Volksbezit Wordt Privebezit; Grond Voor Vriendendiensten
De Regionale Organen in Kort Historisch Perspectief ; Enkele Kanttekeningen Over Hun Functionering
Op Weg Naar Een Nationale Pers?
Veel landgenoten zien duidelijk de negatieve gevolgen van de verbreking met de banden met Nederland voor onze samenleving. Men herinnert zich nog heel goed de dagen van schaarste in de tachtiger jaren, toen we "het zelf deden", zonder de steun van Nederland. Lange rijen voor benzinestations en gebrek aan de meest noodzakelijke artikelen van levensonderhoud, waarbij een groot deel van ons kader elders verkoos om er te wonen en te werken. Zij die hier bleven, waren genoodzaakt om allerhande zaken via hun relaties, meestal uit hetzelfde Nederland over te laten komen. In deze gevallen was de overzeese relatie vrijwel altijd onzeker of hij nog voor zijn diensten betaald zou worden. Want de wisselkoersen op de zwarte markt, de enige plaats om vreemde valuta te kopen, stegen met het uur. Had men na moeizaam sparen toch het benodigde bedrag bij elkaar, dan was er ook geen zekerheid of dit bedrag ooit de schuldeiser zou bereiken.
Want op Zanderij bestond er groot kans dat men "gepakt" werd met zijn eigen zuur verdiend geld. In dit geval kon men de hoop opgeven om zonder "top"relaties het ooit weer terug te zien.
Weer andere landgenoten vragen zich af waarom met alle geweld betrekkingen met andere landen aangeknoopt moeten worden met wie bovendien overeenkomsten worden aangegaan, waarvan de zin en het nut twijfelachtig zijn, terwijl het Raamverdrag met Nederland veel meer voordelen biedt. De overeenkomst met Indonesie om de komende twee jaren onze olierekening te betalen is hiervan een goed voorbeeld. Wat is het nut ervan? De overheid krijgt naast haar investering van f90,- per liter ook nog een winst van f70,- per liter brandstof. Waarvoor gaat de regering een lening aan die zij bovendien met rente zal moeten terugbetalen, terwijl er logischerwijs de noodzaak ervoor niet aanwezig is?
Het bevreemdt dan ook menige kiezer hoe het mogelijk is dat leiders van politieke partijen, die tijdens de verkiezingscampagnes grote voorstaanders waren voor een hechte relatie met Nederland nu andere taal spreken. Onlangs hebben wij de heer Ramkhelawan van DA mogen beluisteren hoe hij in zijn denken een totale omwenteling (revoputie?)heeft ondergaan en niets meer te maken wil hebben met Nederland. Was hij niet de persoon die een monetaire unie en een gemenebestrelatie met Nederland wilde hebben? Dit vertaalde hij door te zeggen dat de verhouding tussen de Surinaamse en de Nederlandse gulden een op een zou worden, en dat er inhet personenverkeer geen visa meer nodig zouden zijn. Hij ging zelfs zo ver dat we weer Nederlanders zouden worden. Een persoon die binnen zo een korte periode zo drastisch kan veranderen kan niet in nationaal belang bezig zijn.
Dat er nog dialoog met Nederland, onze grootste donor, zal zijn, geeft ons hoop.Voorzitter Lachmon
heeft in een interview met het weekblad Kompas te kennen gegeven dat bij een eventueel
referendum 85% van onze bevolking voor de continuering met de betrekkingen met Nederland zou
kiezen. Het is gebleken dat andere politici, ook zij die nu in de coalitie zitten, o.a. die van de BVD
deze mening delen en ook ernaar hebben gehandeld.
In dit artikel wil ik het begrip democratie, die zo heilig voor ons is, aan de orde stellen, een ieder praat over democratie zonder de inhoud en de diepgang van dit begrip goed te begrijpen . De man van de straat gebruikt gauw de volgende uitspraak: er is geen democratie in Suriname; de regering is niet op democratisch wijze gevormd; de democratie vult toch geen maag?
