Maandbasis
|
Suralco: |
110.000 barrels |
|
Export (Trinidad, Guyana, enz.): |
190.000 barrels |
|
Andere locale afnemers: |
20.000 barrels |
|
Totaal: |
320.000 barrels |
5. Financiële Gegevens t/m Ultimo 1997
Aandelenkapitaal:
US$ 12,1 miljoen.Toename Eigen Vermogen met US$ 52,4 miljoen tot US$ 64,5 miljoen.
Andere Opbrengsten uit Staatsolie
Belastingen: US$ 26 miljoen
Cashdividend: US$ 5,6 miljoen
Netto deviezeninkomsten: US$ 155 miljoen
De nettowinst in 1996 bedroeg US$ 6,7 miljoen. Voor het boekjaar 1997 wordt een nettowinst van US$ 7,6 miljoen verwacht.
6. Het Productie Expansie Programma
Investeringen 1998-2001
Opbrengsten t/m 2007
7. Legale Basis en Bestuur
Artikel 7 sub a van het Decreet Mijnbouw (S.B. 1986 no. 28) bepaalt o.m. dat de mijnbouwrechten van koolwaterstoffen (aardolie) uitsluitend kunnen worden verkregen door Staatsondernemingen. Voor dat doel heeft de Staat, de Staatsoliemaatschappij Suriname N.V. opgericht. Er is gekozen voor de "Naamloze Vennootschap" om de maatschappij zo zelfstandig mogelijk en vrij van de directe bemoeienis van de Staat te laten functioneren. Er is een Raad van Commissarissen bestaande uit 3-7 leden. De Staat wordt vertegenwoordigd door de Vice-President en de Minister van Natuurlijke Hulpbronnen.
De Directie bestaat uit drie personen:
Drs. S.E. Jharap, Algemeen Directeur en Voorzitter van de Directie
Ing. M.C. Waaldijk, Technisch Directeur
Drs. I.E. Kortram, Financieel Directeur
Raad van Commissarissen functies zijn vacant.
Staatsolie 7 april 1998