Wat is democratie?
Onder democratie verstaat men die wijze van functioneren van een gemeenschap, waarbij het
bestuur door de meerderheid van de leden aangewezen wordt en waarbij dit bestuur aan de
gemeenschap verantwoording verschuldigd is. Het treft maatregelen ter behartiging van de
gemeenschapsbelangen, en wel onder eerbiediging van constitutionele en onschendbare
grondrechten. Als zodanig veronderstelt democratie een rechtssysteem, waarbinnen zij tot gelding
kan komen , en dat tevens de vrije ontwikkeling ( de ontwikkeling tot vrijheid) van de deelnemers
van de gemeenschap mogelijk maakt.
Hebben wij democratie in Suriname?
Deze vraag kan bevestigend worden beantwoord.Suriname is als kolonie van Nederland op 25
november 1975 onafhankelijk geworden. Precies na 4 jaren en 3 maanden hebben de militairen op
25 februari 1980 de totale regeermacht overgenomen. Politieke activiteiten werden verboden en na
een korte periode werd het Parlement door de nieuwe machthebbers ontbonden Vanaf dat moment
was het gedaan met de democratie die wij van de koloniale machthebbers hadden gekregen.
Rol Mr Jagernath Lachmon bij democratiseringproces
Dank zij de inzet van de VHP, onder inspirerende leiderschap van Mr.Jagernath Lachmon ,hetgeen
vele politieke opponenten nog steeds bagatelliseren ,hebben wij de democratie, waarnaar wij allen 7
jaren gesmacht hadden, teruggehad.Velen willen niet toegeven dat de rol van Mr Jagernath
Lachmon van onschatbare waarde voor ons is geweest tussen 1980 tot de verkiezingen van 1987.
Hij heeft de toenmalige militaire machthebbers, met zijn wijsheid en argumenten zover gekregen dat
zij het pad van de dictatuur hebben moeten opgeven om weer de democratische weg te volgen.
Wat gebeurde na de verkiezingen van 1987?
De pers kreeg toen de volle vrijheid om haar mening en visies te presenteren aan de nationale en internationale gemeenschap. In deze moeten wij ook toegeven dat de machthebber van de jaren 1980 ook begrepen hadden dat de parlementaire democratie het beste regeersysteem in de wereld is en dit systeem door de meerderheid van de wereldgemeenschap is geaccepteerd. Zowel het Front als het Nieuw Front hebben meer inhoud gegeven aan de herwonnen democratie. Denk in deze aan de operationalisering van de Rekenkamer, de pers werd niet meer aan banden gelegd, de binnenlandse vuile oorlog werd beeindigd. De universiteit kon weer normaal draaien. Na 1987 hebben wij ook
nooitmeer de avondklok in Suriname gehad, de inwisselplicht op Zanderij werd afgeschaft,de relatie
met het buitenland werd verbeterd, de door het militaire bewind weggeschotent radiostations Radika
en ABC kwamen weer van de grond, en konden avondhuwelijken weer plaats vinden. Het zou mij te
ver voeren om alles hier op te noemen. Het is onze plicht en taak, als politici, om de gemeenschap
,maar vooral de jongeren erop te wijzen dat wat in het verleden is gebeurd wij dat donkere verleden,
onder geen beding, meer willen hebben in Suriname.
Hoe kunnen wij de democratie in stand houden?
Het is de taak van iedere Surinamer ,elke politieke partij of functionele groep de moeizame
herwonnen democratie te blijven onderhouden en meer gestalte te geven. De democraat moet ervan
overtuigd zijn dat indien hij langs democratische wijze de politieke regeermacht heeft overgenomen
hij deze politieke macht ook op dezelfde wijze kan verliezen.
VHP bijzoner sterk
Als de tekenen niet bedriegen komt de VHP bij de volgende verkiezingen bijzonder sterk uit de bus.
Het electoraat kan thans na ruim 15 maanden een goede vergelijking maken tussen de vorige
regering en de huidige bijeengeharkte coalitie. Alle vrienden die om welke reden dan ook de VHP
hebben verlaten, roepen wij op om zich weer bij ons aan te sluiten.Laten wij alle kleine pietluttige
menings verschillen uit het verleden opzij leggen .
Recente politieke ontwikkelingen baren zorgen
De recente politieke ontwikkeling baart ons allen veel zorgen. Als democraten kunnen en mogen wij nooit toestaan dat wie dan ook langs gewelddadige wijze de regeermacht in de republiek Suriname overneemt om daaruit politieke munt te slaan. Wat zich in de tachtiger jaren heeft afgespeeld mag zich nimmer meer in Suriname herhalen!
.
Het is in de Surinaamse gemeenschap nu genoegzaam bekend hoe deze regering politieke
medestaanders beloont middels grondtoewijzing. Het is interressant om te moeten zien hoe een stuk
grond, waarop een overheidswoning reeds ongeveer 50 jaar staat en waarvan de overheid (Min. van
R.O.) actief gebruikt maakt, op een heel vreemde manier particulier bezit wordt.
Het gaat in deze om een perceelland waarop een goed bewoonbare dienstwoning staat van het
Ministerie van Regionale Ontwikkeling, dat gelegen is aan de Tibitiweg te Groningen in het distrikt
Saramacca. Dit perceelland is ±1700m2 groot. Bij beschikking d.d. 24 juli 1997 is een
bereidsverklaring uitgereikt door het Min. van Natuurlijke Hulpbronnen aan politieke vriend. Deze
persoon had eerder het aangrenzende perceel, groot 2650m2 gehad voor het opzetten van een
toeristenoord en barrestaurant.
Voortvarend Ministerie van N.H.
Het verzoek is gedateerd 19 september 1996, dus na de uitslag v/d presidentsverkiezing. Het advies
v/d D.C. is gedateerd 19 november 1996. Wat is het advies geweest in deze, daar het gaat om een
overheidsobject dat onder verantwoordelijkheid v/d D.C. valt? Is er hier geen sprake geweest van
bevoordeling en politieke beïnvloeding? Waarom is het proces zo snel gegaan? Erg voortvarend he?
Maar geldt dit voor iedere Surinamer?
Zelfgemaakte regels vertrapt
Het Min. van Natuurlijke Hulpbronnen heeft deze bereidsverklaring uitgegeven, nadat het het
verzoek van belanghebbende en de vereiste adviezen had gelezen en mede gelet had op: Het Decreet
Beginselen Grondbeleid (SB 1982 no 10), het Decreet Uitgifte Domeingrond (SB 1982 no 11)enz...
De handelswijze v/h Min. van Natuurlijke Hulpbronnen werkt niet alleen veel bevreemding en
ongerustheid, maar riekt sterk naar vriendjespolitiek, daar belanghebbende in kwestie sterk gelieerd
is aan een regeringspartij. De wetgeving betrekking hebbende op de landhervorming in Sur.(SB
1982 no 100) zoals goedgekeurd door het Beleidscentrum en de R.v.M d.d. 27 mei 1982, wordt in
deze behoorlijk vertrapt. Zijn het haast niet dezelfde regeerders die dit wetsproduct hebben gemaakt,
die ze nu vertrappen?
Terzijdestelling algemeen belang
He stuk land in kwestie is geen domeinland omdat het reeds 50 jaren een bestemming heeft. Het is
ten dienste van het maatschappelijk verkeer. Het kan dus niet zonder meer uitgegeven worden aan
een particulier met terzijdestelling van het algemeen belang. De overheid( lees Min. v. R.O., toen D
en D) heeft erop gebouwd en wordt ook door hem bewoond (door een ambtenaar v/d overheid). Dus
niemand anders dan het Ministerie van R.O. maakt aanspraak op dit object (zie decreet L1 art 1en
3). Er staat zoals eerder aangegeven een dienstwoning er op (zie foto 1). Heeft het Ministerie van
Natuurlijke Hulpbronnen de waarde hiervan laten bepalen, en wel door de bevoegde instantie?
(Grondtaxatie Besluit SB 1982 no.14). Het Min. stuurt wel een copie bereidsverklaring naar de
directeur van Openbare Werken, maar vraagt hem geen advies, ondanks het in deze gaat om
bebouwing.(Decreet L-2 art. 8 lid I). De aanvraag is ook niet verzonden naar het Ministerie van
T.C.T., ondanks het in deze gaat om een toeristenoord. (Decreet L-2 art. 8 lid II ). Voor meer
duidelijkheid zie de nota van toelichting v/d art. 8 en 9 van decreet L-2. Het is duidelijk dat het
Ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen in strijd met bovengenoemde bepalingen handelt. In de
bereidsverklaringen staat dat belanghebbende geen rechten ontleent, om vooruitlopend op het te
verleden recht van grondhuur, activiteiten van welke aard dan ook op bovenvermeld perceelland te
verrichten. Belanghebbende handelt in strijd met deze bepaling, want er worden reeds activiteiten
ontplooid, maar wie controleert deze? (zie foto 2). Is art. 5 van decreet L-2 niet van toepassing? Is er
geen sprake van persoonlijke verrijking ten koste v/d gemeenschap? Moet er niet ingegrepen worden
en wel zodanig dat de onbillijkheden worden rechtgetrokken?
Bevoordeling van één persoon
Het bedoeld perceel met woning vertegenwoodigt een waarde van meer dan 20 miljoen Sur. courant.
Belanghebbende heeft op ongeveer 1km.verwijderd van Groningen nog enkele percelen. Is er bij
N.H. Sprake van dwaling of politiek favoritisme? Het geval Stalweide is ons vers in het geheugen
evenzo het geval Neumanpad. Ook de constructie Daewoo - Staatsolie -E.B.S. volgen we op de voet.
Vriendjespolitiek voornaamste beleidspool op N.H.?
Is vriendjespolitiek het voornaamste beleidspool op Natuurlijkle Hulpbronnen? Is er bij de
toewijzing van het perceelland aan de Tibitiweg niet in strijd gehandeld met de algemene beginselen
van behoorlijk bestuur? ( Fairplay,zorgvuldigheid, motivering, rechtszekerheid).
Moeilijke tijd voor het volk
Vanaf 1 januari 1998 zal het volk een algemene omzetbelasting moeten betalen. Het ontwerp van wet voor deze belasting is ingediend door President Wijdenbosch van de NDP. De belastingmaatregel wordt verder gesteund door de KTPI en door de BVD. De omzetbelasting bestaat uit 7% voor de goederen die overal kunnen worden gekocht bijv kleren, schoenen, dranken, fietsen, onderdelen van auto"s, zeg maar bijna alles wat men nodig heeft om te leven en te werken.
Ook voor "diensten" moet omzetbelasting worden betaald. Onder diensten worden verstaan
schadeverzekeringen, kosten bij notarissen, advocaten, radioadvertenties, kosten bij reisbureaus,
telecommunicatie, vervoer van personen via vliegtuigen, enz. Voor deze diensten zal het volk vanaf
1 januari a.s. 5% omzetbelasting moeten betalen.
De NDP, de KTPI en de BVD willen in het jaar 1998 totaal 19 miljard gulden aan omzetbelasting
van de bevolking ontvangen. Hiervan is 500 miljoen gulden voor President Wijdenbosch. Over de
wijze waarop hij dit geld gebruikt mag niemand weten, het Parlement niet en ook niet de
Rekenkamer van Suriname.
Belastingmaatregelen
De Algemene Omzetbelasting wordt ingevoerd, maar de inkomstenbelasting blijft bestaan. In 1998
wil de Regering van de NDP gesteund door de KTPI en de BVD ook nog 46 miljard
inkomstenbelasting van de bevolking ontvangen en ook nog 18,5 miljard aan invoerrechten. Ook
andere belastingen als de loonbelasting, huurwaardebelasting, accijns, enz blijven bestaan.
Verkwisting
De kosten om het land in 1997 te besturen had de Regering begroot het bedrag groot 92 miljard
gulden. In 1998 wil de Regering enkel voor de gewone diensten 112 miljard uitgeven; dus 20
miljard meer. Dit totaal moet door het volk van Suriname worden opgebracht met allerlei
belastingmaatregelen. Ondanks zoveel offers van het volk wordt zoveel geld door de huidige
Regering verkwist: gevolg geen motivatie.
Steun uit Nederland
De hulpgelden van Nederland om Suriname te helpen opbouwen is er niet bijgerekend..Voor 1997 is
met Nederland overeengekomen dat Nederland Suriname zal helpen met 40 miljard aan gelden voor
ontwikkelingsprojecten. Voor 1998 is er weer 21 miljard gulden hulp van Nederland voor Suriname
opgebracht. Ondanks dit alles moeten wij meemaken dat de NDP-Regering gesteund door de KTPI
en de BVD een vijandige houding tegenover Nederland heeft aangenomen; het bezoek van minister
Pronk van Nederland aan Suriname in deze maand om gelden vrij te maken voor de agrarische
sector, voor de industriele ontwikkeling, enz. werd door de President afgezegd. Dit alles omdat
slechts een persoon moeite heeft met Nederland. Dat hiervan het Surinaamse volk het slachtoffer zal
worden kan het de heren regeerders kennelijk weinig schelen.
VHP en de Oppositie wensen verbetering
De omzetbelasting betekent dat elke 1000 gulden welke door het volk wordt uitgegeven er 70
gulden( 7%) naar de omzetbelasting gaat. En ook datbij een besteding elke 1000 guldeen bij een
dienst zoals hierboven aangegeven maar liefst 50 gulden (5%) naar de omzetbelasting gaat.
Dit ontwerp van wet is nog in behandeling bij de DNA. De VHP samen met de Oppositie wensen
compensatie.Dat betekent dat als de Regering 19 miljard in het komend jaar extra van de bevolking
wenst te ontvangen dat het volk dan in een ander opzicht ook wat steun dient te krijgen.Dit kan door
vermindering van de inkomstenbelasting, de loonbelasting, maar vooral door versterking van de
koopkracht van het salaris. Zeker ook door depositie van de gulden sterker te maken dat het volk
met zijn inkomsten kan uitkomen.
Hoe werkt de omzetbelasting
Er zijn drie groepen van ondernemers die de omzetbelasting voor de Regering moeten ophalen.
1.) Importeurs van goederen uit het buitenland.
De importeurs moeten op de totale kostprijs van de ingevoerde goederen ,inclusief invoerrechten en
accijns(belasting),reeds de 7% omzetbelasting voorschieten en storten in 's landskas. Deze
voorgeschoten belastingen gaan de importeurs in rekening brengen aan de tussenhandelaren.Deze op
hun beurt gaan de omzetbelasting berekenen in de prijs die zij aan de bevolking aanbieden.Het
totaal bedrag dat de overheid op deze manier van de bevolking in 1998 wenst te ontvangen is 11,6
miljard gulden.
2)Surinaamse ondernemers
De locale fabrikanten en ondernemers, die goederen produceren, hun kostprijs berekenen en hun
winst vaststellen, moeten daarop 7% omzetbelasting opbrengen.De normale prijs die zij aan hun
afnemers gaan vragen wordt dus verhoogd met deze omzetbelasting van 7%.Binnen zes weken nadat
zij hun produkten hebben verkocht, moeten zij de door hen opgehaalde omzetbelasting storten bij de
Ontvanger.De afnemer van de goederen moeten dan de reeds betaalde omzetbelasting
doorberekenen in de prijzen die zij aan de consument gaan aanbieden.Ook hier zien wij dan dat het
de bevolking is die de omzetbelasting voor de Regering moet opbrengen.
3) Diensten
De derde groep van collecteurs van omzetbelasting zijn de dienstverleners zoals notarissen,
advocaten,agenten van reisbureaus, schadeverzekeringsmaatschappijen, enz. Zij stellen namelijk
hun tarieven vast en berekenen daarop 5% omzetbelasting welke zij binnen zes weken bij de
ontvanger van de Belastingen moeten afdragen.Opgemerkt moet worden dat zij zelf geen
omzetbelasting betalen.Het publiek betaalt de omzetbelasting .Zij collecteren alleen maar en dragen
die af aan de Overheid.
Door dit systeem van omzetbelasting heeft de Regering minder te organiseren, minder verantwoordelijkheden te dragen, minder risico's te nemen, terwijl er meer omzetbelasting wordt ontvangen.
Personen, ondernemers en instanties die geen uitvoering geven aan de bepalingen van de Wet Omzetbelasting kunnen zware gevengenisstraf krijgen of boeten van miljoenen
Via de locale ondernemers en de diensten wil de Regering in 1998 nog eens 7,5 miljard gulden
ontvangen.
Vermeld moet worden dat er een lijst bestaat van een aantal goederen die niet onderhevig zijn aan de
omzetbelasting .Samen met de oppositie heeft de VHP er op aangedrongen dat verse groenten, fruit,
vissen en andere goederen van de eerste levensbehoeften zonder omzetbelasting op de markt moeten
kunnen worden gebracht.
Ook is er een lijst van diensten die nadrukkelijk belastingplichtig zijn..
Aandachtspunt:
Voor personen maar vooral voor jongeren die meer willen weten over dit vraagstuk, ben ik beschikbaar op de eerste zaterdag na de verschijning van dit blad in het kantoor van de VHP aan de Coppenamestraat no 130.
Tijd van 11 u. tot 12 u. vm.
een belangrijke rol hierbij speelde, had behalve vestigingsdoelen ook andere, namelijk de vertraging
van de eenwording der inwoners van de kolonie Suriname. De dorpsgemeenten zijn intussen
opgeheven (Decreet ter opheffing der Dorpsgemeen-ten van 1981, S.B. 1981 no. 25)
Periode Statuut tot 1975
Tijdens de periode van het Statuut en ook vanaf de staatkundige onafhankelijkheid bleef de
decentralisatie gedachte leven. Het Statuut verwoordde dit in artikel 86, terwijl de Grondwet van
1975 dit in artikel 152 en 153 had geregeld. Doch tot de instelling van gedecentraliseerd bestuur
zoals in de wet voorgeschreven, is men in deze periode nimmer gekomen, ondanks pogingen
daartoe.
Militaire periode
In de militaire periode (1980 -1987) heeft men getracht meer inhoud te geven aan de instelling van
Districtsraden, Volkscomite's en Wijkraden. Een wettelijke grondslag hiervoor ontbrak echter, maar
de experimenten hebben het door de militaire machthebber beoogde hoofddoel bereikt, namelijk de
ondersteuning- zij het voor dat moment-van het militair bewind door grote delen van de massa.
Mede onderinvloed van deze machthebbers werd in 1987 in de toen bij referendum aangenomen
Grondwet decentralisatie geregeld in de vorm van Districtsraden, Ressortraden en Districtbesturen.
De Wet Regionale Organen, die twee jaren na de algemene ,vrije en geheime verkiezingen van 1987
tot stand kwam, regelt de samenstelling, taken en bevoegdheden en wijze van vergaderen van deze
Regionale Organen. Ondanks de wet aangeeft hoe "het spel gespeeld moet worden" blijven zaken
liggen door "overmacht, door "onwil " aan de zijde der machthebbers, maar meer nog doordat de wet
niet helemaal "toegespitst" is op de Surinaamse realiteit, waardoor van de wettelijke gecreeerde
mogelijkheden van decentralisatie van bestuur tot nu toe geen optimaal gebruik is gemaakt.
Mogelijkheden onvoldoende benut
Toetsing van de Wet Regionale Organen en de aanverwante wettelijke regelingen aan de praktijk
leert ons, dat het wettelijk kader voldoende mogelijkheden biedt voor een redelijke functionering
van de organen, maar dat deze niet in voldoende mate worden benut. Bijna alles wordt door de
betrokken instanties voor zich uitgeschoven met als excuus dat er andere aangelegenheden hogere
prioriteiten moeten genieten. Het ontbreken van een goed functionerend Bureau Regionale Organen
maakt de zaak alleen maar erger. Een opsomming van de gesignaleerde problemen toont aan dat
deze als zodanig niet onoverkomelijk zijn, maar dat zowel de wil als de middelen niet aanwezig zijn.
Enkele kanttekeningen
Door tal van omstandigheden hebben de Regionale Organen niet in die mate, als gehoopt werd,
kunnen beantwoorden aan de verwachtingen van het electoraat. De wil daartoe van uit de organen
zelf is zeker aanwezig, echter heeft de nodige ondersteuning vanuit de centrale overheid en de
politici tot nu toe ontbroken. De frustraties bij de Districts- en Ressortraadsleden lopen met de dag
op zonder dat er voldoende belangstelling hiervoor door de verantwoordelijken wordt getoond.
Doordat de nodige begeleiding ontbreekt, zijn de organen geneigd de wet te "omzeilen", dan wel
eigen interpretaties hieraan te geven om hun doelen te bereiken. Een gedegen kennis van de
wettelijke regeling ontbreekt bij degenen die hiermee moeten omgaan. De Regionale Organen zijn
als instrument dat aan de decentralisatie gestalte moet geven bij de conceptie als doelmatig
beschouwd. Gezien de wettelijke, organisatorische, en financiële aspecten, zullen ze teruggebracht
moeten worden tot beheersbare proporties. Dan kunnen met de vrijgekomen middelen de dan
bestaande organen beter voorzien worden van de benodigde middelen ter adequate uitvoering van
hun taken.
Conclusie
Het is nog te vroeg om te kunnen concluderen dat deze organen opgeheven moeten worden, daar zij
de mogelijkheden om één en ander waar te maken nog niet in voldoende mate hebben gekregen. Pas
nadat zij van alle tools zijn voorzien en de verwachtingen toch nog uitblijven, zal een dergelijke
conclusie getrokken dienen te worden. Het is gebleken dat er leden zijn van de regionale
volksvertegenwoordiging die, gezien hun ontwikkeling en motivatie, er eigenlijk niet bij hadden
moeten zijn. Hun aanwezigheid bemoeilijkt het werk in een niet te verwaarlozen mate. Daar de
aanspraak op de vacantiegelden slechts verkregen wordt op basis van daadwerkelijk gehouden
vergaderingen en aangezien een en ander moet blijken uit bijgehouden lijsten, worden
presentielijsten vaak vooraf of achteraf ondertekend om verzekerd te zijn van de maximale
maandelijkse vergoeding. Op deze manier wordt de wet op dit punt niet stipt nageleefd.
Er wordt wel eens gezegd dat de pers de vierde macht is in elk land. De invloed van deze pers op de
mening van de burger wordt daarmee onderstreept. In de landen van het voormalig 'Oostblok' was er
derhalve geen plaats voor een vrije pers! De 'Staat' bepaalde alleen wat de mensen zouden mogen
weten.Dat er soms meer gedaan zou mogen worden om de pers in Suriname op een beter peil te
brengen, behoeft geen enkel betoog. Het streven naar een beter peil mag echter nooit ten koste gaan
van de persvrijheid! Elke poging om de pers te muilkorven zou daarom resoluut in de kiem
gesmoord moeten worden.
Klachten over de pers
Een van de 'klachten' van de huidige machthebbers is dat er vaak berichten uit het buitenland
worden overgenomen en dat die- zonder bewerkt te zijn- worden voorgehouden aan het volk van
Suriname. Wat die 'bewerking' precies zou moeten inhouden is niet duidelijk. Daarin schuilt naar
het gevaar. Het is internationaal gebruik dat er berichten van elkaar worden overgenomen waarbij
de kode van bronvermelding in acht wordt genomen. Een volwassen benadering van het
lezerspubliek hier te lande is verre te verkiezen boven één waarbij ervan uitgegaan wordt dat men
niets weet en dus alle nieuws ' voorgekauwd' moet worden.
Nederlandse pers nationaal?
Een meneer uit Nederland- van Surinaamse origine - wist ons onlangs wijs te maken dat er in
Nederland een pers zou zijn die 'nationaal' zou zijn in haar opstelling. Wat die 'nationale opstelling'
precies zou inhouden, mag Joost weten maar daar heb ik nooit iets van gemerkt. Ik deel de mening
van die meneer wel als hij beweert dat de Nederlandse pers minderheden onvriendelijk is. Drugs en
drugshandel bijvoorbeeld worden constant in verband gebracht met etnische minderheden en dat
terwijl meer dan duizend 'witte' Nederlanders in gevangenissen buiten Nederland vast zitten
vanwege drugshandel. Ook de berichtgeving rond de oorlog tussen Irak en het westen partijdig.
Maar dat de pers in Nederland nationaal zou zijn in haar opstelling is volgens mij een fabel. Veel
schandalen in Nederland zijn aan het licht gekomen dank zij die pers. Onlangs de beursfraude op de
Amsterdamse Effectenbeurs. Ministers en Staatssecretarissen hebben vaak het veld moeten ruimen
vanwege berichten die negatief in de pers zijn verschenen. Dat Nederland de grootste XTC-pillen
fabrikant is; dat Nederland drugsdistributieland nr.1 is in West-Europa o.a. vanwege de
Rotterdamse haven ; dat de 'onafhankelijke rechters' in Nederland immigranten bij gelijke vergrijpen
zwaarder straffen dan 'witte' Nederlanders kon men allemaal via de Nederlandse pers vernemen.
Zelfs het Koninklijk Huis wordt niet gespaard! Prins Bernhard en de Lockheed affaire kan men zich
wel herinneren?
Pers monddood gemaakt
Thans is in Suriname een kritische pers een luis in de pels geweest van de regering. Er zijn veel
voorbeelden op te noemen van de beknotting van de persvrijheid. Het hoogtepunt van deze
beknotting is ongetwijfeld geweest in december 1982, toen de radiostations Radika en ABC in brand
gestoken door de toenmalige machthebbers die geen antwoord hadden op de kritische houding van
deze radiostations. Erger is geweest de gebeurtenissen waaarbij vier journalisten de dood vonden.
Anno 1997 proberen bepaalde mensen de klok weer terug te draaien. Thans heet het dat de pers
'nationaal' moet zijn in haar opstelling jegens de Republiek Suriname en haar Regering, hetgeen
inhoudt dat je de Regering kritiekloos napraat. Die meneer uit Nederland heeft in December 1982
ook gekozen voor een 'nationale opstelling' door na de executies van 15 burgers op de Nederlandse
televisie te verklaren dat wij ons niet druk moeten maken om die 15 mensenlevens want bij een
'revolutie' sterven altijd mensen. Bedankt voor zo een 'nationale opstelling'!